Niet de brave koning Filip, maar zijn onmogelijke broer prins Laurent fungeert als de tweecomponentenlijm die de Belgische federatie bij elkaar houdt. Onze België-correspondent Ricus van der Kwast brengt een ode aan een prins zonder budget maar met het hart op de tong. Tekst Ricus van der Kwast

STEUN RO

Ooit wist ik van een prins die niets te doen had en daar depressief van werd. De prins had een schoonvader die ook prins was. Die had evenmin wat te doen, maar had daar geen last van. Ik mocht die depressieve prins wel. Dat was lang voordat ik zo’n twintig jaar geleden naar België toog en over Prins Laurent struikelde.

Koningshuizen bekijk ik meestal maar met een half oog, maar Laurent was niet te missen. Om de haverklap haalde hij het nieuws. Ook bij hem was er aan depressieve buien geen gebrek, het zorgde er zelfs voor dat hij in 2014 in een kunstmatige coma gehouden moest worden. Verleden jaar augustus was het weer raak en liet hij zich ziek schrijven, notabene met doktersbriefje. Hij was verwoest door de stress, aldus zijn advocaat. Pas in januari, na vijf maanden, verscheen hij weer in het openbaar. Hij prijkte pontificaal op de cover van de Belgische uitgave van Paris Match. ‘Prince Laurent: plus de 20 ans de casseroles’, kopte de website van de Franstalige publieke omroep RTBF op 8 februari. Zelf was ik in die twintig jaar door drie fasen gegaan in mijn gevoelens voor Laurent. Aanvankelijk mocht ik hem, de rebel met of zonder reden, de buitenstaander. Dat sloeg in de loop der jaren om en ik vond hem alleen nog dom, grof en een sjacheraar. Maar toen ik recente foto’s van hem bekeek, zag ik aangeschoten wild, een man als een beer die angstig, argwanend in de camera keek. En ik voelde begrip en zelfs weer wat sympathie opwellen. Hoe is het allemaal zover gekomen?

Tweederangsmonarchie

Het Belgische Koningshuis heeft op mij altijd de indruk gemaakt van een tweederangsmonarchie. Je hebt het gevoel dat ze niet echt meespelen op het hoogste niveau, waar de lakens worden uitgedeeld door de Oranjes en de Windsors. Het begint al bij de Grondwet. Waar Willem Alexander koning is bij de gratie Gods, is Filip dat bij de gratie van het volk. Het mag vandaag als een holle frase klinken, je ziet het volksere in van alles terug.

Allereerst natuurlijk in het geld. Het vermogen van het Belgische vorstenhuis zal met 12,5 miljoen euro schromelijk onderschat zijn, het blijft hoe dan ook lichtjaren verwijderd van de verzamelde rijkdommen van de Oranjes, die met 300 miljoen euro ook onderschat zijn. Ook de kosten van de monarchie liggen in Nederland drie keer zo hoog, ongeacht of je de directe kosten (in België op jaarbasis zo’n 14 miljoen euro) of totale kosten (hier geschat op 40 miljoen euro per jaar) als uitgangspunt neemt.

Je hoort het terug in de taal, in het accent. Ik heb het niet over het Nederlands, dat voor de familie altijd de tweede taal zal blijven. Ik heb het over hun Frans. Dat is niet het Frans uit de rijke gemeenten rond Brussel in Waals-Brabant, maar het is dat van de gewone Brusselaar. Niet plat, maar zeker niet chique.

En je ziet het terug in alledaagse dingen. Als ik me aanmeld voor de plaatselijke basketbalclub in een gehucht van amper 1500 inwoners, verbaast het me dat de club het predikaat ‘royal’ draagt. Ik vermoed een geschiedenis à la Koninklijke HFC en zijn oprichter Pim Mulier, sportpionier in Nederland. Maar hier is het niets bijzonders, verzekert men mij, een kwestie van minstens vijftig jaar bestaan en de goede formulieren invullen, vooral netjes invullen. Koninklijk is laagdrempelig in dit land.

Laurent is in 1963 geboren, als derde en jongste kind van Albert en Paola. Door een grondwetswijziging in 1991 waardoor ook vrouwen in aanmerking komen als vorstin zal de troon voor hem definitief uit zicht raken. Hij staat anno 2018 op nummer twaalf in de rangorde van troonopvolgers. Opgroeiend in een disfunctioneel gezin van louter eenlingen voelt hij zich verwaarloosd. Vergeleken met zijn broer Filip en zus Astrid lijdt hij hier veel meer onder. Het verklaart zijn levenslange liefde voor dieren, de enige wezens die hem lijken te begrijpen. In zijn tienerjaren wordt hij onhandelbaar. Hij doorloopt een zigzagtraject langs diverse middelbare scholen dat hij afmaakt op een kadettenschool, waar hij het mikpunt van treiterijen en spot is. Hij bezoekt vervolgens een paar jaar de Koninklijke Militaire Academie. Hij wordt helicopterpiloot, duiker in de marine en behaalt er uiteindelijk de rang van Kapitein-ter-zee.

Uitlaatklep

Dan dient zich het volgende probleem aan. Het wordt tijd om iets te verzinnen wat een invulling aan zijn werkende leven kan geven. Om zijn passie voor dieren een uitlaatklep te geven wordt de Stichting Prins Laurent voor het welzijn van huisdieren en wilde dieren opgericht. Men zoekt nog naar een tweede, ernstigere activiteit. Laurent heeft wel wat met ecologie, heeft hij zich eens laten ontglippen: ziehier de Belgische variant van watermanagement. In 1994 wordt voor hem het Koninklijk Instituut voor het Duurzame Beheer van de Natuurlijke Rijkdommen en de Bevordering van Schone Technologie (KINT) in het leven geroepen, gevestigd in zijn woonhuis. Hij wordt de voorzitter en het instituut wordt gefinancierd door de drie gewesten en enkele bedrijfssponsors, voor in totaal een kleine miljoen euro per jaar. Laurent lijkt van de straat.

Hij raakt verwikkeld in het marineschandaal dat in 2006 aan het licht komt. Tussen 1996 en 1998 werden marinegelden doorgesluisd via een systeem van valse facturen en uiteindelijk aangewend voor privédoeleinden. Het gaat om een fraude met een totaalomvang van 2,2 miljoen euro. Een deel daarvan, iets minder dan 200.000 euro, is gebruikt voor het opknappen van de Villa Clémentine, de woning die de prins kosteloos bewoont. Van de twaalf beklaagden, goede bekenden van de prins, zullen er twee tot een gevangenisstraf veroordeeld worden, de overigen komen er vanaf met een boete en een taakstraf. De prins zal nooit als verdachte beschouwd worden in deze zaak. In 2007 wordt wel een speciaal Koninklijk Besluit opgemaakt, dat het mogelijk maakt Laurent als getuige te horen. Hij verklaart dat hij wist dat het geld van de marine afkomstig was, maar niet dat het frauduleus verkregen was. Waarom de zeemacht zou moeten betalen voor zijn tapijten en tuinverlichting, heeft hij zich nooit afgevraagd. Vanaf nu liggen de financiën, de dotaties en onkostenvergoedingen van Laurent onder het vergrootglas, evenals de subsidies voor zijn werkzaamheden. Het leidt er toe dat het KINT in 2009 wordt opgeheven.

Puur amusement

Luisteren naar Laurent en zijn capriolen is intussen puur amusement. Als snelheidsmaniak op de weg raakt hij al in 1987 een eerste keer zijn rijbewijs kwijt. Ook nadien wordt hij herhaaldelijk aangehouden. Hij bepleit daarom een apart rijbewijs voor wagens die 300 km/uur kunnen rijden. Die voorliefde voor snelle auto’s gaat niet altijd samen met zijn liefde voor dieren. Maar daar heeft de prins wat op gevonden. Hij rijdt extra voorzichtig in de paartijd, die periode dat dieren zich voortplanten en immers meer kilometers maken.

Het stof blijft achter hem opwaaien en journalisten volgen hem op de voet. Hij zou een verhouding hebben met Wendy Van Wanten, het Vlaamse model dat ook in Nederland bekendheid verwierf dankzij de Pin Up Club. Hij wordt meer dan eens betrapt als hij in een vliegtuig met een ticket economy class in de business class gaat zitten. De laatste jaren laat hij zich vooral van een zachte, spirituele kant zien. De dood fascineert hem. Hij spreekt sinds zijn coma regelmatig met de doden. Ze antwoorden hem ook, woordloos, in tekens, en gidsen hem. Je houdt je hart vast.

De diplomatieke en politieke incidenten stapelen zich ondertussen op. Hij overweegt Reza Pahlavi, zoon van de voormalige sjah van Perzië, peter van zijn oudste dochter te maken. Hij maakt omstreden reizen naar Congo, Israël, hij praat voor zijn beurt met diplomaten en politici uit Angola, Sri Lanka. Als hij op 29 juli van het afgelopen jaar op de Chinese ambassade in Brussel de 90e verjaardag van het Chinese leger viert en naderhand foto’s daarvan op zijn Twitter-account plaatst, is de maat vol. De federale regering besluit te snoeien in zijn dotatie van 308.000 euro per jaar: hij moet in 2018 15 procent inleveren. Laurent wil zich kunnen verdedigen in de Kamer. Hij voelt zich aangetast in zijn fundamentele rechten en wil de zaak desnoods voor het Europees Hof voor de rechten van de mens uitvechten.

‘Le Prince Laurent est un citoyen comme un autre’, zegt zijn advocaat Laurent Arnauts daarop in een vraaggesprek met La Une. Dat is een fris geluid dat je te weinig hoort over leden van vorstenhuizen. Je ziet hier iemand die zichzelf wil verdedigen. Hij krijgt een dotatie om niets te doen. Hij legt zich daar niet bij neer. Ik begrijp hem. Hij wil een keer schitteren op eigen kracht, dat prachtige uniform met zuurverdiende decoraties aan de wereld tonen. Persoonlijk intrigeert mij de Orde van de Gulden Puntzak het meest. Maar elke keer dat hij wat doet, al is het taart snijden op de Chinese ambassade, loopt hij kans 15 procent van zijn dotatie kwijt te spelen. Tel uit je winst: nog zes keer de deur uit en je kunt op een houtje bijten. Het is om gek en depressief van te worden.

Niet katholiek genoeg

‘Ik heb wat moeten doorstaan door jullie. Allemaal leugens! De mensen verwachten serieuze informatie.’ Het is een uitspraak die je geneigd bent toe te schrijven aan zo’n andere forse vent met blonde kuif, misschien Laurent’s bestemming voor een volgende ongeautoriseerde reis. Laurent zegt het al in 2007, bij één van de gelegenheden waarbij hij journalisten de volle laag geeft. Maar meer nog dan door journalisten voelt hij zich geviseerd door zijn eigen familie. Hij ziet de grondwetswijziging uit 1991, die hem ver terugwerpt in de rangorde van troonopvolgers, het koninklijke besluit uit 2007, dat hem verplicht te getuigen, en de grondwetswijziging uit 2013, die zijn dotaties regelt en bewegingsvrijheid verregaand aan banden legt, als persoonlijke aanvallen. Persoonlijke aanvallen, omdat hij niet katholiek genoeg was naar de zin van Boudewijn, omdat hij niet in de pas loopt. Hij vermoedt achter elk gelekt gerucht een complot van zijn familieleden, foetert openlijk dat zij hem een leven lang gesaboteerd hebben en vergelijkt ze met de Stasi.

Het gekke is dat hoe meer paranoïde de beschuldigingen lijken en hoe wilder zijn woedeuitbarstingen worden, hoe meer ik ook geneigd ben hem te geloven. Publiekelijk bespot te worden door je eigen lakeien en hofdichters, het is een lot dat vóór hem waarschijnlijk alleen Brave Sir Robin in Monty Python and the Holy Grail ten deel gevallen is. Het lijkt erop alsof hij, de enfant terrible, als bliksemafleider gebruikt wordt, geofferd wordt om af te leiden van alle andere leden van het koningshuis. Het maakt hem niet minder dom, grof of sjacheraar. Maar de anderen zijn het net zo en komen ermee weg. ‘Economy class’, dat is voor mij het knikpunt. Waar ter wereld vind je een prins die economy class moet vliegen?

Waar andere koningshuizen aan volwassen corruptie en miljoenenfraudes doen, sjoemelt Laurent met de kassabonnen van de supermarkt, wat ertoe leidt dat hij in 2014 16.000 euro moet terug betalen. En Laurent een snelheidsduivel? Het is één van de weinige zaken die hij gemeen heeft met zijn vader, wiens overtredingen, die overigens nooit hebben plaatsgevonden, zorgvuldig uit de media gehouden zijn. Ondertussen gaat diezelfde vader tot het uiterste om zijn vaderschap van Delphine Boël te ontkennen, al bestaat daar geen greintje twijfel over. In wat een travestie van een rechtszaak is, één die je doet twijfelen aan de scheiding der machten, oordeelt de Brusselse rechtbank in 2017 dat Albert niet haar wettelijke vader kan zijn, omdat ouderschap niet gereduceerd kan worden tot biologie. Vergelijk dat eens met de heisa rondom Laurent’s vermoede verhouding met Wendy Van Wanten. Wat dan nog? De man was toen verdraaid nog aan toe vrijgezel.

Laurent laat zien wat er gebeurt als je een prins loslaat in het wild. Hij laat zien wat er gebeurt als je de bescherming verliest van dat cordon van adviseurs, politici, journalisten dat elk citaat, elke uitglijder van je buffert of wegpoetst.

Maar er is meer. Het Belgische Koningshuis bestaat bij de gratie van de Belgische eenheid. De tragiek van de vorst is dat hij daarmee precies dat verpersoonlijkt wat de bron van elk communautair conflict is. Door deze paradox diskwalificeert hij zich meteen als bemiddelaar. Dat was zo in 1950 toen La Question Royale werd opgeworpen en België aan de rand van een burgeroorlog stond. 58 procent van de Belgen was voor de terugkeer van de koning, maar waar een ruime meerderheid van de Vlamingen (72 procent) hem steunde, stemde 58 procent van de Walen tegen. Dat is nog steeds zo in 2017 als een onderzoek van de KU Leuven toont dat nu 66 procent van de Walen de monarchie juist verdedigt, tegen slechts 45 procent van de Vlamingen.

Er zijn weinig symbolen die zo sterk zijn dat ze België binden. De Rode Duivels, de nationale mannenvoetbalploeg, zijn zo’n symbool. Als zij in oktober 2015 de eerste plaats op de FIFA-wereldranglijst veroveren, wordt er in het parlement luid geapplaudiseerd voor de voetballers. Alleen de N-VA doet niet mee, wars als de partij is van alles wat pan-Belgisch is. Dat heeft ze geweten. Zij wordt voor haar kleinzielige gedrag teruggefloten door haar voetbalminnende achterban.

Er is nog zo’n symbool waar Vlamingen, Walen, Brusselaren, Frans-, Nederlands- of Duitstalig, het roerend over eens zijn: de rol van Laurent als de nationale paljas. Laurent bashing is een geliefde bezigheid, dwars door de gewesten en over de taalgrenzen heen. Zo bekeken bestaat België nog wel even, denk ik. Zo lang de Duivels maar blijven presteren, zolang Laurent zijn streken maar niet afleert. Voor dat laatste hoeven we niet bang te zijn. Laurent is de lijm van een land dat zijn best doet om uit elkaar te vallen. Een bedankje voor hem vanuit Laken lijkt me op zijn plaats. Hij zal er van opvrolijken.