Ondanks vernietigend rapport blijft HarperCollins wereldwijd bullshitboek verkopen. De canard van ‘Het verraad van Anne Frank’. De Tweede Wereldoorlog als industrie (3-VI)

Onafhankelijk rapport door vakexperts vernietigend over "Het verraad van Anne Frank". Oproep van kleindochter van notaris Arnold van den Bergh om boek uit de handel te nemen. Nederlandse uitgever trekt boek terug. Amerikaanse uitgeefmultinational volhardt in verkoop. Nieuwe verweren Rosemary Sullivan en het coldcaseteam. Ook toneelstuk gepland. Oorzaak tunnelvisie. Instrument tegen bullshitboeken.

 

Op dinsdag 22 maart presenteerden zes historici*, allen gespecialiseerd in de bezettingsperiode en de Jodenvervolging in het bijzonder, het onderzoeksrapport De Joodse notaris en de beschuldiging van verraad. Kritische analyse van argumentatie en brongebruik in Het verraad van Anne Frank‘.

Dit rapport handelt over het onderzoek van het zogeheten coldcaseteam (CCT) en het boek The Betrayal of Anne Frank van de Canadese auteur Rosemary Sullivan.

De vakhistorici hebben gefocust op het hoofdthema van het onderzoek en boek; de stelling dat de Joodse notaris Arnold van den Bergh in 1944 de onderduikers in het Achterhuis verraden zou hebben. Zij oordelen:

“Het CCT heeft van het verraad van het Achterhuis een spannende cold case-zaak gemaakt. Helaas moet geconstateerd worden dat het onderzoek amateuristisch is uitgevoerd en door misinterpretatie en tunnelvisie ten onrechte Arnold van den Bergh heeft aangewezen als de verrader van Anne Frank.”

Wankel kaartenhuis

In het rapport wordt gesteld dat in het boek sprake is

“van een patroon waarbij door het CCT aannames worden gedaan, die even later voor waar worden gehouden en vervolgens als bouwsteen voor een volgende argumentatieve stap worden gebruikt. Hierdoor wordt het geheel een wankel kaartenhuis, waarbij als één stap niet blijkt te kloppen, de volgende kaarten ook omvallen. Bovendien gaat het niet om een enkel argument dat speculatief is, maar betreft dit vrijwel alle stappen in het proces.”

De samenstellers van het rapport sluiten zich daarbij aan bij de eerdere kritische geluiden over het onderzoek en het boek.

Met al deze kritiek kwam ook het relaas en de oproep van Mirjam de Gorter, kleindochter van de ten onrechte beschuldigde notaris, aan de uitgevers om het boek uit de handel te nemen.

Vrijwel direct na de presentatie van het rapport bericht Ambo Anthos, uitgever van de Nederlandse vertaling van het boek:

“Op basis van de conclusies van het rapport hebben wij besloten dat het boek per direct niet meer leverbaar is. De boekhandel zullen wij oproepen hun voorraad te retourneren. Wij hechten eraan nogmaals onze oprechte verontschuldigingen aan te bieden aan degenen die door de inhoud van het boek gegriefd zijn.”

HarperCollins volhardt in verkoop

HarperCollins, de Amerikaans-Britse uitgeefmultinationaal met dochterbedrijven over de hele wereld, toont de dag na de publicatie van het rapport aan lak te hebben aan alle kritiek en gevoelens van de nabestaanden: met veel bombarie kondigde het de lancering van de Poolse vertaling aan. In een door het Poolse persbureau PAP verspreid bericht heet het:

“De première waar de wereld met ingehouden adem op heeft gewacht: “Wie verraadde Anne Frank” door Rosemary Sullivan ligt nu in de boekhandel.”

HarperCollins, dat volgens The Guardian  het boek in meer dan twintig talen wil uitbrengen, weigerde aanvankelijk te reageren. Eerst twee dagen later zegt het bedrijf het boek te blijven uitgeven en vermeldt daarbij:

“Hoewel we erkennen dat er enige kritiek is geweest op de bevindingen, is het onderzoek uitgevoerd met respect en de grootst mogelijke zorg voor een uiterst gevoelig onderwerp.”

Kort erna verklaren de zetbazen van HarperCollins in Denemarken, Noorwegen, Portugal en Zweden dat de verkoop van de aldaar verschenen vertalingen gewoon door gaat.

Verklaring Rosemary Sullivan

Op 24 maart komt ook schrijfster Rosemary Sullivan met een verklaring, die – zover nu bekend – alleen door de Canadese boekblogger Steven Beattie, volledig gepubliceerd wordt:

“Hoewel ik niet bij het onderzoeksproces betrokken ben geweest, heb ik het volste vertrouwen in het door Vince Pankoke geleide onderzoek naar het verraad van Anne Frank.

Sommige critici hebben vraagtekens gezet bij de conclusie van het boek: dat een Joodse notaris Arnold van den Bergh een lijst met anonieme adressen aan de SD heeft gegeven, waaronder die van het achterhuis waar Anne Frank en haar familie waren ondergedoken. Deze conclusie is mede gebaseerd op de moeite die Otto Frank en Miep Gies hebben gedaan om de identiteit van de verrader te beschermen.

Het zijn de critici die Van den Bergh een “verrader” noemen. Het team heeft hem altijd zorgvuldig geportretteerd als een slachtoffer, die poogde zijn familie te redden van deportatie en dood onder de nazi-bezetting.

Zonder Pankoke en zijn team om een reactie te vragen, publiceerde de Nederlandse uitgeverij AmboAthos (sic) haar excuses aan iedereen die door het boek was beledigd en trok vervolgens het boek terug. Pankoke heeft daarom zijn weerwoord gepubliceerd op de website: www.coldcasediary.com.

Hoewel er voortdurend nieuwe informatie aan het licht komt, is Pankoke in staat geweest de verdraaide veronderstellingen te weerleggen die het team volgens de critici maakt over de Joodse Raad in oorlogstijd, het bestaan van lijsten, en andere zaken.

Het team heeft ook de identiteit van de kleindochter van Van den Bergh zorgvuldig beschermd. De manier waarop zij door de pers is gemanipuleerd, is betreurenswaardig.”

Wat klopt van Sullivans verdediging?

Wat klopt van deze boute uitspraken van Sullivan? Heeft CCT-leider Vincent Pankoke daadwerkelijk eerdere kritiek weerlegd? Volgens de samenstellers van het kritisch rapport niet:

“Het CCT reageerde hierop in een aantal ‘rebuttals’ op zijn website door het herhalen van de eigen standpunten, zonder daarbij in te gaan op de kritiek op de argumentatie of de inhoudelijke bezwaren. Integendeel, het probeerde zich daar zelfs aan te onttrekken door te beweren dat het geen wetenschappelijk onderzoek had verricht, maar een forensisch onderzoek. Dat mag zo zijn, maar ook forensische bewijsvoering zal uiteraard uiteindelijk de toets van de wetenschappelijke kritiek moeten doorstaan.”

Dit handelt over de eerste verweren van Pankoke, in februari. Vlak vóór de presentatie publiceerde de oud-FBI-agent nog een verweer, op 21 maart. Opvallend daarin is dat hij noch de critici noch de artikelen waarin de bezwaren over het onderzoek en boek staan met naam vermeldt, waardoor het voor de meeste lezers onmogelijk is te checken wat hij beweert. Wie dat wel kan, ziet dat Pankoke met verkeerde data komt, wederom aanname op aanname stapelt en soms zelfs zaken compleet verdraait. Op het einde van zijn verweer schrijft hij:

“Tot nu toe is ons nog geen enkel bewijsstuk of nieuwe informatie voorgelegd die sterk genoeg was om onze conclusie in twijfel te trekken. Dat betekent niet dat wij blind zijn voor nieuwe informatie. In feite staan wij zeer open voor uitdagingen, rationele en respectvolle discussie, en volgen wij voortdurend de aanwijzingen die ons worden toegezonden. Het Van den Bergh scenario is, naar onze mening, nog steeds de meest haalbare theorie over het verraad van de Prinsengracht 263.”

Dit is een gotspe an sich. Geen van vragen die ik vanaf 1 februari in meerdere e-mails aan het coldcaseteam stelde werd beantwoord. “Open discussie”? Tsja.

Hoog ontkenningsgehalte

Het verweer van de Nederlandse leiding van het coldcaseteamleiders heeft een al even hoog ontkenningsgehalte. Aan RTL Nieuws vertelde Pieter van Twisk, dat de notaris wat hem betreft “de hoofdverdachte” blijft:

“Wij hebben 30 scenario’s onderzocht, 25 daarvan vielen af. Het scenario dat Van den Bergh de lijsten doorspeelde aan de nazi’s blijft voor ons het meest waarschijnlijk.

Ook dit rapport staat vol met ‘interpretatie’, benadrukt Van Twisk. Zo zegt hij bewijs te hebben dat een dochter van het gezin in 1945 in Amsterdam was, terwijl ze volgens de onderzoekers ondergedoken zat.

“Het blijft een kwestie van argumentatie. Ik blijf erbij dat ons verhaal een sterk verhaal is. Er zijn wat deuken in geslagen, maar we nemen het niet terug.”

Al eerder had Thijs Bayens, met Van Twisk initiatiefnemer van het project, in het NRC van 4 februari verklaard:

“Ons is de afgelopen twee weken de maat genomen vanuit de gemeenschap van historici. Maar we hebben precies gedaan wat we zes jaar geleden aankondigden. We hebben deze zaak aangepakt als cold case – wat het ook is – en niet als een historisch onderzoek. Het stond onder leiding van een FBI-man, we gebruikten zijn methodologie. Hij is de verantwoordelijke onderzoeker, en hij bepaalde met zijn expertise van vijftig jaar politiewerk wat hij ging doen.”

“Wat deuken”? Het hele onderzoek ligt in puin.

De verweren van de CCT-leden en de schrijfster roepen ook de vraag op wat dat CCT nu werkelijk voorstelde. Het was opgestart door de Nederlandse tv- en filmproducers Pieter van Twisk en Thijs Bayens, met als financiële man Luc Gerrirts. Het doel: een spectaculaire internationale tv-serie maken, ter verkoop aan Netflix, History of andere Hitlerkanalen. Daartoe werden de Amerikaanse oud-rechercheur Vincent Pankoke (ex-FBI) en de Australische oud-rechercheur Brendan Rook (ex-moordzaken en ex-Internationaal Strafhof) ingehuurd. Wie foto’s van dit tweetal bekijkt, ziet dat ze fotogeniek zijn. En Engelstalig. Met een ogenschijnlijk relevante werkervaring.

Maar is dat wel zo? Geen van beiden weet ook maar iets van het functioneren van de Nederlandse politiediensten in 1945-1964. Geen van beiden heeft ook maar een flauw benul van wat er in Nederland gebeurde in de Tweede Wereldoorlog en de directe naoorlogse jaren. Pankoke verklaarde bovendien dat hij voordien geen enkele coldcasezaak had behandeld die ouder was dan vijf jaar. En: geen van beiden beheerst het Nederlands – en zover bekend geldt dat ook voor het Duits.

Wat verder opvalt is dat de historici in het team vrijwel allemaal jonge aantrekkelijke vrouwen waren (geselecteerd op geschiktheid voor bijrollen in de geplande tv-serie?) studerend voor of afgestudeerd als “publiekshistoricus”.

Publieksgeschiedenis?

Wat is dat, publieksgeschiedenis? Het wordt gegeven op de Universiteit van Amsterdam. De UvA meldt erover: “Je denkt na over hoe geschiedenis het best met een beoogd publiek kan worden gedeeld, en werkt samen met professionals aan tastbare producten.”

Oftewel: een “publiekshistoricus” is een soort veredeld p.r.-medewerker. Dat gegeven is weer een sterke aanwijzing dat er in de eerste plaats gewerkt werd aan een commercieel aantrekkelijk hapklaar en sensationeel product.

Dit wil niet zeggen dat publiekshistorici geen gedegen onderzoekers zijn, maar gezien hun leeftijd zal eventuele kritiek van hen snel gesmoord zijn in a. het autoritaire leiderschap binnen het team en b. het streven naar een sensationeel resultaat.

Oorzaak tunnelvisie

Mariëtte van den Hoven en Bert Theunissen in Trouw: “Vanaf de start van het onderzoek naar de verrader van de familie Frank is duidelijk dat een documentairemaker interesse heeft in de resultaten. Een andere beoogde uitkomst is een boek voor een breed publiek. Mooie valorisatie (kennisbenutting) heet dat in academisch jargon. Maar zo nam wel de druk toe om met iets spectaculairs te komen. Wie is er geïnteresseerd in een documentaire of publieksboek waarvan de conclusie is dat er eigenlijk geen conclusie is? Deze externe druk stond goed onderzoek in de weg: er móest een dader worden gevonden, en dat leidde tot tunnelvisie.”

En zo is het. Zonder sensationeel resultaat géén internationale tv-serie. Géén bestseller. En geen theaterproductie – want ook dat streefden de producenten na – zo berichtte het Historisch Nieuwsblad vorige week.

De taalbarriére

Vincent Pankoke is een Amerikaan. Brendan Rook een Australiër. Rosemary Sullivan een Canadese. De andere teamleden waren Nederlanders. Vrijwel alle relevante documenten waren Nederlands- of Duitstalig. Dit bracht met zich mee dat werkelijk alles voor de van talenkennis gespeende Engelstaligen vertaald moesten worden. Omdat in elke vertaling zich potentieel verbasteringen kunnen voordoen, is dit – zoals we in deel 4 van deze serie al betoogden – het recept voor broddelwerk.

De vondsten van het CCT-team.

In het vorige week gepresenteerde rapport krijgt het CCT enkele complimenten voor zijn “gedrevenheid en de speurzin.” Daar valt het een en ander op af te dingen. Zo is de vondst van het veelbesproken afschrift van het het anonieme briefje, niet het resultaat van een geniale inval en dito speurwerk, maar berust het op het volgen van een logisch pad.

Elke echte coldcase-onderzoeker (of het nu een politiemedewerker of journalist is) weet dat bij oude zaken je vaak meer informatie kan vinden bij politiemensen die eerder op de zaak gezeten hebben, dan in de archieven. De politiearchieven worden regelmatig opgeschoond, alleen (delen van) processen-verbaal die gebruikt worden in rechtszaken worden gearchiveerd.

Bij spraakmakende, onopgeloste zaken is er altijd een gerede kans dat rechercheurs kopieën van stukken (of zelfs het hele dossier) bewaard hebben of dat hun nabestaanden die stukken nog steeds bewaren. Nabestaanden traceren is tegenwoordig vrij makkelijk – dus nee: bijzonder speurwerk zou ik het niet willen noemen.

Hoe nu verder?

Nu HarperCollins halsstarrig weigert het boek terug te trekken en blijft doorgaan met het ongegrond beschuldigen van de notaris, kunnen de directe nabestaanden (en kleinkinderen zijn dat) de uitgeverij aanklagen wegens laster. Het hoofdkantoor bevindt zich in de Verenigde staten, het land van de grote schadeclaims en advocaten die op no cure no pay basis dit soort zaken behandelen.

Wat Duitsland betreft is het vooral de vraag of Jürgen Welte, de in juli 2019 aangetreden uitgever van Verlagsgruppe HarperCollins, de overeenkomst die zijn voorganger Ralf Markmeier over het uitbrengen van de Duitse versie met het Amerikaanse moederbedrijf sloot, durft te verbreken.

In Amsterdam blijft het wachten op de uitkomst van het onderzoek van de gemeente, naar de mogelijkheid de in 2017 aan het coldcaseteam toegekende subsidie van 100.000 euro  terug te vorderen.

In Nederland is het boek door duizenden mensen gekocht. Het is in menig Openbare Bibliotheek te vinden. Het inlegvel dat Ambo Anthos enkele weken na verschijning in het boek liet aanbrengen, bevindt zich naar aller waarschijnlijkheid niet in de bibliotheekexemplaren. Het zou bibliotheekmedewerkers sieren hun exemplaren te voorzien van een deze waarschuwende sticker:

Een sprankje hoop?

Sven Felix Kellerhoff, de eerste journalist/historicus die al op de dag van verschijning van The Betrayal of Anne Frank, er grote vraagtekens bij plaatste, schreef afgelopen donderdag in Welt dat het in deze niet nodig was te verwijzen naar het schaamteloze bedrog rond Hitlers-dagboeken, omdat blunders als deze ook werden gemaakt door andere gerenommeerde uitgevers, die boeken als Hitlers Bom van Rainer Karlsch, IBM and the Holocaust van Edwin Black of Hitlers gewillige beulen van Daniel J. Goldhagen uitbrachten. Kellerhoff: “In al deze gevallen werden de sensatiebeluste auteurs snel wetenschappelijk afgeserveerd. Dat is het positieve aan zulke schandalen: Het publiek functioneert als een corrigerende autoriteit. Soms beter, soms slechter, zeker – maar toch.”

Dat mag zo zijn – maar de kennis bij het publiek (en wetenschappers) is vluchtig. Als boeken als bijvoorbeeld Het verraad van Anne Frank, het idiote Hitlers diamanten, het frauduleuze Bloemen van het kwaad. Gedichten van dictators en de werken van charlatan Adriaan Venema eenmaal in omloop zijn gebracht, zullen ze decennialang blijven opduiken in bibliotheken waar ze hun giftige werk doen.

Het blijvend waarschuwen tegen bepaalde werken is daarom een must. De bullshitboek-sticker is daartoe een bruikbaar instrument.

 

* Het onderzoeksrapport is samengesteld door dr. Bart van der Boom (Universiteit Leiden), dr. Petra van den Boomgaard (Universiteit Utrecht), Aaldrik Herman MA (onafhankelijk onderzoeker), dr. Raymund Schütz (Haags Gemeentearchief), dr. Laurien Vastenhout (NIOD) en prof. dr. Bart Wallet (Universiteit van Amsterdam).
Klik hier voor het videoverslag van de presentatie, inclusief de toespraak van Mirjam de Gorter.

Fotocollage: Bart FM Droog, 2022

Eerder verschenen op Reporters Online:
Deel I: De canard van ‘Het verraad van Anne Frank’.
Deel II: De canard van ‘Het verraad van Anne Frank’: the show must go on.
Deel III: Interview met Rosemary Sullivan. De canard van ‘Het verraad van Anne Frank’.
Deel IV: De datering van het anonieme briefje.
Deel V. Gerommel in Duitsland en mysterieus gedoe in Nederland.

Deze artikelen zijn ook in het Engels verschenen, zie “The Betrayal of Anne Frank. A 21st century canard“.

Dit artikel is mede mogelijk gemaakt door het Steunfonds Freelance Journalisten.
De Canard-serie is onderdeel van een reeks artikelen over De Tweede Wereldoorlog als industrie.
1: 75 Jaar Duitse militaire begraafplaats Ysselsteyn.
2: Ciney 2021.
Achtergrond:  Tweede Wereldoorlog herinneringscentra, oorlogsbegraafplaatsen en – musea in Nederland, 2021 / bezoekersaantallen 2019.

 

Mijn gekozen waardering € -

Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie.
Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.