De vierhonderd jaar oude betrekkingen tussen Nederland en Turkije waren nog nooit zo nauw als nu, en nog nooit zo slecht. We zien een re-actualisatie van middeleeuwse vijandbeelden en cliché’s die het zicht op de culturele en politieke realiteit belemmeren. Dit betekent een gevaar voor onze samenleving en leidt tot onnodig veel spanningen tussen de ‘echte’ Nederlanders en de niet minder echte Turkse Nederlanders. Wat is er toch aan de hand? Een pleidooi tegen snelle meningen en reacties en voor kennis en onderzoek. Door Alexander H. de Groot.

STEUN RO

[…] Waar, is de vraag, ging het de afgelopen jaren dan mis met de aloude Nederlands-Turkse vriendschap? Meer dan in de betrekkingen op zich of de ontwikkelingen in Turkije, was dat bij de ontwikkelingen binnen de EU en Nederland. […] Het is redelijk noch verstandig om het eeuwenoude streven naar aansluiting bij het Westen en ‘Europa’ van de Turken ongegrond te verklaren op basis van gebrekkige historische feitenkennis en binnenlandspolitieke preoccupaties. Bovendien… of de Turken nu wel of niet thuishoren in dit deel van de wereld, ze zijn er allang, als landgenoten. Het laat zich aanzien dat het eerder loont ze beter dan slechter te begrijpen.

* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *

Na de Tweede Wereldoorlog leek het dat er tussen Nederland en Turkije een grote toenadering plaatsvond. In 1949 waren beide landen lid van de Raad van Europa. In 1952 trad Turkije toe tot de NAVO, en kreeg het als het ware het militair bondgenootschap met Nederland dat het al sinds het begin van de betrekkingen in 1612 gewenst had. In 1963 leidde de Associatie Overeenkomst van Turkije met de Europese Economische Gemeenschap tot een uitbreiding van de Nederlandse handel en bedrijvigheid in dat land.

In de jaren 1964-1974 begon de Nederlandse werving van arbeidskrachten uit Turkije op basis van het ter zake gesloten bilaterale verdrag van 19 Augustus 1964. Het bedrijfsleven trok de arbeiders vooral aan uit de laag ontwikkelde plattelandsgebieden van Centraal en Oost-Anatolië. De aard van deze meest sociaal en cultureel conservatieve arbeidsmigranten (‘gastarbeiders’) zou een negatieve stempel gaan drukken op het Nederlandse Turkenbeeld. Na 1980 kwamen hier nog politieke vluchtelingen bij, veelal intellectuelen en kunstenaars van linkse signatuur, die een kleine positieve inbreng leverden aan de beeldvorming. In 1986 werd tot voordeel van het bedrijfsleven een belastingverdrag tegen dubbele belastingheffing gesloten. De grote opbloei van de economische relaties kwam in 1995 met de door de Europese Unie met Turkije gesloten Douaneunie, waarmee het land in economisch opzicht  op de voet van lidstaat de Europese markt op kon, overigens met uitzondering van landbouwproducten. Nederland werd sindsdien een van de grootste investeerders in Turkije. Ook Nederlandse toeristen stroomden naar Turkije, tot wel anderhalf miljoen per jaar.