Ons vaderland

Binnenkort vieren we Bevrijdingsdag. Juist nu, tijdens de verschrikkelijke oorlog in Oekraïne, krijgt zoiets extra betekenis. Oorlog. Geweld, chaos, onderdrukking, geschonden mensenrechten, families die verscheurd worden en op de vlucht raken. Weg van de oorlog, naar veilige landen, voor een toekomst in vrede.

Vrijheid, dat vieren we ook, op 5 mei. Ieder jaar staan we even stil bij hoe ons vaderland in 1945 werd bevrijd.  En Bevrijdingsdag, dat werd op de basisschool in mijn jeugd gevierd met veel oranje, met Nederlandse vlaggetjes, met spelletjes. Leuk toch?   Oké, dat zo’n dag die vrolijkheid en bevrijding moest uitstralen in het pleeggezin eindigde met grof geweld en eenzame opsluiting, daar had de overheid zogenaamd geen weet van. Dat was maar bijzaak. Andere bijzaak was, dat in het naoorlogse Nederland duizenden kinderen niet door hun eigen ouders, maar door de staat werden en worden ‘opgevoed’.

Handelsmerk Nederland

De Nederlandse staat.  De ‘goeden’ tegenover alle slechten op aarde, zo leerde je dat. Ja, we groeiden op dat geen kaas zo lekker is als Nederlandse kaas, geen koe op aarde eet groener gras dan hier. Geen bloem kan zo mooi zijn als onze Nederlandse Tulp.

En zo ook met pleegouders, jeugdleiders en nonnen die voor uithuisgeplaatste kinderen zorgden. Ze waren toch allemaal Nederlands, dat zat dan wel helemaal goed. Nederlands, dat voelde als het handelsmerk voor veiligheid, gerespecteerde mensenrechten, elk mens gelijk, ons vaderland, elk kind een fijne toekomst. Wat fijn allemaal. Toch?

Ik blèrde het volkslied braaf mee; “Ons vaderland getrouwe, tot in den doet” en dan nog zoiets met een koning van Spanje.

Untermenschen in Nederland

De inktzwarte keerzijde van ons vaderland besefte ik de eerste meer dan dertig jaar van mijn leven niet, zo was ik gehersenspoeld, dat ik nou eenmaal geen rechten had, dat mijn leven niets waard was voor de overheid. Dat er in dit land nou eenmaal onzin- bijzaak- mensen bestonden, zogenaamde Untermenschen.

En de instellingen in ons land deden braaf mee: zij bevestigden hoe je niets waard was, geen recht had op toekomst, omdat je nou eenmaal uit jeugdzorg kwam.  En dan waren vanzelf alle moeilijkheden die je in het dagelijks leven ervoer gewoon je eigen schuld. Bevestigden je waardeloos Untermensch zijn.  O, het was niet alleen kommer en kwel.

“Nou zeg, kom daar eens van los! Laat die ellende van vroeger achter je, je moet naar de toekomst kijken!” kreeg ik vaak te horen. En natuurlijk, wat is er mooier dan een fijne toekomst in een land vol mogelijkheden?

Bevrijd?

Elk kind dat uit jeugdzorg komt, wil niets liever dan een toekomst. Maar het lijkt wel alsof juist door het leven in ons ‘vrije’ landje zoveel terugkomt uit het verleden. Door zoveel dingen om je heen. De gezellige kerstdagen waarin ouders en kinderen centraal staan.  Vaderdag. Moederdag.  Woorden als ‘gezinshereniging’, ‘mensenrechten’, ‘grondwet’, ‘rechtstaat’…’gelijke rechten’…

En zo ook dat woord Bevrijdingsdag. Natuurlijk, elk mens mag het van de daken schreeuwen dat we van Nazi- Duitsland zijn bevrijd. Gelukkig maar.

Echter, bevrijd van de Duitsers, ontwikkelde onze natie een diep pervers systeem om kinderen gewoon weg te halen bij hun ouders, zonder zich over eventuele gevolgen voor zowel ouders en kinderen te bekommeren. Zonder te bedenken dat we het hebben over ouders en hun kinderen.

In zekere zin was Nazi – Duitsland meer humaan tijdens de oorlog dan het systeem van kinderbescherming en jeugdzorg in het naoorlogse Nederland. Nog tijdens de Tweede Wereldoorlog gaven de Nazi’s het Rode Kruis namelijk nog toestemming informatie te delen over verwanten, familieleden door oorlog verscheurd werden nog op de hoogte gehouden van elkaars leven.*

Onder jeugdzorg in vredestijd was dat niet mogelijk: mijn moeder wist vanaf ik een jaar of 12 was niets meer van mij, mijn vader kreeg over zijn kinderen geen enkele informatie. Mijn hele familie kent mij niet. Levenslang niet. Een wreed systeem van kinderen bij hun ouders en familie wegroven, ze vervolgens opzettelijk te onthechten en alles wat er misgaat in het leven van het kind heel vals gemakkelijk op de schouders van het kind drukken.

Nie wieder

In gesprekken met Jeugdzorg Nederland in 2019 werd ons verteld dat dit alles gelukkig nu niet meer gebeurt. Kinderen, toevertrouwd aan de Nederlandse staat zijn veilig, rechten van ouders en kinderen zouden worden gerespecteerd.  Nie wieder. Tot we een jaar later de toeslag- affaire met de Belastingdienst zien verschijnen en we horen hoe even 1115 kinderen ergens in pleeggezinnen zijn gedropt, omdat de ouders ‘verdacht ‘zijn (gemaakt).

En natuurlijk, dáárop is de pers gefocust. Gelukkig, media-aandacht. Maar het nie wieder herhaalt zich vooral in het geniep, in de schemerige coulissen van het jeugdzorg-rijk.

Want op de achtergrond is, buiten het zicht van iedereen, een diep lijden aan de gang voor honderden, misschien wel duizenden ouders, grootouders en kinderen, die niet vanwege een affaire in de schijnwerpers staan. Die hun eenzame strijd in alle verdriet en eenzaamheid uitvechten tegen het jeugdzorg systeem, een systeem dat niet van wederhoor houdt, dat biologische ouders als kapot gehakte prut doorspoelt door het putje van de vergetelheid.

Wat is een vaderland?

Ik zink weg in gedachten en zie voor mij hoe een echt vaderland eruit zou zien. Voor velen de normaalste zaak van de wereld, voor kinderen uit jeugdzorg een utopie.

En daar zie ik het voor mij, het echte vaderland. Daar leven kinderen gewoon bij hun ouders, kennen ouders en grootouders hun kinderen en weten kinderen wie hun broertjes en zusjes zijn. Horen kinderen bij een eigen familie.

Ja, dat vaderland is een land, waarin de overheid kinderrechten respecteert en echt volledige verantwoording aflegt tegen burgers die ze compleet de grond hebben ingenaaid vanwege een op grof machtsmisbruik gebaseerd beleid…

Ik besef ineens dat voor veel kinderen uit jeugdzorg, die later volwassen zijn geworden, dit nooit echt hun vaderland kan zijn. Je kunt weliswaar geboren zijn in een bepaald land, maar als de overheid van dat land jou als waardeloos afval afwees en je als Untermensch ziet, kun je dat onmogelijk je vaderland noemen. Hoeveel kinderen zijn in jeugdzorg hun identiteit en toekomst afgenomen?

Och Heer, bevrijd ons van het juk

Bevrijdingsdag. Ons vaderland bevrijd. Van wie zijn we bevrijd? Iedere keer als we Bevrijdingsdag vieren, dan denk ik: wanneer worden al die kinderen bevrijd, die door de Nederlandse staat werden en worden weg geroofd van hun ouders. Wie bevrijdt de kinderen die creperen of zelfs zelfmoord plegen in gesloten inrichtingen, die gedwongen in inrichtingen wachten op behandeling, op hulp? Wie helpt de onzichtbare ouders van wie de kinderen werden weg geroofd?

Kinderen, die toevallig in Nederland werden geboren, en hier vanuit grof machtsmisbruik werden en worden overgeleverd aan regeltjes en wetten, die niets doen voor het welzijn en toekomst van die kinderen?

Mijn biologische moeder had de mogelijkheid niet om zich te verdedigen tegen het weg roven van al haar kinderen. Mijn vader kende ik nooit echt. Maar één uitspraak van hem vernam ik later in mijn leven toch.  “Mijn vaderland houdt op bij het tuinhekje” was zijn onverbloemde uitspraak. En elke Bevrijdingsdag voel ik precies dát. Elk land hoort het predicaat vaderland te verdienen. Zou de Nederlandse overheid zoiets ooit gaan begrijpen, zodat alle burgers die hier wonen Bevrijdingsdag kunnen gaan vieren?

*Vragen over Oorlogsarchief van Rode Kruis

Een opiniestuk gebaseerd op ervaringen met de Nederlandse Staat

Mijn gekozen waardering € -

Ik ben auteur van "Gepleegd", een uitgave van Tobi Vroegh te Amsterdam uit 2020, een jeugdervaringsverhaal waarin ik het systematisch geweld in de jeugdzorg beschreef dat ik meemaakte. Daarnaast schreef ik het boek "Hoe word ik Tim?" uitgave Pumbo, 2021, over de gevolgen van opgroeien in jeugdzorg.  Email: [email protected]