“Als er binnen vier tot acht jaar niets verandert, is de vernietiging van het Amazone-woud onomkeerbaar.” Deze uitspraak deed de Braziliaanse wetenschapper Paulo Artaxo, hoogleraar atmosferische fysica aan de Universiteit van São Paulo, in juli 2019 in een interview met BBC News Brasil. Paulo Artaxo is sinds 2003 een permanent lid van het Intergouvernementele Panel voor Klimaatverandering (IPCC) van de Verenigde Naties.

STEUN RO

Ik sprak met de Nederlandse klimaatwetenschapper Arie Staal, op het moment van ons gesprek als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Stockholm Resilience Centre van de Stockholm Universiteit, over de uitlating van Paulo Artaxo en andere, aan de Amazone gerelateerde onderwerpen, zoals ontbossing en droogte als algemeen beschouwde, belangrijke bedreigingen van het milieu van het regenwoud, en de mogelijke destabilisatie daardoor van het bosklimaatsysteem.

Begin 2019. In Brazilië was net de rechts-populistische president Bolsonaro aangetreden.

De toename van grootschalige ontbossing van het Braziliaanse Amazonegebied was in het eerste kwartaal weliswaar groot en in lijn met de al jaren toenemende cijfers, maar door de zware regenval minder dan verwacht, zo leek het.

In de zomer kwamen de branden en de verontwaardiging. Dat de Amazone brandde, was niet nieuw. De branden zelf waren ook wel eens heviger en groter van omvang geweest. De wereld leek echter, na jaren van wegkijken, de Amazone en het belang van het gebied voor het wereldklimaat te hebben ontdekt. Het milieu en de klimaatcrisis stonden, mede dankzij de protesten van vele, vaak jonge activisten wereldwijd, hoog op de verschillende agenda’s, ook politiek. De Braziliaanse president gaf te kennen de aandacht van de wereld voor de Amazone te beschouwen als dekmantel voor de hebzucht naar de rijkdommen die zich boven en onder de grond van het gebied zouden bevinden. Dat hij bij zijn uitlatingen regelmatig mensen binnen en buiten Brazilië schoffeerde, maakte hem in de ogen van velen tot een soort duivel, die met alle mogelijke middelen moest worden bestreden. En dat geschiedde. Cijfers over de branden werden uit hun context gehaald. Voetballers, rocksterren en andere bekende wereldburgers ontpopten zich als ‘deskundigen’. Presidenten maakten elkaar uit voor rotte vis.

Er waren (gelukkig) ook media, zoals de Britse krant The Guardian en uit de Verenigde Staten The New York Times, die ondanks de hitte het hoofd koel hielden en aan hun lezers uitlegden wat er werkelijk in de Amazone aan de hand is en wat dat voor het wereldklimaat betekent.

In het artikel in The Guardian werd opgemerkt dat in de eerste maanden van 2019 monitoring van de Amazone met satellieten door de regen problematisch zou zijn geweest. Dus misschien, zo leek de onderliggende boodschap, was de ontbossing in werkelijkheid (nog) groter geweest dan gemeten. Maar kon een eventuele foutmarge dan niet in rekenmodellen worden meegewogen, zo vroeg ik mij af? Ik legde de kwestie per mail voor aan de Nederlandse wetenschapper Arie Staal, op dat moment als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het Stockholm Resilience Centre, onderdeel van de Stockholm Universiteit. Daar werkte hij mee in het onderzoeksproject ‘Earth Resilience in the Anthropocene’. Arie Staal promoveerde in juni 2018 in Wageningen met zijn proefschrift ‘Resilience of tropical forest and savanna: bridging theory and observation’.

Arie Staal noemde het in zijn antwoord een terugkerend probleem voor satellieten. Staal: “De ontbossing zal uiteindelijk niet worden gemist, maar wel pas opgemerkt als de wolken wegtrekken. We kunnen dan wel aannemen dat die ontbossing in de tussentijd plaats heeft gevonden, in plaats van allemaal in het drogere seizoen. Maar hoe kunnen we dat weten? Ik werkte het afgelopen jaar onder andere aan de terugkoppeling tussen ontbossing en droogte. Ik vond dat, door alle ruis heen, het bosverlies op jaarbasis groter is als het droge seizoen intenser is. Met mijn eerdere berekeningen (Staal doelt hier op zijn proefschrift uit 2018 – CCE) kon ik het effect van die ontbossing op de intensiteit van het droge seizoen schatten.”

BOSVERLIES
Enkele maanden later ontmoeten we elkaar in Amsterdam. Onderwerp van gesprek is een artikel waaraan Arie Staal, naast ondermeer de Braziliaanse onderzoeker Bernardo Flores, heeft meegewerkt: ‘Feedback between drought and deforestation in the Amazon’.

Het artikel gaat in op ontbossing en droogte in de Amazone als algemeen beschouwde, belangrijke bedreigingen van het milieu van het regenwoud, en de mogelijke destabilisatie daardoor van het bosklimaatsysteem. Ontbossing in het gebied vermindert de regionale regenval, terwijl de ontbossing zelf naar verluidt wordt vergemakkelijkt door droogte. De onderzoekers beoordeelden de interacties tussen droogte en ontbossing over de Amazone zoals gemeten sinds het begin van de eenentwintigste eeuw. Daarbij werden waargenomen schommelingen in de ontbossingspercentages gerelateerd aan de intensiteit van het droge seizoen en werd het effect bepaald dat de overgang van bos naar akkerland had op de verdamping (populair: het ‘zweten’ van de bomen). Verder werd er gewerkt met simulaties van de daarop volgende benedenwindse afname in regenval als gevolg van de verminderde atmosferische watertoevoer.

De onderzoeksresultaten, zoals door de onderzoekers in het artikel verwoord, laten zien dat er “grote variabiliteit is in de reactie van ontbossing op de intensiteit van het droge seizoen, met een significante maar kleine gemiddelde toename van de ontbossingspercentages met een intenser droog seizoen: met elke mm watertekort neemt de ontbossing met 0,13 procent per jaar toe. Ontbossing heeft op zijn beurt naar schatting minstens 4 procent van de recent waargenomen droogte veroorzaakt, waarbij het zuidwestelijke deel van de Amazone het sterkst is getroffen. Door beide effecten te combineren, kwantificeren we een versterkende feedback over droogte-ontbossing die momenteel klein is, maar die geleidelijk sterker wordt met cumulatieve ontbossing.”

“Meer ontbossing, meer bosverlies, is grotere droogte is meer bosverlies”

De ontbossing die de laatste twee decennia in het gebied heeft plaatsgevonden, heeft dus volgens dit onderzoek geleid tot een lichte vergroting van de intensiteit van de droogte in de zuidwestelijke Amazone. Staal noemt in zijn gesprek met mij in dit verband met name Peru en Bolivia. Hij geeft aan dat er op basis van satelliet data geconcludeerd kan worden dat er meer bosverlies is in drogere jaren, en dat de combinatie van die twee per definitie een positieve terugkoppeling inhoudt. Staal: “Meer ontbossing, meer bosverlies, is grotere droogte is meer bosverlies.” Hij voegt er aan toe dat het nog maar de vraag of dit een positieve terugkoppeling is waarvan je kunt verwachten dat die echt meedoet in een sneeuwbaleffect van bosverlies in de Amazone, want, zegt hij: “Op basis van een analyse over de afgelopen twintig jaar zou dat effect zelfs bijna nihil zijn, in ieder geval heel klein.”
Maar klimaatverandering als aanjager van ontbossing, dat blijft gewoon staan?
Staal: “Ja, als facilitator. En dat is vooral relevant als er gebieden van de Amazone die nu het jaar rond nat zijn, door klimaatverandering toch een paar maanden per jaar een relatieve droogte kennen, waardoor het aantrekkelijker wordt om die te ontbossen.”
Of spontane ontbranding hierbij nog een rol speelt, zoals bijvoorbeeld de Braziliaanse wetenschapper Antonio Nobre mij eerder vertelde? Volgens Arie Staal is die mogelijkheid er zeker, maar ontstaan de meeste branden toch wel door menselijk toedoen. Staal: “Maar we zien wel dat in sommige van die extreem droge jaren, zoals in 2015 en 2016, aan El Niño gerelateerde gebeurtenissen branden in intacte bossen kunnen doen laten ontstaan. Als door klimaatverandering dat soort droogtes regelmatig gaan voorkomen in gebieden die nu nog niet worden gekenmerkt door omstandigheden die ontvlambaar zijn, dan zou dat kunnen. Maar dat is een kwalitatieve voorspelling, geen kwantitatieve.”
Hoe ziet Arie Staal een worst case scenario? Hebben hij en zijn collega-onderzoekers daar ideeën over?
Staal: “Wel ideeën. Een worst case scenario, dat is eigenlijk als er in de Amazone echt op grote schaal een zelfversterkend bosverlies gaat optreden. Ik vrees daar onder de huidige omstandigheden niet zo voor, maar wel als klimaatverandering niet binnen de perken blijft, niet binnen de anderhalf tot twee graden. Als het naar een paar graden meer gaat, dan zeggen de klimaatmodellen dat het echt flink droger wordt in grote delen van de Amazone. Ik denk dat er dan een punt ontstaat dat die ‘dieback’ echt kan gaan plaatsvinden. Als dat op een louter natuurlijke manier gebeurt, zonder menselijke invloed, valt het misschien nog mee, maar in combinatie met slecht beheer, dus met veel branden, de ontbossing die doorgaat, dan wordt het een ‘perfect storm’.”

DIEBACK
“Als er binnen vier tot acht jaar niets verandert, is de vernietiging van het Amazone-woud onomkeerbaar.” Deze uitspraak deed de Braziliaanse wetenschapper Paulo Artaxo, hoogleraar atmosferische fysica aan de Universiteit van São Paulo, in juli 2019 in een interview met BBC News Brasil. In de loop van de twintigste eeuw (meer specifiek vanaf de jaren zestig – CCE) is ongeveer 20 procent van het Amazone regenwoud vernietigd, zegt Artaxo in het genoemde interview. En daarmee zijn we volgens hem halverwege een punt vanwaar geen omkeer meer mogelijk is. Artaxo: “Schattingen van Carlos Nobre (Braziliaanse Earth System wetenschapper – CCE) en Thomas Lovejoy (‘Godfather of Biodiversity’ Thomas E. Lovejoy is onder andere professor bij de afdeling Milieuwetenschappen en Beleid van de George Mason University – CCE) en anderen laten zien dat als 40 procent van het bos weg is, de rest in principe de werking van een regenwoud-ecosysteem niet meer kan ondersteunen.”
Er ontstaat dan een vicieuze feedbackloop, die wetenschappers ‘dieback’ noemen, het bos droogt uit en vliegt uit zichzelf in brand, tot het is verdwenen. De enorme hoeveelheden koolstofdioxide die dan vrijkomen, zullen een grootschalige impact hebben op het regionale en mondiale klimaat. De klimaatverandering zal er erger door worden en versnellen.

Er ontstaat dan een vicieuze feedbackloop, het bos droogt uit en vliegt uit zichzelf in brand, tot het is verdwenen

Net als Hans Ter Steege, groepsleider Biodiversity dynamics bij het nationaal onderzoeksinstituut Naturalis in Leiden en hoogleraar Tropical Forest Diversity and Tree Traits aan de Vrije Universiteit Amsterdam, die ik eerder over dit onderwerp sprak, heeft Arie Staal zijn twijfels over de door Paulo Artaxo genoemde ‘point of no return’ in acht jaar.
Staal: “Nee, in acht jaar gaan we niet naar die 40 procent. Carlos Nobre zegt dat ook, van die 40 procent. Maar het kan 20 procent zijn en met klimaatverandering… Ik ben het heel erg eens met de opvatting dat de klimaatverandering die drempelwaarde flink naar beneden zal gaan brengen. Alleen de stelligheid waarmee die getallen worden genoemd: ik zou zeggen dat dat een stuk onzekerder is dan ze doen voorkomen. Het is oneindig complex. Je kunt het wel vereenvoudigen tot klimaatverandering en hoeveelheid ontbossing, maar ook dat is al behoorlijk ingewikkeld. Feit is, denk ik, dat er een synergie tussen die twee is. Dus hoe meer klimaatverandering er zal zijn, hoe voorzichtiger we met de Amazone moeten omgaan en vice versa. En als het gaat om die 40 procent: dat moeten we niet gaan testen door het zo ver te laten komen, want dat zal grote gevolgen hebben. Of het dan precies dáár tot een tipping point, een kantelpunt, komt, weet ik niet. Ik schat wel in dat, gegeven hoe de klimaatverandering zich nu ontwikkelt, dat we met de huidige historische ontbossing nu al in een gevaarlijke zone komen.”

CLUSTERS
Of er een situatie kan ontstaan waarin er geen algemeen kantelpunt is, maar lokale kantelpunten, die elkaar kunnen versterken? Arie Staal denkt van wel: “Er spelen verschillende zaken. Op lokale schaal kan het gebeuren – waar we het eerder over hebben gehad (Lees: ‘Spelen met water en vuur in de Amazone: “This Is Spiral Death”’ – CCE) – dat door branden bos naar een onbebost grasland, een savanne-achtig systeem gaat. Als die gebeurtenissen plaatsvinden, heeft dat effect op de regenval regionaal, wat weer de kans vergroot op een kantelpunt op lokale schaal. De manier om daar naar te kijken is als naar een netwerk. Een gebied van 25 bij 25 kilometer bijvoorbeeld is een element in een netwerk dat mogelijkerwijs kan kantelen van bos naar niet-bos. Als dat gebeurt heeft het effect op de regenval, en op de andere onderdelen van een netwerk. Op die manier zijn plaatsen die op lokale schaal een kantelpunt kunnen ervaren, met elkaar verbonden. Op die manier bekijken en analyseren we momenteel in samenwerking met het PIK Potsdam Instituut (Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung – CCE) de Amazone als een netwerk van kantelpunten die door die bos-regen terugkoppeling met elkaar verbonden zijn. Wat we daarbij testen is: Stel we halen een element weg uit een netwerk, kan er dan een soort cluster van een cascading (domino-effect – CCE) kantelpunt plaatsvinden? Met als gevolg een ineenstorting van het netwerk. De voorlopige resultaten tonen aan dat er twee clusters in de Amazone zijn, in noordnoordwest en in de midden- en zuidelijke Amazone, die een soort grote cluster van kantelpunten kunnen gaan vormen, maar die op dit moment nog niet echt met elkaar verbonden zijn. Ik vermoed dat ze door klimaatverandering een soort grotere cluster worden, waardoor de mogelijkheid ontstaat dat er dan inderdaad een groter kantelpunt in de Amazone plaatsvindt.”

Die clusters, wil ik weten, kunnen die ook andersom werken? Kan een cluster misschien ook de boel juist bij elkaar houden? Staal: ‘Ja. Dat zijn dus twee kanten van dezelfde medaille, want een positieve terugkoppeling in een systeem, zoals tussen bos en regenval, hoe sterker die is, hoe meer die het systeem bij elkaar houdt. Maar dat betekent dus wel dat, als dat weg valt, het effect groter is. Dus… als er een hele sterke bos-regen terugkoppeling in de Amazone is – en die is er, omdat de Amazone groot is – kan er wat meer Amazonewoud zijn, omdat er meer regenval is en daarmee meer bos. Maar valt dat weg, dan valt er ook heel veel stabiliteit weg. Hetzelfde met die clusters. Het feit dat die clusters er zijn, betekent dat het bos daar in die regio stabieler is, maar eveneens dat er een grotere potentie tot destabilisatie is.”

SPELEN MET VUUR
De gouverneur van de Braziliaanse federale staat Amazonas gaf nog niet zo lang geleden aan een onderzoek te willen naar de mogelijke economisch exploitatie van bepaalde regio’s in de Amazone. Die begeeft zich dus op glad ijs, antwoordt Arie Staal. Want die regionale effecten zullen er altijd zijn, overal. Maar die verschillen natuurlijk wel, omdat vanuit het eenvoudige oogpunt van het aanvoeren van regenval niet alle bossen gelijk zijn. Staal: “Puur vanuit deze invalshoek kun je een vergelijking maken tussen diverse gebieden en dat hebben we ook gedaan, in 2018. De laatste jaren hebben we gekeken welke locaties nou extra belangrijk zijn voor het bijeenhouden van andere stukken bos in de Amazone en het antwoord was dat dat vooral het zuiden is.”
Maar toch, is het mogelijk om als overheid vanuit een gedegen wetenschappelijk onderzoek gebieden te kunnen aanwijzen die geschikt zouden zijn voor economische activiteiten? Of is dat toch spelen met vuur?
Staal: “Dat is zeker spelen met vuur. Omdat er zoveel andere aspecten belangrijk zijn. Dit gaat puur om het aspect van de regenval, regionaal. Maar dan is er nog de biodiversiteit, de waarde voor de lokale bewoners en de koolstofopslag van het bos voor het wereldwijde klimaat. Die kun je niet wegstrepen in zo’n overweging.”

Of bosherstel lang duurt? Het duurt lang vanuit het oogpunt van biodiversiteit, zegt hij. Het duurt lang als het gaat om de koolstofopslag. Het duurt lang voordat het op het niveau is van een volgroeid bos. Maar bomen groeien wel hard in de Amazone. En dat is, vanuit de regen, de waterkringloop bekeken, een pluspunt. Staal: “Ik denk dat het wat dat betreft na een paar decennia wel weer op niveau is. En het is wel zo dat secundair bos heel hard groeit en fotosynthetiseert. En dat betekent dat er meer water in de atmosfeer wordt gepompt. Ik heb daar geen cijfers over paraat, maar of herbebossing succesvol genoemd kan worden, is dus afhankelijk van het criterium waaraan het wordt getoetst.”
En voor een groot deel van de criteria ontbreekt het aan tijd, door klimaatverandering?
Staal: “Dat klopt. De grootste klap moet gemaakt worden op het economische vlak, overstappen naar duurzame energie en efficiënter worden. In 2050 moeten we netto negatieve emissies hebben. Wat betekent dat je daarvoor dan nu wereldwijd op grote schaal voor bosherstel moet zorgen.”

Foto’s: Voor toerisme ontbost en later verlaten gebied in de beschermde Anavilhanas archipel in het stroomgebied van de Rio Negro

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Ex-muziekjournalist. Ruilde in de jaren 90 redactiestoel muziekblad OOR in voor een hangmat in de Amazone.