De Nederlandse identiteit lijkt hét thema te worden voor de komende verkiezingen. Gaat identiteit over grote thema’s of uiteindelijk over de vraag of we wel of geen Koran in huis mogen hebben?

STEUN RO

Jan Peter Balkenende werd destijds nog beschimpt en uitgelachen om zijn normen- en waardendebat, maar nu lijkt hét thema van de verkiezingen de identiteit van Nederland en de Nederlander te worden. Waar gaat het dan over? Gaat identiteit over de vraag of godsdienstvrijheid in Nederland nog wel houdbaar is, of over de vraag of je wel een Koran in huis mag hebben?

Dat laatste probeerde Sybrand Buma tijdens de algemene beschouwingen in zijn aanval op Geert Wilders, die het liefst een nationale razzia houdt op het bestrijden van de Islam. Buma maakt Wilders’ retoriek tijdens de algemene beschouwingen heel klein door te vragen hoe hij het dan ziet. Of hij dan langs de deuren wil gaan om alle Korans op te halen en te verbranden, en of hij onder politiebegeleiding, om de woedende menigte op afstand te houden, alle moskeeën zou laten afbreken.

Groepsgevoel

Nationale identiteit dus. Dat is het gevoel tot een groep te behoren, in dit geval de groep Nederlanders, die zich identificeren met natiestaat Nederland. Wat ons Nederlanders bindt is vervat in bijvoorbeeld onze nationale geschiedenis, literatuur, onderwijs en media. Daar horen ook uitgevonden tradities bij, zoals het jaarlijkse ritje met de gouden koets (nu dan de glazen koets). Toen deze namelijk in gebruik werd genomen, bestond de auto al, maar die werd destijds te modern geacht.

Natuurlijk kun je alle moskeeën afbreken, maar een dergelijke kruistocht is gedoemd te mislukken.

De vraag bij nationale identiteit is in hoeverre deze maakbaar is. Natuurlijk kun je alle moskeeën afbreken, omdat je vindt dat de gebedshuizen niet bij onze identiteit passen, maar een dergelijke kruistocht is gedoemd te mislukken. Identiteit is het best te vergelijken met een ecosysteem dat continu verandert. Je kunt deze observeren en er wat van vinden en je kunt soms een kleine verandering teweeg brengen. Het ecosysteem bepaalt echter zelf welke kant het uiteindelijk opgaat.

Ecosysteem

Een mooi voorbeeld in deze is toch de Zwarte Pietendiscussie. Ons ecosysteem heeft allang bepaald in welke richting onze zwarte vriend zich ontwikkelt. We maken deze verandering grijpbaar door erover de praten en er een mening over te hebben, maar stoppen kunnen we haar niet. Onze veranderde identiteit over pakweg honderd jaar wordt gevormd door de nationale geschiedenis over de verandering van het sinterklaasfeest die nu plaatsvindt.

Maakt het ecosysteem dat identiteit heet elke discussie erover waardeloos? Nee. Elk ecosysteem krijgt nieuwe soorten en andere sterven uit. Onze identiteit krijgt nieuwe elementen en andere verdwijnen. Dat beangstigt, verheugt, maar leidt ook tot onbegrip. Dat onbegrip kan worden weggenomen door ons ecosysteem te observeren en discussies erover klein en daarmee grijpbaar te maken. Wil je identiteit tot hét thema van deze verkiezingen te maken, dan is de opdracht aan alle politici om maakbaarheid uit te sluiten en het debat te voeren over de geobserveerde veranderingen, wat dat met ons doet en hoe we daarmee omgaan.