Ze staan voor het grote kwaad in de zorg: managers. Zakkenvullers die van achter hun bureau de ene na de andere bezuiniging doorvoeren. Maar dat beeld is achterhaald, zeker voor de middenmanagers. Degenen die nog over zijn, zijn hard nodig.

STEUN RO

Jan Slagter, directeur van Omroep MAX, bouwt het eerste verpleeghuis zonder managers. Terwijl de vloeren nog gelegd worden, heeft hij de eerste vijfhonderd sollicitaties al binnen, zo blijkt uit een interview in NRC Handelsblad vorige week. Allemaal mensen die in zijn verpleeghuis willen werken. Want een verpleeghuis zonder managers en zonder overhead, dat wil iedereen.
Kijk naar Buurtzorg, zo klinkt het. Ook een organisatie zonder managers. En iedereen wil Buurtzorg. Het is een groot succes. De Correspondent verklaarde oprichter Jos de Blok bijna heilig. In een lange lofzang onder de titel ‘Waarom de baas van Buurtzorg de baas van Nederland zou moeten zijn’ werd De Blok ‘een van de belangrijkste denkers van deze tijd’ genoemd. Op de vraag ‘Waar ontstaat de stip aan de horizon, waar u en uw teams enthousiast van worden?’, antwoordde hij: ‘Die stip is er niet. Ik heb daar niks mee, met zo’n stip.’ Een anarchist boven aan de ladder, zwijmelde Rutger Bregman van De Correspondent. Een visionair die de wereld eenvoudiger maakt.

Zakken vullen
Het is het nieuwe utopia: weg met de bureaucratie, weg met de regels en vooral: weg met de zorgmanager. Want die doet niets anders dan van achter zijn bureau, liefst met de deur dicht om zwoegend zorgpersoneel en de in urine gemarineerde enkels van de bewoners niet in het zicht te krijgen, op een rekenmachine te tikken. Om te kijken hoe hij nóg verder kan bezuinigen op de zorg. Ondertussen vult hij de zakken van zijn maatpak met geld. Weg ermee. Weg ermee.

Door het slechte imago en de daaropvolgende bezuinigingen op het middenmanagement, is Hanny Veenhuis (49) als enige manager over bij zorg- organisatie Sensire. Voor 2009 had Hanny (struis type, kort roodbruin haar, bril) nog honderd collega’s. Al die managers – te veel, zegt haar werkgever ook zelf – bepaalden ook nog eens hoe het werk uitgevoerd moest worden. Nu stuurt ze in haar eentje tweeduizend zorgverleners aan, verdeeld over 140 teams. Die stellen zelf hun roosters op en regelen lopende zaken. Is Hanny een van die managers, waar we volgens critici makkelijk zonder kunnen?
Met een van die 140 teams zit Hanny woensdag 26 april in een vergaderkamer op het hoofdkantoor in Varsseveld, Gelderland. Tegenover haar zitten vier wijkverpleegkundigen, die zelfstandig thuiszorgteams leiden in de regio. ‘Weten mensen eigenlijk hoe groot de nood in de wijkverpleging is?’, vraagt een van hen hardop.
Op de agenda staat het personeelstekort. Er is grote vraag naar verpleegkundigen en verzorgenden. Het lukt Sensire, net als andere zorgorganisaties, nauwelijks voldoende mensen te krijgen. Soms wordt iemand van een uitzendorganisatie aangenomen. Maar de kwaliteit van uitzendkrachten laat te wensen over. Het kan zo niet verder, zeggen de verpleegkundigen. Hanny is resoluut: ‘Je kunt geen disfunctionerende collega’s aanhouden als je niet garant kunt staan voor de kwaliteit van zorg. Als jullie daarover twijfelen, gaan bij mij alle alarmbellen af. We moeten de klanten dus over de teams verdelen.’

Het is moeilijk, zeggen de verpleegkundigen, want ze willen graag iedereen helpen. ‘Iemand die in een ziekenhuis alleen sterft omdat alle zorgorganisaties en hospices vol zitten, ik kan daar met mijn zorghart niet bij’, zegt wijkverpleegkundige Marijke. ‘We willen liever geen klanten weigeren. We werken ons liever over de kop dan dat we nee zeggen tegen een klant. Dit is niet waar we voor staan in dit vak. Dat wringt met je gevoel.’ Hanny begrijpt het gevoel van de verpleegkundige. Ze steunt haar werknemer: ‘Het is een soort rouw. Je kunt niet doen wat je wilt. Het is een heel diepliggende emotie.’
De wijkverpleegkundigen zeggen dat hun teams blijven hopen op extra personeel. ‘Die ballon moeten we maar doorprikken’, zegt Hanny. ‘Dat gaat niet gebeuren. Hooguit komen er druppelgewijs mensen bij. We doen alles, maar ze zijn er niet.’
De verpleegkundigen knikken. Ze blijven opgewekt. Kaarsrecht zitten ze in hun stoel. De sfeer is ondanks het ernstige onderwerp allerminst bedrukt. Ze maken even grappen over extra zorggeld dat staatssecretaris Van Rijn heeft beloofd. Wat moeten ze met geld als ze geen mensen kunnen krijgen? Hanny vindt wel dat ze iets moet doen met het gevoel dat leeft bij het zorgpersoneel. Met dat zware zorghart, zoals ze het zelf uitdrukken. Een intervisie organiseren, een georganiseerd gesprek waarin collega’s elkaar helpen met problemen in hun werk.’ Belangrijk, vindt Hanny. Want, zo legt ze uit, bij Sensire zijn er twee soorten klanten: de mensen die thuiszorg krijgen en de eigen medewerkers.

Aliëtte Jonkers is medisch journalist. Ze schrijft interviews, achtergrondartikelen en columns. De gezondheidszorg is haar specialiteit, maar ze houdt ook érg van human interest. En van katten, natuurlijk.