Ties Groenewold, directeur van het Oorlogsmuseum Middelstum, gebruikte de corona-lockdown om zijn museum grondig te verbouwen en uit te breiden. Hoewel Groenewold nog steeds niet alles uit zijn indrukwekkende collectie in het museum kan tonen, is wat er te zien is zeer beslist de moeite van het bezoeken waard.

STEUN RO

Musea met de Tweede Wereldoorlog als centraal thema of als een van de hoofdonderwerpen heb je in soorten en maten – van reusachtige instellingen als het Imperial War Museum in Londen en het Centrale Museum van de Gewapende Strijdkrachten (voorheen: het Rode Leger Museum) in Moskou, het Nationaal Militair Museum in Soesterberg, waar ook vliegtuigen en tanks en dergelijke tentoongesteld staan, tot de kleine privémusea, waar doorgaans de Tweede Wereldoorlog op lokaal of regionaal niveau wordt belicht.

Een van die kleinere musea is het particuliere Oorlogsmuseum Middelstum in de provincie Groningen. In een L-vormige ruimte is de collectie op een zeer zorgvuldige en met tijd- en omgeving samenvallende wijze ondergebracht. Dat houdt in dat vrijwel al het geëxposeerde materiaal – brieven, foto’s, documenten, gebruiksvoorwerpen – uit de provincie Groningen of van de Waddeneilanden stamt of in dit gebied gebruikt werd.

Omdat sommige Duitse eenheden, zoals de luchtafweer- en zoeklichtbatterijen, vrijwel gedurende de hele oorlog stationair in Groningen gelegerd waren, is er zowel van deze eenheden als van de individuele manschappen veel bewaard gebleven: van Delfsblauwe borden die ze als souvenirs voor het thuisfront in het Friese Makkum lieten maken, tot fotoalbums vol vakantiekijkjes en alles wat daar tussen zit.

Heel speciaal is het onderstel van een Duits zoeklicht, dat na de oorlog in de provincie was achtergebleven en nadien gebruikt werd als werkbank op een boerderij. Groenewold heeft het geëtaleerd met een foto uit de oorlogstijd, waarop precies hetzelfde onderstel, mét zoeklicht te zien is. En iets verderop staat een spiegel van zo’n zoeklicht – vanwege de kwetsbaarheid een zeer zeldzaam voorwerp.

Groenewold, die zich vanaf 2009 verdiept heeft in de Duitse bunkers die met name rond Delfzijl gebouwd zijn, is erin geslaagd een goed beeld te geven van het dagelijks leven binnen die eenheden. Een van de dingen die daarbij opvalt is dat, juist omdat de soldaten zo lang op één plek gelegerd waren, er liefdesrelaties ontstonden tussen hen en Groninger vrouwen – en Groenewold heeft materiaal gevonden dat ook dit aspect van de oorog laat zien.

In de laatste weken van de oorlog er in de provincie Groningen zwaar gevochten: medio april 1945 in Groningen-stad, daarna rond Delfzijl. In beide gevallen streden daar de Canadezen tegen Duitsers en collaborateurs. Maar ook in Oost-Groningen, dat door de Eerste Poolse Pantserdivisie en Belgische commando’s bevrijd is, zijn velen, zowel militairen als burgers, omgekomen.

Over de strijd in Groningen-stad kan men overigens het best terecht in het Victory Museum in Grootegast, in het westen van de provincie Groningen. Maar dit terzijde.


In Groningen omgekomen of begraven Duitse militairen

Niet daadwerkelijk te zien in het museum, maar wel op de museumsite, is wat ik beschouw als een van de topstukken van de “collectie”: de “Lijst van alle in de provincie Groningen omgekomen of begraven Duitse militairen.”

Aan de hand van uitgebreid onderzoek, onder meer in de door Fred Munckhof samengestelde inventaris op Find a Grave  van de “Deutsche Soldatenfriedhof Ysselsteyn”, in archieven en allerhande publicaties, kon Groenewold een zo compleet mogelijk overzicht maken van deze sterfgevallen.

Nu had het Duitse Legeropperbevel, het Oberkommando des Heeres (OKH), al op 13 september 1939 de repatriëring van stoffelijke overschotten van buiten de Heimat omgekomen militairen verboden had, tot ná de oorlog.* Maar Groenewold ontdekte dat een aanzienlijk aantal van de Duitsers die bij Delfzijl zijn omgekomen nooit in Nederland begraven zijn, maar aan gene zijde van de Eemsmonding, in Duitsland. Dit omdat de stelling van Delfzijl onder Emden ressorteerde. Ook traceerde Groenewold Duitsers die in Nederland zwaargewond raakten en in Duitse ziekenhuizen overleden. Overlijdens die tot dusverre buiten het blikveld van Nederlandse historici vielen.

Wie Groenewolds lijst bestudeert ziet ook dat tamelijk veel Duitse militairen niet door gevechtshandelingen om het leven zijn gekomen, maar bij (verkeers)ongelukken, ruzies, zelfmoorden, doodvonnissen, ziektes en ander malheur het leven lieten.

Mei 1940

Frappant is ook dat in de meidagen van 1940 drie Duitse militairen in Groningen omgekomen zijn. Op 10 mei 1940 Gefreiter (korporaal) Franz Kessler bij een ongeval in Ganzedijk, Gefreiter Helmut Buntin, in Winschoten neergeschoten door een Nederlands militair in  Winschoten en op 13 mei één, de 22-jarige Matrose Hinrich Meyer, ten gevolge van een verkeersongeluk bij Heiligerlee. Groenewold corrigeert hiermee luitenant-kolonoled b.d. E.H. Brongers. Deze vermeldt hem op zijn ‘Duitse gevallenen Meidagen 1940‘-lijst (versie 2016) als “Heinrich Meyer, “verdronken, waarschijnlijk in IJsselmeer”.

Maar hoe verhouden deze drie door Groenewold getraceerde in de meidagen van 1940 in de provincie Groningen omgekomen Duitsers met oudere verhalen?

Zo beweerde Sipke de Wind in het boek Nieuwe kijk op Duitse inval in Groningen 10 mei 1940 (2016) dat een aanval bij Winschoten was afgeslagen en dat daarbij 23 Duitsers waren gesneuveld.

En, Flip Moerker bij de Dodenherdenking in Nieuwolda, 2019: “Bij de moedige verdediging van het dorp [Nieuwolda, 10 mei 1940] sneuvelden tien Duitse soldaten en kwam soldaat Harmannus Klaas Westerhoff, drieëndertig jaar oud en landarbeider uit mijn huidige woonplaats Gasteren, om het leven.”

Groenewold: “Die verhalen zijn gebaseerd op Nederlandse gevechtsverslagen, waarin Nederlandse militairen steevast heldendaden verrichten en de Duitse verliezen overdreven worden.”

Precies datzelfde is het geval met de verhalen over de Duitse verliezen bij de Afsluitdijk. Wie heeft niet gehoord van de honderden Duitsers die bij de bestorming van het kazemattenstelling Kornwerderzand zouden zijn omgekomen? Uit Brongers’ lijst en enig aanvullend onderzoek blijkt dat zo’n grootschalige bestorming nooit heeft plaatsgevonden – er was op 13 mei 1940 sprake van “verkennende aanvallen”, waarbij vijf Duitsers gedood zijn, en tenminste één zwaargewond werd, die een dag later in een ziekenhuis te Leeuwarden overleed. Mogelijk zijn nog drie andere zwaargewonden die later in mei en juni 1940 in Leeuwarden overleden gewond geraakt op de Afsluitdijk – maar zelfs áls dat zo is en áls ook de negen Duitsers worden meegeteld die in de buurt van de Afsluitdijk omkwamen, dan nóg blijkt wat werkelijk gebeurd is, weinig raakvlakken te hebben met wat generaties aan Nederlandse schoolkinderen op de mouw is gespeld.

Hoe het ook zij, terug naar het Oorlogsmuseum Middelstum. Dé kracht ervan ligt in de regiogebonden collectie: de provincie Groningen (en dan met name het kustgebied) en de Friese en Groninger Waddeneilanden. Én natuurlijk de geweldige knowhow van Ties Groenewold. Het is een zeer leerzame ervaring om met hem door het museum te lopen. Bij vrijwel elk voorwerp weet hij de bijbehorende verhalen te vertellen of, even belangrijk, de prangende vragen erbij te stellen. Want veel is onbekend en zal dat vermoedelijk altijd blijven.

Het is overigens niet alleen het Duitse verhaal dat in het museum verteld wordt. Er is ook materiaal dat de Shoah herdenkt – onder meer een uit Westerbork verstuurde brief, geschreven een week voor de schrijver gedeporteerd en vermoord werd. De oorspronkelijke Stolperstein voor de uit Middelstum gedeporteerde Jetje van Haren-Jacobsen, waarop haar voornaam met twee t’s gespeld was, en die dus vervangen is; restanten van rond Middelstum neergestorte geallieerde bommenwerpers, persoonsbewijzen et cetera.

Duits soldaat in het verzet

Vermeldenswaard (eigenlijk is elk stuk vermeldenswaard, maar dit terzijde) is ook de collectie Hans Anton Sauerborn. Deze geboren Duitser was op 19-jarige leeftijd in 1930 naar Nederland geëmigreerd. Hij trouwde de Groningse Siebrigje Streur. In Groningen-stad begint hij een kleermakerij, gevestigd in de Oude Kijk in ’t Jatstraat 16b. Groenewold: “Al vanaf het moment dat Hans in Nederland woont probeert hij (…) Nederlander te worden. Keer op keer krijgt hij nul op het rekest en ook zijn aanmelding voor het Nederlandse leger in 1938 – toen hij 27 jaar was – wordt geweigerd. Te oud, wordt hem verteld.”

In januari 1942 – nog steeds Duits staatsburger – wordt hij voor militaire dienst opgeroepen en belandt aan het Oostfront. Door bevriezing raakt hij gewond. Hij slaagt erin zich daarna over te laten plaatsen naar Nederland. Hij wil onderduiken, maar verzetsmensen vragen hem in Duitse dienst te blijven, zodat hij hen informatie kan verstrekken. Groenewold: “Hij dient eerst op Fliegerhorst Eelde en later bij verscheidene luisterposten van de Luftwaffe in Friesland. Hier komen bijvoorbeeld ook de telefoonverbindingen vanaf het Scholtenhuis (S.D. Hoofdkwartier te Groningen) langs. Zo kan hij het verzet voorzien van uiterst geheime informatie. Zijn rol in het verzet zal naarmate de oorlog vordert steeds belangrijker worden.”

In 1949 krijgt hij uiteindelijk de Nederlande nationaliteit. Hans Sauerborn overlijdt in 1983. In 2019 schenkt diens zoon Hans Marius de oorlogscollectie van zijn vader aan het Oorlogsmuseum Middelstum, waar deze nu op een prominente plaats staat uitgestald.

Meer over de collectie en de verhalen is te vinden op de museumsite, onder “collectie“. Hoewel het museum niet heel groot is is, kan je er op zich uren in verblijven en steeds weer nieuwe dingen in ontdekken. Het is daarom niet vreemd dat veel bezoekers meer dan eens terugkeren. Kortom: een aanrader.

Openingsdata en tijden

Normaliter is het museum op tien dagen in april-oktober geopend van 10:30 tot 17:00 uur. De precieze openingsdata worden op de museumsite, www.oorlogsmuseummiddelstum.com, bekend gemaakt. Daarnaast is het museum op afspraak te bezoeken, ‘s avonds of ‘s weekends. De toegang is gratis.

Adres: Oude Schoolsterweg 24, 9991 CR Middelstum
E-mail: Info@oorlogsmuseummiddelstum.com


En verder in Middelstum

Wie dan toch de barre tocht naar Middelstum gemaakt heeft – voor Zeeuws-Vlamingen en Zuid-Limburgers toch al snel zo’n vier uur in de auto – doet er goed aan om na het Oorlogsmuseum een flinke dorpswandeling te maken. Bezienswaardigheden alom. Ik noem het landgoed Ewsum, net buiten het dorp, met de restanten van een 15de eeuwse donjon en de imposante, eveneens 15de eeuwse Hippolytuskerk.

En niet te vergeten, iets ten zuidwesten van het dorp, de Aviateur-koekjesfabriek (voorheen Vast Bakeries) bij Fraamklap, waar in de tweede helft van de jaren nul van deze eeuw triljoenen eierkoeken voor zo’n beetje alle winkels van Nederland gebakken werden. Dat nadat de inmiddels vergeten gezondheidsgoeroe Sonja Bakker (what’s in a name?) verkondigde dat het eten van grote hoeveelheden eierkoeken de slankheid deed toenemen. En Nederland geloofde het. Een lange stroom aan vrachtwagens bevoorraadde de fabriek met suiker, bloem, melk, chemicaliën en eivocht om pallets vol eierkoeken af te voeren. Brabantse eierkoeken, Hema-eierkoeken, Albert Heijn-eierkoeken, C1000-eierkoeken; ze kwamen allemaal van twee productielijnen in deze Middelstummer fabriek. Overigens net als de tradionele Enkhuizer Jodekoeken en de Indische cakes die zogenaamd in Drenthe werden gebakken. Maar ook dit terzijde.

* Zie: Hans Sakkers. Duitse militaire Begraafplaats Ysselsteyn. Duits beheer over Nederlands erfgoed, 2018. Blz. 119.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.