Barry Janssen (55) heeft een moeilijke jeugd gehad. Hij was een nakomertje en zorgde op jonge leeftijd al voor zichzelf. Lopen houdt hem op de been. In 1983 liep hij als twintigjarige voor het eerst de Nijmeegse Vierdaagse. Dit jaar wordt zijn negende keer. “Met de honderdste editie was ik uitgeloot.”

STEUN RO


Oude gympen

Als jonge knul maakte hij met zijn ouders al lange tochten, dit was het enige wat de familie verbond. De zondagen waren bestemd voor wandelmarsen. Alle familieleden waren dan ook officieel lid van de wandelvereniging in Groesbeek. Hij vertelt: “Ik ben met mijn ouders al twee keer de wereld rond gelopen. Ik heb door heel Europa gelopen. Frankrijk, Zwitserland, België.”

Door zijn liefdeloze jeugd begon hij drugs te gebruiken. Zo ontkwam hij aan zijn verdriet. Maar zijn drugsgebruik leidde tot verslavingen, hij bouwde schulden op en eindigde op straat. Eerst zwierf hij op straat en maakte hij gebruik van de nachtopvang van de NuNN. Sinds 2004 woont hij op een beschermd wonen-kamertje. Samen met hulpverleners probeert hij zijn leven weer op de rit te krijgen.

Op zijn kamer laat hij trots een medaille zien. “Ik heb ooit op oude gympen vijf uur door de regen gelopen. Het regende al toen ik opstond, mijn kamergenoot op de nachtopvang zei: ‘Barry, je bent gestoord, blijf gewoon in bed.’ Ik dacht het mooi niet he, ik moet al mijn stempels halen.” Koppig als Janssen is, loopt hij tot de Molen in Groesbeek op gympen. “Net voor die bocht kon ik echt niet meer. Een maat is toen droge sokken en goede schoenen komen brengen.”

Door het vele lopen met zijn ouders, weet Janssen precies wat zijn lichaam aankan. Hij hoeft niet eens meer te trainen voor de Vierdaagse, vertelt hij. Volgens Janssen is de enige manier om een Vierdaagse goed te kunnen lopen, je hoofd erbij houden. “Het doel is lopen en die medaille, dat geouwehoer aan de zijkant haalt echt niks uit. Je merkt dat sommige wandelaars er geen tempo inhouden doordat je ze steeds weer inhaalt.” Toch loopt hij wel het liefst met iemand samen, omdat hij dan minder eenzaam is. Maar meestal wil niemand met hem meelopen, omdat hij één strenge eis heeft: de medeloper moet flink doorlopen en op tijd binnen wil zijn.

Net voor die bocht kon ik echt niet meer. – Barry Janssen

Stempel
Veel neemt Janssen niet mee tijdens het lopen: een klein rugzakje met bier en wat contant geld. “Ik kan wel eten mee gaan nemen, maar ik weet elke supermarkt te zitten waar we langskomen. Even daar eten halen is mijn pauze.” Bier is een van zijn verslavingen, dus ook tijdens het lopen moet er bier gedronken worden. “Je wil geen warm bier, dus het is echt belangrijk dat je het bier goed inpakt.” Langs de weg staan er altijd veel mensen met eten en drinken. Daar neemt Janssen niks van aan. “Ik kan heel goed voor mezelf zorgen en kom écht niks tekort.”

Wanneer hij donderdag langs de Oranjesingel komt, staan alle bewoners, dagbewoners en begeleiders van de dag- en nachtopvang van Iriszorg, waar Janssen woont, met spandoeken buiten om ‘hun’ Barry een hart onder de riem te steken.
Zijn persoonlijke begeleider Sakhi Sakhra vertelt dat Janssen in de stoet met mensen nooit zichtbaar is. “Het lijkt er altijd op alsof Barry zich voor ons verschuilt, maar dat is niet erg. Wij blijven hem daar aanmoedigen.”

Janssen is zelf heel nuchter over de festiviteiten om de Vierdaagse heen: “Het eerste wat ik doe als ik binnen ben? Zo’n stempel halen en gauw wegwezen.” De drukte van de laatste jaren zint hem helemaal niet. “’s Nachts een oog dicht doen zit er ook niet meer bij. Ik ben natuurlijk ook al in de vijftig, maar al dat gedoe eromheen hoeft van mij niet. Mij gaat het echt alleen om het lopen”, vertelt Janssen vermoeid. “Oké, ik vier ’s avonds misschien soms ook wel een klein feestje.”

Bruls
Janssen vindt de mensen tijdens de Vierdaagse vriendelijker dan normaal. Door de jaren heen heeft hij veel nieuwe kennissen gemaakt. “Die zie ik weliswaar alleen tijdens het lopen, maar dat is toch ook leuk?” Iedereen die hem een high five geeft, kan er één terug verwachten. De warme, hartelijke sfeer tijdens de Vierdaagse doet Janssen goed. Als iemand hem uitscheldt voor junkie of dakloze, negeert hij dat. “Ik ben er immers om te lopen, niet om belachelijk gemaakt te worden.”

Hoewel hij de honderste editie niet mocht lopen, was hij niet heel teleurgesteld: “Het was toen zo belachelijk druk. De eerste dag vielen al 5.000 man uit. Als je gaat lopen, loop hem dan ook uit.” Omdat Janssen door schulden in budgetbeheer zit, heeft hij een klein inkomen. Via het Vlinderfonds, dat sociale projecten steunt, kreeg hij geld voor de inschrijving zodat hij dit jaar weer kan lopen. Janssen vindt dit fijn: “Ik neem een briefje mee dat ik in de handen van burgemeester Bruls duw, als ik hem zie. . Ik schrijf er dan op: ‘Beste meneer Bruls, bedankt voor het geld, waardoor ik mee kan lopen.”

Wat Janssen doet met zijn medailles die hij verdient? “Die gaan naar kennissen van de straat die terminaal ziek zijn.”

Student Journalistiek | De Coöperatie | Nijmegen | adoptie en jeugd(zorg)problematiek