De Sociaal Economische Raad roept in haar advies “Opgroeien zonder armoede” van 22 maart 2017 op tot een meer structurele en systematische aanpak van de oorzaken van armoede. Zij adviseert hiertoe nadat uit onderzoek is gebleken dat 10% van de kinderen in Nederland onder de armoedegrens leeft. Maar ook dat 60% van hun ouders betaalde arbeid verricht. Ondanks een aantrekkende economie blijft de armoede in Nederland schrijnend. De SER mist visie op het aanpakken van de oorzaken van armoede en blijft steken op symptoombestrijding.

STEUN RO

De meest opzienbarende conclusie van het SER rapport is dat het verrichten van betaald werk niet langer een garantie hoeft te zijn om in het levensonderhoud te kunnen voorzien.

Ouders die betaald werk verrichten, en desondanks niet boven de armoedegrens uitkomen, moeten geholpen worden de weg te vinden naar ondersteunende voorzieningen, aldus de SER. Armoederegisseurs moeten er voor gaan zorgen dat regelgeving minder complex wordt en werkende minima beter in beeld komen.

Het advies van de SER is tot stand gekomen naar aanleiding van een adviesaanvraag van staatssecretaris Klijnsma van 30 juni 2016. Het heeft de SER 9 maanden gekost om met dit bedroevende resultaat te komen. De SER heeft hierbij samengewerkt met het Sociaal Cultureel Planbureau en deskundigen uit wetenschap en praktijk. Men kan zich afvragen hoeveel dit heeft gekost. Van dit geld had waarschijnlijk een groot deel van de beoogde doelgroep een jaar lang zorgenvrij kunnen leven en hadden de kinderen zichzelf eens goed in de kleren kunnen steken en gezond kunnen eten. Hun ouders hadden een jaar lang zonder zorgen hun rekeningen kunnen voldoen. Vrij van zorgen hadden zij zelfs wellicht energie genoeg gehad om wat bijscholing te doen of te solliciteren naar een betere baan.

Wanneer teveel geld aan de reële economie wordt onttrokken door een graaiende en snaaiende bovenklasse, die het vervolgens omzet in bankrekeningen, aandelen en andere luchtkastelen, ontstaat er aan de onderkant een tekort

Het echte nieuws is dat de SER en al die soortgelijke hooggeleerde instanties het spoor volledig bijster zijn. Een economie waarin aan alles een prijskaartje hangt, is gediend bij het beschikbaar zijn van betaalmiddelen. Geld moet rollen en bereikbaar zijn voor alle geledingen. Wanneer teveel geld aan de reële economie wordt onttrokken door een graaiende en snaaiende bovenklasse, die het vervolgens omzet in bankrekeningen, aandelen en andere luchtkastelen, ontstaat er aan de onderkant een tekort. Met alle gevolgen van dien. Het bestuderen van armoede zonder daarbij de oorzaken te benoemen en aanpakken, leidt tot het voortbestaan en pamperen van het armoedeprobleem.

Het getuigt van een falend beleid en een volstrekt gebrek aan visie

Het voorstel armoede te accepteren als levenslot voor 10% van de Nederlandse bevolking, en surrogaten in te stellen om de illusie van gelijke kansen voor iedereen levend te houden, is ronduit stuitend. Het getuigt van een falend beleid en een volstrekt gebrek aan visie. Van een orgaan dat geacht wordt adviserend op te treden bij voorkomende maatschappelijke problemen, mag meer verwacht worden.

Jarenlang is de groeiende productiviteit en meerwaarde van arbeid door de bezittende klasse afgeroomd. Om de winsten nog verder te laten oplopen is arbeid vervolgens overgeheveld naar de zogenaamde ‘lagelonenlanden’. We belanden nu in een fase waarin arbeid steeds meer vervangen gaat worden door computers en andere robots. We denderen in noodvaart af op een situatie waarin voor het merendeel van de bevolking geen werk meer zal zijn.

Het probleem is de wijze waarop de toegenomen welvaart wordt verdeeld

De paradox van deze ontwikkeling is dat bij de toegenomen technologische mogelijkheden de welvaart van de bevolking afneemt. Het gaat dan ook niet om een reële afname van de welvaart. Het probleem is de wijze waarop de toegenomen welvaart wordt verdeeld.

De huidige ideologieën brengen ons niet langer welvaart, maar breken de welvaart in een razend tempo af. Dit uit zich in crises op sociaal, financieel en ecologisch vlak. Er is behoefte aan een nieuwe ideologie die zich opnieuw bezint op waarden als vrijheid, gelijkheid en democratie.

De Nederlandse samenleving is in beroering. In het afgelopen jaar is de betrokkenheid van de burgers bij de politieke koers die we moeten varen op velerlei wijzen tot uiting gekomen. In het mediale landschap zijn vele stromingen, ideeën en oplossingen zichtbaar. Het is de arrogantie en domheid van de huidige bestuurslaag dat hieraan voorbij wordt gegaan en stug wordt vastgehouden aan oude waarden, in een doodlopende straat.