Vorig jaar verloren Jop de Vrieze en Zvezdana Vukojevic hun zoontje Mikki vlak voor de geboorte. Inmiddels zijn ze weer zwanger en schrijven ze over hun ervaringen en levenslessen. Deze week episode 15, over erkenning en licht aan het einde van de tunnel.

STEUN RO

‘Ik zei nog: “Of we zijn gek, of we gaan een award winnen.” Well, here we are.’

Je staat naast me, je dikke buik leunt tegen de kansel. Nadat ik net met trillende stem mijn dankwoord heb uitgesproken, heb jij zojuist met deze opmerking de spanning gebroken. De zaal buldert van het lachen.

Niks voor jou, speechen. Je haat op radio en tv komen en spreken in het openbaar. Je doet het toch maar mooi, in de vijftien extra seconden die ik heb geregeld. Verdomme, wat ben ik trots op jou. Op ons.

Een week geleden zijn we aangekomen in een besneeuwd Boston, Massachussetts. De afgelopen dagen probeerden we samen met mijn ingevlogen broertje de stad wat te verkennen, maar waren we vooral gespannen en moe. Gisteren snauwden elkaar nog af tijdens een borrel. Jij ging vroeg weg. Ik bleef nog even.

Vanavond is de grote avond waar we zo lang naar uitgekeken hebben. In een skybox van Fenway park, het honkbalstadion van de Boston Red Sox, hebben we net in het bijzijn van tweehonderd collega’s en genodigden, onze AAAS Kavli Gold Science Journalism Award uitgereikt gekregen. Een kroon op ons verhaal over hoe het Nederlandse geboortezorgsysteem had gefaald onze zoon Mikki te redden, en niet alleen hem.

De AAAS Kavli Science Journalism Award is de meest prestigieuze internationale wetenschapsjournalistieke onderscheiding. Eerder vandaag roemde juryvoorzitter Robert Lee Hotz van de Wall Street Journal ons verhaal vanwege de unieke mix van een aangrijpend persoonlijk verhaal en ‘meticulous reporting’. Een ander jurylid had het in het juryrapport een ‘gut wrenching story’ genoemd. Een van de medewinnaars noemde ons werk ‘heroic’. Velen feliciteerden ons dubbel, met onze prijs en jouw buik.

En dat terwijl we er tot twee dagen voor vertrek niet eens op rekenden dat jij erbij zou kunnen zijn. Je had een fikse blaasontsteking en toen die net bedwongen was werd je door een geveld door een norovirus. Tel daarbij op de hoofdpijn die je kreeg van de zorgen die je vader, je zusje, vrienden en collega’s hadden uitgesproken. Moest je wel gaan, hoogzwanger? ‘Tuurlijk is het leuk, zo’n Amerikaanse prijs, maar waarom zou je het risico nemen?’ Je reageerde korzelig en je vader besloot zijn betoog met: ‘Mijn koppige kind laat zich toch niet omkletsen.’

Je lichaam werkte gelukkig mee om in elk geval onszelf te kunnen overtuigen. Je herstelde, was weer fris en fit en maakte grapjes. Onze gynaecoloog liep alles na om te zien of er geen vroeggeboorte op handen was, gaf ons tips tegen trombose en namen van Amerikaanse collega’s in Boston waar we eventueel terecht konden. We were fit to fly.

De reis was spannend, maar het is het meer dan waard. ‘Dit is voor ons zoveel meer dan professionele erkenning’, zei ik een minuut geleden tegen de zaal. Dit is wat we konden doen voor onze zoon, en om andere ouders te besparen wat ons is overkomen.

Toen Earl Lane, executive director van de Awards in november vorig jaar jou persoonlijk belde om te vertellen dat we hadden gewonnen, had hij de grootst mogelijke moeite je ervan te overtuigen dat we toch écht hadden gewonnen: ‘We won?? Are you serious??’ Opgewonden bel je mij op: ‘GEWELDIG NIEUWS! WE HEBBEN GEWONNEN!’

-‘Huh, wat?’

‘DE PRIJS! DE TRIPLE A-S AWARD!’

-‘Neeeee…’

’JA! WE MOGEN NAAR DE PRIJSUITREIKING IN BOSTON!’

-‘Bizar…’

Met trillende handen hing ik op en legde mijn kantoorgenoten uit wat voor belangrijke prijs we hadden gewonnen. Later noemden we de prijs voor het gemak de Oscar van de wetenschapsjournalistiek.

Vanavond komt alles samen. Acht maanden waren we zwanger op die zwarte dag, 27 augustus 2015. Acht maanden later begonnen we opnieuw. En nu, acht maanden op weg, is er licht zichtbaar aan het einde van die gitzwarte tunnel.

In mijn vorige leven was ik niet gevoelig voor dit soort cijfertjes, of andere quasi-toevalligheden, maar op dit soort momenten geven ze houvast en betekenis.

Je draagt de prijs op aan Mikki, en het broertje dat hij weldra zal hebben, zeg je. Met mijn plaque onder mijn arm loop ik terug naar mijn stoel en plof neer voor de rest van de ceremonie. Nog nooit was ik zo gespannen voor een speech, nog nooit viel er daarna zoveel van me af.

Weinig toeschouwers hielden het tijdens jouw laatste woorden droog, horen we na na afloop bij de bar. De fotografe had amper haar werk kunnen doen, omdat ze met haar betraande ogen haast niet door haar lens kon kijken. In onze nervositeit hebben we daar niets van meegekregen.

Mijn broertje haalt twee biertjes en voor jou een colaatje. We zuchten, we stralen. Een Amerikaanse naast je zegt: ‘Are you even supposed to drink that?’ Je kijkt haar lachend aan, neemt een slok en pakt mijn hand vast.

De hele serie teruglezen?

1: Gefriemel
2: Zombies
3: Anders onder controle
4: Doorgetrokken streep
5: Kompas
6: Kikker
7: Rugzakje
8: Polsbandje
9: Vaderrol
10: Rekensom
11: Redecho
12: Heks
13: Pianomuziek
14: Grote broer

Lees verder bij de volgende aflevering:

16: Laatste loodjes

Het artikel dat werd bekroond met de Award:

Het kind van de rekening