Oud-Hollandsch coöpereren

Coöperaties lijken als paddenstoelen uit de grond te schieten. Goed, volgens de Verenigde Naties, want die riepen 2012 al uit tot het jaar van de coöperaties. Deze vorm van ondernemen zou van grote betekenis zijn voor de algemene economische ontwikkeling. Dat kunnen we wel gebruiken in tijden van crisis! Daarom deze week aandacht voor coöperaties.

Vorige maand namen een aantal prostituees in Utrecht het heft in eigen hand en startten een vereniging. Nadat exploitant Wegra betrokken bleek bij mensenhandel, besloot de gemeente de peeskamers te sluiten en zaten de vrouwen zonder werk. Vijftien van hen verenigde zich en zorgen met een coöperatie nu voor werkplekken en beveiliging. Daarmee zijn ze de eerste coöperatie van prostituees in Nederland.

Voor het beroep van prostituee is een coöperatie dan wel uniek, maar toch wordt er wat af gecoöpereerd in ons land. Een bekend voorbeeld is natuurlijk de Rabobank, die het in zijn reclames niet nalaat om ons steevast op hun coöperatieve karakter te wijzen. Wellicht niet zo coöperatief meer als ze zelf denken, nu blijkt dat een aantal burgers uit onvrede over het huidige bankensysteem een nieuwe bank willen oprichten.

Met de gedachte ‘Samen staan we sterker’ zijn er in de afgelopen anderhalve eeuw duizenden coöperaties ontstaan. De laatste jaren komen daar steeds meer burgerinitiatieven bij. Willen we graag de controle houden over onze energie, geld en werkzaamheden? Kunnen we ons de crisis uit coöpereren? Daarover hebben we het deze week op het permablog van DNP.   

DE ZIN VAN GEMEENSCHAPSZIN

Tekst: Luzan Werts / 6 sep – 14:45

Het Ik-tijdperk, dat zo’n halve eeuw geleden begon, loopt op zijn laatste benen. Men zegt, dat al die ikkerigheid is ontaard in hufterigheid, zinloos geweld en een cultuur van graaien en snaaien. Zo kan het dus niet langer. Men krijgt weer zin in gemeenschapszin. Als bijverschijnsel van de crisis is dat een geluk bij een ongeluk.

“Vluchten kan niet meer” wordt “schuilen kan nog wel, we schuilen bij elkaar.” Weg met de autoriteiten! We maken ons eigen alternatiefje. Op de puinhopen van de failliete boel zullen de gemeenschappelijke groentetuintjes bloeien. Op het Leidseplein zullen de lichtjes straks weer branden, op door de gezamenlijke horeca opgewekte zonne-energie. Deze tijdgeestdeskundige ziet in de golfbeweging van de geschiedenis een nieuw era opdoemen: het Wij-tijdperk.

Maar zelf ben ik nog een product van het vroege ik-tijdperk. Wij, jongeren, gingen massaal op zoek naar onszelf. Liftend of met de Magic Bus trokken we er op uit, liefst naar landen waar de hasj voor het oprapen lag. Sommigen raakten zichzelf op hun zoektocht volslagen kwijt, als ze in een ashram in Poona belandden, te midden van een horde mediterende, dansende en knuffelende jongelui, allemaal in het oranje, allemaal op zoek naar zichzelf.

Ook ik geloofde dat ik mezelf kwijt was, maar echt avontuurlijk was ik niet. Ik hield niet van oranje en had geen rooie cent. Dus vertrok ik voor drie maanden naar een kibboets. Ik had geen idealistische motieven, geen politiek benul. Ik wilde alleen weten wie ik was en het antwoord was blijkbaar alleen maar te vinden ergens in een ver buitenland.

In de kibboets werd ik niet met open armen ontvangen. De vrijwilligersgemeenschap bestond uit hippies die hele nachten, op zoek naar zichzelf, bij een kampvuur lagen te blowen en te drinken. De kibboetsniks beschouwden hen als langharig werkschuw tuig en waren zacht gezegd niet bijzonder hartelijk. Bij die navelstarende hippies voelde ik me ook niet welkom. Kortom, ik was teruggeworpen op mezelf, maar was dat niet het doel van mijn odyssee?

Het tij keerde, toen ik de laatste weken aangesteld werd als groentenschoonmaakster. Elke dag zat ik uren onder een afdak, samen met twee oude vrouwen in bloemetjesschorten, immense hoeveelheden paprika’s, komkommers, wortelen en piepers er door te jassen. Meestal zwegen we en was alleen het geplons van de aardappels in de emmers te horen. De vrouwen leken verzonken in hun eigen onpeilbare gedachten en herinneringen, of misschien dachten ze wel aan niets, hadden zij zichzelf al gevonden. Soms ontspon zich een gesprekje. De vrouwen in een mengeling van Duits en Jiddisch, een lang vergeten taal, ik hakkelend in Schwere Wörter, maar we begrepen elkaar. Voor het eerst tijdens mijn verblijf in de kibboets voelde ik verbondenheid; ik maakte stilzwijgend deel uit van een drievrouwschap.

Toen nodigde een van de twee vrouwen mij uit in haar kleine woning en dat voelde als een overwinning, ik was door een kibboetsnikse gewogen en zwaar genoeg bevonden. Haar schort hing aan de kapstok, ze had een mooie zwarte jurk aan en haar witte haar opgestoken met een houten haarspeld.

Aan de keukentafel, bij een kop thee met zoetigheid, vertelde ze over haar eerste jaren als jonge vrouw in de kibboets. Het was tijdens en na de oorlog, de pioniersfase, boordevol van grote idealen. Hoe ze had gezwoegd en geploeterd op het land, dromend van een beter bestaan. Over het gelijkheidsideaal, dat ook werd uitgedragen in de kledingvoorschriften. Iedereen dezelfde overall, dezelfde halsdoek, dezelfde sandalen. Privébezit was uit den boze.

“Maar ach” zei ze, “al gauw bleek dat er kleine mensen waren, en grote, en dikke en dunne, en toen moesten er namen in de overalls worden genaaid. Zo begon het en nu gaan de mensen na het werk eten in hun eigen huis, ingericht met hun eigen fijne spulletjes, je ziet ze niet meer in de eetzaal. En de jonge mensen trekken weg uit de kibboets, op zoek naar een eigen leven.” Ze zei het zonder een zweem van bitterheid of cynisme. Berustend. Mijn oude kibboetsvriendin zag de zin van gemeenschapszin niet meer zo in.

COÖPEREREN EN HET ENERGIEAKKOORD

Tekst: Lisette de Ruijter van Steveninck / 05 sep – 13:00

Samen voor duurzame energie, we hadden het er een paar weken geleden al over bij De Nieuwe Pers, burgers die samen een energiebedrijf oprichten door lokaal energie op te wekken en af te zetten. Jolt Oostra noemde de landelijke opkomst van deze energiecoöperaties toen een stille revolutie met als doel onafhankelijk te zijn: “Daarbij speelt het sentiment dat je als gemeente jezelf kunt voorzien van duurzame lokale energie en niet afhankelijk bent van grote multinationals, waarvan je de winst naar het buitenland ziet verdwijnen.”

Duurzame energie, daar moeten de makers van het energieakkoord enthousiast van worden. Vorige week maakte de SER namelijk bekend dat er overeenstemming is bereikt over een Energieakkoord voor duurzame groei. Is er in dit akkoord ook aandacht voor al die lokale projecten en coöperaties? Daarover sprak ik met Igor Kluin, activistisch ondernemer, die begin van dit jaar stevige kritiek gaf op de plannen van het ministerie van Economische Zaken wat betreft de decentrale energie in het akkoord.

Welke positie nemen coöperaties in, in het energieakkoord?

“Voor het eerst is er erkenning voor decentrale en collectieve energie. Het krijgt serieuze aandacht in het akkoord en dat is een waanzinnige winst.”

Waarom nu wel?

“De groei van het aantal burgerinitiatieven kan niet meer worden genegeerd. Blijkbaar heeft lokaal duurzame energie opwekken een enorme aantrekkingskracht op burgers. Door de overheid en grote energiebedrijven is het niet meer weg te wuiven. Men ziet nu in dat het potentie heeft en één van de oplossingen kan zijn voor onze energieproblemen.”

Welke maatregelen worden er genomen?

“Er komt een korting op de energiebelasting bij het lokaal opwekken van energie en er is een oplossing gekomen om ‘lokaal’ te definiëren; door gebruik te maken van postcodes wil men een geografische grens aangeven wie er energie met elkaar mag delen.”

Goede maatregelen?

“Nee, allereerst klopt het niet om belasting te heffen over iets dat jezelf opwekt. Het gebruik van postcodes is een vorm van beteugeling van lokale initiatieven. Het collectief aanschaffen van een windmolen door middel van bijvoorbeeld crowdfunding wordt op deze manier een stuk moeilijker gemaakt. Als je alleen maar met een beperkte groep mag investeren in een windcentrale is dat minder aantrekkelijk.”

Waarom wordt hier dan volgens jou voor gekozen?

“De zorgen die ik eerder dit jaar uitte over de geplande maatregelen zijn helaas terecht gebleken. Ze zijn bijna ongewijzigd in het akkoord beland. Het is een principe oplossing. Er wordt krampachtig vastgehouden aan het oude systeem en men durft dit niet los te laten. Waarschijnlijk is er de angst dat er massaal verlies wordt geleden op de energiebelasting. Iets dat volgens mij erg mee zal vallen.”

Wat betekent dit voor bestaande coöperaties?

“Op de korte termijn zal het een extra impuls geven voor de coöperaties. Het feit dat ze erkend worden is fijn. Veel van deze coöperaties zitten nog in een pril stadium en die blijven niet allemaal bestaan. Het gaat vaak om een groep enthousiastelingen die met elkaar aan het zoeken zijn naar hoe ze vorm kunnen geven aan hun ideeën."

"Op de lange termijn gaat het doorstralen op het aantal nieuwe initiatieven. Vooral de windcentrale gaat last hebben van de geografische beperking. Dat is zonde, want deze laagdrempelige manier voor burgers om bij te dragen aan duurzame energie heeft zeker potentie.”

Hoe zou jij het liever zien?

“De geografische beperkingen moeten er helemaal uit en de energiebelasting moet in de komende jaren verminderd worden. Ik snap dat als ik ergens anders mijn elektrische auto ga opladen, ik moet betalen voor gebruik van het netwerk. Als die stroom gelijktijdig wordt geleverd door zonnepanelen op mijn huis, is het onzin dat ik daar energiebelasting over zou moeten betalen.”  

Op nuzakelijk.nl is te lezen dat je over de rest van het akkoord niet erg enthousiast bent

“Nee, het is een zwak document. Er zijn geen harde afspraken gemaakt, waar echte consequenties aan verbonden zijn als een partij ze niet nakomt. Belangrijke beslissingen kunnen makkelijk worden doorgeschoven en doordat partijen als Greenpeace ook getekend hebben, is het grote gevaar dat de oppositie zichzelf monddood gemaakt heeft.”

RABOBANK: DE AFBRAAK VAN HET COÖPERATIEVE MODEL KRIJGT VORM  

Tekst: Jessica de Vlieger / 04 sep – 15:30 De Rabobank heeft 43 van de 136 lokale banken onder verscherpt toezicht geplaatst. Heeft het coöperatieve model zijn beste tijd gehad?Rabobank Nederland heeft dertien van de 136 lokale banken onder verscherpt toezicht geplaatst. Daarnaast zijn ook nog dertig andere lokale banken onder lichte curatele gezet door het hoofdkantoor in Utrecht. Dit meldde de NOS vorige maand op basis van bronnen. De 43 banken zouden hun financiën en/of administratie niet op orde hebben, zich niet aan de regels houden, onvoldoende winst maken of te hoge kosten hebben, waarop het hoofdkantoor heeft besloten om in te grijpen. 

Langlopende spanning

De beslissing om lokale banken onder curatele te plaatsen, volgt op een langere periode van spanning tussen de individuele Rabobanken en het hoofdkantoor. De Rabobank besloot vorig jaar dat hypotheekoffertes aan klanten voortaan centraal beoordeeld zouden worden. In 2010 kreeg de Rabobank een boete van 150.000 euro, omdat de hypotheekdossiers van lokale banken niet op orde waren.  De bank zou volgens de toezichthouder hypotheken hebben verstrekt aan starters zonder voldoende beoordeeld te hebben of deze de maandelijkse kosten konden betalen. Vorig jaar bleek dat de lokale Rabobanken nog steeds niet aan de AFM eisen voldeden, waarop het hoofdkantoor besloot deze taak zelf op zich te nemen.

De naleving van de regels op het gebied van klantenintegriteit vormde een tweede conflict en resulteerde uiteindelijk in een ruzie in de Raad van Bestuur. Lokale banken hielden zich onvoldoende aan de regels en het hoofdkantoor was hier niet van op de hoogte tot een aanwijzing van DNB volgde. Bestuursvoorzitter Piet Moerland verwijderde vervolgens bestuurslid Gerlinde Silvis, die eindverantwoordelijk was voor de naleving van deze regels door lokale banken. Financiële man Bert Bruggink was dusdanig verontwaardigd dat Moerland hem niet geraadpleegd had over dit besluit, dat hij minstens zes keer niet op de bestuursvergaderingen verscheen.

Nu blijkt een groot deel van de lokale Rabobanken de financiën of administratie niet op orde te hebben, waarop de centrale zich genoodzaakt ziet het toezicht aan te scherpen. De resultaten van het binnenlands bankbedrijf staan al langer onder druk. In 2012 behaalden de lokale Rabobanken  een nettowinst van 1,304 miljard,  30 procent minder dan in het jaar daarvoor. Ook de kosten namen toe, voornamelijk door de verdubbeling van de waardeveranderingen van commercieel vastgoed en kredieten aan het midden- en kleinbedrijf.

Versterkte grip

Het coöperatieve model van de Rabobank maakt momenteel grote veranderingen door.  De bank heeft aangekondigd een nieuwe strategie te gaan volgen, waarbij de autonomie van lokale banken wordt ingeperkt en de bank over zal gaan op een meer gecentraliseerd model. Dit betekent onder andere dat de lokale banken minder vrijheid krijgen en niet langer mogen differentiëren met producten als hypotheken en de tarifering hiervan.

In een interview met het Financieele Dagblad op 21 juni ging Moerland in op de gevolgen van de koerswijziging: ‘We hadden altijd een cultuur van tolerantie naar elkaar en van differentiatie. In Amsterdam was het anders dan in Assen. We gaan nu stappen zetten in uniformering en standaardisering. Dezelfde systemen. Dezelfde processen, bijvoorbeeld in de hypotheekverwerking. Wij gaan de lokale banken ontzorgen. We willen ook de vrijblijvendheid aanpakken. Lokale banken gaan elkaar aanspreken op hun prestaties.’

Het beperken van lokale autonomie betekent ook dat er banken gaan verdwijnen. Eind 2016 zullen er naar verwachting nog honderd van de huidige 136 lokale Rabobanken over zijn. Ook het aantal kantoren gaat omlaag, van ongeveer 800 naar 500.  Dit brengt ook ontslagen met zich mee: van de 28.000 medewerkers zullen er ongeveer 8000 moeten vertrekken.  Naast het inkrimpen van de bank, wil de Rabobank ook de activiteiten terugbrengen naar de basis. De bank wil zich richten op de ‘food en agri business’ en het binnenlandse bankieren. Andere takken worden afgestoten, waaronder Robeco en de Zwitserse bank Sarasin.

Radicale omslag?

De invloed van het hoofdkantoor zal dus toenemen. Hiermee doet de Rabobank voor een deel afstand van het coöperatieve verleden. In 2002 zei vertrekkend president commissaris Lense Koopmans nog: ‘De Rabobank bestaat bij de gratie van een subtiel evenwicht tussen de samenstellende delen van de organisatie. In dat evenwicht is de laatste jaren wat scheef gegroeid. De centrale organisatie Rabobank Nederland heeft een te groot deel van het laken naar zich toegetrokken. De aangesloten banken hebben dat met een korte, doch krachtige ruk weer gecorrigeerd.’

De financiële crisis die vanaf 2007 ontstond, gaf ook weer een krachtig impuls aan het coöperatieve model. Rabobank had zich in tegenstelling tot andere – beursgenoteerde – banken niet tot grote avonturen laten verleiden. Koopmans zei eind 2011 in een interview met Het Financieele Dagblad nog dat de coöperatie een ‘superieure ondernemingsvorm’ was.

Op dit moment liggen de verhoudingen binnen de Rabobank volledig anders en neemt de bank juist stappen om de vrijheid van lokale banken terug te brengen. Het coöperatieve model biedt geen antwoord in de huidige tijden stelde Moerland in juni het Financieele Dagblad: ‘Consensus heeft ons ver gebracht, maar de huidige tijd vraagt om slagvaardigheid.’

Welke 43 banken onder curatele staan, wil de bank niet bekendmaken, ook is niet bekend wat het verscherpte toezicht concreet zal betekenen voor de lokale banken.

Dit artikel verscheen eerder op Follow the Money

COÖPEREREN DOOR DE EEUWEN HEEN

Tekst: Lisette de Ruijter van Steveninck / 03 sep – 15:15

Maatschappelijk betrokken ondernemingen die bijdragen aan het terugdringen van armoede en werkeloosheid. Dat zijn coöperaties wat betreft de Verenigde Naties. In 2012 zette de VN coöperaties in de schijnwerpers tijdens het jaar van de Coöperatie. Wat blijkt, in Nederland deden coöperaties in 2011, met een omzet van 111 miljard euro, een behoorlijke duit in het economische zakje. Hoe zijn we uitgegroeid tot zo’n coöperatief land?

David Dale

In 1780 werd David Dale in Schotland geraakt door de slechte leef- en werkomstandigheden van zijn werknemers in de katoenindustrie. Onderwijs, betere werkvoorwaarden en een hoger salaris moest de armoede wat hem betreft verminderen. Hiermee was hij de inspiratie voor Robert Owen, zijn latere schoonzoon en één van de grondleggers van coöperaties in het Verenigd Koninkrijk.

Robert Owen

Het was Owen die het idee van coöpereren voortzette. Zijn sociale standpunten tegenover zijn arbeiders hebben hem tot de geestelijk vader van coöperaties gemaakt.

Rochdale Pioniers

In het Engelse Rochdale hebben 28 mannen dit gedachtegoed omgezet in daden. Als arbeiders waren ze de oneerlijke verdeling van welvaart zo zat dat ze een eigen winkel begonnen, waar klanten tegen een eerlijke prijs hoogwaardige producten konden kopen. Dankzij de Rochdale Pioniers ontstond er een nieuwe beweging.

Nederland

Het idee van Rochdale waaide over naar Nederland en resulteerde onder andere in de oprichting van woningcorporatie Rochdale in Amsterdam. In het begin van de vorige eeuw werd deze coöperatie opgericht om de woonomstandigheden van het volk te verbeteren.

Niet alleen in de woningbouw werd gecoöpereerd. Verzekeraar Achmea begon in de 18e eeuw met coöperatief verzekeren. Boeren gingen samen werken om hun producten te verkopen waardoor er verschillende zuivel- en landbouwcoöperaties ontstonden. Op het platteland zijn meer coöperatieve initiatieven ontstaan. In Duitsland werd namelijk de eerste boerenleenbank opgericht. Dit idee is in Nederland overgenomen door de Rabobank.

Samen sta je sterk

Al deze samenwerkingsverbanden hebben als doel om de krachten van consumenten of kleine ondernemers te bundelen. Risico’s worden verdeeld, de schaal waarop je kan produceren vergroot en er is veel ruimte voor inspraak van de leden. Zo kan een coöperatie een economisch sterke onderneming worden.

Nederland telt inmiddels ongeveer 2.600 economisch actieve coöperaties en daar lijken er steeds meer bij te komen. Waar grote bedrijven, die van oudsher coöperatief zijn, nu vaak nog maar deels een coöperatief karakter hebben, zijn het vooral particulieren die de coöperatie nieuw leven in blazen.

Onvrede

Onvrede over de levensomstandigheden van arbeiders stond twee eeuwen geleden aan de basis van het coöpereren. Nog steeds blijkt onvrede over de huidige gang van zaken een belangrijke motivatiebron om een coöperatie te beginnen.

Op zoek naar meer duurzaamheid richten buren samen energiecoöperaties op. De directeur van NORMA, de stichting die de belangen van musici en acteurs behartigt, pleitte onlangs nog voor een eigen muziek streamingdienst voor Nederlandse muzikanten. Zodat ze het geld krijgen waar ze recht op zouden hebben. Als antwoord op de financiële crisis kwamen Belgische burgers al met het idee om een nieuwe coöperatieve bank op te richten en nu sluit Nederland zich daar bij aan. Als het aan de VN ligt blijven we op deze manier door coöpereren naar een betere wereld, want zoals hun slogan al zei: “Cooperative Enterprises Build A Better World”.

Mijn gekozen waardering € -

Geef een antwoord