Jaloers zijn, vinden dat je broer of zus voorgetrokken wordt, denken dat je ouders minder van jou houden, bijna iedereen kent het gevoel wel. Toch is het soms écht een goed idee om er wat aan te doen. Om oud zeer op te ruimen. Ongeacht je leeftijd.

STEUN RO

“Ah, daar is mijn knapste oudste kind!” riep mijn vader vaak als ik hem zag. En als mijn zusje tien minuten later binnenkwam, zei hij verrukt: “Mijn liefste jongste dochter!” En toen er kleinkinderen kwamen, waren dat zijn mooiste oudste kleindochter, slimste oudste kleinzoon, sportiefste middelste, jongste, etc. Het was zijn manier om ons duidelijk te maken dat we hem allemaal even lief waren. Mijn ruim drie jaar jongere zus en ik mochten er als kind zijn en we waren precies goed zoals we waren. Dus was zij, zoals dat hoort, jaloers op dingen die ik als oudste al mocht en zij nog niet. En voelde ik me soms niet gezien, zoals toen we tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk een outfitje voor mijn afstuderen gingen kopen. Mijn zusje, die een stuk langer is dan ik en bij wie alles staat, paste in de winkel ook van alles en daar ging alle aandacht naar uit. In tranen ben ik die winkel uit gestampvoet, ze hadden het niet eens door… Af en toe halen we deze anekdotes nog weleens uit onze herinneringenkoffer, om elkaar te plagen met die momenten dat we dachten dat de ander meer aandacht kreeg.

Altijd competitie en jaloezie

“Het is er altijd”, zegt psychotherapeut Hanke Geertsema, die zelf drie zussen heeft, over het hardnekkige gevoel dat je achtergesteld wordt of dat je zus het oogappeltje is. “Meisjes willen allemaal het schattigste poesje uit het nest zijn, dus is er tussen zussen altijd competitie en jaloezie over de vraag: wie is hier eigenlijk de liefste? Zo ontstaat er een heel spel met zowel moeder als vader. Met je moeder moet je je identificeren, maar je moet je ook van haar losmaken. Bij je vader speelt meer het prinsessengevoel en soms zelfs concurrentie met de moeder (‘Later ga ik met papa trouwen’). Een vader is de eerste man met wie je een relatie hebt en zijn oordeel en waardering zijn heel belangrijk en bepalend. Het is de taak van de ouders om al die gevoelens op een speelse manier te begrenzen, omdat iedereen al heel snel positie inneemt. Die rollen kunnen je enorm vastzetten in het leven, vanuit een hardnekkige, innerlijke overtuiging. Krijg dat maar eens uit je systeem als je er achttien jaar elke dag weer van doordrenkt bent geweest.”

De tijd waarin je opgroeit, de financiële omstandigheden van je ouders, je plek in het gezin, het kan allemaal van invloed zijn op het gevoel dat je achtergesteld werd, zonder dat daar daadwerkelijk sprake van was.

Zelfs de simpelste dingen vergeet je soms nooit meer. Jet (34) kan bijvoorbeeld niet aanzien hoe verwend haar vijftien jaar jongere zusje is: “Ik kreeg vroeger écht geen scooter, maar zij wel. En terwijl ik als tiener ieder weekend werkte, slaapt zij uit en krijgt alles wat ze wil.” Dat het bedrijf dat haar ouders opbouwden toen zij kind was inmiddels een topomzet draait en dat de omstandigheden waarin haar zus opgroeit heel anders zijn dan toen, weet ze best, tóch steekt het.

Het komt ook echt voor

Hoewel we dus vrij vaak alleen maar dénken dat de ander de oogappel is en voorgetrokken wordt, is een van de kinderen meestal toch favoriet van een van de ouders. Dat zegt de Amerikaanse schrijver Jeffrey Kluger in zijn boek The Sibling Effect. Hij beweert zelfs dat dat bij 95 procent van de ouders het geval is en dat iedere moeder of vader die het ontkent een leugenaar is. Volgens Kluger is het ook natuurlijk om een favoriet kind te hebben. “Zo zijn we geprogrammeerd: ouders zoeken in hun kind naar trekken die ze bij zichzelf herkennen.”

Een onderzoek van de Universiteit van Californië ondersteunt zijn uitspraken. Drie jaar lang werden 400 vaders en moeders gevolgd. De conclusie was uiteindelijk dat 65 procent van de moeders en 70 procent van de vaders een voorkeur had voor een van hun kinderen. Het is dan wel niet de 95 procent waar Kruger over spreekt, maar ontkennen dat het voorkomt heeft geen zin.

Toch is dat wat de ouders van Joyce (33) nog altijd doen. “Op mijn achttiende ben ik meteen uit huis gegaan, omdat ik er in ons gezin gewoon niet bij hoorde. Ik dacht altijd: ik ben ongewenst, wat doe ik hier? Sindsdien ben ik in therapie, omdat ik nog steeds last heb van depressies. In groepssessies heb ik wel geprobeerd om met mijn ouders te praten, maar het zijn struisvogels. Ze zijn ervan overtuigd dat ze alles goed verdelen. Financieel gezien is dat ook zo, maar wat aandacht betreft zeker niet. Zo lang ik me kan herinneren heeft mijn moeder een voorkeur voor mijn zus, die een paar jaar ouder is dan ik. Ze zijn allebei heel aanwezig en trekken altijd de aandacht, terwijl ik introvert ben, een teruggetrokken dromer. Toen ze twaalf was, kreeg mijn zus een ernstig ongeluk, en vanaf dat moment wist ik, ik was negen: vanaf nu moet ik het écht alleen doen. Gelukkig heb ik door alle therapie vroeger inmiddels wel een plekje kunnen geven. Ik wil mijn dochtertje natuurlijk absoluut niet dezelfde opvoeding geven. Zij zal altijd het gevoel krijgen dat ze er mag zijn om wie ze is, dat wat ik zelf zo gemist heb.”

Ouders doen het niet expres

Contextueel therapeut Els Sloot van De Familiezaak: “Hoewel het soms misschien moeilijk te geloven is, doen ouders het niet expres, er zit geen opzet in. Je kunt ervan uitgaan dat ze geven wat binnen hun mogelijkheden ligt. Dat ze aan het ene kind makkelijker kunnen geven, zegt niets over het kind of over houden van, maar heeft te maken met de voorgeschiedenis van de ouder, met associaties en positieve/negatieve ervaringen, bijvoorbeeld als je zus op je jong overleden oma lijkt, op wie je moeder dol was, en jij niet.”

Lekker dan, dus het feit dat je op je gierige tante Cato lijkt die je vader vroeger altijd hardhandig bij zijn oor greep, kan van invloed zijn op hoe je ouders met je omgaan? En dus je leven bepalen?

Dat kan zeker, zegt Els Sloot, maar als ouders op die manier de rekening van hun eigen voorgeschiedenis doorgeven, kun je die als kind ook bij ze terugleggen zodat volgende generaties er geen last meer van zullen hebben. “Als je het in de gaten krijgt, kun je eens gaan onderzoeken hoe je eigen ouders zijn opgegroeid, of er in hun jeugd een tekort ontstaan is. Dat zou je samen met je zus kunnen doen door bijvoorbeeld fotoboeken te bekijken en over vroeger te praten met je ouders. Vraag om herinneringen, hoe zij zich voelde toen ze bijvoorbeeld tien waren, en leef je in. Daardoor kun je ervaren dat het niet met jou als persoon te maken heeft, maar met wat je ouders aan tools meegekregen hebben om jou groot te brengen.”

Erkenning voor je onrecht

En als je nu eens helemaal geen zin hebt om oprechte belangstelling te tonen na alles wat er gebeurd is? Els Sloot: “Je kunt er je hele leven tegen blijven knokken, maar bedenk dan dat als je zicht krijgt op hoe het zat en dat aan elkaar kunt laten zien, er ook erkenning voor je onrecht kan komen. Misschien heb je die tot nu toe nooit gekregen, wat je ook probeerde. Door je te verdiepen in de geschiedenis van je ouders, kun je proberen open te staan voor hún onrecht. Als jij daar oog voor hebt, krijgen je ouders dat misschien ook voor jou. Probeer te kijken zonder er een oordeel aan te plakken, dat kan je vrij maken.”

Opgescheept met een narcistische vader

Mariette (50): „Mijn vader had een narcistische persoonlijkheidsstoornis en een van de symptomen daarvan is dat hij mijn zus enorm voortrok. Alle positieve eigenschappen projecteerde hij op haar, terwijl hij zijn negativiteit voor mij bewaarde. Dit veroorzaakte een enorm ongelijke situatie voor wat betreft onze rollen in het gezin. Mijn zus kreeg een machtspositie, waardoor ze, denk ik, het gevoel kreeg dat ze meer waard was dan ik. Tot op de dag van vandaag kleurt dat onze verhouding. Vroeger was ik bang voor haar scherpe tong en nog steeds kan ze me enorm kwetsen. Het is verdrietig dat onze verhouding door onze opvoeding in de basis zo verstoord is geraakt. Soms maak ik me al zorgen over als onze ouders er niet meer zullen zijn, dat die oude patronen tussen ons dan weer op zullen spelen.”

Zussenissues

“In mijn praktijk zie ik regelmatig zussen tussen de veertig en vijftig jaar”, zegt psychotherapeut Hanke Geertsema. „Ik vind het altijd bijzonder als ze het met elkaar aangaan, want het serieus nemen van onopgeloste gevoelens tussen zussen, en vaak trauma’s in gezinnen, en er in therapie tijd en ruimte voor maken kan een hoop vrede geven. Ook voor de kinderen van de zussen, want die hebben er als neven en nichten ook last van en anders lopen dingen generaties lang door. En daarbij: als de ouders er niet meer zijn, ben je echt aan elkaar overgeleverd en dan zijn onopgeloste zaken vaak reden voor een breuk. Maar eigenlijk kun je niet met je zussen breken, omdat ze onlosmakelijk gekoppeld zijn aan je gevoel over jezelf, aan jaloezie of misschien zelfs afgunst, aan de gedachte of je er mag zijn, explosief materiaal dat je in je binnenste raakt. Door erover te praten en te voelen, leer je jezelf beter kennen en dat maakt je beter beschermd, waardoor je het lichter en luchtiger kunt houden.”

Net als met het in de context plaatsen van de voorgeschiedenis van je familie gaat dat echter niet vanzelf, benadrukt Geertsema. “Het is hard werken, want je kunt het uitzoeken, maar dat lost het nog niet op. Met name de onzekerheid die je al zo lang voelt kan behoorlijk in de weg zitten, net als jaloezie en andere ingesleten patronen. Bedenk eerst wat je zelf wilt van je zussen. En daarna moet je steeds weer met elkaar bespreken wie wat doet en wat iedereen nodig heeft. Het gaat om geven, nemen, luisteren, begrijpen, maar het is de moeite waard om er tijd aan te besteden met elkaar. Hoe oud je als mens en dus ook als zus inmiddels ook bent.”

Een kortere versie van dit verhaal verscheen in 2015 in Libelle

Caroline Griep is freelance journalist. Onlangs verscheen haar boek 'Lieve Facebook-vrienden, ik heb borstkanker'.