In Peru is een mijn geopend die tot de grootste kopermijnen ter wereld zal behoren. De inheemsen die nog in het gebied wonen moeten wijken voor de ontwikkeling, goedschiks of kwaadschiks.

STEUN RO

LAS BAMBAS, Peru – Porfirio Gutierrez is niet de inheemse Peruaan zoals je zou verwachten. Hij leest Samuel Huntington en Daniel Goleman, weet zijn argumenten goed te verwoorden, en praat over de golf van het kapitalisme die nu ook zijn afgelegen berggebied heeft bereikt. In tegenstelling tot hem, zijn de meeste andere inwoners van het Peruaanse dorpje Fuerabamba vrijwel allemaal analfabete boeren. Dus toen het Chinese bedrijf MMG, dat de voorraad van 6,9 miljoen ton koper wil exploiteren waar het dorpje boven ligt, hen een contract aanbood tekenden zij zonder goed te begrijpen waarvoor eigenlijk. Ze kregen mooie fleecetruien van het bedrijf en de vertegenwoordiger was erg aardig, dus het zou wel goed zitten.

Intussen wonen de meeste van de ruim vijfhonderd dorpelingen in Nueva Fuerabamba (Nieuw Fuerabamba). Deze stad is uit het niets opgetrokken door MMG, op enkele kilometers afstand van het oude dorp. Nueva Fuerabamba doet nog het meeste denken aan een Vinex-locatie, maar dan midden in de Andes. De huizen hebben zonnepanelen, stromend water en ieder zes slaapkamers, waardoor het een ideaal alternatief lijkt voor de simpele zelfgebouwde huizen waaruit Fuerabamba bestond. Maar Porfirio Gutierrez vertikt het om naar Nueva Fuerabamba te verhuizen, aangezien de nieuwe stad midden tussen privaat land ligt, waardoor er geen ruimte is voor akkerbouw.

“Wij leven hier van generatie op generatie als boeren,” vertelt Gutierrez. “We hebben zo’n tachtig verschillende soorten endemische aardappels die we ieder jaar zaaien om te verkopen, daarnaast houden we schapen en drinken we het water uit de rivier. Die manier van leven kunnen we in Nueva Fuerabamba niet voortzetten. Daar krijgen we alleen een voortuintje, en moeten we als dagloner in dezelfde mijn aan het werk.”

Nueva Fuerabamba
Nueva Fuerabamba

Gutierrez en de andere achterblijvers kwamen er al snel achter dat het verhuizen naar Nueva Fuerabamba helemaal geen keuze was. De rechten op het land waren allang verkocht aan het Chinese mijnbouwbedrijf MMG, zonder dat de bewoners daarvan wisten. Dat laatste zit Gutierrez en anderen die zich tegen de mijn verzetten vooral dwars: zij willen inspraak hebben als het om hun land gaat.

De druppel die de emmer deed overlopen kwam vorig jaar, toen de bewoners ontdekten dat er opnieuw veranderingen waren zonder dat zij daarover voorgelicht waren – ook het erts zou ter plaatse verwerkt worden, in plaats van honderden kilometers verderop, zoals eerder geschreven stond. Uit ervaring weten Peruanen wat dat betekent: vervuiling van het grondwater met zware metalen.

Er werd een protest georganiseerd op 25 september vorig jaar, waar duizenden dorpelingen uit de omgeving op af kwamen. Het liep al snel uit de hand: nadat de politie traangas had afgeschoten, werd het protest gewelddadig. Demonstranten probeerden het terrein van MMG op te komen, waarop de politie het vuur opende. Vier demonstranten kwamen om en een stuk of tien moesten opgenomen worden voor hun verwondingen. Het was ineens een groot verschil met die woordvoerders van het mijnbedrijf die samen met overheidsfunctionarissen waren langsgekomen in het dorp. “We zullen samenwerken. We komen hier samen wel uit,” hadden deze mensen tegen de dorpelingen gezegd.

De mijn, die is aangekocht door het in Hongkong geregistreerde MMG voor $5,85 miljard, moet 400.000 ton koper per jaar produceren in de eerste vijf jaar. Daarmee wordt het de drie na grootste kopermijn ter wereld. Met deze productie moet Peru qua koperproductie de tweede plaats wereldwijd innemen, boven China en onder Chili. Daarnaast zal er zilver, goud en molybdeen (een stof waarmee staal versterkt kan worden) gedolven worden.

Porfirio Gutierrez
Porfirio Gutierrez

Het is niet het eerste omstreden megaproject van een Chinees bedrijf in Latijns-Amerika. In Nicaragua zijn de werkzaamheden van een kanaal tussen de Pacifische en de Atlantische ocean begonnen, dat moet concurreren met het Panamakanaal. Ook is er al langer sprake van een treinverbinding tussen Brazilië en Peru, dwars door de Amazone, die Brazilië een meer directe toegang tot de Chinese markt moet geven. Ook deze projecten liggen onder vuur vanwege landonteigening en milieuschade.

Ondanks de huidige lage koperprijs op de wereldmarkt, is de kopermijn in Las Bambas erg belangrijk voor Peru. Het is een van de fundamenten onder het plan om economische groei vol te houden in een tijd waarin veel Latijns-Amerikaanse landen hun BBP zien stilstaan of zelfs krimpen. Het IMF verwacht dat Peru dit jaar 5% groei zal zien, ruim hoger dan het gemiddelde van 2% voor heel Latijns-Amerika. Economische reuzen als Brazilië en Argentinië zagen hun economie afgelopen jaar zelfs krimpen. Volgens Carlos Gálvez, CEO van de Nationale Sociëteit voor Mijnbouw, Olie en Energie, zou ook Peru zonder de mijnbouw op dat lijstje terechtkomen. Ook het Ministerie van Energie en Mijnbouw benadrukte dat de mijnbouw in Las Bambas al duizenden mensen aan het werk heeft geholpen.

De inwoners van Fuerabamba zien vooral werknemers vanuit de hoofdstad Lima naar hun gebied komen om in de mijn te werken. Victor Limaypuma Ccoricasa, een van de tegenstanders van de mijn, die eerder op uitnodiging naar België kwam om te vertellen over de gevolgen van de mijnbouw in Peru, vertelt dat die banen slechts tijdelijk zijn. Vaste banen gaan naar opgeleid personeel uit Lima.

In Challhuahuacho, de centrale stad van de regio op enkele kilometers afstand van de nieuwe mijn, is de spanning goed voelbaar. Sinds de protesten is de noodtoestand uitgeroepen: tientallen militairen zijn ieder moment van de dag op straat, terwijl arbeiders met mijnhelmen af en aan lopen. In een kantine waar zij aan lange tafels zitten te avondeten, vertelt een van hen dat de protesten georganiseerd zijn door de dorpsleiders omdat ze denken dat er iets te halen valt.

“Kijk om je heen,” zegt hij, wijzend naar de modderige straten van het stadje achter het raam. “Als de mijn sluit is er hier niets meer. Wij zijn hun economie. Ze snappen niet dat ze hun eigen graf graven op deze manier.”

In 2011 nam president Ollanta Humala een wet aan die zou moeten onderschrijven dat de inheemse bevolking vooraf wordt geraadpleegd bij projecten op hun landgebied. Deze ‘Ley del derecho a la consulta previa a los pueblos indígenas u originarios’ (Wet voor het recht van overleg voor de inheemse bevolking) sluit aan bij conventie 169 van de International Labour Organisation, die voorschrijft dat de inheemse bevolking in landen ook aan de overlegtafel mogen zitten bij onderwerpen die hun aangaan.

“Het is hier geen Europa,” vertelt Limaypuma met betrekking tot de wetten. “In de praktijk is het tussen staat en bedrijven simpelweg handjeklap. Grondstoffen hebben we genoeg, maar de welvaart daarvan wordt ongelijk verdeeld. Als we naar de mijnbouw in Peru kijken zien we mensen die van hun land verdreven worden en vervuiling van het grondwater.”

Al sinds de Spaanse overheersing worden er goud en andere grondstoffen gedolven in Peru, en aangezien dat meestal niet op milieuvriendelijke wijze gebeurt zijn er op veel plaatsen hoge hoeveelheden arseen, kwik en lood in het grondwater te vinden. Recent kondigden Peru en Bolivia aan dat zij $400 miljoen dollar zouden reserveren om het Titicacameer op te schonen van vervuiling, die zich door de mijnbouw over de jaren heen heeft geaccumuleerd.

Tijdens een bezoek van president Ollanta Humala half februari keerden sommige families die al in Nueva Fuerabamba wonen terug naar hun Fuerabamba voor een protest. De autoriteiten proberen opnieuw de dialoog aan te gaan tijdens bijeenkomsten die eind maart beginnen. Maar intussen is er tegen Porfirio Gutierrez en de tweeëntwintig andere families die nog altijd in hun dorp wonen wel een rechtszaak aangespannen om hun vertrek af te dwingen. Zonder geld of juridische hulp zullen zij die onmogelijk kunnen winnen, waardoor het allang duidelijk is dat hun strijd verloren is

In de woorden van Samuel Huntington is dit ook een ‘botsing der beschavingen’: de ontwikkelende moderne wereld, die denkt dat zij de boeren een plezier doen met het nieuwe dorp, tegenover Gutierrez en de andere inheemse boerenfamilies. Die laatsten leven nog in een wereld die niet veel verschilt van die van de Inca’s, toen de Spanjaarden naar Zuid-Amerika kwamen om goud en andere grondstoffen te roven. De ontwikkeling die de Peruaanse overheid wil stimuleren, zegt hen niets.

MMG heeft niet gereageerd op onze herhaaldelijke verzoeken om een interview.

KADER:

Op de ontdekking van Amerika in 1492 volgden jaren van plundering en rooftochten. Voor de Spanjaarden onder leiding van Francisco Pizarro was het Andesgebergte van Zuid-Amerika één grote goudmijn, waarbij zij de inheemse bevolking als slavenarbeiders konden gebruiken voor het delven van de stoffen. In Cajamarca bood de Incakeizer Atahualpa een kamer vol goud aan Pizarro in ruil voor zijn vrijheid. De Spaanse veroveraar nam het goud, maar liet Atahualpa alsnog executeren.

Mijnbouw wordt in Peru altijd met argwaan bekeken. In 2004 slaagden demonstranten in hetzelfde Cajamarca erin om de opening van een nieuwe goudmijn voor onbekende tijd op te schorten. Hun argument van milieuschade leunde vooral op een incident van vier jaar eerder, waarbij een vrachtwagen 151 kilo kwik verloor. De mensen dachten dat het kwik vloeibaar zilver was, en namen het mee naar huis, waarna zij ziek werden.

Deze reportage werd op 9 april in Het Parool gepubliceerd, met een ander kader

Over de auteur:

Jurriaan van Eerten reist samen met fotografe Eline van Nes door Latijns-Amerika. Zij maken reportages die op een persoonlijke manier het alledaagse leven verbeelden.

Volg hen op Blendle of via Twitter

Lees ook:

De vergeten Arische utopie Nueva Germania, Paraguay – In het noorden van Paraguay ligt een dorpje dat Nueva Germania heet. Het werd ooit gesticht als Arische utopie, door de zus van de beroemde filosoof Friedrich Nietzsche. Maar staan de bewoners nog altijd achter de fascistische ideologie?

Alle fotografie: Eline van Nes

Jurriaan van Eerten (1983) is freelance journalist. Zijn werk is o.a. gepubliceerd in Het Parool, Trouw, Vice en Al Jazeera English. Samen met fotografe Eline van Nes maakt hij human-interest verhalen over Latijns-Amerika. Zij willen niet de politicus op wie gestemd wordt belichten, maar juist de persoon die het stemvakje inkleurt.