Precies 65 jaar geleden zette pianist Glenn Gould (1932-1982) zijn nog altijd wereldberoemde Goldberg-variaties op de plaat. Geniaal, excentriek en met een stijl die uit duizenden herkenbaar is.

STEUN RO

‘Hand geschud van pianist: f 1 miljoen ­­­vergoeding geëist’. Zo luidde op 8 december 1960 een kop in dagblad De Tijd-Maasbode. In het bericht werden koel de feiten opgesomd. De bekende Canadese pianist Glenn Gould, zo begon het artikel, had bij de rechtbank ruim een miljoen gulden schadevergoeding geëist van pianofabriek Steinway en haar personeelslid William Hupfer. Gould beweerde dat Hupfer hem zo krachtig de hand had geschud en op de schouder geklopt dat hij er letsel aan hals, rug en handen aan had overgehouden. Optreden was hierdoor onmogelijk.

Afgezegd door verkoudheid

Ons land had al eerder gehoord van de jonge sterpianist. In 1957 was zijn opzienbarende opname van Bachs Goldberg-variaties uitgekomen. Tijdens de Salzburger Festspiele, een jaar later, had Gould opgetreden met het Koninklijk Concertgebouw Orkest. Maar het was niet zijn pianospel waardoor de pianist in Nederland enige bekendheid genoot. Kranten hadden geschreven over een concert dat hij had  afgezegd vanwege een verkoudheid. Gould, ‘die zelfs in de zomer een overjas en vingerloze handschoenen draagt,’ wist een krant te melden, ‘slikt voortdurend pillen tegen het vatten van kou en weigert te spelen in zalen die tochtig zijn.’

Enig kind Gould groeide op in een protestants milieu in Toronto, een kleinburgerlijke stad, met als claim to fame dat het er zo schoon was. Een muzikaal gezin, met een moeder die goed piano speelde en verre familie was van de Noorse componist Edvard Grieg. Goulds vader was een bonthandelaar, een beroep dat vaak door Joden werd uitgeoefend. Toronto was niet alleen een schone maar ook een antisemitische stad. Volgens sommige biografen verklaarde dit de mysterieuze verandering van de familienaam van Gold naar Gould, dat minder joods zou hebben geleken.

Ga huiswerk maken

Hij demonstreerde al vroeg zijn talent. Waar veel ouders hun kinderen naar de piano moeten slepen, was het bij Gould andersom. Zijn ouders bepaalden dat hij maximaal vier uur per dag mocht oefenen, anders kwam zijn huiswerk in het gedrang. Vanaf zijn elfde kreeg hij les op het conservatorium, hij debuteerde op zijn 14e als concertpianist en gaf een paar maanden later zijn eerste solorecital. Lokale kranten spraken van een wonderkind. Snel volgden optredens voor radio en televisie. Begin jaren vijftig gold Glenn Gould in Canada als de meest veelbelovende musicus van het land.

Elke generatie brengt zijn pianovirtuozen voort. Maar het vraagt een uitzonderlijke persoonlijkheid om een uitzonderlijke pianist te worden. Het grootste talent van Glenn Gould was zijn unieke visie en aanpak. Dat bleek al uit zijn eerste plaatopname uit 1955: ‘de Goldberg’ van Bach, een aria met dertig variaties. Lastige stukjes, niet geschreven voor piano maar voor een klavecimbel met twee klavieren, niet erg bekend of geliefd bij het grote publiek. Om dit werk als debuut te nemen getuigde van lef. Maar het was vooral de manier waarop Gould speelde die hem meteen de meest besproken pianist ter wereld maakte.

Wars van bombastisch machtsvertoon

Het tempo van veel variaties lag extreem hoog, maar Gould deed het klinken alsof hij nog twee keer zo snel kon spelen. En er was iets anders: zijn pianospel was ongelooflijk helder, ragfijn. Elke afzonderlijke melodielijn in de compositie (het befaamde ‘contrapunt’ waarin Bach een grootmeester was) kwam volledig tot zijn recht. Zijn extreem goede techniek, maar ook de bouw van zijn handen en vingers, was optimaal voor het met precies de juiste kracht en timing indrukken van de toetsen. Voor bombastisch vertoon van macht  – Chopin, Listz, Rachmaninoff: de Formule 1 van het pianorepertoire – was Gould ongeschikt en hij had er een bijna fysieke afkeer van.

De Goldberg-variaties openden de deur naar een concertcarrière die de Canadese pianist over de wereld voerde. In mei 1957 trad hij op in Moskou. Concertgangers belden in de pauze naar vrienden: ‘Kom meteen want dit heb je nog nooit gehoord!’ Gould speelde veel Bach, wat kon worden opgevat als een politieke daad. In de anti-kerkelijke Sovjet-Unie gold deze religieuze componist als verdacht en Bach was zelden in het openbaar te horen.

Temperatuur 27 graden

Goulds concertjaren brachten ook zijn eigenaardigheden aan het licht. De pianist had de gewoonte recitals op het laatste moment af te zeggen. Hij was een notoire koukleum die alleen in hotels wilde verblijven waar hij de kamertemperatuur handmatig op minimaal 27 graden kon instellen. Zelfs midden in de zomer droeg hij een jas, shawl en handschoenen, en voor hij ging spelen dompelde hij zijn handen twintig minuten in een warm bad. Hij was panisch voor ziektekiemen en smeet ooit de telefoon op de haak toen iemand aan de andere kant van de lijn niesde. Tijdens concerten wilde hij per se op een eigen handgemaakte stoel zitten, een krukje dat zo laag was dat Gould met zijn kin maar net boven de toetsen uitkwam. De pianist had de onbedwingbare neiging tijdens het spelen mee te neuriën. Geen leraar of manager kon hem deze gewoonte afleren.

Gelijkwaardig

In 1964, slechts negen jaar na zijn doorbraak, stopte de pianist met optreden. Huismus Gould wilde niet meer reizen en vond het concertgebouw, met zijn eeuwig kuchende publiek, ‘de minst geschikte plek’ om muziek te maken. In de achttien jaar tot zijn dood zou Gould vooral in de studio verblijven. In deze afgesloten ruimte, waar hij vrijelijk kon toegeven aan zijn neuroses, bereikte hij opnieuw grote hoogtes. Elke Gould-plaat was een belevenis. Toen in 1977 de Voyager werd gelanceerd, op weg naar mogelijk buitenaards leven, ging een opname van Gouds Goldberg-variaties mee het heelal in. Het zegt veel over de omvang van zijn faam.

De pianist had miljoenen fans, maar ook tegenstanders. Terwijl de trend van de ‘authentieke uitvoering’ populair werd – een stuk moest gespeeld worden zoals de componist het in zijn eigen tijd had bedoeld – bewoog Gould in een totaal andere richting. Hij zag zichzelf, zonder arrogantie, als gelijkwaardig aan de componist. Dit gaf hem een vrijbrief zijn eigen gevoel en interpretatie te volgen. Legendarisch werd een concert met dirigent Leonard Bernstein. Die zei voorafgaand aan de uitvoering tegen het publiek – ongehoord in de concertzaal – dat hij het niet eens was met de manier waarop Gould het stuk speelde. Toen de pianist een modern pianowerk uitvoerde en de componist kwam luisteren, zei deze tegen Gould dat hij het stuk verkeerd geïnterpreteerd had. Maar de pianist ontkende dit ten stelligste. De componist begreep zijn eigen werk niet!

Mogelijk Asperger

Een wereldvreemde kluizenaar. Zo ging Gould na zijn plotselinge overlijden in 1982 (hij kreeg een herseninfarct) de geschiedenis in. Hoe langer hij dood is, hoe groter de mythe rondom zijn persoon wordt. Zijn vreemde gedrag is tot enorme proporties opgeblazen en onderwerp van veel speculaties. Zo zou Gould aan het syndroom van Asperger hebben geleden.

Hij was een vat vol tegenstrijdigheden. Enerzijds had hij bekrompen normen en waarden zoals die in de jaren dertig en veertig op het Canadese platteland gemeengoed waren. Anderzijds was hij met zijn ideeën over muziek en techniek zijn tijd ver vooruit. In de studio knipte en plakte Gould diverse takes – stukjes muziek uit verschillende opnames – achter elkaar om zo tot het beste resultaat te komen. In de digitale tijd is dit gebruikelijk, maar in de jaren zestig (en zeker in de wereld van de klassieke muziek) was deze techniek revolutionair en omstreden. De pianist wilde ook de luisteraar maximale invloed geven en vond dat die naar eigen inzicht de klankkleur, volume en zelfs snelheid van een opname moest kunnen bepalen.

Geniale gek?

Een geniale gek? De documentaire ‘The Inner Life of Glenn Gould’ uit 2011 schetst een ander beeld. De pianist bleek een mens van vlees en bloed, een man met humor. Hij hield van grote auto’s (waarin hij roekeloos reed) en had veel interesse in (studio)techniek. De vermeend aseksuele Gould had zelfs enkele jaren redelijk gelukkig samengeleefd met een vrouw. En zijn altijd zwaar aangezette hypochondrie, zijn angst voor verkoudheden en ziekmakende bacteriën: waren die niet deels verklaarbaar? Dat een pianist uiterst voorzichtig is op zijn gezondheid en handen, zijn kostbaarste bezittingen, is eigenlijk niet zo vreemd.

‘Gould is dood, maar meer aanwezig dan velen van ons’ merkt de documentaire terecht op. Sinds zijn overlijden is er een onophoudelijke stroom aan cd’s en publicaties op gang gekomen. De pianist is ook postuum een bestseller. Toch heeft hij geen school gemaakt. Dat is ook wel logisch: zo excentriek als Gould worden ze niet meer gemaakt. Daarbij heeft de ‘authentieke uitvoeringspraktijk’, die ook in Nederland fanatieke pleitbezorgers heeft, het in de klassieke muziek gewonnen.

Geen schouderklopjes

Hoe het, tot besluit, afliep met de rechtszaak tegen Steinway? Gould won. Maar toen het op de schadevergoeding aankwam, wilde de pianist alleen dat zijn advocatenkosten werden vergoed. Gelijk krijgen was voor hem het enige dat telde. Hij hoefde geen miljoen. Pianofabrikant Steinway nam Gould weer in genade aan. Maar het bedrijf had zijn leergeld betaald. Na de rechtszaak gold er op het hoofdkantoor een strenge regel. Als pianist Gould op bezoek kwam, zo kreeg iedereen ingepeperd, moest hij met alle egards worden ontvangen. Maar het was strikt verboden hem aan te raken. Geen handdruk en zeker geen vriendschappelijk bedoeld schouderklopje.

De documentaire ‘The Inner Life of Glenn Gould’ (2011), die op Youtube staat, geeft een genuanceerd beeld van Gould. De beste biografie is die van Kevin Bazzana, ‘Wondrous strange’, uit 2003. Bazzana zet Gould niet neer als excentrieke gek, maar maakt duidelijk wat de pianist bewoog.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Rutger Vahl (1972) is journalist en biograaf. Hij schrijft vooral over boeken, popmuziek, geschiedenis en de combinatie van die drie. Hij publiceerde ‘Cornelis Vreeswijk. De blues tussen Stockholm en IJmuiden’ (Nijgh & Van Ditmar, 2014), ‘Wally Tax. Leven en lijden van een outsider’ (Nijgh & Van Ditmar, 2015), 'Xandra Brood. Rock 'n' roll widow' (Nijgh & Van Ditmar, 2016), 'Laurie Langenbach. Brieven, dagboeken en een geheime liefde' (De Arbeiderspers, 2017) en ' Nu weet ik het zeker, ik hou van George Baker' (Nijgh & Van Ditmar, 2018). Momenteel werkt hij aan de biografie van Herman Brood.