Pieter van Huijstee is een van Nederlands bekendste en meest gerenommeerde documentaire producenten. In 1995 richt hij onder zijn eigen naam zijn productiebedrijf op. Hij werkt onder meer met uitstekende filmmakers als Johan van der Keuken, Heddy Honigmann en Ramon Gieling. Nu debuteert hij als regisseur met Jheronimus Bosch, Touched by the Devil. Een interview.

STEUN RO

Pieter van Huijstee (1956) is een producent die nauw betrokken is bij het ontwikkelen van het filmplan en de montage van de filmmakers die voor hem werken. Hij is vooral bekend van films als ‘Bewogen Koper’ en ‘De Grote Vakantie’ van Johan van der Keuken, ‘The Underground Orchestra’ van Heddy Honigmann en ‘En un momento Dado’ over Johan Cruyff van Ramon Gieling. In 2000 ontving hij een Gouden Kalf voor zijn werk als producent.

Elke morgen begint hij de dag met het lezen van alle kranten op zoek naar mogelijke ideeën voor documentaires. Zo kwam hij er ook achter dat in 2016 de vijfhonderdste sterfdag van Hieronymus Bosch wordt gevierd. Zijn film is een ontdekkingsreis door het gedetailleerde werk van de meester schilder, die vanaf 13 februari in 2016 groots wordt gevierd met een overzichtstentoonstelling in het Noord-Brabants museum in Den Bosch.

Handelaar
Ik groeide op in Heemstede en ging op school in Aerdenhout. Mijn grootmoeder had een mooi oud koetshuis met een eigen tuinman. Mijn vader was een handelaar in koffie, thee en tabak. Aan de ene kant was hij een zakenman, een echte handelaar, die de hele wereld rond reisde, maar aan de andere kant was hij sociaal en kon hij erg goed overweg met de boeren, maakte praatjes en respecteerde hen. Mijn moeder kwam uit Indonesië en had in een Jappenkamp gezeten en kwam er ‘redelijk verkreukeld’ uit. Die familiegeschiedenis, met grootouders uit Turkije, leidde tot een heel kosmopolitisch bestaan.

Het ondernemende heeft u van uw vader?

Na de scheiding van mijn ouders liet mijn vader ons totaal geen geld achter. Zo moest ik al vroeg mijn eigen geld verdienen. Als jongen verkocht ik zelfgemaakte koekjes op de tennisbanen van mijn moeder en deed allerlei baantjes. Dat helpt mij later als documentairemaker, ik heb veel indrukken en ervaringen opgedaan met heel diverse mensen.

Daarna wordt ik fotograaf, in die tijd is de Duitse schrijver/journalist Gunter Wallraff mijn grote voorbeeld, hij gaat undercover bij Bild en vermomt zich later als Turk om daarover het boek ‘Ich bin Ali’ te schrijven.

Ik leek vroeger ook op een Turk of een Armeniër. Ik woonde toen in Haarlem, mensen siste in je oren op straat en riepen ga terug naar je eigen land. Echt wel een paar keer per maand. Ik merk nog steeds ook bij het maken van films een zekere boosheid. Soms kan ik ook een behoorlijk temperament hebben, waar dat vandaan komt weet ik niet precies, maar naarmate de jaren verstrijken wordt je wel milder, relativeer je meer en ontwikkel je wat zelfspot.

Op de filmacademie werd ik drie keer afgewezen. Laatst vond ik nog het scenario van mijn eerste filmpje ‘De dood van Pasolini’. Dit was bedoeld om mee te sturen bij de aanmelding voor de Filmacademie. Onlangs zag ik de film over Pier Paolo Pasolini van Abel Ferrara met William Dafoe in de titelrol. Erg sterk, goed geacteerd en de sfeer was goed getroffen.

Groot dromen

Ik las over u dat u het liefste werkt met filmmakers, die iets van u willen leren en van wie u ook iets kan leren.

Ja, dat is nog zeer actueel, dat is die wederzijdse inspiratie. Je moet energie van elkaar krijgen. Maar net als in de liefde moet een goede samenwerking wel regelmatig bevestigd worden. Het is niet vanzelfsprekend.

Ik heb altijd de neiging mijzelf op een goede positie neer te zetten, zodat je de touwtjes in handen hebt. Maar de mensen die het van me af kunnen nemen, doordat ze echt iets te vertellen hebben of getalenteerd ergens in zijn, laat ik hun gang gaan. Dan hebben ze mijn onvoorwaardelijke steun en ga ik er volledig achterstaan. In de periode dat ik aan ‘Bewogen Koper’ en ‘Amsterdam Global Village’ werkte, zei van der Keuken tegen me dat ik geen bedreiging voor hem was, omdat ik quizzen bedacht voor de televisie (Lingo b.v). Ik kon daardoor dingen goed op een rijtje zetten.

Toen ik hem voor het eerst ontmoette woonde hij op Prinseneiland in een klein huis met een houtkachel. Het was geen vetpot. Na het eerste succes gaan we met z’n drieën de wereld bereizen. Later zeiden de Van der Keukens tegen mij: jij hebt ons rijk gemaakt. Ik kreeg de budgetten voor elkaar.

Van der Keuken vond het prachtig om een groot billboard van zijn film op de gevel van een bioscoop te hebben, hij begreep niet waarom dat alleen voor speelfilms kon en niet voor documentaires. Niet benepen en nederig zijn, maar groot durven dromen en denken. Dat brachten wij in praktijk. Ik vind dat goede smaak vaak je ergste vijand is. Probeer je eigen smaak te leren kennen, dat is niet eenvoudig.

Goed kijken

Hoe waren de reacties op het IDFA bij uw eerste film als regisseur over Jeroen Bosch?

De première is in Tuschinski 1. Ik vind het te groot, het is niet mijn ding. Toch moet je het laten gebeuren, het is ook heel feestelijk. Dit is de film die ik wilde maken. Je leert zoveel dat ik het nu bij bepaalde delen anders zou doen. Ook moet je accepteren wat je zelf gemaakt hebt. Na afloop kwamen er diverse commisioning editors van televisie naar mij toe. Zij waren enthousiast over de film. Ik kan wel beoordelen of de reacties alleen maar beleefd en vriendelijk zijn of echt gemeend. Mensen hebben het over een tweedeling in de film, het eerste uur is een echt verhaal, daarna wil ik meer verdieping over Jeroen Bosch aanbrengen.

Er is niet veel bekend over Jeroen Bosch, de hoofdpersoon Matthijs zegt in de film: ‘ we weten niets tot zeer weinig over Bosch en alles wat er over hem gezegd wordt is meestal borrelpraat.’

Nu komen we op mijn anti-intellectuele kant, ik heb niet gestudeerd. Daarom heb ik misschien een grotere behoefte kennis te vergaren. Ik heb vaak op zondagmiddag boeken zitten te lezen in de bibliotheek over Jeroen Bosch. Niet alleen over Bosch maar ook over de tijd waarin hij leefde.

Het belangrijkste bij het maken van deze documentaire is het kijken naar alle details in het werk van Bosch. Het is een ‘never ending’ plezier. Dat is het element wat bij alle gesprekken steeds terugkwam. Net als toen we met Ramon Gieling de film over Johan Cruyff maakten, En Un momento Dado, is het een revival van een vergeten meester. Er waren toen meer dan 130 journalisten bij de première op het International Film Festival Rotterdam. Net als Cruyff zegt dat de bal het werk moet doen, behoren bij de film over Bosch de schilderijen centraal te staan.
Het is belangrijk de camera te laten documenteren, laat zien wat er om je heen zich afspeelt. Het komt uiteindelijk neer op goed kijken. Of zoals Johan van der Keuken het kernachtig zegt, film maken is ‘gewoon goed kijken’.

Alles geven

Is het niet een valkuil dat het heel technisch wordt, omdat u kunsthistorici, restaurateurs en andere specialisten volgt?

Het uitgangspunt was mee te reizen met de kunsthistorici en de schilderijen waren zo dichtbij dat je ze kunt aanraken. Wat ook gebeurde. Als je iets heel unieks kunt filmen, waar anderen niet bij kunnen komen is dat een goede aanleiding. Als filmmaker wil je zo dichtbij mogelijk komen. Een collega zei tegen me je bent er zó mee bezig, waarom ga je het zelf niet regisseren? Als producent voel ik me altijd erg gewaardeerd door de filmmakers met wie ik werk. Erkenning in mijn werk krijg ik ruimschoots, dat is niet de reden om te gaan regisseren.

Is het op betrokken wijze produceren en regisseren totaal iets anders?

Bij mij ligt het dicht tegen elkaar aan, omdat ik bij het produceren nauw betrokken was bij het ontwikkelen van het filmplan tot de montage. Ik kijk er nu intensiever tegenaan. Je moet alles van jezelf willen geven. Ik ben nog stelliger geworden. Als maker wil je ook inspiratie en energie van anderen krijgen. De ene wil begrip de andere zoekt juist de confrontatie. Filmmakers kunnen heel onzeker zijn. Het gemeenschappelijke doel is overstijgend: een uitstekende film maken.

Smaakt deze film naar meer?

Jazeker. Ook al ga ik met deze productie riant op mijn bek, voor mij zelf is het al een succes. Eerst zou het alleen worden vertoond in Amsterdam en in Den Bosch, nu zijn er al 37 filmhuizen/bioscopen die geïnteresseerd zijn. Al zou ik maar een of twee sterren krijgen in
de recensies, dan zou ik dat moeten verwerken, maar ik sta achter de film die ik gemaakt heb.

Wat heeft deze film over Jeroen Bosch voor u persoonlijk betekent?

Op een of andere manier, dankzij Bosch, heeft het religie dichter bij mijn eigen leven gebracht. Ik sta er heel open in en vind tolerantie op dat gebied belangrijk. Ik heb net de brieven van Van Gogh aan zijn broer Theo herlezen, dat gaat alleen maar over religie.

Louterend

In de documentaire zegt Matthijs de hoofdpersoon over Bosch’ schilderijen: ‘het is altijd de hel en een heel klein beetje hemel.’

Mijn interpretatie is dat ik door mijn eigen donkere zijde onder ogen te komen, ik me mijzelf daardoor bij elkaar houd. Je moet je eigen fouten en goede daden in het leven op een gegeven moment tegen het licht houden. Dat louterende inzicht moet je krijgen om weer verder te kunnen. Je moet ook een dosis geluk hebben in je leven en de juiste mensen ontmoeten.

U maakt al een tijd lang documentaires, welke ingrediënten zijn nodig om een uitstekende documentaire te maken?

Bij de maker moet je een noodzaak, een bepaalde energie voelen. Dat de maker naar plekken gaat met de camera waar andere niet kunnen komen. Het is het onderwerp, het moet iets zijn wat anders niet toegankelijk is en het heeft zeker met de klik die je hebt met de maker te maken. De eerste ontmoeting is ook erg belangrijk, ik probeer altijd goed te onthouden als de regisseur mij verteld over zijn filmplannen. Hij vertelt vaak het ene, maar op zijn voorhoofd staat iets anders geschreven. Het is boeiend om dat naar voren te brengen. Hij kan nog niet goed onder woorden brengen waar de film over gaat. Soms heeft de maker een idee nodig als vehikel om iets diepers over zichzelf te zeggen. Die gelaagdheid maakt het interessant. Dat kan dan tot een film leiden, waarbij ambitie ook een belangrijke rol speelt.

* ‘Jheronimus Bosch, Touched by the Devil’ gaat vanaf 7 januari draaien in 37 bioscopen in het land.

    Jaap Mees is filmmaker en freelance journalist. Voltooide de School voor de Journalistiek in Tilburg en de Filmacademie in Londen (regie/scenario). Maakte diverse korte en lange films, met name documentaires. Sommigen zijn vertoond in internationale filmfestivals in o.a Dublin, Londen, New York, Washington, Vancouver, Sitges, Utrecht en Manchester. Schreef voor diverse filmsites zoals Talking Pictures, NFTVM site en het filmblad Skrien. Nu Reporters Online, Cultuurpers.nl en Blendle. Hij maakt ook opdrachtfilms voor musea en culturele instellingen.Zie website www.free-spirits-film.eu