Schreef en publiceerde ze eindelijk het boek waar ze al járen mee rondliep, sneeuwde het aanvankelijk onder door corona en haar eerdere roman over een pandemie. Gelukkig heeft Verdwijnpunt van Wytske Versteeg inmiddels de weg naar de lezer gevonden. Het is een beklemmend boek over seksueel geweld. “Het dilemma met schrijven over pijn, is dat pijn je alle woorden ontneemt.”

STEUN RO

Ik wil graag leven; ik wil schrijven, theater maken, onderzoeken, warm kunnen zijn, überhaupt kunnen, mogen en durven te zijn. Maar op de een of andere manier heb ik mijn eigen gevangenis gecreëerd, en lukt het nu alleen nog om te overleven door mezelf grotendeels dood te houden.
(Fragment uit Verdwijnpunt)

Na geprezen en bekroonde romans als De wezenlozen, Boy en Quarantaine vertelt schrijfster Wytske Versteeg (36) in het non-fictieboek Verdwijnpunt nietsontziend over de gevolgen van jarenlang misbruik door haar grootvader tijdens haar jeugd. Zoals bij meer slachtoffers van seksueel geweld het geval is, krijgt Versteeg ook op latere leeftijd steeds opnieuw te maken met grensoverschrijding.

In een weefsel van dagboekfragmenten, situaties, herinneringen en referenties naar literatuur, muziek en kunst onderzoekt ze alle facetten van pijn en eenzaamheid die het gevolg waren van deze ervaringen. Het web van schuldgevoel, verwijt, afgeslotenheid en zelfhaat sluit zich alsmaar dichter om haar heen, totdat ze nauwelijks nog kan ademhalen, praten of zelfs gewoon alleen maar ‘zijn’. Het lezen van Verdwijnpunt is een intense, beklemmende ervaring – de schrijfster laat heel knap haar lezers iets van haar eigen gevoelens ervaren.

Door corona was er de afgelopen tijd bijna meer aandacht voor je vorige roman Quarantaine dan voor Verdwijnpunt. Dat is bij zo’n persoonlijk verhaal pijnlijk, lijkt me.

‘Ja, ook omdat ik heel lang aan Verdwijnpunt heb gewerkt, of beter gezegd: heel lang met dit manuscript heb rondgelopen. Mijn eerste boek, het non-fictieboek Dit is geen dakloze, verscheen in 2008, en rond die tijd ben ik ook hieraan begonnen. Maar goed, tegen het licht van alles wat er op dit moment speelt, is aandacht voor een boek natuurlijk een luxeprobleem. Inmiddels is Verdwijnpunt wel op veel plekken opgepikt. Ook gezien de reacties heb ik er vertrouwen in dat het boek zijn weg wel vindt.’

‘Dit is geen makkelijk boek voor mijn familie,’ zegt Wytske Versteeg. ©Marc Brester/A Quattro Mani

Lag het eerder nog te gevoelig om erover te kunnen schrijven of lukte het niet de juiste vorm te vinden?

‘Beide. Ik zocht naar een vorm, omdat ik het belangrijk vond dat het niet alleen over mij zou gaan, dus niet alleen naar binnen zou staren, maar ook een verbinding zou aangaan met de wereld om ons heen. Er speelden ook andere dingen mee: dit is geen makkelijk boek voor mijn familie. Bovendien loop je het risico dat als je zo’n persoonlijk boek vroeg in je carrière publiceert, je vervolgens tot dat ene verhaal wordt gereduceerd.’

‘De keuze voor terughoudendheid in wat ik wel en niet vertel, heeft deels te maken met het beschermen van mijn familie – daarin heb ik een verantwoordelijkheid –,  maar heeft ook te maken met de manier waarop de buitenwereld met dit soort verhalen omgaat. Daar zit vaak iets onsmakelijks aan. Moreel keuren we seksueel geweld af, maar in fictie worden juist de details breed uitgemeten. Dat versterkt bepaalde ideeën en beelden. In interviews wordt er er vaak naar de persoonlijke details gevraagd; het is haast alsof buitenstaanders menen daar recht op te hebben. Ik vind het belangrijk om daar afstand van te nemen en er kritisch over te zijn. Ik wilde vertellen over de gevolgen van seksueel geweld en hoe dat iemand kan isoleren. Daarvoor heb ik alleen dát aan details prijsgegeven waarvan ik dacht dat het noodzakelijk was om dit verhaal te kunnen vertellen.’

In de maanden en jaren voor mijn achttiende had ik geleerd om mijn lichaam niet te beschouwen als deel van mijzelf, laat staan mijn zelf als deel van mijn lichaam. Alles beneden mijn kin, misschien alles beneden mijn voorhoofd, was een gebied dat door anderen was ingenomen en bezet, iets waarover ik geen zeggenschap had. Enige tijd was ik ervan overtuigd dat het mogelijk was om mijn lijf te vernietigen en dan, lichaamloos, eindelijk verder te leven. Nu nog begrijp ik niet hoe ik dat in die tijd voor elkaar kreeg: om twee studies tegelijkertijd te doen en daar met hoge cijfers voor te slagen, terwijl ik tegelijkertijd systematisch werkte aan de ondergang van mijn lichaam.
(Fragment uit Verdwijnpunt)

Het is iets wat andere mensen die seksueel misbruik hebben meegemaakt, herkennen: mensen zijn nieuwsgierig naar het hoe, hoe vaak, hoelang. Terwijl jij het vooral wilt hebben over het systeem waarin seksueel grensoverschrijdend gedrag gedijt en welke factoren het in stand houden.

‘Precies. Op de details ingaan maakt het voor anderen op een bepaalde manier makkelijker zich ervan te distantiëren, omdat die ver van hun wereld af staan. Terwijl seksueel geweld een extremere vorm is van de vele soorten grensoverschrijdingen die er zijn in onze maatschappij en die blijven bestaan juist doordat we ons ervan distantiëren en doen alsof het normaal is. Bij seksueel geweld zeggen mensen algauw dat je “gewoon nee moet zeggen”. Maar hoe vaak doen we dat eigenlijk in normale situaties? In de meeste sociale situaties zegt iemand niet botweg “nee”, maar probeert hij of zij die nee te verbloemen, vriendelijk te verpakken. Waarom zou het bij seksueel geweld dan ineens makkelijk zijn om nee te zeggen?’

Bovendien is het zo dat veel slachtoffers van seksueel misbruik op jonge leeftijd een probleem ontwikkelen met het verdedigen van hun grenzen, wat mede de reden is dat veel mensen er ook later in hun leven steeds weer mee te maken krijgen. Hoe werkt dat precies?

‘Wist ik het maar. Het klopt dat slachtoffers van seksueel geweld vaak een kwetsbaarheid hebben. Als je al op jonge leeftijd zulke grensoverschrijding meemaakt, is het moeilijk om te leren voelen wat je fysieke en geestelijke grenzen zijn, waardoor je ze later ook niet kunt beschermen op momenten dat het nodig is. Daders voelen dat op een of andere manier aan.’

Om de lagen van pijn en eenzaamheid te beschrijven maak je gebruik van allerlei beelden en associaties met kunst en muziek. Hoe ontstond die vorm?

‘Het dilemma met schrijven over pijn, is dat pijn je alle woorden ontneemt, het berooft je van je vorm. Eigenlijk heb je heel ruwe taal nodig om daarover te schrijven, gepolijste volzinnen zijn niet passend. Tegelijk moet je de pijn kunnen weergeven op een manier die voor anderen min of meer begrijpelijk en toegankelijk is. Dat is een paradox, en het was een uitdaging om tussen die uitersten een evenwicht te vinden. Dat heb ik opgelost door ongepolijste dagboekfragmenten te gebruiken van momenten waarop die pijn heel diep en dichtbij was en tegelijk ook de zoektocht weer te geven naar de goede taal om hierover te praten, en daarbij uitingen te gebruiken van anderen die mijn gevoelens op een wezenlijke manier weerspiegelen.’

‘Ook naar het einde was het lang zoeken. Ik wilde geen Hollywood-einde in de trant van: dit is er allemaal gebeurd, maar ik ben er sterker uit gekomen en nu ben ik succesvol. Tijdens het schrijven overviel me soms de behoefte mijn kwetsbaarheid te verbergen, maar dat zou niet integer geweest zijn. Dus ik heb gezocht naar een slot zoals bij een muziekstuk, waarbij in de laatste noot alle eerdere muziek nog doorklinkt.’

Wytske Versteeg wilde geen ‘Hollywood-einde’. ©Marc Brester/A Quattro Mani

Hoe waren de reacties van je familie en vrienden?

‘Goed, dus dat is heel fijn. Mijn broer stond niet te springen bij het idee dat ik dit verhaal zou publiceren, maar was uiteindelijk wel positief dat het er zou komen. Hij heeft het hele manuscript gelezen, en daar hebben we het ook over kunnen hebben. Voor mijn ouders, met wie ik al jaren nauwelijks contact heb, was het moeilijker, maar het hielp ze denk ik wel om bepaalde zaken beter te kunnen begrijpen.’

Dat zoveel onbekenden, onafhankelijk van elkaar, feilloos herkenden dat ik blijkbaar alleen daarvoor goed genoeg was: om buiten op straat of ’s avonds in het openbaar vervoer met meer of minder geweld, maar nooit zonder angst, te worden aangeraakt zonder dat het wilde (…) – dat leek me iets te bewijzen. Het bewees dat ze gelijk hadden. Dat ze het goed zagen, dat ik ondanks al mijn pogingen om een echt mens te zijn inderdaad niets meer of anders was dan wat zij zagen, een lichaam dat  je kon gebruiken. Een lichaam waarvan ik me in toenemende mate afvroeg waarom het er was; waarom dat lijf nog wel in leven was, terwijl het voelde alsof ik zelf niet bestond.
(Fragment uit Verdwijnpunt)

Je hebt het boek Verdwijnpunt genoemd. Wat bedoelde je daarmee?

‘Aan de ene kant heeft het woord iets van een afgrondervaring in zich, waarnaar ik verwijs in het begin van het boek: ik wilde er heel lang liever niet zijn. Daarnaast is het een term uit de kunst die betrekking heeft op waarnemen en richting, op iets in het juiste perspectief zien, waar het in het einde van het boek over gaat. Enerzijds is deze geschiedenis voor mij persoonlijk heel groot, tegelijk is het een verhaal als zoveel andere; er zijn zoveel mensen die iets soortgelijks hebben meegemaakt.’

Wat hoop je met dit boek teweeg te brengen?

‘Ik denk dat het belangrijk is om te zoeken naar manieren om preciezer te spreken over geweld; dat helpt ook om er beter over na te kunnen denken en er inhoudelijke fijnzinniger gesprekken over te kunnen voeren. Ik hoop dat boeken als Vallen is als vliegen van Manon Uphoff of dat van mij daar een bijdrage aan kunnen leveren.’

‘We moeten zoeken naar manieren om voorbij de gangbare kaders te komen waarin we gewoonlijk over seksueel geweld spreken; het draait al snel om een te gemakkelijke schuldvraag of het zoeken naar een happy end of oplossing. Het zou voor iedereen makkelijk zijn als een slachtoffer kan zeggen: oké, dit is gebeurd, maar nu is het achter de rug. Maar zo werkt het helaas vaak niet. Er wordt onderzocht of er medicijnen te maken zijn die de effecten van of de herinneringen aan traumatische gebeurtenissen kunnen verminderen. Ik heb me afgevraagd: stel dat zo’n medicijn beschikbaar zou zijn, zou ik dat dan willen? Had ik gewild dat dit allemaal niet was gebeurd?’

En? 

‘Dat is een onmogelijke vraag. Natuurlijk had ik gewild dat het misbruik niet was gebeurd. Dan waren dingen beslist makkelijker geweest. Tegelijk hebben de gebeurtenissen, mijn eenzaamheid en buitenstaanderschap, me ook gemaakt tot wie ik ben en me een scherp observatievermogen gegeven, waardoor ik dingen opmerk die anderen minder snel zien als de wereld voor hen wél heel vertrouwd en vanzelfsprekend aanvoelt. Dat zijn twee kanten van dezelfde medaille.’

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -