In Mijn gevecht vertelt voorheen supertalent Thomas Dekker over zijn gefnuikte wielercarrière. Thijs Zonneveld schreef het op. Toen Dekker prof werd bij de Raboploeg kwam hij in een cultuurtje terecht van drank, drugs en hoerenbezoek. Dekker ging erin mee.

STEUN RO

Waarom begon Thomas Dekker met doping? Was er niemand die hem kon tegenhouden? Dekker komt uit een betrekkelijk eenvoudig milieu en werd als een prinsje behandeld in zijn jeugd. Als jongere leefde hij volledig voor de wielersport, dat veranderde toen hij prof werd.

Klik hier voor het gesprek met Thijs Zonneveld

Zonneveld: ‘Als je ziet hoe groot zijn talent was, puur fysiek, is het een van de domste keuzes die hij had kunnen maken om zo vroeg al met doping te beginnen. Als hij met dat talent rustig gewacht had, was hij nu een van de beste wielrenners ter wereld geweest. In plaats daarvan heeft hij niets nu.’

‘Hij is heel goed in het saboteren van zichzelf, hij is alleen maar op de korte termijn gericht. Als hij iets meer geduld had gehad en iets beter zou structureren, had hij een succesvolle carrière kunnen opbouwen. Bij de jeugd was niemand zo goed als hij.’

Doodnormaal
Dekker noemt zijn jeugd ‘doodnormaal’ maar je proeft dat hij bedoelt ‘doodsaai’.
Zonneveld: ‘Zijn vader was bagagesjouwer op Schiphol en zijn moeder badjuf. Als je ziet wat hij later allemaal meemaakt was dat inderdaad doodsaai. Je kunt je bijna niet voorstellen dat hij uit zo’n milieu komt.’

Dekker is nooit afgeremd in zijn jeugd, hij werd alleen maar op handen gedragen en bevestigd.
Zonneveld: ‘Je moet als je jong bent ook mensen in je omgeving hebben die je met beide benen op de grond houden en dat heeft Thomas niet gehad.’

In Mijn gevecht staan ook veel beschuldigingen aan het adres van collega’s en andere mensen binnen de wielersport. Thijs Zonneveld legt uit waarom dit verhaal verteld moest worden.

Over deze podcast
In de podcastserie Het Verhaal komen schrijvers aan het woord over hun boek. De interviews duren lekker lang, ongeveer 45 minuten dus er is genoeg tijd om dieper op de inhoud in te gaan. Zowel fictie als non-fictie en min of meer wekelijks. Ook met beroemde en minder beroemde Nederlandse en Vlaamse schrijvers.