Het Wereldkampioenschap Voetbal in Brazilië is tegen alle verwachting in gesmeerd verlopen. Grootste vlek op het blazoen van de Braziliaanse autoriteiten is het buitengewoon gewelddadige optreden van de politie. Waarom gebeurt dat toch?

STEUN RO

Van de kant van de demonstranten wordt het geweld ook niet geschuwd, sommigen gooien met molotov-cocktails en richten vernielingen aan. Maar niet zelden gebruikt de Braziliaanse politie veel geweld tegen vreedzame demonstranten. Er zijn beelden van een opgepakte demonstrant die een lading pepperspray in zijn gezicht kreeg terwijl hij door collega-agenten werd vastgehouden. Op de dag van de finalewedstrijd Duitsland-Argentinië werd een Canadese journalist door politiemensen op de grond gewerkt en in zijn gezicht getrapt. Het aantal gewonde journalisten is sowieso opvallend hoog. Volgens Verslaggevers zonder Grenzen zijn 38 journalisten tijdens het WK aangevallen door politie of demonstranten.

Nog voor het WK, in mei, startte de mensenrechtenorganisatie Amnesty International een actie: Geen vuil spel, Brazilië, waarin het publiek werd opgeroepen om de regering in Brasilia een gele kaart te sturen vanwege het buitensporige politiegeweld. Ook maakt Amnesty zich zorgen over wetgeving die deelname aan vreedzame demonstraties strafbaar maakt. Voorafgaand aan de WK-finale op 13 juli tussen Duitsland en Argentinië werden 19 mensen preventief opgepakt. Zij werden ervan beschuldigd gewelddadige acties voor te bereiden. De zaak doet nog steeds veel stof opwaaien in Brazilië en op het consulaat van buurland Uruguay in Rio meldde zich op 21 juli de mensenrechtenadvocate Eloísa Samy om politiek asiel aan te vragen.

Oog verloren

“Het geweld is niet nieuw, maar de mate waarin het nu gebruikt wordt is wel nieuw”, zegt Alexandre Ciconello, adviseur mensenrechten bij Amnesty International Brazilië. “Er zijn duizenden menen opgepakt en de politie maakt buitensporig veel gebruik van rubber kogels, traangas en pepperspray. Een fotograaf verloor vorig jaar een oog door een rubber kogel. Mensen worden soms gesloten ruimtes in gedreven en worden dan met traangas beschoten.”

Uit de tijd van de dictatuur in Brazilië (1964-1985) stamt nog de zogenoemde Wet van de Nationale Veiligheid die de politie verregaande bevoegdheden geeft om mensen op te pakken, zoals gebeurde voor de finale op 13 juli. “Het is een strategie om mensen bang te maken”, aldus Ciconello. “Mensen moeten zich ook bij de politie melden op het moment dat het protest is aangekondigd.”

Demonstranten worden al raddraaiers en als minderwaardig gezien, verklaart hij. Die manier van denken is volgens hem een overblijfsel uit de dictatuur. “Met de terugkeer van de democratie is er politiek veel verbeterd, maar de militairen zijn nooit gestraft en de politie ging gewoon door met haar werkwijze. Zij ziet het als haar taak de hoogste klasse en haar belangen te verdedigen.”

In Rio worden volgens Amnesty op dit moment gemiddeld drie mensen per dag door de politie gedood in vaak schimmige omstandigheden. Minder dan acht procent van deze gevallen wordt onderzocht. Ciconello: “Een deel van de maatschappij juicht het ook toe, want de mensen die worden gedood zijn volgens hen gewoon criminelen.”

De volgende campagne van Amnesty International in Brazilië richt zich dan ook op de enorme hoeveelheid jonge zwarte mannen die door een politiekogel de dood vinden.

Demilitarisering

In het Congres in de hoofdstad Brasilia is een wetsvoorstel, het zogenoemde PEC-51, ingediend dat gaat over de demilitarisering van de politie.

De politie in Brazilië heeft een ingewikkelde structuur. De Federale Politie is het landelijke politiekorps, dat zich vooral met grensoverschrijdende misdaad bezighoudt. Op het niveau van de deelstaten, die in Brazilië veel politieke zeggenschap hebben, functioneren de Civiele Politie en de Militaire Politie. Het is deze laatste waar de demonstranten op straat het meest mee in aanraking komen en het is dus ook de Militaire Politie die door de publieke opinie het meest wordt bekritiseerd. Ciconello: “De Militaire Politie pakt mensen op die de wet overtreden hebben en de Civiele Politie onderzoekt de zaak.” Degene die de verantwoordelijkheid heeft voor het functioneren van de Civiele en Militaire Politie is de gouverneur van de deelstaat.

“De Militaire Politie heeft dezelfde structuur als het leger en heeft ook een vergelijkbare taakopvatting, maar dat komt niet meer overeen met dat waar de Braziliaanse maatschappij behoefte aan heeft”, aldus Ciconello. “Wat sommige mensen dus voorstaan is een hervorming van de politie: een demilitarisering en een andere manier van verantwoording afleggen, namelijk aan de nationale regering in Brasilia.”

Vijandsbeeld

Luiz Eduardo Soares, anthropoloog, specialist op het gebied van openbare veiligheid en geestelijk vader van PEC-51, stelt in een interview, gepubliceerd op zijn website, dat niet alleen de politie moet veranderen, maar de hele maatschappij, die moet veranderen in een “daadwerkelijke democratische maatschappij met respect voor de mensenrechten”.

Het leger is er om het nationale grondgebied te verdedigen en de politie moet de rechten van burgers beschermen, door overtredingen en misdrijven te voorkomen of op te sporen. Soms is er sprake van gewapende confrontaties maar in het overgrote deel van de gevallen zijn de taken van de politie makkelijker uit te voeren in een andere bevelstructuur dan de militaire, vindt Soares. “De Militaire Politie gaat te veel uit van een vijandsbeeld en niet zelden is dat het gestigmatiseerde beeld van een arme zwarte jongere.”

Volgens Soares zijn veel Brazilianen er pas achter gekomen hoe gewelddadig de Militaire Politie is toen iedereen zag hoe tijdens de protesten van juni 2013, ten tijde van de Confederatiecup, de politie tegen de demonstranten te keer ging. “De arme bevolking had er dagelijks mee te maken, maar toen gebeurde het opeens ook in de middenklasse en choqueerde het dat deel van de samenleving dat er niets van wist of er onverschillig tegenover stond.”

Zeventig procent van de politiemensen zelf wil ook graag dat de situatie verandert, aldus Soares, die zich daarbij baseert op een onderzoek dat hij deed in 2010.  

Buiten proporties

De Militaire Politie in Rio de Janeiro heeft nog niet gereageerd op een interviewverzoek over dit onderwerp. In augustus hoop ik in Brasilia meer te weten te komen over het wetsvoorstel en hoeveel kans dit maakt. Ik kom er dus op terug.

Ondertussen heeft Uruguay het asielverzoek van mensenrechtenadvocate Eloísa Samy afgewezen omdat het land “een verdrag heeft met Brazilië en de democratische rechtsstaat respecteert”, zo schrijft de Braziliaanse krant O Globo.

Een rechter van het Hoogste Gerechtshof, Marco Aurelio Mello, betitelde kort daarvoor het asielverzoek als ‘buiten proporties’. Maar hij had ook geen goed woord over voor de preventieve hechtenis van de demonstranten ten tijde van de finale van het WK.

En wat vindt de regering van president Dilma Rousseff van het optreden van de politie? Alleen de minister voor mensenrechten heeft bij het begin van het WK haar zorgen over het buitensporige geweld uitgesproken. Amnesty-adviseur Ciconello: “De autoriteiten in Brasilia weten niet hoe ze hier mee om moeten gaan. Ze hebben zich tot nu toe te passief opgesteld.” 

Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.