Dat Venezuela afglijdt naar een dictatuur, is iets wat de Argentijnse historicus Federico Finchelstein al tegen mij zei in mei 2017.

Dit is een verkorte versie van het interview dat ik voor mijn boek Ik brul dus ik ben met hem hield over de Latijns-Amerikaanse roots van het populisme:

‘Naar mijn mening staan Turkije en Venezuela op de drempel van wat niet langer populisme is, maar enkel autoritarisme en dictatuur’, vertelt Finchelstein via Skype vanuit een New Yorks etablissement. Finchelstein is naast hoogleraar aan The New School in New York ook gastdocent in Dresden. Spraakwaterval als hij is, trekt hij zich weinig aan van de af en toe haperende verbinding.

Alleen de naam Evita roept al een scala van beelden op van de romantische opoffering van een beeldschone first lady voor haar volk. Don’t cry for me, Argentina! Maar Finchelstein zal eerder denken aan Evita’s echtgenoot, generaal Juan Péron, die na de Tweede Wereldoorlog uitgroeide tot grondlegger van het Argentijnse populisme. Over de oorsprong van het naoorlogse, post-fascistische populisme zou je dus kunnen zeggen, met een knipoog naar Trump: ‘Latin America First!’ Er zijn veel internationale dwarsverbanden, die Finchelstein beschrijft in zijn boek From Fascism to Populism in History.

Wat was er zo specifiek aan het populisme zoals dat ontstond in Argentinië, met het peronisme?

‘Zoals u weet, ontstond het populisme als zodanig niet pas na de Tweede Wereldoorlog, maar dook het wereldwijd op in de negentiende eeuw, in plaatsen als Rusland, Amerika en Frankrijk. Niettemin – en dit feit wordt wel eens over het hoofd gezien, door toedoen van eurocentrisme of Amerikaans exceptionalisme – deed een cruciale, radicale wijziging in de geschiedenis van het populisme zich voor het eerst voor in Latijns-Amerika. Voorheen kon je het populisme tegenkomen als een politiek idee, een strategie, of als een oppositiebeweging die vergeleken met andere politieke partijen zeker niet de belangrijkste variabele was in de nationale en internationale politiek, zelfs niet in de Amerikaanse geschiedenis.

Dit artikel lees je gratis. Het zou mooi zijn als je onderaan een kleine bijdrage deed, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

‘In Latijns-Amerika – niet alleen in Argentinië; vergelijkbare dingen gebeurden in Brazilië en Bolivia – creëerden de omstandigheden na 1945 de juiste voorwaarden voor het populisme om uit te groeien tot een regime, een staatsvorm, en dat veranderde alles. Om het heden te begrijpen moeten we terug in de geschiedenis, om te zien hoe populisme zich gedraagt als het aan de macht is. In Europa hebben we niet zoveel ervaring met volledig populistische regimes. Er zijn populisten in coalities, bijvoorbeeld in Finland, Italië en Oostenrijk. Maar Trump als president is in dat opzicht erg nieuw, en het enige precedent voor hem zijn de Latijns-Amerikaanse regimes, of soortgelijke hedendaagse situaties als Turkije, met Erdoğan, de Thaksin-beweging in Thailand en populisten in Afrikaanse landen als Senegal and Zuid-Afrika.’

En hoe zit het met de huidige zogeheten links-populistische partijen in Zuid-Europa, zoals Podemos in Spanje, Syriza in Griekenland en Beppe Grillo’s Vijfsterrenbeweging in Italië?

‘Een belangrijk ideologisch onderscheid gaat soms verloren in de definities. We mogen niet voorbijgaan aan de vraag of het om links- of rechts-populisme gaat. Gouden Dageraad (de rechts-extremistische partij in Griekenland, PW) heeft niets gemeen met Syriza; waarschijnlijk vinden we meer overeenkomsten tussen Syriza en andere partijen. Er is een duidelijk omschreven onderscheid tussen links- en rechts-populisme.

‘Maar dat onderscheid zelf moet weer geconfronteerd worden met vele tegenstellingen. Naar mijn mening is het bijvoorbeeld moeilijk te zeggen of de Vijfsterrenbeweging links of rechts is. In feite is het een amalgaam van rechtse en linkse standpunten. In het geval van het peronisme zie je zelfs dezelfde politieke eenheid door de geschiedenis heen van links naar rechts verschuiven. De Kirchners in Argentinië worden vaak afgeschilderd als linkse populisten van de vroege 21e eeuw, maar in de jaren negentig steunden beiden – Néstor en Cristina – de neoliberaal Menem.

‘Wat overheerst is uiteraard de populistische benadering, die bestaat uit het idee dat er een legitieme meerderheid is die op een of andere wijze overgaat in het totale volk: het deel wordt het geheel. Deze benadering komt neer op een anti-pluralistische, illiberale opvatting van politiek. Maar het blijft van belang om een centraal onderscheid in je achterhoofd te houden. In het rechtse populisme zie je een neiging om het volk te vereenzelvigen met het ethnos, een specifieke etnische groepering. Die neiging plaatst racisme in de kern van het rechtse populisme. Dat racisme kan milder zijn, zoals in het geval van Berlusconi’s sporadische racistische opmerkingen, of extremer, zoals in het geval van Pegida.’

En dan is het bijna een kwestie van ‘Blut und Boden’?

‘Ja, in dat laatste geval is er een nauwer verband met het fascisme. In het linkse populisme, inclusief het kirchnerisme, het chavisme en zeker Podemos en Syriza, wordt de meerderheid niet aangeduid in etnische termen. De dèmos (de oud-Griekse term voor het volk, dat ook in ons woord democratie zit, PW) blijft een politieke groep. Het verband met het rechtse populisme is dat de minderheid, of wat daaronder verstaan moge worden, als illegitiem en géén lid van het volk wordt beschouwd.’

Toch kan ook het linkse populisme vrij heftig zijn. Bijvoorbeeld in Venezuela, waar doden vallen bij botsingen tussen demonstranten en de troepen van president Nicolás Maduro.

‘Als het populisme een autoritaire vorm van democratie betekent, dan kun je, in situaties waar je niet meer kan spreken van democratie, ook niet meer spreken van populisme, maar gewoon van een dictatuur. Naar mijn mening staan Turkije en Venezuela op de drempel van wat niet langer populisme is, maar enkel autoritarisme en dictatuur. Interessant genoeg had ik dat rond 2012 niet gezegd over deze twee landen. Wat je in feite in elke vorm van populisme vindt, is de verstrengeling van een autocratische neiging met een democratische verbinding. Als je die verbinding niet meer hebt, en je hebt alleen repressie, geweld en – misschien – dictatuur, dan is er geen sprake meer van populisme. En ik denk dat Venezuela en Turkije die kant uitgaan.

‘Wat opvalt aan het peronisme is de lage intensiteit van geweld. Populisme zit ergens tussen democratie en dictatuur in, maar meer aan de kant van de democratie. Het populisme valt de legitimiteit van je politieke opvattingen aan, maar ontneemt je de meeste van je rechten niet. Het staat je vrij om te stemmen en om te verliezen. Want om de electorale meerderheid – die cruciaal is voor populisten – te verkrijgen heb je verliezers nodig. In een fascistische staat of dictatuur hebben de machthebbers dat niet nodig: ze onderdrukken je, gooien je in de cel of doden je eenvoudigweg.

‘Dat is de cruciale wijziging in 1945: post-fascistische populisten zagen, om welke reden dan ook, dat een staatsvorm die overgaat van de retorische demonisering in de daadwerkelijke eliminatie van de politieke vijand – oftewel fascisme – wereldwijd niet langer levensvatbaar was. In het populisme tref je een spanning aan: een hoog niveau van retorische demonisering, gekoppeld aan een echt laag niveau van fysieke vervolging.’

Waar denkt u dat dit proces in uitmondt?

‘We zijn getuige van een zich ontvouwende geschiedenis, waarin het populisme wordt betwist, en het is lastig te zien waar het naartoe zal gaan, maar de meeste historische voorbeelden – met sommige uitzonderingen – gaan richting het afstand doen van de macht, als ze verliezen. Dat zagen we in vele landen, van Italië tot Oostenrijk en van Argentinië to Brazilië.

‘In Argentinië gebeurde dat bijvoorbeeld nog tijdens de presidentsverkiezingen van 2015. Al was Cristina Kirchner, die het presidentschap verloor, niet blij. Ze suggereerde zelfs dat het volk ernaast zat. Dit is interessant: de leider weet beter dan het volk wat het volk wil, dus als het volk iets anders wil, zit niet de leider ernaast, maar het volk! Maar verkiezingen zijn de manier om dat te bewijzen. En in 2017 heeft ze zich opnieuw kandidaat gesteld voor de senaat (Kirchner is toen inderdaad verkozen in de senaat en geniet daarom nu immuniteit, ondanks een officiële vervolging wegens corruptie, PW).

En vreest u dat het fascisme zal terugkeren in Europa?

‘Dat hoop ik zeker niet. Oost-Europa is interessant, omdat je in zekere zin kan zeggen dat in landen als Hongarije en Polen de institutionele begrenzingen aan het populisme ook afkomstig zijn van de Europese Unie. Er zijn daar populistische regimes, maar er is ook nog de EU, met haar transnationale checks and balances. Dat is waarschijnlijk de reden dat deze regimes op dit moment (mei 2017, PW) niet nog verder het pad zijn opgegaan van het autoritarisme.

‘Dan zijn er organisaties zoals de extreemrechtse Hongaarse partij Jobbik, die – net als Pegida in Duitsland – een samenstelling zijn van populisten en van fascisten, die geen enkele vorm van legitimiteit toekennen aan verkiezingen. En dan praat je niet langer over populisme. Maar in het grootste deel van Europa zien we momenteel nog steeds niet voldoende legitimiteit voor het fascisme, en dat verklaart waarom veel mensen die vroeger voor het fascisme kozen, nu populisten zijn.’

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je je waardering laten blijken met een kleine bijdrage. Zo kan ik meer van zulke artikelen blijven maken!

Mijn gekozen waardering € -
Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.