Filosoof Achille Mbembe, die doceert in Zuid-Afrika, ziet het Europese geld voor vluchtelingendeals liever naar economische ontwikkeling gaan. En hekelt evengoed de populisten in eigen land, die zwarte migranten op de korrel nemen.

STEUN RO

Nippend aan een flesje cola, praat de Afrikaanse filosoof Achille Mbembe (59) met zachte, maar besliste stem. De Kameroenees die doorbrak met zijn boek ‘Kritiek van de zwarte rede’, is op bezoek in Amsterdam voor een congres aan de Vrije Universiteit. Normaal doceert hij aan de Universiteit van Witwatersrand te Johannesburg, en geregeld aan enkele Amerikaanse universiteiten. Dit najaar verschijnt zijn boek ‘Politiques de l’inimitié’ in Nederlandse vertaling (‘Politiek van vijandschap’), nu praat hij over een daaraan verwant onderwerp: het oprukkende populisme, in het Westen én Afrika.

Toevallig was Mbembe zelf net in New York voor de Nacht van Ideeën, toen Trump zijn zogeheten Muslimban afkondigde, het inreisverbod voor mensen uit zes islamitische landen. Veel Amerikanen togen spontaan naar de vliegvelden om er te demonstreren of juridische hulp aan te bieden. ‘Als deelnemers aan de Nachtvan Ideeën volgden we alle ontwikkelingen op de voet, met name de mobilisatie bij het vliegveld,’ vertelt Mbembe enthousiast. ‘We hebben eerder mobilisaties gezien rond publieke ruimten als parken en pleinen, zoals Judith Butler (Amerikaanse feministische denker en belangrijke inspiratiebron voor Mbembe, PW) schrijft, maar dit was bij mijn weten de eerste op een vliegveld.’

En hoe verhoudt dat sluiten van grenzen door Trump zich tot het fenomeen populisme?

(is een paar seconden stil) …In het begrip zelf, populisme, zit uiteraard de referentie naar een zeer machtige categorie van het moderne politieke denken: het volk. Het volk als een uniform lichaam, dat herkend kan worden aan een duidelijke cultuur, geschiedenis, identiteit, manieren van zijn en doen. Een eenheid die bovendien gesloten is.

Zal dit populisme à la Trump uiteindelijk leiden tot fascisme?

Ik weet niet eens of het fascisme zouden moeten noemen, dat is misschien een te makkelijk woord. In elk geval verwijst het naar een specifieke ervaring uit het verleden. Dus moeten we een nieuwe naam vinden voor wat we in onze tijd meemaken.

Maar denkt u dat populisme gevaarlijk is voor de democratie?

Zeker. Zeker. Het populistische concept van ‘het volk’ brengt met zich mee dat dat het volk zich slechts op twee manieren kan verhouden tot dat wat erbuiten staat: hetzij een relatie van vriendschap, hetzij een van vijandschap. Ofwel, we leven in een vijandige wereld en iedereen om ons heen is een vijand – daadwerkelijk dan wel in potentie. Ik keer me in mijn nieuwe boek tegen dit idee dat teruggaat op Carl Schmitt, dat het onderscheid tussen vriend en vijand het enige mogelijke onderscheid is in politiek.

Zo’n inreisverbod van Trump past hier goed in?

Ja. Soevereiniteit draait steeds meer om het kunnen beslissen wie het recht heeft om zich te verplaatsen, en wie niet. Dat komt doordat we ons nog steeds in het raamwerk van de begrensde natiestaat bevinden.

Die terugkeer naar de natiestaat zien we ook in Europa, waar verschillende landen tijdens de vluchtelingencrisis hun grenzen hebben gesloten. En dan pleit u voor een grenzenloos Afrika!

(lacht) Het is natuurlijk volkomen irreëel om aan te nemen dat grenzen op zeker moment helemaal zullen verdwijnen… Maar ik zal u een voorbeeld geven. In de zeventiger jaren konden inwoners van voormalige Franse koloniën zonder visa naar Frankrijk gaan. Dat betekent niet dat ze er bleven. Meestal gingen mensen en kwamen ze terug: de mogelijkheid om heen en weer te reizen. Om familie te bezoeken, om een bepaalde periode te werken of gewoon om wat boeken te kopen. Omdat de meeste mensen, eerlijk gezegd, hun land niet voorgoed willen verlaten, behalve wanneer ze daartoe gedwongen worden.

Veel Afrikanen verdrinken intussen, tragisch genoeg, in de Middellandse Zee.

Er valt goed te zien hoe dat veranderd kan worden, voorzover het Afrika zelf betreft. Afrika is gigantisch groot! Alleen, die immense ruimte is volkomen gefragmenteerd. Er zijn nu 54 Afrikaanse staten, die alle minimaal drie grenzen hebben. We zitten al op 1 miljard Afrikanen, en binnenkort – over dertig tot vijftig jaar – zal één op de vier aardbewoners een Afrikaan zijn. Dus we kunnen het niet gebruiken dat het continent dubbel gestraft wordt, in de zin dat niemand eruit kan om naar Europa te reizen – er is nauwelijks een plek op aarde waar Afrikanen echt welkom zijn – en dat je ook niet intern kunt reizen. Dan verander je dit geografische continent in een enorme openluchtgevangenis.

Maar hoe ziet u het alternatief voor u?

Gooi het open! Dat kan stapsgewijs, om te beginnen langs regionale lijnen. Laten we al onze intelligentie eens aanwenden. Maar over het principe valt niet te twisten: gooi het open. Dat zal een geweldige hoeveelheid energie losmaken, de circulatie van ideeën, mensen, goederen en ga zo maar door. Voeg daar grote infrastructurele projecten aan toe in de regio’s – snelwegen, spoorlijnen – en mensen wíllen niet eens meer naar Europa komen. Dus in plaats van dat Europa miljarden euro’s uitgeeft, om Libië, Niger en Mali te helpen om nog meer concentratiekampen – want dat is wat ze ten dele zijn – te bouwen, waarom stop je dat geld niet in infrastructuur?

Hoe kijken mensen in Zuid-Afrika, dat gerund wordt door het ANC, aan tegen migratie?

Hetzelfde als hier in Europa. Ze hebben geen bezwaar als je blank bent en het land wilt bezoeken. Ze denken: je brengt geld, specifieke kwaliteiten en ga zo maar door. Het probleem zijn, zoals zij het zien, de zwarte economische migranten, door de asymmetrische ontwikkeling van Zuid-Afrika ten opzichte van zijn buurlanden. Zuid-Afrika heeft een grotere economie en zal dus logischerwijs meer mensen aantrekken. En objectief gezien zijn er ook serieuze problemen geweest, omdat het systeem dat gereserveerd is voor vluchtelingen verstopt is geraakt door economische migranten.

En zijn er ook populisten in Zuid-Afrika, die haat zaaien tegen die migranten?

Ja. De huidige burgemeester van Zuid-Afrika (Herman Mashaba, die de grens dicht wil gooien, PW) is zo’n populist. Dat is uiterst ongelukkig, omdat de geschiedenis van Afrika in het algemeen, en Zuid-Afrika in het bijzonder, er juist eentje van migratie is.

Het is dus niet een exclusief Westers fenomeen.

Nee. Het cruciale conflict in Zuid-Afrika, tot op de dag van vandaag, is de verwevenheid van ras en eigendom.

Want de blanken hebben nog steeds het land in bezit?

Het is een beetje aan het veranderen, maar nog steeds is dat grotendeels het geval. De vraag is hoe we bezit kunnen loskoppelen van ras. Doen we dat door de wetten van het hedendaagse orthodoxe neoliberalisme te volgen, of hebben we bewust beleid nodig? Sommige opties zouden buitengewone maatregelen kunnen afdwingen, zoals landonteigening zonder compensatie, maar ook nationalisatie van het bankwezen, enzovoort. Populisme wordt mogelijk gemaakt, zolang dit probleem blijft voortbestaan. Dat is waarom een politicus als Julius Malema kan opstaan en zeggen wat hij zegt over blanke boeren (Malema zong het omstreden lied ‘Skiet die Boere’, PW).

Malema is uit het ANC gegooid en heeft nu zijn eigen beweging.

Ja, maar hij hamert zo hard op dit punt dat zelfs sommige vleugels van het ANC inmiddels praten over onteigening zonder compensatie.

Ook in Nederland is het politieke discours verschoven door toedoen van een populist, de anti-islam politicus Geert Wilders.

We zien het voor onze ogen gebeuren in Zuid-Afrika, maar dan in verband met het vraagstuk van ras en eigendom. Ras staat centraal. De meeste Zuid-Afrikaanse populisten zijn anti-blank, maar sommige zijn ook anti-zwart, namelijk tegen alle zwarten met een andere nationaliteit. Die zouden banen stelen, criminele activiteiten ondernemen, enzovoort. In feite leven ze van dezelfde soort angsten als populisten in het Westen doen. Progressieve politiek zal zichzelf opnieuw moeten oriënteren op die angsten.

Een uitgebreide versie van dit interview staat in het boek ‘Ik brul, dus ik ben: filosofen over het populisme’, dat eind dit jaar verschijnt bij uitgeverij Boom.

 

 

 

 

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.