Prikkeldraad van taal

INTERVIEW // Het merendeel van de Brazilianen wordt dagelijks gediscrimineerd – vanwege hun taalgebruik. Dat zegt Brazilië’s bekendste taalkundige, Marcos Bagno.

Brazilianen vinden hun taal de mooiste ter wereld – en tegelijkertijd de moeilijkste. Tussen de taal die in het dagelijks leven gesproken wordt en de officiële standaardvorm van het Braziliaans-Portugees (dat in Brazilië verwarrend genoeg steevast 'Portugees' genoemd wordt – zonder 'Braziliaans') gaapt namelijk een voor Nederlanders nauwelijks voor te stellen kloof.

Mond vol tanden bij bakkerij en benzinepomp

Toen ik zes jaar geleden in Brazilië neerstreek besloot ik, in plaats van een officiële cursus Portugees te volgen, de taal te leren van de mensen om me heen. Het was de beste beslissing die ik ooit nam: een van de vaakst gehoorde klachten van in Brazilië woonachtige buitenlanders is dat ze na een maandenlange cursus Portugees nog steeds niet in staat zijn om een simpel gesprek te voeren met het meisje van de bakkerij of de jongen van de benzinepomp. 

Waarom? Omdat het meisje van de bakkerij en de jongen van de benzinepomp – en met hen negenennegentig procent van de Braziliaanse bevolking – de taal die op school onderwezen wordt niet spreken. Voor gringo’s is dit lastig, maar voor de Braziliaan zelf is dit een veel ernstiger probleem: zonder grondige kennis van de officiële norma culta – laten we zeggen ‘Algemeen Beschaafd Braziliaans-Portugees’ – komt hij namelijk nooit vooruit in het leven.

Spraakmakend boek

‘Taaldiscriminatie: wat het is, en hoe het werkt’ (Preconceito linguístico: o que é, e como se faz) is de titel van het meest spraakmakende boek over sociolinguïstiek in de Braziliaanse geschiedenis: er werden sinds het in 1999 verscheen meer dan tweehonderdduizend exemplaren van verkocht. Ik ontmoet de auteur, Marcos Bagno, in een boekwinkelcafé in de buurt van de Universiteit van Brasília, waar hij werkzaam is als hoogleraar vreemde talen en vertaalwetenschappen.

Vijfhonderd jaar taaldiscriminatie

“Vanaf het moment dat de Portugezen hier iets meer dan vijfhonderd jaar geleden aan land stapten gebruikt de bovenlaag van de Braziliaanse maatschappij taal als middel om de rest van het volk buiten te sluiten,” zegt Bagno. 

“In het begin van de koloniale tijd sprak de blanke elite – een piepklein deel van de totale bevolking – het Standaardportugees van die tijd. De overgrote meerderheid – de indianen die de komst van de blanken overleefden, de zwarten die als slaven uit Afrika gehaald werden, en hun gemengde nageslacht – spraken het kleine beetje Portugees dat ze zich machtig wisten te maken. Daar moesten ze zelf achterheen, want scholen waren er voor hen niet. Zo schiepen zij hun eigen versie van het Portugees, en dát is de taal die de Brazilianen vandaag de dag spreken.”

Officiële standaardtaal werd nooit gesproken

De officiële versie van het Braziliaans-Portugees die op school onderwezen wordt is echter niet op deze gesproken versie gebaseerd, maar op een klassieke, zeer literaire vorm van het Portugees. “Zeg maar gerust een vorm van de taal die nooit of te nimmer in Brazilië werd gesproken, zelfs niet door de elite,” zegt Bagno.

Ook nadat Brazilië zich in 1822 onafhankelijk verklaarde ging het onderdrukken van de door de overgrote meerderheid van de bevolking gesproken taalvariant gewoon door. “Het Braziliaanse onderwijssysteem heeft het Braziliaans-Portugees altijd gehaat,” aldus Bagno. “De crème de la crème wilde zich zoveel mogelijk van het klootjesvolk onderscheiden. Om die reden werd een taalvorm die zelfs de elite zelf niet spreekt, een variant die heel dicht bij het Europese Portugees staat, tot officiële standaard verheven.”

Schaamte

Het resultaat: een volk dat zich schaamt over zijn vaardigheid in de eigen taal. En het gaat in dit geval niet alleen maar om het meisje in de bakkerij en de jongen van de benzinepomp, legt Bagno, die ook vertaler is, uit. “Je wilt niet weten hoeveel Braziliaanse academici die in het buitenland gestudeerd hebben mij benaderen met de vraag of ik een proefschrift, dat ze in het Engels, Duits of Frans hebben geschreven, voor ze in het Portugees kan vertalen. Heel naar word ik daarvan. Als academici al geen vertrouwen in hun eigen moedertaalvaardigheid hebben, wie dan wel?”

Prikkeldraad

Het taalminderwaardigheidscomplex wordt er al van jongs af aan ingehamerd. “Je krijgt het om de haverklap te horen: ‘Brazilianen spreken slecht Portugees’,” zegt Bagno. “Maar hoe kun je in hemelsnaam beweren dat een moedertaalspreker zijn eigen taal niet goed spreekt? Het probleem zit hem in het feit dat een taalvariant die niemand spreekt tot officiële norm verheven is. En, let wel, met opzet: het officiële Braziliaans-Portugees is een hek van taalkundig prikkeldraad dat het geprivilegieerde wereldje van de bovenste sociale klassen moet beschermen.”

Broco

De carrièrekansen van veel Brazilianen in mijn omgeving blijven hangen in dit prikkeldraad van taal. Zij zeggen bijvoorbeeld ‘broco’ in plaats van ‘bloco’ (‘blok’) of ‘pranta’ in plaats van ‘planta’ (‘plant’), en wie een ‘r’ uitspreekt waar de officiële norm een ‘l’ eist kan net zo goed met een bordje ‘arme luis’ om zijn nek gaan lopen.

Waar mensen die aanstoot nemen aan dit soort taalgebruik echter niet bij stilstaan, is dat het hier een voortzetting betreft van een taalverandering die het Portugees – ook het Europese – al eeuwenlang doormaakt: zo is ‘wit’ in het Portugees ‘branco’ en niet ‘blanco’, zoals in zustertaal Spaans. Niet alleen de armen maken taalfouten die je nauwelijks taalfouten meer kunt noemen omdat ze zo alledaags zijn. Zo zegt een Braziliaan die ‘ik zag haar’ wil zeggen negen van de tien keer ‘eu vi ela’, wat bij schoolfrikken het bloed onder de nagels vandaan haalt: de officiële norm gebiedt ‘eu a vi’.

Examenangst

Wie in Brazilië een baan bij de overheid of een staatsbedrijf zoals Petrobras (zie foto) wil moet zich in plaats van een sollicitatiegesprek door een concurso heenworstelen: een serie geschreven examens waaraan honderden, soms wel duizenden kandidaten deelnemen. Van al deze examens is er geen dat de Braziliaan zoveel schrik aanjaagt als het examen Portugees: dit is de plek waar het taalprikkeldraad gespannen is.

‘Taalterroristen’

Een typisch Braziliaans fenomeen zijn de rekken vol boeken en tijdschriften met taal- en grammaticatips die je bij elke kiosk aantreft: zelfhulp voor de concurso-kandidaat die twijfelt aan zijn taalvaardigheid. ‘Taalterroristen’ noemt Marcos Bagno de auteurs van dit soort publicaties, omdat ze bijdragen aan het taalminderwaardigheidscomplex en er nog geld aan verdienen ook.

Toch is er hoop.

“Langzaam maar zeker komt er verbetering in de zaak. Wij taalkundigen doen al jaren ons best om de aandacht op de kloof tussen de spreektaal en de officiële standaard te vestigen, en de laatste paar jaar lijkt het erop dat de houding van het Ministerie van Onderwijs aan het veranderen is. Hun taalonderwijsbeleid is ‘democratischer’ aan het worden.”

Scheiden van het Portugees van Portugal

Maar om het Braziliaanse taalminderwaardigheidscomplex voor eens en altijd de wereld uit te helpen zijn is volgens Bagno een radicale stap nodig. “Dit land heeft nu een taalkundige geschiedenis van meer dan vijfhonderd jaar, en het is tijd om onze taal officieel te scheiden van het Europese Portugees. Portugees, Spaans, Frans en Italiaans zijn onafhankelijke talen, maar ze komen allemaal voort uit het Latijn. Onze taal komt voort uit het Portugees, maar we hebben er onze eigen taal van gemaakt. Hoe we die noemen maakt me niet uit, voor mijn part gewoon ‘Braziliaans-Portugees’, maar het moet een taal zijn die zich los van het Europese Portugees kan ontwikkelen.”

Het nieuwe taalhek heet Engels

Dat is echter niet iets wat van vandaag op morgen zal gebeuren. En zelfs al gebeurde het, dan hoefde de elite nog niet bang te zijn; er wordt namelijk al een nieuw hek van taalprikkeldraad gespannen. Met het WK van 2014 en de Olympische Spelen van 2016 in aantocht wil iedereen in Brazilië Engels leren, een taal waarvan enige kennis steeds vaker door werkgevers geëist wordt. Een cursus Engels kost echter al gauw tweehonderd real (zegge en schrijve zeventig euro) per maand – oftewel een derde van het minimumloon.

Huishoudelijke mededeling

Mijn auteurskanaal staat in verband met verlof tot en met de eerste week van november op de automatische piloot. Elke zaterdag leest u hier een lekker lang 'tijdloos' stuk. Het nieuwsoverzicht Kort Braziliaans komt tijdens mijn afwezigheid echter te vervallen en voor actualiteiten verwijs ik u deze maand naar de overige media.

Mijn gekozen waardering € -

Alex Hijmans (1975) is internationaal correspondent en schrijver. Zijn standplaats is Salvador, de derde stad van Brazilie, waar hij in een volksbuurt woont en verder kijkt dan voetbal, samba en zogenaamde Wirtschaftswunderen. Hij schrijft, net zoals weleer voor de papieren De Pers, journalistieke reportages en persoonlijke columns. Met veel beeld en altijd met de blik van een local.

Geef een reactie