Sinds de leeftijdsgrens voor alcohol omhoog is gegaan naar 18 zitten ouders in een spagaat. Moet je je puber verbieden te drinken of toch oogluikend een biertje of wijntje toestaan? Tieners drinken immers toch wel. Of niet? Journaliste Nathalie de Graaf, zelf moeder van twee pubers, vroeg zich af hoe andere ouders dat doen.

STEUN RO

“Maar waaróm wil je dan zo graag drinken?” Ik keek mijn zoon van bijna zeventien aan tijdens het eten. “Omdat ik zo graag met papa een biertje wil drinken als we naar voetbal kijken,” antwoordde hij. Hartverwarmend vond ik het. Mijn man ook. Lucas wilde niet drinken met zijn vrienden, maar met zijn vader. Gewoon, omdat hij dat gezellig vond. Toch antwoordde ik dat hij nog een jaartje moest wachten. Niks geen slokje, niks geen biertje  tijdens voetbal en nee, ook niet op speciale gelegenheden. Bij ons geldt: voor je achttiende drink je niet. Punt. Die stelregel hanteerden mijn man en ik overigens ook al voordat de alcoholwet veranderde. Ik las eens in een artikel dat je alcohol het beste zo lang mogelijk kunt verbieden als ouders. Was het vroeger gangbaar om wat toleranter te zijn en het prima te vinden dat je kind af en toe thuis een biertje of wijntje dronk zodat je ‘een oogje in het zeil kon houden’, uit onderzoek bleek dat consequent verbieden er wel degelijk toe leidde dat pubers minder dronken. Het schuldgevoel zorgt er namelijk voor dat ze minder snel geneigd zijn om door te drinken.

Tieners onder de achttien mogen sinds een paar jaar niet meer drinken. Je zou verwachten dat dat het verbieden voor ouders makkelijker maakt, maar ondanks dat 74% van de volwassen het een goede zaak vindt dat de leeftijdsgrens omhoog is gegaan mag de meerderheid van de 16 en 17-jarigen van hun ouders gewoon blijven drinken. Dit blijkt uit onderzoek van Eén Vandaag. Twee van de drie ouders geven aan dat hun kind op dit moment mag drinken. Sterker nog, van de ouders die drank kopen voor kind geeft vrijwel iedereen aan dit te zullen blijven doen. Ook ik merk op feestjes dat ik in de minderheid ben. We dronken toch zelf ook op die leeftijd? hoor ik standaard in mijn omgeving. En: één biertje kan toch geen kwaad? Daarnaast is de heersende opvatting dat je moet ‘leren drinken’, omdat je anders op je achttiende ‘helemaal los’ gaat als je eenmaal op kamers woont. En dat je als ouders een ‘oogje in het zeil moet houden’ en dat je het daarom maar beter oogluikend toe kunt staan.

Oefenen

Zelf houd ik me vast aan het opvoedadvies van het Trimbos Instituut (zie kader). Aan de andere kant begrijp ik het argument van de andere ouders wel. Want wat is nu wijsheid? Heeft verbieden daadwerkelijk zin? Vroeger dronken wij als zestienjarigen toch ook? En heeft het verhogen van de leeftijd in de nieuwe alcoholwet eigenlijk überhaupt wel zin (uit onderzoek van Eén Vandaag blijkt dat 81% van de ondervraagde jongeren van 16 en 17 jaar drinkt ondanks het verbod. Negen van de tien respondenten die voor 1 januari 2014 al dronken zijn evenveel of zelfs meer gaan drinken)? En wat nu als je een kind van zestien had dat eerst mocht drinken en nu opeens niet meer?

Paula is 39 en alleenstaande moeder van Daan (16). Ze heeft er geen problemen mee dat haar zoon af en toe een biertje drinkt. Sterker nog, ze heeft liever dat hij nu wat oefent zodat hij – als hij straks op werkweek naar Praag gaat met school – niet té veel gaat drinken.

“Toen ik 13 was en ging langlaufen met de klas kochten we shotjes en waren we voor de lunch al dronken,” zegt ze. “Ik weet hoe pubers zijn. Mijn zoon hoeft nu niet stoer te doen met een pilsje. Hij gaat met de klas naar Praag en natuurlijk gaan ze daar drinken. Ik heb liever dat hij weet welk effect dat op hem heeft, dan dat hij in een vreemde omgeving met relatief onbekende mensen gaat experimenteren.” Ze benadrukt dat ze hem niet pusht om te drinken. “Hij heeft net als de meeste pubers interesse in alcohol en gelukkig spreekt hij die ook uit. Hij vindt roken vies, drugs dom, maar dat biertje spreekt hem aan en hij vindt het ook lekker. Verbieden kan ik niet en wil ik ook niet. Ik doe het liever op deze manier zodat ik een oogje in het zeil kan houden. En hopelijk stimuleert het hem om open en eerlijk te blijven.”

De dochter van Caroline (40) mocht nog op haar zestiende legaal drinken, en daarna opeens op haar zeventiende niet meer vanwege de nieuwe alcoholwet. Ze vindt dat ze het haar dochter en zoon (16) niet kan verbieden om af en toe wat te drinken. “De rigoureuze wijziging in de wet werd door onze dochter niet geaccepteerd. Ze dronk niet veel, maar ging wel af en toe uit met haar vriend en was absoluut niet van plan om daar opeens mee te stoppen. Vooral het feit dat ze opeens niet meer naar binnen mocht in de plaatselijke cafés vond ze belachelijk. Wij hebben het haar als ouders dan ook niet van de één op de andere dag verboden om te drinken. Wel benadrukten we dat het goed is om met mate alcohol te gebruiken.” Diezelfde aanpak hanteert Caroline bij haar jongere zoon van zestien. “Ik begrijp dat de nieuwe alcoholwet ouders wil helpen om kinderen zo gezond mogelijk op te laten groeien. Veel jongeren drinken te vroeg, te veel en te vaak alcohol. Overmatig alcoholgebruik is schadelijk en we kennen allemaal de verhalen van feestjes met drankspelletjes, comazuipen en alcoholvergiftigingen. Ik ben blij met de campagne van de overheid, maar gedrag en de norm veranderen heeft tijd nodig. Dat lukt niet door ‘opeens’ de wet te veranderen. Daarbij vind ik het geen probleem als mijn zoon af en toe thuis één biertje drinkt. Mijn man en ik willen voorkomen dat hij stiekem of buitenshuis alcohol gaat drinken. We bespreken de gevaren van overmatig alcoholgebruik met onze kinderen. Ik vind het belangrijk dat ze zich bewust worden van grenzen, groepsdruk en de keuzes die ze kunnen maken. Daar doet één zo’n biertje niets aan af.”

Wel of niet schadelijk?

Extra lastig maakt het dat sinds een paar jaar bekend is dat een paar biertjes niet per se slecht hoeven te zijn voor het puberbrein. Alcohol drinkende jongeren blijken niet slechter te functioneren op concentratievermogen, impulscontrole en geheugen dan hun niet-drinkende leeftijdsgenoten. Dat concludeerde Sarai Boelema in haar promotieonderzoek naar alcoholgebruik onder adolescenten aan de Universiteit Utrecht. Tja, leg dát maar eens uit aan je pubers.

“We zijn begonnen met dit onderzoek in 2008,” zegt Boelema. “Er waren veel zorgen over de toename van alcoholgebruik onder jongeren en de aanwijzingen voor de schadelijk gevolgen hiervan voor het ontwikkelende brein en de cognitieve functies zoals het geheugen en  concentratievermogen. Het probleem was alleen dat het onderzoek wat er tot dan toe naar dit onderwerp was gedaan vrij beperkt was. Er werd vooral gekeken naar jongeren met een alcoholverslaving, terwijl de meeste jongeren die alcohol gebruiken niet verslaafd zijn. Verder was er veel onderzoek wat we ‘cross-sectioneel’ noemen: het functioneren werd gemeten bij jongeren die al een tijdje alcohol gebruiken. Het lastige daarvan is, is dat je oorzaak en gevolg niet uit elkaar kan halen. Kunnen jongeren hun gedrag niet goed remmen omdat ze veel gedronken hebben of zijn ze veel gaan drinken omdat ze hun gedrag van te voren al niet konden remmen? Dit is belangrijke informatie om goed te snappen wat de gevolgen van alcoholgebruik zijn en dit is de reden dat we een grootschalig, langlopend onderzoek wilden starten.” Zelf ziet ze geen tegenstrijdigheid met de nieuwe alcoholwet. “Ik ben geen beleidsmaker en vind dat ik daarom geen uitspraken moet doen over wetgeving,” zegt ze. “De nieuwe alcoholwet was ook niet de reden van het onderzoek. Er zijn legio redenen te bedenken waarom het niet goed is als jongeren te vroeg te veel drinken. Alcoholgebruik brengt allerlei risico’s met zich mee, zoals de kans op verkeersongevallen, de kans om in een vechtpartij te belanden, om onveilige seks te hebben etc. Daarnaast hebben jongeren die al vroeg veel drinken een grotere kans dit te blijven doen wat de nadelige gevolgen versterkt. Al die risico’s blijven ook met mijn onderzoek overeind staan.”

In de wetenschap is het echter soms zo, zegt ze, dat nieuwe publicaties nieuwe inzichten brengen. Die plaatsen ouder onderzoek dan in een andere licht. “Daarnaast wil ik opmerken dat je ook voorzichtig moet zijn met hele strakke conclusies te trekken uit één onderzoek. Juist het vergelijken van onderzoeken en de gezamenlijke resultaten geven de belangrijkste informatie.” De media aandacht was overweldigend vertelt Boelema. Iets dat ze heel positief vindt. “Het wakkert een discussie aan en laat ons zien dat we deze belangrijke puzzel nog lang niet compleet hebben. Hoe het jonge brein en de bijbehorende functies zich ontwikkelen en welke factoren invloed van buitenaf hebben zijn hele ingewikkelde processen die we nog niet helemaal begrijpen. Ik vind het belangrijk dat we hier onderzoek naar blijven doen zodat we zo goed mogelijk leren begrijpen waar en hoe we jongeren moeten beschermen en wat hun mogelijkheden zijn.”

En inderdaad: we hebben de puzzel nog lang niet compleet. Ook wij als ouders niet. Tot die tijd houd ik me zelf vast aan het advies van het Trimbos Instituut. Ik blijf met mijn pubers in gesprek en leg uit waarom ik niet wil dat ze voor hun achttiende drinken. Tot nu toe werkt het. Of zouden ze stiekem….?

Reactie Trimbos Instituut

 Op de vraag of jongeren van 16-17 jaar niet beter thuis onder supervisie kunnen leren drinken, geeft het Trimbos-instituut een vrij helder antwoord: nee, dat is niet het geval. Onderzoek laat zien dat jongeren die onder ouderlijke supervisie thuis mogen drinken meer drinken dan leeftijdsgenoten die thuis niet mogen drinken en dat ze vaker alcoholmisbruik laten zien. Dit is een robuust onderzoeksresultaat en wordt in verschillende landen gevonden.

Uit onderzoek blijkt bovendien dat 12-14 jarigen minder zijn gaan drinken, maar dat 15 -18 jarigen die alcohol drinken voor een groot deel omschreven kunnen worden als binge drinkers (vijf glazen of meer op één gelegenheid). Nederlandse jongeren behoren met een inname van 6.4 cl. tot de acht hoogst scorende landen in Europa. Dat is nog een argument voor ouders om de NIX18 regel te handhaven.

De belangrijkste kanttekening bij het onderzoek van Boelema is dat de gevolgen van het alcoholgebruik op de hersenen op een indirecte manier zijn gemeten, namelijk middels het presteren op een aantal laboratorium taken. Het feit dat er in het onderzoek geen effecten worden gevonden betekent niet automatisch dat er geen schade is. Daarvoor is aanvullend, longitudinaal onderzoek nodig. Het voorkomen van hersenschade is bovendien niet het enige argument voor de leeftijdsgrens van 18 jaar. Zoals Sarai Boelema al aangaf lopen drinkende jongeren meer risico op alcoholvergiftigingen, (verkeers)ongevallen, onveilig seksueel gedrag en zijn ze onder invloed van alcohol vaker betrokken bij vandalisme en uitgaansagressie.

Jongeren die vroeg beginnen met drinken presteren over het algemeen slechter op school en verzuimen vaker. Daarnaast wordt ook steeds duidelijker dat alcohol het risico op diverse vormen van kanker (zoals bijvoorbeeld, borst-, lever- en slokdarmkanker) verhoogt. Kortom: alcohol is een riskante stof die niet past bij jongeren in ontwikkeling.

Opvoedadvies van het Trimbos Instituut

 Uit onderzoek onder jongeren blijkt dat je meer invloed hebt op het drinkgedrag van je kind dan je denkt.

-Nee is nee, ook als het feest is. Als je je kind dat ene slokje toestaat, is het hek eigenlijk al van de dam. Je geeft het signaal af dat drank nou eenmaal bij feesten hoort en dat je best een beetje mag schipperen, ook bij kinderen. Verstandiger is om alcohol tot achttien jaar te verbieden.

-Stel op tijd regels. Hoe jonger kinderen weten wat wel en niet kan op alcoholgebied, hoe beter ze zijn voorbereid. Kinderen beginnen vaak al op elf- of twaalfjarige leeftijd met experimenteren. Zorg dat ze voor die tijd op de hoogte zijn. Op die leeftijd zullen ze een verbod makkelijker accepteren en heb je de meeste kans om het startmoment uit te stellen.

-Stel grenzen. Maak afspraken over alcoholgebruik. Drinken ze nog niet, dan is de boodschap helder: verboden tot hun 18e. Maar ook met oudere kinderen is het goed om regelmatig te praten over hun alcoholgebruik. Hoe denken ze bijvoorbeeld over veel drinken en waar ligt voor hun de grens?

-Bespreek consequenties. Een kind verwacht bij het niet opvolgen van een regel dat het gevolgen heeft. Het kan je kind motiveren de eerste keer drinken uit te stellen. Ook kan een kind er gebruik van maken als anderen hem proberen over te halen.

-Let op je eigen gebruik. Geef het goede voorbeeld en drink met mate. Vertel protesterende kinderen (‘Jij drinkt toch ook!’) dat er een verschil is tussen volwassenen en jongeren in de groei. Een dertienjarige mag toch ook geen auto rijden?

-Blijf betrokken. Houd zicht op wat je kind doet. Niet door hem voortdurend te controleren, maar door interesse te tonen. Vraag hem bijvoorbeeld na een feest hoe het was en of het gelukt is niet te drinken. Veroordeel hem niet en maak geen ruzie als het toch mis ging. Probeer liever te achterhalen waarom weigeren moeilijk was en hoe hij dat in het vervolg zou kunnen aanpakken. Houd het bespreekbaar.

Bron: www.alcoholinfo.nl

 

Veel pubers brengen de zomer dansend door op festivals. Wat voor afspraken maak je met je kind over uitgaansdrugs?

 De meest gebruikte uitgaansdrugs zijn XTC, cocaïne (coke), amfetamine (speed) en GHB. Deze drugs worden vooral gebruikt door jongvolwassenen die regelmatig uitgaan, en dan met name naar grote dancefeesten of festivals.

Cijfers & zo:

-Van de 15-19 jarigen gebruikt 15% cannabis. Onder de uitgaanders is dat 54,3%;

-Van de 15-19 jarigen gebruikt 0,9% cocaïne. Onder de uitgaanders is dat 19,8%;

-Van de 15-19 jarigen gebruikt 2,4% XTC. Onder de uitgaanders is dat 49,5%;

-Van de 15 – 19 jarigen gebruikt 1,1 % speed. Onder de uitgaanders is dat 31,6%.

-Tot 18 jaar is het advies om drugsgebruik te verbieden, net zoals bij alcohol.

Tips:

-Zorg dat je genoeg weet over drugs (zo zijn er nieuwe middelen in omloop en is de sterkte van sommige drugs bijvoorbeeld toegenomen).

-Geef informatie aan je kind over drugs.

-Blijf betrokken. Geheimen mag een puber hebben, maar probeer er als ouder zicht op te houden met wie je kind omgaat en waar hij of zij uitgaat;

-Herken de signalen van drugsgebruik (zoals bijvoorbeeld rode ogen en opgefokt gedrag). Ga het gesprek met je kind aan.

Kijk voor meer informatie en uitgebreidere tips op www.uwkindenuitgaansdrugs.nl

Ninette van Hasselt schreef het boek Pubers en Uitgaan (Boom Uitgevers Amsterdam). Over de kicks, de risico’s en de uitdagingen voor opvoeders. Verkrijgbaar bij bol.com.