De Puttense moordzaak staat bekend als een van de grootste gerechtelijke dwalingen in de geschiedenis. De zwagers Herman du Bois en Wilco Viets werden veroordeeld voor de moord op stewardess Christel Ambrosius (23) in Putten, op zondag 9 januari 1994. Ondanks dat aangetroffen sperma niet van hen was. Ze zaten hun straf uit, pas daarna kwam er herziening en werden ze vrijgesproken. In mei 2008 werd alsnog ‘de werkelijke dader’ aangehouden, althans: degene van wie dat sperma was. Ron P. uit Delft, destijds woonachtig in Putten. Vandaag verschijnt het boek Dubbel gedwaald, van wetenschapsfilosoof Ton Derksen. Zijn conclusie: ook Ron P. is ten onrechte veroordeeld voor deze moord. Misdaadjournalist Hendrik Jan Korterink volgde de Puttense moordzaak vanaf het begin en is onder de indruk van de feiten die Derksen aandraagt.

STEUN RO

Dinsdagmiddag 13 december 1994 was een gedenkwaardig moment in de misdaadgeschiedenis. Officier van justitie mr. J.R. Klunder hield bij de rechtbank in Zutphen zijn requisitoir voor de moord op stewardess Christel Ambrosius in Putten, op zondagmiddag 9 januari 1994. Tot dan toe was het voor degenen die het proces deze dag hadden gevolgd niet zoveel anders dan andere moordzaken. De verdachten ontkenden, maar dat komt vaker voor. Het bewijs leek overtuigend: er waren bekentenissen geweest, appeltje-eitje. Totdat de officier vertelde dat er een spermaspoor was gevonden dat niet van de verdachten was. Hij stapte daar wat nonchalant overheen, maar behalve bij mij ging er bij vrijwel geen van de collega’s een alarmbel af: de verslagen in de kranten de volgende dag vertoonden geen enkele twijfel. “Bosritje mondde uit in gruwelijke lustmoord,” kopte de grootste krant van Nederland. Natuurlijk had de officier een theorie. De sleeptheorie. Het sperma zou van een eerder seksueel contact zijn, de daders – Herman du Bois en Wilco Viets – zouden wel seks met het slachtoffer hebben gehad, maar niet zijn klaargekomen.

Dat kan. Maar kun je verdachten veroordelen zonder te weten van wie dat sperma is? Als diegene een plausibel verhaal heeft, en een alibi, is er niks aan de hand, maar diegene moet wel worden gevonden.

Dat gebeurde niet en Herman en Wilco werden veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf. Ik maakte deel uit van de redactie van het pas begonnen programma Peter R. de Vries Misdaadverslaggever. Peter was behoorlijk sceptisch: onschuldig veroordeeld? Het zal wel… Gaandeweg kreeg hij ook zijn twijfels en vervolgens beet hij zich er in vast.

Terug naar die zondagmiddag in Putten, toen haar oma Christel dood aantrof in de woonkamer. De politie houdt er rekening mee dat de dader een bekende kan zijn: de achterdeur was op slot toen oma thuiskwam, er waren geen braaksporen en de sleutel van de achterdeur hing in het schuurtje. Tal van getuigen worden ondervraagd en zo komen Gerrit Schuchard, zijn kostganger Willem Bettink en zijn schoonzoons Herman du Bois en Wilco Viets in het vizier. Mensen menen de auto van Gerrit te hebben gezien in de buurt van de Driewegenweg, bij het huis van oma. Als ze worden gehoord, geven ze dat toe: ze waren zoals haast elke zondagmiddag wezen rijden met de oude groene Mercedes van Gerrit. Honden uitlaten, bier drinken en wat bladeren in een seksboekje. Het is vooral Anja, de vrouw van Herman, die meteen doorheeft dat dit heel vervelend kan worden. Er wordt familieberaad gehouden en men komt tot de conclusie dat het beter is dat gezegd wordt dat de mannen die bewuste zondagmiddag níet naar het bos zijn geweest. Er komt nog bij dat Willem Bettink een verleden heeft met een zedendelict: zeker hij moet uit de wind worden gehouden. Als ze zich melden op het bureau om aan te geven dat ze zich hebben vergist, is de politie niet onder de indruk: “Wie één keer liegt, liegt altijd.”

Het huis van de oma van Christel aan de Driewegenweg in Putten, waar de moord is gepleegd

Op het dijbeen van Christel is een nog niet ingedroogde vlek gevonden met spermaresten. Het is op dat moment nog niet bekend van wie het is, dat duurde in die tijd nog vrij lang. Intussen zijn de vier mannen als verdachten aangemerkt en worden ze intensief verhoord. Uit die verklaringen komt een vrij consistent beeld naar voren. Dat ze die middag inderdaad in de buurt van de plaats delict zijn geweest en dat Wilco en Herman enige tijd uit de auto zijn geweest.

Christel was op de fiets naar oma gegaan, niet wetend dat oma niet thuis was. Vermoedelijk is ze wel naar binnen gegaan, mer de sleutel die in de schuur hing. Wilco legt opmerkelijke en uiterst belastende verklaringen af over Herman. Hij zegt dat hij iemand bezig heeft gezien met Christel, op de vloer in de woonkamer. Iemand met een “groot, sterk postuur”, die hem deed denken aan Herman, al heeft hij zijn gezicht niet gezien. Herman zegt vervolgens in verschillende verklaringen dat hij moet toegeven dat hij inderdaad in het huisje is geweest. Bettink en Schuchard zijn ook duidelijk: Wilco en Herman waren enige tijd bij de auto weg. Wilco bleef lang weg, Herman was gaan kijken waar hij bleef.

Wie hing de sleutel terug?

Politie en justitie beoordelen de verklaringen als bekentenissen, al ontbreekt specifieke daderkennis. Als Herman en Wilco de daders waren, hoe kan het dat ze overduidelijk geen idee hebben wie de sleutel terug heeft gehangen? De soms wazige verklaringen wekken wel de overtuigende indruk dat ze iets hebben gezien en dat ze wel bij – misschien zelfs in – de woning zijn geweest, maar zeker niet actief hebben deelgenomen aan een verkrachting en moord. De uitslag van het dna-onderzoek bevestigt dat: het spermaspoor is niet van hen. Alle reden om hen vrij te laten, zou je denken, maar de officier van justitie geeft zich nog niet gewonnen. Hij blijft ervan overtuigd dat ze er wel degelijk iets mee te maken hebben gehad en komt met de sleeptheorie: dat het sperma afkomstig is van een eerder seksueel contact van Christel dat door de verkrachting naar buiten is gekomen. Dat komt vaker voor. Uit cijfers van het Nederlands Forensisch Instituut blijkt dat bij ongeveer een kwart van verkrachtingen de dader niet klaarkomt en er sperma van een vorig sekscontact wordt aangetroffen. Een ingeschakelde deskundige bevestigt de mogelijkheid van de theorie, maar het blijft voor vele onbegrijpelijk dat in de Puttense zaak de verdachten tot en met het hoger beroep konden worden veroordeeld zonder dat bekend was van wie dit sperma was. En dat er pas na een met veel moeite afgedwongen herziening gerechtigheid volgde: vrijspraak en schadevergoeding. Toen beiden hun straf van vijftien jaar al hadden uitgezeten.

Ontknoping in mei 2008

Ondanks de vrijspraak bleef er bij veel mensen twijfel en Herman en Wilco en hun familie bleven hopen op een match met het spermaspoor. Pas als de werkelijke dader zou zijn gevonden, konden ze zich echt vrij voelen. De ontknoping kwam in mei 2008. Een match van het spermaspoor bij Christel met Ron P. uit Delft. Zijn DNA was in de databank gekomen na een veroordeling voor huiselijk geweld. Eindelijk! De echte dader. Er was vrijwel niemand die twijfel had. Het verweer van Ron, dat hij als jongen van achttien een seksuele relatie had gehad met Christel, werd weggehoond. Daar kwam nog bij dat hij ook in beeld kwam voor de moord op Anneke van der Stap uit Rijswijk, op 22 juli 2005. Het meest belastende voor hem: dat hij spullen van Anneke in zijn bezit had, waaronder de harde schijf van haar computer, en dat hij enkele uren na het laatste levensteken van Anneke met haar bankpas had gechipt. De rechtbank sprak hem hiervoor nog vrij wegens onvoldoende overtuigend bewijs, het hof veroordeelde hem wel. De gezamenlijke straf voor beide zaken: twintig jaar.

Dubbel gedwaald

In zijn nu verschenen boek Dubbel gedwaald: Putten II en de Rijswijkse moordzaak stelt gepensioneerd hoogleraar filosofie Ton Derksen – die eerder naam maakte met zijn onderzoek naar de onterechte veroordeling van Lucia de Berk – dat Ron P. niet alleen onschuldig is aan de Puttense moord, maar dat hij ook ten onrechte is veroordeeld voor de moord op Anneke van der Stap. Hoe dan ook, het boek over de Puttense zaak kan wat hem betreft in elk geval nog niet dicht. In november 2016 kondigde hij al aan dat Ron P. volgens hem niet de dader is. Daar werd sceptisch op gereageerd. Ook door mij, maar in de zomer van 2017 sprak ik Ruud van Boom, de advocaat van Ron. Voor iets anders, ik zei nog: “We zullen het maar niet over de Puttense moordzaak hebben, dat ligt misschien een beetje gevoelig?”

Advocaat Ruud van Boom (midden) verlaat de rechtbank in Zutphen

We hadden het er toch over. Als journalist moet je altijd open staan voor nieuwe inzichten, niemand heeft de wijsheid in pacht. Belangrijkste stellingen van de advocaat – en van het nu verschenen boek van Derksen (Dubbel gedwaald: Putten II en de Rijswijkse moordzaak): ten eerste gaat het niet om spermasporen maar om zaadcelhoudende mengsporen zónder zaadvloeistof. De afwezigheid van zaadvloeistof maakt dat deze zaadcellen niet van zondagmiddag kúnnen zijn. Bovendien toont Derksen overtuigend aan, dat het, anders dan de rechters oordeelden, helemaal niet zo onwaarschijnlijk is dat Ron op zaterdagavond seks heeft gehad met Christel en dat de echte dader hoogstwaarschijnlijk degene is van wie drie andere dna-sporen bij Christel zijn aangetroffen die nog niet tot een match hebben geleid. Het gaat om twee haren op de trui en op de hals van Christel en vermoedelijk sporen van speeksel in het spoor op het bovenbeen waar ook de zaadcellen van Ron P. in zaten. De dader kan dat speeksel hebben achtergelaten bij de verkrachting.

Als Ron in 2008 als verdachte wordt gehoord, vertelt hij dat hij de seksafspraken met Christel op vrijdagavond maakte als hij haar trof bij cafetaria De Orca en dan spraken ze af. Als ze daar niet was, had hij pech. De afspraken waren soms ‘op locatie’ en ook wel bij hem thuis: zijn ouders waren op zaterdagavond altijd van halfnegen tot elf uur naar de bingo, dan hadden ze vrij spel. De relatie zou begonnen zijn omstreeks juli. Ze zagen elkaar sindsdien met enige regelmaat.

Een gevaarlijk tijdstip

Ron kende de agenda van Christel niet. Als hij een tijdstip had genoemd waarop ze door iemand anders was gezien, was hij meteen door de mand gevallen. Maar dit tijdstip klopt: Christels agenda was die vrijdag, zaterdag en zondagochtend helemaal gevuld, met uitzondering van die zaterdagavond, precies tussen halfnegen en elf uur ’s avonds. Ron kon dit onmogelijk weten. Als hij dit tijdstip had genoemd en Christel had toevallig toen een afspraak met iemand anders gehad, dan was hij meteen door de mand gevallen. Een pure gok, of de waarheid.

Het heetste hangijzer is: hoe waarschijnlijk is het dat Christel seksueel contact had met de achttienjarige Ron? Onwaarschijnlijk, meent de officier, maar in het dossier zitten verklaringen van haar beste vriendinnen die zeggen dat Christel verschillende relaties had “puur gebaseerd op het feit dat ze lekker met elkaar konden ‘bonken’ en ‘op botte seks’.” Daaronder vielen ook jongens van achttien jaar, die ze – zoals Derksen uitlegt – nog wat kon leren over hoe zij het graag wilde. Ron vertelt hoe ze hem de fijne kneepjes van cunnilingus had bijgebracht.

Volgens het arrest van het hof was een relatie tussen Ron en Christel onwaarschijnlijk: geen van de gehoorde getuigen wist ervan, niemand had hen samen gezien. Maar Derksen toont overtuigend aan dat Christel niet te koop liep met haar seksuele escapades en zeker niet als het om jongens van achttien jaar ging. Ook haar beste vriendinnen wisten hier niet van. Hartsvriendin Nataschja zegt dat de moeder van Christel meende alles van haar dochter te weten, maar na de moord kwam ook zij “achter gedrag van Christel wat zij nog niet wist.”

Herman was bang

Er is een scenario waarbij alle vragen zijn opgelost en dat wordt geschraagd door tal van verklaringen in het dossier. Dat is: Christel is die middag, toen ze naar oma’s huis fietste, gevolgd door twee mannen, van wie ze er één kende. Met hem had ze een onenightstand gehad. Ze waren achter haar aan gekomen in de woning en daar zou de onbekende man haar hebben geprobeerd te verkrachten, waarna ze was vermoord om herkenning te voorkomen. Herman en Wilco zouden hier iets van hebben gezien en zijn herkend. Waarna ze werden bedreigd: ze moesten hun mond houden. Vooral Herman zou doodsbang zijn geweest. Toen hij later met de politie de plaats delict bezocht, constateerden de rechercheurs dat hij ‘zichtbare angst’ had. Hij zei toen dat hij het ‘eng’ vond op die plek te zijn, maar daar werd niet over doorgevraagd. Later ontkenden hij en Wilco stelselmatig dat ze die zondagmiddag überhaupt in het bos waren geweest, maar wie de eerste verhoren er nog eens op naleest kan dat moeilijk geloven. En er is nog iets. Anja, de vrouw van Herman, was de motor achter de theorie dat de mannen die zondagmiddag thuis waren geweest en naar het schaatsen op televisie hadden gekeken. Maar op 20 mei 2008, de dag van de arrestatie van Ron P., was Anja een van de gasten bij het televisieprogramma Knevel en Van den Brink. Ze zegt dan: “Wat Christel is overkomen, wij kenden Christel niet. Wij zijn ergens in terecht gekomen wat helemaal buiten ons stond. Ik bedoel, mijn man die ging met mijn oom een rondje rijden en zodoende komen ze bij iets en ‘bam’ ze hebben ze en dat wordt bestempeld als dader en mijn leven, ons leven is kapot gemaakt.”

Herman du Bois (links), zijn vrouw Anja en Wilco Viets verlaten de rechtbank in Zutphen

Dat wekt toch een heel andere indruk dan: ze zijn die zondagmiddag niet weggeweest. Anja noemt Gerrit Schuchard hier haar oom, meestal wordt hij aangeduid als stiefvader.

Melktandje op de plaats delict

Dan blijven er nog een paar raadsels over. Op de plaats delict is een melktandje gevonden van de broer van Christel en op haar spijkerbroek zaten greepsporen van haar broer. Mogelijk scenario: de broer is na de moord op de plaats delict geweest en heeft Christel daar dood aangetroffen en heeft vervolgens verschrikt de benen genomen. Twee opmerkelijke details: toen oma thuiskwam, was het lichaam van Christel netjes afgedekt met haar jas en de spijkerbroek en hing de sleutel van de achterdeur terug op het plekje in de schuur. Het terughangen van de sleutel moet door een goede bekende zijn gedaan. Mogelijk: de broer. Er is een verklaring dat hij die middag ook onderweg was gegaan naar oma. Op het moment dat de moord werd ontdekt, was hij in Velp. Toen hij werd gebeld met de op zichzelf niet zo bijzondere boodschap: ‘Er is iets met Christel’ zou hij daar heftig en emotioneel hebben gereageerd, gegooid hebben met een drankje en iets hebben gezegd als: ‘Jezus, zij ook altijd met die vriendjes.’

Als het inderdaad zo is gegaan, kan de zaak dan alsnog definitief worden opgelost? De twee mannen die met Christel mee naar binnen zouden zijn gegaan, zijn dood. Nader dna-onderzoek zou duidelijkheid kunnen brengen, maar de instanties die hierover gaan tonen geen animo. Meest navrante: de gedachte dat Herman en Wilco wellicht wéten dat Ron niet de werkelijke dader is en onschuldig is veroordeeld. Net als zij.

Dubbel Gedwaald, Putten II en de Rijswijkse moordzaak. Door Ton Derksen. Isvw uitgevers. Prijs 29,95, o.a. beschikbaar via bol.com