Waar en wanneer je Remko Bicentini ook tegenkomt, hij is en blijft Remko Bicentini. Dat is een groot goed in een wereld waarin mensen nauwelijks nog zichzelf durven te zijn. Of Bicentini met zijn poten in de klei staat op de velden van het Wijchense AWC of straks als bondscoach van het Curaçaose elftal op het toernooi om de Gold Cup in Amerika, het is voor hem hetzelfde. Zweven is er niet bij. “Voetjes op de grond houden, dat is altijd maar het beste hè”, stelt de Curaçaose bondscoach nuchter.

STEUN RO

Het contrast is groot, maar de uitbundige lach is hetzelfde. We ontmoeten elkaar in het Brabantse Oisterwijk, waar we elkaar voor het laatst zagen in het Curaçaose vissersdorpje Boca Samí, gekleed in een korte broek en een t-shirt. Nu staan we met een dikke jas aan. “Is effe wat anders hè”, grijnst hij als hij het terras van Eetcafé De Tijd betreedt. “Maar ook wel lekker hoor”, klinkt het in zangerig Nijmeegs. “Binnen zitten? Ook goed, jongen. Hahaaa je bent nog niet gewend aan de kou hè!”

Veel vragen hoef je Bicentini nooit te stellen. Hij lult als Brugman. “Hoe het is? Waaaa, gekkenhuis joh. Ik ben gewoon geleefd hè, de afgelopen weken. Jongen, je stapt in een draaimolen en die begint ineens als een gek te draaien. Ja, dan moet je je gewoon vast houden hè, en rustig om je heen kijken. Maar leuk hoor. Al die mensen die iets van je willen. Van een handtekening tot een interview. Of die een neef hebben met Curaçaos bloed die goed kan voetballen. Haha, mooi man.”

Remko Bicentini is al heel lang bij het Curaçaose elftal betrokken. Veel langer dan veel mensen denken. “Het begon met Leen Looijen in 2008. Het was toen de bedoeling dat Han Berger bondscoach van Curaçao zou worden, maar die kon zich niet vrijmaken toen en hij gooide de naam Leen Looijen erin. Dus Leen naar Curaçao om te gaan praten. Hij kwam eruit met Jean Francisca en terug in Nederland belde hij me op. Hij zegt: ‘Hé Remko, luister eens. Ik word bondscoach van Curaçao en ik heb gezegd dat jij mijn assistent wordt.” Hahahaha, ik wist van niks. Ik kende Leen wel, maar niet zo heel goed. Maar hij wist van mijn Curaçaose roots en kende me van NEC, dus hij vond het wel een goed idee. Zo wist ik wat me die zomer te doen stond. Kwalificatiewedstrijden spelen voor het WK van 2010.”

Ook voor het WK van 2006 had Curaçao al getracht zich te kwalificeren met hulp van coaches uit Nederland. Onder Pim Verbeek en Henk Duut werd Antigua & Barbuda nog verslagen, maar bleek Honduras nog een fiks maatje te groot. Met die lessen in het achterhoofd werd er met Looijen en Bicentini een nieuwe poging ondernomen.

Avontuur

“Ja, zo was ik ineens assistent bondscoach. Het kan raar lopen in het leven, hè”, lacht Bicentini uitbundig. De mensen aan een tafeltje verderop lachen mee. “Ja joh, toen hadden we nog maar een paar spelers uit de hoogste afdelingen van het Nederlandse voetbal. We speelden tegen Nicaragua en vlogen eruit tegen Haïti. Hartstikke jammer natuurlijk, want zo kwam aan een mooi avontuur al snel een einde.”

Daarna bleef Bicentini steeds betrokken bij de Curaçaose ploeg. “Voor het WK van 2014 werd de Argentijn Manuel Bilches aangetrokken. Hij wilde mij er graag bij hebben als assistent. Aardige man hoor, maar hij stond gewoon te ver af van het Curaçaose en het Nederlandse voetbal. We speelden toen voor het eerst in kwalificatiegroepen. We wonnen in zes wedstrijden twee keer van de Amerikaanse Maagdeneilanden, pakten een gelijkspelletje in Haïti, maar verloren de dubbel van Antigua & Barbuda en de thuiswedstrijd tegen Haïti. Toen was het weer gedaan. En ja, voor de laatste WK-kwalificatie voor 2018 werd Patrick Kluivert natuurlijk aangesteld. Patrick gebruikte me als steunpunt in Nederland en ik was er wel steeds bij in de thuiswedstrijden, maar een officiële rol had ik niet. Dat maakte me niks uit. Ik bleef toch gewoon spelers scouten en alles bijhouden. Ik voelde me steeds betrokken. De Curaçaose ploeg zat in mijn hart.”

Opnieuw lukte het niet. Dit keer was El Salvador een sta-in-de-weg, in de derde ronde van in totaal vijf. “Het was natuurlijk mooi geweest als je die vierde ronde had kunnen bereiken”, knikt Bicentini. “Dan had je in een mooie poule kunnen spelen met onder meer Mexico. Hartstikke leuk natuurlijk. Maar dan had je daarna nóg een groepsfase moeten overleden om het WK te halen. Ik denk eerlijk gezegd dat we daar nog niet klaar voor waren. Je zag het tegen El Salvador. Het verschil was niet héél groot misschien, maar toch waren zij een stuk verder dan wij. Dat zag je gewoon.”

Vraag is of dat anno 2016 nog steeds zo is. Dik een jaar later. “Het mooie is dat de ploeg nu bij elkaar is gebleven en dat we verder zijn gegaan”, stelt Bicentini. “Kijk, dan ben je echt iets aan het opbouwen. We kijken nu naar het WK van 2022. Dat is ver weg, maar je móet er nu al mee bezig zijn, want anders red je het gewoon niet. Wil niet zeggen dat we het straks wél halen, maar de kans is dan in elk geval een stuk groter.”

Finaleronde

Patrick Kluivert werd begin dit jaar aangezocht om na de mislukte WK-kwalificatie een vervolg te geven aan de opbouw van de Curaçaose ploeg. Het toernooi om de Caribbean Cup paste prima bij die ambitie. In maart werd de eerste ronde overleefd in een poule met Barbados en de Dominicaanse Republiek, in de tweede ronde werden Guyana en de US Virgin Islands aan de kant geschoven en in de derde ronde werd de ploeg eerste in een groep met Antigua & Barbuda en Puerto Rico. Daarmee plaatste Curaçao zich bij de laatste vier en mag het in juni 2017 met drie andere ploegen gaan strijden om de Caribbean Cup. Vanwege een plaats bij de laatste vier kwalificeerde Curaçao zich tevens voor deelname aan de Gold Cup, in juli 2017 in de Verenigde Staten.

Remko Bicentini werd voor de tweede ronde van het toernooi door Patrick Kluivert bij de ploeg gehaald als assistent-bondscoach. Mogelijk met voorbedachten rade, want Kluivert wist toen al dat hij er in september niet meer bij zou zijn als Curaçao in de derde ronde moest spelen. Kluivert ging in de zomer namelijk aan de slag als coach van Ajax A1. Later in de zomer werd hij door Paris Saint-Germain aangetrokken als technisch directeur. Kluivert raadde bondsvoorzitter Jean Francisca vervolgens aan om Remko Bicentini te benoemen tot zijn opvolger. “Zo is het gekomen”, knikt Bicentini. “Daar ben ik Patrick ontzettend dankbaar voor.”

Voor Bicentini kwam de druk er vervolgens goed op te staan, want van hem werd niets minder verwacht dan plaatsing voor de finaleronde van de Caribbean Cup. “`Maar ja, dan sta je op Schiphol te wachten op de spelers die meevliegen naar Curaçao voor de wedstrijden in die derde ronde en krijg je de ene na de andere afmelding”, vertelt Bicentini. “En niet de minsten hè! Ik was gelijk mijn hele verdedigingscentrum kwijt! Twee van mijn meest ervaren jongens. En toen kwam het erop aan natuurlijk. Hoe vindingrijk ben je dan? Hoe rustig blijf je? En hoe weet je de groep ervan te overtuigen dat alles goed komt? Ook als je met 2-0 achter komt in de beslissende wedstrijd? En hoe pak je het dan tactisch aan om het alsnog om te buigen? Het was een ware vuurdoop. Echt waar. Gelukkig pakte het allemaal goed uit.”

Waar het allemaal eindigt, de geboren Nijmegenaar weet het niet. “Wat mij betreft in Qatar, haha. Op het WK van 2022. Maar we gaan eerst maar eens toewerken naar de finale van de Caribbean Cup en vervolgens de Gold Cup. Het is uniek dat we daar bij mogen zijn. Uniek dat we dat bereikt hebben. Ik ben blij voor alles en iedereen die Curaçao een warm hart toedraagt.”

Afgelopen woensdag speelde Curaçao in een oefenwedstrijd in Rotterdam met 1-1 gelijk tegen Eredivisionist Excelsior. Het is de bedoeling dat Bicentini met zijn ploeg het komende half jaar tijdens de zogeheten ‘FIFA-periodes’ interlands gaat spelen tegen andere nationale ploegen.