De Filipijnse president Rodrigo Duterte kondigde afgelopen maand aan het roer om te gooien. In zijn bloedige antidrugscampagne zouden niet langer straatdealers en junkies, maar de ‘grote vissen’ worden aangepakt. De nieuwe strategie lijkt echter gedoemd te mislukken. In de voorste linie van de drugsoorlog zien ze dat de strijd nog cynischer wordt gevoerd dan Duterte al deed voorkomen.

STEUN RO

Caren (39), alleenstaande moeder van vier schoolgaande kinderen, is sinds februari ondergedoken in de Baclarankerk. Achter de muren van de kerktuin, in de schaduw van palmbomen grapt ze eerst nog: “Ik houd mij schuil voor mijn uitzinnige fans. Ik ben een bejubelde filmster.” Maar dan zegt ze bloedserieus dat de politie haar wil vermoorden. Caren, een gefingeerde naam, verklaart dat ze in de maanden dat ze geen baan had, handelde in shabu, de Filipijnse naam voor het sterk verslavende methamfetamine of crystal meth. Ze was af en toe een drugsrunner of een straatdealer. Het was haar manier om het hoofd boven water te houden.

In deze kerk in Manilla-Zuid schuilen tientallen verslaafden en straatdealers. Andere ‘drugscriminelen’ vonden dankzij kerkbroeders elders een schuiladres. Ze zijn allen ondergedoken omdat ze bang zijn voor de politie.

Dat doorsnee Filipino’s de politie wantrouwen en zelfs vrezen is niet nieuw. Deze overheidsdienst staat al langer bekend als een van de corruptste delen van het staatsapparaat. Menig agent zou banden hebben met de onderwereld. Maar de angst onder de armen en vooral onder junkies en straatdealers in de grote sloppenwijken van de Filipijnen, steeg naar nieuwe hoogten, met de opkomst van een flamboyant persoon op het politieke toneel. Die persoon is Rodrigo Duterte die eerst in de functie van burgemeester en later als president, politieagenten als soldaten zou gaan inzetten in zijn antidrugsoorlog.

Afgelopen maand, na veel bloedvergieten en massale protesten, leek daaraan juist weer een einde te komen. President Duterte kondigde aan het roer om te gooien. Niet langer de politie maar een gespecialiseerd agentschap zou de antidrugsoperaties gaan leiden. Niet langer verslaafden en straatdealers maar drugsbaronnen en hun vazallen zouden de focus zijn van de operaties. De nieuwe aanpak zou met minder bloedvergieten gepaard gaan.

Gaat die strategie wel werken? Dat is uiterst twijfelachtig. Ze lijkt al op voorhand gedoemd te mislukken. Ten eerste omdat de capaciteit van het agentschap om een dergelijk grote operatie aan te pakken, onvoldoende lijkt. Een gegeven waar alle media meteen op hadden gewezen. Met 1800 werknemers heeft de handhavingsinstantie alleen maar een fractie van de 160.000 mensen die bij de politie werken.

Ten tweede omdat Duterte zelf niet lijkt te geloven in zijn nieuwe aanpak. Hij suggereerde al een paar dagen na de presentatie dat hij zijn strategie had herzien om zijn critici tevreden te stellen. Nogal sarcastisch verkondigde de president: ‘Als het PDEA (anti-drugsagentschap – js) het kan. Goed. Dat is zoals je het wilt. Die (nieuwe aanpak – js) zou echter ook zoveel ernstige gevolgen kunnen hebben. Maar die wordt gewaardeerd door priesters en mensenrechtenadvocaten.’ Ook lijkt bij hem de wil te ontbreken om van de nieuwe aanpak een succes te maken. Hij liep al vooruit op een mislukking toen hij liet weten dat hij de politie terugbrengt naar het front als de situatie verslechtert. Dit lijkt op een herhaling van zetten. In januari droeg Duterte de anti-drugsoperaties over op hetzelfde agentschap. Na vijf weken gingen die terug naar de nationale politie.

Betekent de door de president aangekondigde koerswijziging voor de onderduikers in Baclarankerk dan dat ze in ieder geval voorlopig even op adem kunnen komen? Ook dat is allerminst zeker. Want er was vanaf het moment dat Duterte als burgemeester aan zijn antidrugscampagne begon, niet alleen een campagne waarvoor hij min of meer formeel het groene licht gaf en waarin alles volgens het boekje ging. Er woedde tegelijkertijd ook een strijd die gevoerd werd met methodes die niet door de beugel konden. Een vuile drugsoorlog met buitengerechtelijke executies, die zich voornamelijk afspeelde in de armste wijken van het land. Die realiteit zagen de mensen aan het front: de politieofficieren, mensenrechtenactivisten, broeders, straatdealers en huurmoordenaars. Eerst aan hen het woord. We gaan terug naar het einde van de vorige eeuw.

Doodseskader

Toen Duterte begon aan zijn anti-drugscampagne op nationaal niveau, had hij er als burgemeester van de zuidelijke miljoenenstad Davao al tien jaar strijd tegen ‘drugscriminelen’ op zitten. Het was een meedogenloze en geheimzinnige strijd. Een drugsoorlog waarin velen het leven lieten. Volgens mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch werden in de tijd dat Duterte de stad bestuurde, tussen 1998 en 2009, 814 straatdealers en kruimeldieven gedood. De Davao Death Squad haalden meestal de trekker over, zo biechtte een politieofficier op die zelf deel had uitgemaakt van het obscure doodseskader. Hij voegde daar echter aan toe dat de groep dat in opdracht van Duterte had gedaan. Die beaamde zoveel in een tv-show: “Ben ik het doodseskader? Waar. Dat is waar”. Duterte bekende ook dat hij zelf drie mensen in zijn Davao-tijd had gedood.

Snel doorspoelen naar 2016. Als kandidaat voor het presidentschap kondigde Duterte aan dat hij zijn Davao-strijd tegen drugs zou uitbreiden naar heel de Filipijnen. Hij liet opnieuw weten dat hij weinig op had met straatdealers en junkies. “Het zijn zombies. Ze hebben geen nut meer voor de maatschappij.” Hij deed in de aanloop naar de verkiezingen tal van dit soort controversiële uitspraken, maar een springt er met de kennis van nu, uit. “Wanneer ik president wordt, zal ik de politie opdracht geven deze mensen op te sporen en te doden. De lijkenhuizen zullen vol stromen.”

Klop aan en pleit

Na Duterte’s klinkende verkiezingsoverwinning begon de nationale politie met de operatie ‘klop aan en pleit’. In de opsporingsfase gingen agenten van deur naar deur, droegen vermeende drugsgebruikers en -dealers op hun drugsgerelateerde activiteiten te staken en drongen er bij hen op aan zich te laten registreren. Hardnekkige geruchten deden toen de ronde dat vermeende ‘drugscriminelen’ die dat niet deden, gedood zouden worden. De drugsbaronnen en hun vazallen bleven echter thuis. De verslaafden en straathandelaren zoals Caren, togen naar de stadsdeelkantoren. Beambten namen daar hun persoonlijke gegevens op, noteerden woonadressen, maakten foto’s en legden vingerafdrukken vast. Vervolgens kwamen de ‘nuttelozen’ in hun barangay (stadsdeel), op een drugswatchlist te staan.

Al snel nadat de lijsten compleet waren, vonden diegenen die zich als eersten hadden gemeld, de dood. Na zestien maanden Duterte staat de dodenteller volgens persbureau Reuters op 12.500. Daarvan komen 3900 op naam van de politie. De officiële politieverklaring luidde steevast: crimineel heeft zich verzet bij arrestatie.

Perceptie

Taxichauffeurs, middenstanders en welgestelden zagen zoals ik vernam, de war on drugs als een harde strijd van sterke man Duterte tegen een ontaarde drugswereld. Op zijn instructies trad de politie stevig op. Zo af en toe ging die dienst over de scheef. Maar dat keurde Duterte af. In enkele toespraken heeft Duterte ook werkelijk de uitwassen veroordeeld.

Evenzo verkondigde Duterte moreel gezien precies het omgekeerde. Hij riep de politie dus op om dealers en junkies te doden en beloofde agenten een bonus voor elk dood lichaam van een handelaar. Hij spoorde iedereen aan om verslaafden om te brengen. Hij wilde honderdduizend lichamen van gedode ‘drugscriminelen’ in de baai van Manilla gooien, zodat de vissen die er van aten vet zouden worden.

Het voert te ver om diep in te gaan op de vraag waarom het gros van de Filipino’s wel het idee omarmt van een ‘streng maar rechtvaardige’ Duterte en niet die van de ‘meedogenloze krijgsheer’ Duterte. Een verklaring van Isagani Serrano, die onder het Marcos-regime zeven jaar lang gevangen zat en gemarteld was en nu hoofd is van een ontwikkelingsorganisatie, wil ik toch niet achterhouden. “Duterte is als die geliefde grofgebekte oom die iedere Filipino in zijn familie heeft. Die oom waar iedereen op feestdagen gefascineerd naar luistert. Een familielid die overdrijft, maar het eigenlijk niet zo slecht bedoeld. Ze geloven dat Duterte die oom is.”

Terug naar hoe de antidrugscampagne tot nu toe werd gevoerd. De personen die aan het front staan van de drugsoorlog zagen een heel andere strijd dan winkeliers en welgestelden. Zij kennen een oorlog met twee bijzondere kenmerken.

Bonuscultuur

Het eerste dat opvalt is het hoge aantal gedode ‘drugscriminelen’ met daarnaast maar weinig gevallen politieagenten. Hoe kan dat? Een informant van Amnesty International die meer dan tien jaar werkte bij de politie en die zelf deelnam aan politieoperaties tegen drugs, voerde het terug op de ‘bonuscultuur’ binnen de organisatie. Hij vertelde de mensenrechtenorganisatie dat er sinds de aanstelling van oud-politiechef van – Duterte’s stad – Davao, Ronald dela Rosa, als hoofd nationale politie in juli 2016, aanmoedigingspremies werden verstrekt wanneer bij operaties verslaafden of dealers werden gedood. Een uitvoerend politieteam ontving, volgens hem, van het hoofdkantoor voor elke liquidatie tussen de 8.000 tot 15.000 peso’s (140 tot 260 euro). Het bedrag werd in cash onder tafel uitbetaald. Het team liep de bonus echter mis wanneer ze ‘drugscriminelen’ levend in de boeien zouden slaan. Verklaringen van andere uit de school geklapte politie-officieren kwamen overeen met zijn verhaal.

Het doden van junkies en dealers werd overigens niet alleen uitgevoerd door officiële politieteams. Meer dan twee derde van alle drugsgerelateerde liquidaties kwam op naam van gemaskerde individuen. Soms waren dat soort moorden nachtelijke afrekeningen in het criminele circuit. Andere keren was de politie er volgens de informant, toch bij betrokken. Of speciale politieteams gingen ’s nachts incognito eropuit en brachten dan dealers en junkies om. Of de politie besteedde het uit aan huurmoordenaars. Twee van hen bevestigden deze laatste praktijk tegenover Amnesty. Ze gaven ook aan hoe ze doorgaans hun orders kregen. Een hoofdagent nam met hen contact op. Ze ontvingen een envelop met naam, adres, een foto, dus feitelijk de watchlist-data en een bedrag. Vervolgens gingen ze op pad. Het doden van een gebruiker leverde ze 5000 pesos op. Een dealer 10.000 tot 15.000 pesos. De twee huurmoordenaars draaiden er niet omheen. De zaken gingen goed. Voordat Duterte beëdigd werd als president hadden ze minder dan een opdracht per week. Erna gemiddeld vier per week.

Arm en rijk

Het tweede opvallende kenmerk is dat verreweg de meeste doden vielen in de armste wijken van het land. Amnesty’s politieagent en huurmoordenaars gaven aan dat ze feitelijk alleen in deze wijken actief waren. Verder was treffend dat de meeste geliquideerden op een drugswatchlist in hun barangay stonden, zo vertelde broeder Jun Satiago in een biechtkamer van de Baclarankerk.  “Die watchlist is een deathrow”, benadrukte de broeder. “Een voor een krijgen de mensen erop de kogel.” De ondergedoken drugsrunner anex -dealer Caren zag dat ook gebeuren in haar barangay. Ze trok haar conclusies toen twee broers, vrienden van haar, nummer tien en elf op de lijst, geliquideerd werden. Ze geloofde toen niet langer dat het voor de politie iets uitmaakte dat ze allang gestopt was met dealen. Daarom vluchtte ze naar de Baclarankerk.

Niet alle gedoden stonden op die watchlist, of waren ‘drugscrimineel’. Ook waren mensen omgebracht die niets met drugs van doen hadden, zei Santiago. De broeder die ook ’s nachts als fotograaf de nasleep van de liquidaties vastlegde, kwam tot die conclusie na gesprekken met de nabestaanden van slachtoffers. Zo bleek dat politie en huurmoordenaars argeloze passanten die op een dealer leken, kinderen van verslaafden en niet-dealende kruimeldieven hadden gedood. Duterte noemde het ‘bijkomende schade’.

Hoe zit het met de grote vissen, vroeg ik Wilnor Papa, woordvoerder van Amnesty op diens kantoor in Quezon-City. Papa wees erop dat drugsbaronnen, en ook politici en hoge politieofficieren die bij de handel betrokken waren, op enkele spraakmakende uitzonderingen na buiten schot bleven. Hij voegde daaraan toe dat tijdens die politieoperaties waarbij rijkere individuen verdachten waren, vaak alles ging zoals het hoorde te gaan; volgens het boekje, waarbij arrestanten de mogelijkheid hadden zich voor een rechtbank te verdedigen. De mensen in de sloppenwijken werd dit onthouden. Zowel Papa als Santiago concludeerden dat Duterte’s oorlog tegen drugs was uitgemond in een oorlog tegen de armen.

Verzet

De Europese Unie, nu de belangrijkste verdediger van mensenrechten, leverde zware kritiek op het bloedbad. Duterte’s reactie was een waarschuwing dat er 50.000 in de crackdown gedood zouden kunnen worden. Grootschalig binnenlands verzet kwam maar traag op gang. De voortdurende inzet van mensenrechtenactivisten en van de straatwerkers van de katholiek kerk wierp wel langzaam zijn vruchten af. Hun pleidooi voor een humane aanpak van het drugsprobleem bereikte meer en meer mensen. Het omslagpunt was de moord op een 17-jarige scholier in augustus. Beelden van een bewakingscamera toonden min of meer aan dat de politie  verantwoordelijkheid was. Op 21 september, op de dag af 46 jaar geleden dat dictator Ferdinand Marcos de staat van beleg afkondigde, gingen 20.000 mensen de straten op. Vele maatschappelijke organisaties en een scala aan linkse- en communistische groepen protesteerden tegen de anti-drugsmoorden. De twee meest invloedrijke katholieke bisschoppen van de Filipijnen keerden zich voor het eerst publiekelijk tegen president Duterte’s drugsoorlog. Hun woorden hebben gewicht in een devoot katholiek land als de Filipijnen.

Toch is Duterte onder het welvarende deel van de bevolking nog altijd erg populair. Een groter gevoel van veiligheid als gevolg van de crackdown draagt daaraan bij, zo vernam ik. Volgens de laatste landelijke peiling zou bij die bovenlaag het vertrouwen in de president zelfs groter zijn geworden. Onder de armste groepen daalde dat vertrouwen juist sterk.

Vragen

Heeft Duterte na twintig jaar drugsoorlog het licht gezien en op dat moment besloten om achter de ‘grote vissen’ aan te gaan? Of waren het de peilingen? Was het de kritiek van de EU? Wilde Duterte op zijn recente buitenlandlandtrip, zijn gastheren niet in verlegenheid brengen? Of misschien wilde hij minder aandacht voor de buitengerechtelijke executies van de Amerikaanse media wanneer zijn gast president Donald Trump het land aandoet? Het laat zich raden.

Voor de onderduikers in de Baclarankerk zijn er veel dringendere vragen: worden er in het geheim nog altijd bonussen aan bijvoorbeeld huurmoordenaars verstrekt om hen om te brengen?  Gaat het antidrugsagentschap dat onder druk staat om resultaten te boeken, de werkwijze van de politie deels overnemen? Onzekerheid troef.

Mozaïek

Broeder Jun Santiago gaf Caren behalve een schuilplaats, werk in de kerktuinen. Ze legt met anderen de Filipijnse geschiedenis vast in een tientallen meters lang mozaïek. De schoonheid van het land en de gruwelen van Spaanse-, Amerikaanse- en Japanse overheersing, van de arbeidersonderdrukking en de Marcos dictatuur wisselen elkaar af. Voor de huidige massamoord is nog geen plaats gemaakt.