Onlangs besloot de rechter over de TBS-verlenging van een psychisch gestoorde man, die in 1993 in Rotterdam inbrak bij een vrouw, om haar daarna te verkrachten. Ze overleefde ternauwernood. De rechter belde de man op in de TBS-kliniek. Het slachtoffer was in de rechtszaal aanwezig.

STEUN RO

Het gekraak van een slechte telefoonlijn klinkt door de speaker phone, in zaal 1 van de Rotterdamse rechtbank, waar alle aanwezigen muisstil zijn.

‘Hallo?’, zegt de voorzitter van de raadkamer, als wel een verbinding tot stand lijkt te zijn gekomen, maar er aan de andere kant van de lijn zich niemand meldt.

Het blijft nog een aantal seconden stil. Alsof de spanning al niet te snijden is, is in het moderne gerechtsgebouw ook het nog het gegier van de wind te horen die van over de Nieuwe Maas de Kop van Zuid bereikt.

Dan klinkt een mannenstem, die meedeelt dat P. niet aanwezig is, maar dat hij er wel voor kan zorgen dat hij naar de afdeling komt. Maar dat zal dan nog even gaan duren.

Lot

P. is de reden dat de aanwezigen hier bij elkaar zijn. Om er getuige van te zijn hoe er voor de zoveelste keer wordt besloten over het lot van een van de meest gestoorde criminelen die er in dit land rondlopen. Die tien jaar terug voor het laatste zijn gezicht liet zien, in deze zelfde rechtbank.

Om te begrijpen waarom P. vastzit, moeten we terug naar de nacht van 18 februari 1993. Toen werd een jonge vrouw in de Rotterdamse Bethlehemstraat wakker van een man die haar keel dichtkneep, nadat hij had ingebroken in haar woning. Wat er daarna gebeurde, tart elk voorstellingsvermogen. Zij wordt door de man vastgebonden en meerdere keren verkracht. Ze weet zich echter te bevrijden, waarna de man echter uithaalt met een mes. Daarop laat hij haar achter, met een slagaderlijke bloeding. Maar omdat de vrouw uit doodsangst de trap waarover hij is gevlucht niet meer af durft te lopen om hulp te zoeken, stapt zij haar balkon op. Ze laat zich met een arm langs een touw naar een verdieping lager glijden, waarna zij op het raam klopt van haar onderburen. Die weten, nadat ze van de hevige schrik zijn bekomen, haar arm af te binden, en de politie te waarschuwen. Als door een wonder, en door haar eigen doorzettingsvermogen en moed, weet zij de aanslag te overleven.

Onderzoek

Arianne Grootendorst zit vandaag ook in de rechtszaal, en hoort hoe de rechter contact probeert te zoeken met de man die haar onbezorgde leven in enkele momenten veranderde in een nachtmerrie. Die rechter is wettelijk verplicht onderzoek te doen naar de toestand van de man, om te kunnen beslissen over de verlenging van zijn TBS. Arianne weet van het telefoontje, maar ze is er niet van op de hoogte dat de stem van de man die haar zo mishandelde, straks misschien door de box van een telefoon te horen is, via een verbinding met de long stay-afdeling van de TBS-kliniek waar hij al 14 jaar verblijft. Van de 24 jaar dat hij nu ter beschikking van de Nederlandse regering is.

Herstel

Het is niet dat Arianne een confrontatie met deze man niet aankan. Al eerder zat ze zelfs met hem in een ruimte, in het kader van haar herstel. Een ontmoeting met deze man, zonder de aanwezige machtsverhouding zoals in de bewuste nacht in 1993, moest haar verwerking bevorderen. Dat lukte ook, hoewel ze op het moment dat P. tegenover hem plaatsnam, nauwelijks in staat was om een woord uit te brengen. Surrealistisch waren de laatste woorden die uit P.’s mond kwamen tijdens die ontmoeting: ‘Sterkte met je herstel’.

Invloed

Nu is het 2017, een jaar nadat Arianne het boek ‘Over de rand’, schreef over de invloed die het gewelddadige bezoek van P. op haar leven heeft gehad. Daarin beschrijft ze hoe P. enkele weken na zijn daad werd gepakt, nadat hij ook het huis van een andere vrouw had proberen binnen te dringen. Ook vertelt ze over de lange weg die ze heeft moeten bewandelen, om weer normaal in de maatschappij te kunnen functioneren.

Vergiftigd

De advocaat van P. komt aan het woord. Kan hij iets over P. vertellen, hij kent hem tenslotte, merkt de rechter op. ‘Nou, kennen is een groot woord. Ik spreek hem elke twee jaar tien minuten, langer duldt hij mij niet. Hij laat dan wel doorschemeren dat hij graag in de TBS-inrichting wil blijven. Niet omdat hem iets te verwijten valt, want hij is vergiftigd door de Russen en de Amerikanen, en artsen, en noem maar op.’

P. voelt zich in de TBS-inrichting veilig, zegt zijn advocaat: ‘Zijn leven is daar wat het is. Hij is er niet gelukkig, maar beter is er niet. Hij ziet geen andere mogelijkheid om zijn leven te verbeteren, dan in deze setting.’

Hel

De rechter neemt het woord over: ‘Zijn slachtoffers moeten in een hel hebben verkeerd. Maar hijzelf is daar nu ook. Chronisch psychotisch, onder invloed van wanen. Hij loopt rond met oordoppen, om niet overstresst te raken. Want als dat gebeurd, zou hij weer tot seksueel agressief gedrag kunnen overgaan.’

De rechter constateert dat het recidive-risico van P. nog altijd even groot is, zeker in combinatie met verdovende middelen, in de hypothetische situatie dat hij weer vrij zou komen. De focus ligt daarom bij P. niet meer op behandeling, of een terugkeer in de maatschappij. Maar op het doorkomen van de dag, zonder te veel prikkels. Ook de medewerker van de inrichting waar hij verblijft, laat weten dat er geen andere mogelijkheden voor P. meer zijn: ‘Een hernieuwde behandeling zou ook te zwaar voor hem zijn.’

Contact

Dan is er weer contact met de inrichting via de telefoon. Zal P.’s stem straks klinken in de rechtszaal, waar Koning Willem-Alexander met een vrolijke blik alle aanwezigen aankijkt, vanaf zijn staatsieportret op de muur achter de rechters.

‘Hij wil onder geen beding aan de telefoon komen’, meldt de mannenstem die eerder ook was te horen.

De rechter antwoordt: ‘Dat is geen verrassing. Jammer.’

Een half uur later laat de raadkamer weten wat haar beslissing is over de TBS van P. Die wordt met twee jaar verlengd, zoals dat tot nu toe steeds is gebeurd.

Arianne Grootendorst verlaat de rechtszaal. Ze is blij dat P. niet aan de telefoon is gekomen. Ze wist wel dat de rechter hem ging bellen, maar dat dit via de speaker phone zou gebeuren, was voor haar onverwacht: ‘Als ik zijn stem had gehoord, was hij weer te dichtbij gekomen.’

Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).