Schitterend, dat college van Robbert Dijkgraaf over het allerkleinste. Toch schreeuwt de rechtvaardigheid om een kleine historische correctie.

STEUN RO

Cellen, moleculen, atomen, quarks, het Higgs-deeltje. Een Princeton-professor die in lekentaal de bizarre wereld van de quantummechanica uitlegt, daar smul ik van. De natuur blijkt altijd nog fantastischer in elkaar te zitten dan je zelf zou kunnen verzinnen.

Maar een mens kan niet alles weten en Dijkgraaf blijkt gelukkig ook tot onze species te behoren. Hij legt netjes uit dat de term “atoom” door de oude Grieken gemunt is, om precies te zijn door de filosoof Democritus, die in de vijfde eeuw voor Christus leefde. Die beredeneerde dat, als je een willekeurig object in stukken zou hakken, er logischerwijs een einde moet komen aan die deling – en wat je dan overhoudt, zijn “atoma”: onsnijdbare of ondeelbare deeltjes. Onzichtbaar voor het oog.

So far so good. Maar als Dijkgraaf daarna stelt dat er volgens de oude Grieken vier elementen waren in het chaotische ondermaanse – aarde, water, vuur en lucht – plus een bijzonder element in het geordende bovenmaanse, ether ofwel de quintessence – laat hij Democritus meteen achter zich en geeft de argeloze kijker de kosmologie van… Aristoteles.

So what, zult u denken. Welnu. Ooit heb ik mij – op kosten van de gemeenschap, dank nog daarvoor – enige tijd grondig verdiept in Democritus. Het minste wat ik kan doen, is die kennis hier delen. Want die is de moeite waard.

Het bijzondere van de atoomleer van Democritus is namelijk dat ie zo verbijsterend radicaal was. Dijkgraaf begon zijn college met te zeggen dat kleine deeltjes alles verklaren. Bijvoorbeeld waarom een sinaasappel oranje is, of water doorzichtig. Hé, hoe zei de oude Griek dat dik tweeduizend jaar geleden? “Door afspraak zoet en door afspraak bitter, door afspraak warm, door afspraak koud, door afspraak kleur, maar in werkelijkheid atomen en leegte.”

Om vervolgens de hypothese te postuleren dat de vormen van de atomen verantwoordelijk waren voor die verschillende zintuiglijke ervaringen. Een soort primaire en secundaire eigenschappen avant la lettre. Zoals hij de atomen ook vergeleek met letters, om te laten zien dat je door ordening van de kleinste deeltjes alles kon “bouwen”.

Bovenmaanse

Of neem de kosmologie van Democritus. Bij hem geen fundamenteel onderscheid tussen het ondermaanse en het bovenmaanse. Met dezelfde ijzeren logica als waarmee hij concludeerde dat er atomen moeten zijn, stelde hij dat het universum oneindig is, en (derhalve) ook een oneindig aantal werelden moet bevatten die ontstaan en vergaan. Klinkt modern, nietwaar?

Zeker, het is oppassen geblazen voor anachronismen. De man uit het Noord-Griekse Abdera had niet het flauwste vermoeden van quantummechanica, van het onzekerheidsprincipe, van de correlatie tussen massa en energie, gevangen in Einsteins beroemde E = mc kwadraat. Maar Democritus (die zei dat hij liever één oorzakelijk verband wou aantonen dan het Perzische rijk bezitten) staat wel model voor de wetenschappelijke esprit van zijn tijd.

Van al zijn werken is geen enkel bewaard gebleven. In de latere oudheid dolf de atomistische kosmologie het onderspit. De denkbeelden van Plato en Aristoteles pasten veel beter bij het christendom. Pas na de middeleeuwen zou Democritus (en zijn navolgers Epicurus en Lucretius) echt herontdekt worden. Dankzij spaarzame citaten en parafrases bij andere (veelal vijandige) auteurs kan gelukkig wél een beeld geschetst worden van de vroege atoomleer.

Het voert te ver om volledig te zijn hier. Het blijven de internets. Als ik alleen toevoeg dat hij in de oudheid bekend stond als de lachende filosoof, die betoogde dat “welbevinden” binnen ons bereik ligt – aan zo'n vrolijke denker zijn we toch enige hoffelijkheid verplicht.

Nietwaar Robbert? En als je nog eens meer wil weten over je voorganger, met genoegen.

Verschenen op: Trouw.nl, 20 november 2012

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

Geef een reactie