Op stap met een local is de laatste trend op reisgebied. Joost van der Wegen maakt met toeristen regelmatig een ‘misdaadwandeling’ over de Wallen. ‘Als in Amerika zou mogen wat hier allemaal kan.’

STEUN RO

Kevin uit Californië haalt een verfomfaaid papiertje uit zijn reisportemonnee, vouwt het open, en laat het met een glunderend gezicht aan me zien. Het is een certificaat dat hij van de dokter in de V.S. heeft gekregen. Er staat op beschreven dat hij toestemming heeft om medicinale marihuana te gebruiken. Te verkrijgen in een van de cannabisclubs die zijn thuisstaat kent. Tien minuten eerder ontmoet ik Kevin bij de ingang van een groot hotel aan de rand van het Amsterdamse Wallengebied.

Het is het startpunt voor een afspraak die ik sinds kort heb met de 13 miljoen toeristen die de hoofdstad jaarlijks bezoeken. Zij kunnen mij boeken voor een rondleiding in het Amsterdamse ‘red light district’. Maar dan niet als de gids die met een paraplu aangeeft waar hij loopt, met een meute van twintig man achter zich aan. Maar als een vriend in een andere stad die je met kennis van zaken door zijn habitat leidt.

Een vriend in een andere stad die je met kennis van zaken door zijn habitat leidt

De Rent-a-friend op reis is een trend waar veel voor te zeggen valt. Wie kent niet het moment op de stadstrip waarop je je afvraagt op wat voor manier je in contact zou kunnen komen met iemand die de stad echt kent? Een local die je mee zou kunnen nemen naar de meer exclusieve plekken, waarvan je weet dat je ze aan het mislopen bent. Op internet zijn legio sites te vinden die vraag en aanbod op dit gebied bij elkaar brengen. Tot tevredenheid van beide kanten. Want wat is er leuker dan je eigen stad weer eens door een andere, wat roze bril van een bezoeker te zien. Die op zijn beurt blij is dat het straatbeeld waar nog zoveel geheimen achter zijn verscholen, tot leven komt.

Aardig is ook dat je samen ontdekkingen doet. De steeg waar ik het uitzicht naar de oorsprong van de stad laat zien -die overigens vergeven is van de wietlucht door de ventilator van een coffeeshop die erop uitkomt- blijkt te eindigen bij de laatste zogenoemde waterstoep van de stad. De plek waar in de Gouden Eeuw de schepen uit de Oost hele andere kruiden direct konden laten uitladen. Zonder het geven van de rondleidingen had ik dat fijne geschiedenisfeitje nooit achterhaald. In de steeg staan trouwens ook andere plantjes. Onder de ventilator is een prachtige geveltuin aangelegd. Ook echt Amsterdams.

Een meer eigentijdse onthulling aan de buitenlandse gasten is dat het gebruik van cannabis in Nederland strikt gezien helemaal niet legaal is. Het Nederlandse softdrugsbeleid is in de jaren zeventig ontstaan, toen justitie een richtlijn ontwikkelde waarmee de gelimiteerde verkoop en gebruik van hasj gedoogd kon worden. Een Duitse vrouw maakt hier tijdens de wandeling een scherpe observatie over: ‘Met het Nederlandse drugs- en prostitutiebeleid in het achterhoofd, is er dus geen sprake van criminaliteit op de Wallen. Dat is meer een uitvloeisel van de keuze die is gemaakt om die zaken te tolereren.’

De uitspraak is de spijker op zijn kop. Hoewel ook de ‘hintertur’ van de coffeeshop besproken wordt. Waarachter jaarlijks wel heel wat geweld plaatsvindt, soms met dodelijke afloop. En die een aanzuigende werking naar de wietcriminaliteit heeft voor veel Nederlanders. Een reden waarom twintig Nederlandse burgemeesters inmiddels pleiten voor de opzet van gemeentelijke kwekerijen. Het is stof tot nadenken voor de wallenwandelaars. Zeker als ik ze vertel dat Nederlanders tegenwoordig als het heeft gesneeuwd ook Tweets van de politie krijgen met de vraag of het dak van de buurman soms sneeuwvrij is, wat wel eens door de lampen van een plantage kan zijn veroorzaakt. Hoe dubbel kan beleid zijn?

Experiment

In het Red Light District gaat het ook over de ironie van al die buitenlandse toeristen die in hun eigen land geen dope mogen gebruiken, maar hiervoor wel naar Amsterdam komen. Met als gevolg dat er op straat een levendige handel in allerlei andere soorten drugs ontstaat. Waarbij illegalen honderden euro’s per week verdienen aan het verkopen van nepdrugs die ze bijvoorbeeld laten doorgaan voor cocaïne.Het zijn vooral Britse groepjes feestvierders die zich op deze manier bij de neus laten nemen.

De anekdote die het goed doet is die van het groepjes Engelsen dat eerst lidocaïne geleverd krijgt, een verdovingsmiddel gebruikt door de tandarts, in plaats van echte coke. Het wordt verkocht door de headshop om de hoek voor een euro per gram, en gaat voor 80 euro per gram in de zakken van argeloze toeristen. De naïviteit van de toeristen blijkt uit het verhaal dat zij een tweede keer teruggingen naar een dealer, die ze vervolgens in plaats van lidocaïne the real thing verkocht.

Maar daar was volgens de kopers iets mis mee. Dit spul verdoofde niet, het kon daarom toch geen cocaïne zijn? Mijn buitenlandse vrienden lachen. Langzaam beginnen ze het grote uit de hand gelopen experiment uit de jaren zestig dat de ‘red light district’ heet, te begrijpen. Zeker als ik vertel dat in de Amsterdamse APV inmiddels is opgenomen dat het verkopen van zeeppoeder als drugs verboden is. Het levert grijnzende gezichten op.

Mild

Op het Oudekerksplein gaat het over de prostitutie. De Duitse gasten uit de provincie zijn de eerste minuten gebiologeerd door het feit dat vrouwen hier achter de ramen hun werk doen. Maar twee stegen verder gaat het alweer over de smartphones waarmee veel dames achter de ramen jongleren. ‘Dat is toch niet een manier om je klanten te verleiden’, stelt een Duitse die wel wat overeenkomsten met de vrouwen van lichte zeden vertoont verontwaardigd. De Duitsers uit de provincie bekijken de zaken serieus. Soms wijs ik ze terecht als ik ze wat te recht in de leer vind. ‘Ordnung muss nicht immer sein’, merk ik dan op. Eerder is al duidelijk geworden dat de tolerantie voor zaken in dit gebied hoger is dan in hun land. ‘Muss können’ heet dat, heb ik opgepikt uit een artikel dat ik in een Duits reismagazine heb gelezen.

Als we de Oudezijds Achterburgwal achter ons hebben, beginnen de groepjes meestal langzamer te lopen, alle indrukken verwerkend. Maar als ik ze halverwege de wandeling vraag wat ze van het ‘Rotlichtviertel’ vinden, is hun oordeel vaak mild. Hoewel de achtergronden bij de mensenhandel en de feiten over het geweld achter de achterdeur van de coffeeshop ze wel tot nadenken zet, vinden ze de wallen zonder uitzondering prachtig, en voelen ze zich er veilig. ‘Het is uniek in Europa. En niet zo ranzig als de Hamburgse Reeperbahn.’

Hoewel het gebied ze tot nadenken zet, vinden toeristen de Wallen zonder uitzondering prachtig

Regelmatig vragen gasten of de criminaliteit op de Wallen niet heel hoog is, en of er niet veel Nederlanders zijn die wiet roken door het bestaan van de coffeeshops. Ik maak dan duidelijk dat het percentage rokers in Nederland lager is dan in bijvoorbeeld de V.S. of in Engeland, en dat de prostitutie in openbaarheid plaatsvindt, zodat de meisjes in een gecontroleerde omgeving hun werk kunnen doen.

Daarbij geef ik ook aan dat er in Nederland wel degelijk een discussie woedt over het verschijnsel van de coffeeshop, en over de mishandelingen van werkende vrouwen door mensenhandelaren. Na het verhaal over mensenhandelaar Saban Baran die meisjes met honkbalknuppels sloeg, en vervolgens dwong het koude water in te springen zodat ze de volgende dag achter de ramen geen blauwe plekken zouden hebben, blijft het stil. Het experiment dat Nederland sinds de jaren zestig hier op deze gebieden is aangegaan, kent natuurlijk ook zijn keerzijden.

Op de laatste honderden meters van de rondleiding bewonderen we het resultaat van de opknapbeurt van de Zeedijk. De aanwezigheid van honderden junkies in de jaren zeventig en tachtig lijkt hier alweer lang geleden. Het was een epidemie met zo’n 10.000 heroïneverslaafden waar niemand een oplossing voor had. Zeker de politie niet. Een Duitser die in Keulen commissaris van politie is geweest, herkent het dilemma. Hij vertelt hoe de junks bij hem de stad uit werden gezet. ‘Maar dat loste het probleem niet op. Verslaafd bleven ze.’

Zonder werk

Kevin uit Californië legt me in de kroeg waar de wallenwandeling doorgaans eindigt uit dat het certificaat om wiet te gebruiken in zijn stad Los Angeles niet moeilijk te krijgen is. Zijn medestudenten hebben er allemaal eentje. Ze hoeven alleen maar een lichamelijk probleem te verzinnen, en er mee naar een arts te gaan. In feite bestaat er dus ook in zijn land iets als het gedogen van wiet. Toch is Kevin na de rondleiding over de Amsterdamse burgwallen onder de indruk van wat hij heeft gezien en gehoord. Niet in de laatste plaats omdat zijn vader thuis politieman is. Met een glimlach stelt hij vast: ‘Als in Californië zou mogen wat hier allemaal kan, dan zou hij zonder werk zitten.’ Waarna we afscheid nemen, en hij de eerste de beste coffeeshop induikt.

Dit artikel is een bewerking van een eerder in het magazine Soft Secrets verschenen verhaal.

    Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).