Onlangs bracht onderzoeksplatform Pointer in het nieuws dat 35 gemeenten geen onderzoek deden naar de roofhandel van Joods vastgoed. Hierbij wordt aandacht besteed aan de situatie in de oorlog. Niet alleen de Duitsers verkochten vastgoed door, maar ook hun medewerkers namen voor een appel en ei niet alleen het huis, maar ook de inboedel van Joodse eigenaren over.

STEUN RO

Het waren gouden tijden voor Jodenjagers, politierechercheurs, verhuisbedrijven en andere beambten die op Joden joegen voor Kopfgeld of betrokken waren in de confiscatie van hun bezit. Bekende Jodenjagers in de Randstad waren Willem Klarenbeek, Joop Out en de bokserfamilie Olij. Bij het beslag leggen van Joods bezit werd niet alles overgedragen aan de Duitse autoriteiten. Veel verdween in eigen zakken. Joodse huizen werden leeggeroofd en in een aantal gevallen betrok de rechercheur, verklikker, Jodenjager en NSB’er de leegstaande huizen.

Na de bevrijding realiseerden enkele gezuiverde politieambtenaren dat de rollen waren omgedraaid. Nu werden de zakken van voormalige collaborerende politierechercheurs leeggeroofd. De huizen van NSB’ers, notoire economische collaborateurs, Rijksduitsers en foute opsporingsrechercheurs werden betrokken door “gezagsgetrouwe en eervolle” ambtenaren die belangrijke rol hadden gespeeld in het verzet. De laatste waren betrokken in het arresteren van hun foute collega’s en het opsporen van collaborateurs. In sommige gevallen werd een deal gesloten. In ruil voor oorlogsbuit mochten notoire collaborateurs ontsnappen. De twee meest bekende voorbeelden zijn Jodenjager Andries Riphagen en de nazipropagandist Willem Sassen. Beiden werden eerst voor hun informatie over verborgen economische collaborateurs “gemolken.” Met deze informatie konden niet alleen andere collaborateurs opgespoord worden, maar ook die mensen gechanteerd worden die op de achtergrond profijt hadden getrokken van de oorlog. Vergeet niet dat de bezetter collaborerende bedrijven keurig betaalde voor de levering van hout, staal en cement voor de concentratiekampen. Het vervoer ernaar toe ook. De Gestapo betaalde Jodenjagers met het inbeslaggenomen Joods vermogen.

Frappant is natuurlijk dat er pas nu een onderzoek wordt gedaan naar de roofhandel van Joods vastgoed. In de jaren negentig had de overheid met moeite een vergoeding geboden voor de verdwenen Joodse kunstcollecties. Een fractie van de daadwerkelijke waarde werd uitgekeerd aan de nabestaanden. Toen enkele jaren geleden het NIOD door een onafhankelijke onderzoeker werd ingelicht dat hij op het spoor was gekomen van een geroofd kunstwerk, toonde het geen belangstelling. Daarnaast kaartte de onderzoeker in zijn studie ook de verdwenen industriediamanten aan die door de Duitse jurist Friedrich Kadgien samen met enkele kunststukken uit Nederland had geroofd. Ook hier werd geen uitgebreid onderzoek ingesteld. Kadgien wist net als Sassen, Riphagen en vele anderen met hulp naar Zuid-Amerika uit te wijken via de zogenoemde rattenlijnen.

Na 1948 werd door de geallieerde opsporingsdiensten besloten de vervolging van voortvluchtige oorlogsmisdadigers te staken. Alleen de zware gevallen zouden voor de tribunalen in eigen land moeten verschijnen. Economische collaborateurs kwamen vervroegd vrij. Nederland mocht geen Duitse onderdanen voor het gerecht slepen. De kosten van de vervolging en detentiecentra liepen hoog op. De economie moest weer op poten worden gezet. De koloniën moesten worden bevrijd van de opstandelingen. Steeds meer lichte gevallen kwamen op vrije voeten. Onder dreiging van de Koude Oorlog werd het oorlogsverleden weggepoetst. De omvang de holocaust was nog niet geheel doorgedrongen. De synagogen verdwenen uit het straatbeeld en de Joodse wijken werden geëffend. Aan de naoorlogs corruptie en vriendjespolitiek werd weinig aandacht aanbesteed. De Sanders-affaire, de malversaties binnen het Beheerinstituut, de concurrerende inlichtingendiensten, de afrekeningen binnen het illegale circuit, chantage, talloze misstanden haalden de krantenkoppen. De naoorlogse periode was een zootje. Een aantal mensen die vooraanstaande posities had bekleed binnen de industrie, de OD, BNV en recherche maakte daar dankbaar gebruik van. Als tussenpersonen werden smokkelaars als de Rotterdamse smokkelaar en prikkelfilmkoning Louis Henssen gebruikt om te handelen in Joods vermogen, oorlogsbuit, drugs, deviezen, goud en overtollige wapenvoorraden.

Als er al geen nieuwe wijken zijn verrezen over de oude Joodse kwartieren, dan heeft menig voormalig Joods huis sindsdien talloze nieuwe eigenaren gehad. Met de huidige wetten met betrekking tot de privacy, nabestaanden en de toegankelijkheid van de beschikbare archieven, mochten deze überhaupt toegankelijk zijn, zal het een grote klus voor het onderzoeksplatform worden om de feiten boven water te krijgen. Joods vastgoed werd ver onder de vraagprijs en onder druk doorverkocht. De transacties werden officieel vastgelegd in het bijzijn van een notaris. Voor een rijke commissie keek ook hij de andere kant op. Na de oorlog werd de Joodse commissie niet betrokken in het opsporen en retourneren van Joods bezit. Decennia na de oorlog werd na talloze verzoeken, rechtszaken of uit publieke verontwaardiging summier voldaan aan rechtsherstel. Joodse eigendommen die in de oorlog bij niet Joodse vrienden of kennissen uit voorzorg werden gestald, werden na de oorlog nooit aan de nabestaanden geretourneerd. Ze kwamen toch niet meer terug… Toch blijft verdwenen Joods bezit, of het nu schadevergoeding betreft, of geroofde kunstwerken, (industrie-) diamanten, ontroerend goed, patenten of deviezen, een zeer gevoelig en zelfs politiek onderwerp.

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
tarzanvanlimburg@gmail.com'
Botman is een onafhankelijke non-fictie auteur betreffende de volgende onderwerpen Tweede Wereldoorlog geschiedenis, inlichtingendiensten, biografieën over collaborateurs en spionnen, Koude Oorlog, huurlingen in Afrika en Indonesië, onafhankelijkheidsstrijd RMS, clandestiene operaties MI6 en CIA. Alle informatie is verkregen door intensief archief onderzoek, interviews en privécollecties. Inmiddels zijn er over deze onderwerpen vier non-fictie boeken bij Uitgeverij Aspekt verschenen: De intriges van de gebroeders Sassen (2013), De Tarzan van Limburg (2019), Beruchte Collaborateurs op vrije voeten (2020) en De Nederlandse Rattenlijn (2021), plus een aantal artikelen in de Alkmaarse Courant, De Morgen, Het Nieuwsblad, Het Parool en de Oud Hagenaar.