Rusland is nog niet zo gesloten en onkenbaar als veertig jaar geleden – nog lang niet. Toch worden er over ‘de Russische idee’ en ‘de Russische ziel’ zowel door apologeten als door tegenstrevers genoeg vreemde verhalen verteld. Oud Rusland-correspondent Raymond van den Boogaard scheidt kaf van koren en verliest zich daarbij nog altijd niet in polemeiek of partijdigheid. Door Raymond van den Boogaard

STEUN RO

Als het om de kennis van Rusland in Nederland gaat, heeft de stad Arnhem een streepje voor. Want daar is sinds kort de ‘Rusland en Oost-Europa Academie’ gevestigd, waarvan het logo is voorzien van een tsaristisch kroontje. Ruslandkenners als Marie-Thérèse ter Haar en Milja van den Brink, die tot op heden eigenlijk weinigen waren opgevallen, staan – blijkt uit de website van de Academie – voor een omvangrijk programma van lezingen en andere vormen van Ruslandvoorlichting, vanuit een kloek pand in de binnenstad van Arnhem.

‘Poetin – de man en de mythe’ heet een programma, en een ander ‘Zijn zij nu gek of zijn wij het?’ Die titels doen een polemische inzet vermoeden. En inderdaad: ‘Zijn zij nu gek of zijn wij het?’ blijkt één grote rechtzetting van het ‘vooringenomen’ beeld dat ‘de media’ zouden schetsen van de Russische leider en zijn land. De frisse benadering door de Academie blijkt verder uit de prominente aanwezigheid van een portret van Stalin op de website, en de vermelding in de lijst van medewerkers van twee prominente Nederlandse Poetin-fans: de conspiratiejournalist Joost Niemöller en de naar de politieke zelfkant afgedreven professor Karel van Wolferen.

Wat mij aan zo’n site vooral fascineert, is dat er in veertig jaar zo weinig veranderd is: de openbare gedachtewisseling over Rusland wordt nog steeds slechts ten dele door feiten bepaald, en voor een belangrijk deel door ideologische parti-pris.

Voor of tegen