Die hoogopgeleide salonpopulisten ook, altijd maar afgeven op het gepruts aan het Binnenhof. Churchill zou ze op de schouders slaan.

STEUN RO

Leestip van de week: het betoog van NRC-journalist Pieter van Os over salonpopulisme. Afkomstig uit zijn boek over de omgang tussen pers en politiek staat het handzaam samengevat in, uiteraard, zijn eigen krant. Om de koe bij de horens te vatten: Van Os heeft treffend een sentiment verwoord dat ik zelf, als voormalig Haags verslaggever, ook vaak te horen heb gekregen. Waar de gemiddelde vmbo'er denkt "het zijn allemaal zakkenvuller daar in Den Haag", denkt de gemiddelde academicus "het zijn allemaal prutsers aan het Binnenhof". En dat is net zo goed populisme.

Er zijn zeker prutsers. Maar er zijn ook veel prima politici, die hun vak goed verstaan, die hard werken en die dingen voor elkaar krijgen. Voor de mensen in het land, zoals Wiegel de kiezer placht te noemen. Volgens Van Os is het een treurige zaak, als ook politici zelf zich geringschattend uitlaten over hun eigen biotoop – niet voor niets begint hij met de quote van Alexander Pechtold uit diens begintijd als minister, dat politiek een vuil en vunzig bedrijf was.

Kortom, het populisme van de elite is het afgeven op het gehele politieke bedrijf, vanuit de behaaglijke leunstoel.

Apollo

Van Os is nog niet de Griekse god Apollo, die de hagedis genadeloos aan z'n lans spieste. Bij Pauw & Witeman bleek dat de journalist er nog duidelijk moeite mee heeft om zijn vinger te leggen op dat nieuwe fenomeen, dat als een besmettelijk virus rondwaart in hogere kringen.

Link!

Maar dat wil niet zeggen dat hij geen punt heeft. Sterker nog, het is een mooi startpunt voor een debat over een volledig nieuwe "kloof". Uit de voorbeelden die hij noemt, blijkt evenwel dat de salonkritiek niet eenduidig is.

Sommigen ridiculiseren het niveau van de Tweede Kamer, zoals Grunberg dat doet, anderen hekelen het gebrek aan effectiviteit, zoals Chavannes en Pfeiffer, en dat zijn toch echt twee verschillende dingen. Zolang niemand hardop verlangt naar een autocratisch systeem à la China, zou ik me weinig zorgen maken. Een beetje besef van de beperkingen van het systeem kan geen kwaad. Was het niet Winston Churchill die de gedenkwaardige woorden sprak, dat de democratie de slechtste regeringsvorm is, op alle andere na? 

De democratie kan wel tegen een stootje, daar is-ie op gebouwd.

Dédain

Het wordt pas echt twijfelachtig als de (academisch geschoolde) elite zich daadwerkelijk van de politiek afkeert – dat wil zeggen, dat ze niet eens meer komen stemmen. Maar uit onderzoek blijkt juist dat hoger opgeleiden vaker hun stem uitbrengen bij verkiezingen, een hogere mate van politiek interesse hebben en (kennelijk ondanks het geëtaleerde dédain) minder vaak cynisch over politiek en politici zijn dan lager opgeleiden.

Zou er dus misschien iets anders aan de hand zijn met dat gejeremieer… Ik gok dat de salonpopulist eigenlijk niets liever wil dan wat vaker gehoord worden. Want heel veel andere smaken dan verkiezingen zijn er niet, vanwege de oerhollandse hekel aan directe democratie, die ironisch genoeg juist samenhangt met de vrees voor populisme. 

Gelukkig mochten we de laatste paar jaar regelmatig naar de stembus. Of klink ik nu weer te cynisch?

    Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.

    Geef een antwoord