REIZEN // Elke maand een Braziliaanse bestemming, beschreven van binnenuit. Vandaag het laatste deel van een tweedaags rondje door mijn standplaats Salvador, de hoofdstad van Bahia en ooit, in een ver verleden, van heel Brazilië.

STEUN RO

Aan het eind van het eerste deel van ons tweedaagse rondje Salvador bleven we hangen in het nachtleven van uitgaansbuurt Rio Vermelho. Maar ook overdag is het goed toeven in deze gemoedelijke buurt, waar je al struinend langs winkeltjes met de nieuwste Havaianaslippers of juist met kleding van lokale merken komt.

Hijmans:SSA2:1

Natuurlijk nemen we een kijkje bij het huisje van de Afro-Braziliaanse zeegodin Iemanjá (foto rechts), elk jaar op 2 februari het toneel van een van de belangrijkste volksfeesten van de stad.

Buffetrestaurant Ancoratto is een goede plek voor de lunch. Met onze buiken vol Bahiaans lekkers nemen we bus 728, met eindbestemming Ribeira.

Hollands of Portugees bolwerk?

Maar onderweg stappen we uit bij de Dique do Tororó, op het eerste gezicht een langgerekte vijver, ingeklemd tussen twee drukke verkeerswegen. Maar knijp even met je ogen, en je ziet dat dit een heus bolwerk is. ‘Dique’ komt rechtstreeks van het Hollandse ‘dieck’, maar de dijk die hier van een riviertje een verdedigingswerk maakte werd niet, zoals vaak gedacht wordt, tijdens de ‘Hollandse Invasie’ van 1624-1625 aangelegd, maar ruim een eeuw later, door de Portugezen. Die hadden het kunstje wel van de Hollanders afgekeken, maar van het bolwerk dat de West-Indische Compagnie destijds in Salvador aanlegde is niets meer te zien: daar ligt vandaag de dag de volkswinkelstraat Baixa dos Sapateiros.

Afro-Braziliaanse goden

Hijmans:SSA2:3

Wie de Dique do Tororó ook aanlegde, vandaag de dag zwaaien Afro-Braziliaanse goden er de scepter. De Orixás – acht in het water, vier op de westelijke oever – zijn het bekendste werk van beeldend kunstenaar Tati Moreno. Dit zijn de goden en godinnen van het Candomblé, het Afro-Braziliaanse geloof dat het leven van veel Bahianen doordrenkt.

Achter de Orixás is onlangs een modern heiligdom verrezen: de voetbaltempel Itaipava Arena Fonte Nova, waar tijdens het WK van 2014 naast verschillende groepswedstrijden ook het duel om de derde en vierde plaats gespeeld zal worden.

Markt

Hijmans:SSA2:4

We gaan bus 728 richting Ribeira weer in, maar stappen onderweg nog een keer uit, dit keer bij de markt van São Joaquim, een van de meest exotische plekken op deze aardbol. Niet alleen groente en fruit tref je hier aan, maar ook levende dieren, benodigdheden voor candomblérituelen (foto rechts) en verder alles van koeienogen tot nep-viagra.

Bij de bushalte nemen we de volgende 728 (of elke andere willekeurige bus met eindbestemming Ribeira) en stappen uit onderaan de heuvel waarop de kerk van Bonfim in het zonlicht schittert.

Lintjes

Hijmans:SSA2:5

De gekleurde lintjes met de tekst ‘lembrança do Senhor do Bonfim’ waarmee straatverkopers in Pelourinho toeristen bestoken hebben alles te maken met deze plek, van alle heiligdommen die Salvador rijk is misschien wel het ultieme. De kerk van Bonfim is een katholieke kerk, maar de Heer van Bonfim aan wie zij gewijd is, is in het syncretisme tussen christendom en candomblé versmolten met Oxalá, de Orixá van de vrede. Voor veel Bahianen is er geen verschil. 

Gelovigen binden bij wijze van gebed een of meer gekleurde Bonfimlintjes aan het hekwerk van de kerk, en de meeste toeristen volgen hun voorbeeld. Waarom ook niet? Een bezoek aan Salvador zonder Bonfimlintje knopen is als een bezoek aan Volendam zonder broodje haring.

IJsje

De bus richting Ribeira vertrekt onderaan de heuvel waarop de kerk staat, maar we kunnen net zo goed lopen, langs het strand van Penha. Dan zien we de zon in de Allerheiligenbaai zakken, waarop de zeilen van eenzame saveiros in de verte verdwijnen. Om de hoek, in Ribeira, ligt de Sorveteria da Ribeira, een van de twee beste ijssalons van de stad. Aartsrivaal A Cubana heeft twee vestigingen in Pelourinho.

Espresso op de goede afloop

Hijmans:SSA2:6

Over Pelourinho gesproken, daar eindigt ons rondje Salvador. We nemen bus 728 in tegenovergestelde richting; hij heet nu ‘Nordeste’. We stappen uit bij Aquidabã – de eerste halte na de tunnel – en lopen via de Baixa dos Sapateiros (of bovenlangs via Santo Antônio) terug naar de historische binnenstad. Daar, aan de Rua do Carmo en met uitzicht op de nachtelijke Allerheiligenbaai, drinken we bij mijn lievelingskoffiehuis Cafélier een espresso op de goede afloop.

Reisinformatie

De informatie die in deze reportage over buslijnen wordt gegeven is correct, maar bezoekers van buiten zullen in de praktijk ter plaatse aanvullende informatie moeten vragen (uitstaphaltes worden niet omgeroepen.)

Elke busrit kost R$2,80 (€0,90), op zondag de helft. Vijfenzestigplussers reizen (op vertoon van paspoort) voor niets.

Accommodatie

In de historische binnenstad zijn tientallen hotels, pousadas en hostels gevestigd. Hotel Pelourinho is een degelijke keus en het hostel Nega Maluca is een bekende budgetoptie.

Het bruisende Rio Vermelho is een goed alternatief. Het beroemde Hotel Pestana, het Hotel Mercure en Hotel Ibis liggen aan een rustige lommerrijke weg; het Golden Tulip en het voordeligere Bahia Park Hotel liggen dicht bij het Largo da Mariquita. Zank is een sjiek boetiekhotel en Albergue Rio Vermelho is een centrale budgetoptie. 

SunSeaRent verhuurt appartementen en huizen in Salvador en de kuststreek ten noorden van de stad, en spreekt Nederlands.

Let op

Sommige Bahianen slaan een kruis als ze een bus binnenstappen. Dat hoeft voor mij nu ook weer niet, maar een kleine waarschuwing is op zijn plaats. Hoewel ik de in deze reportage beschreven route en locaties veilig genoeg acht, blijft Salvador een stad waar goed op je omgeving letten het devies is. Wie dit ‘rondje Salvador’ maakt, doet dat op eigen verantwoording!

Al het beeld bij deze reportage © Alex Hijmans

Alex Hijmans (1975) is internationaal correspondent en schrijver. Zijn standplaats is Salvador, de derde stad van Brazilie, waar hij in een volksbuurt woont en verder kijkt dan voetbal, samba en zogenaamde Wirtschaftswunderen. Hij schrijft, net zoals weleer voor de papieren De Pers, journalistieke reportages en persoonlijke columns. Met veel beeld en altijd met de blik van een local.

Geef een antwoord