Samba is een van Brazilië’s belangrijkste cultuuruitingen. Wat velen niet weten is dat hij van oorsprong Afrikaans is en religieus geïnspireerd. Mettertijd is hij gewit en een sector geworden waar veel geld in omgaat.

STEUN RO

De eerste in Rio de Janeiro gecomponeerde samba heette Pelo Telefone (Via de telefoon) en kwam uit in 1916. Dat nemen de deskundigen – componisten van latere datum – althans aan. Hij kwam tot stand in het huis van tante Ciata, een bekende vrouw, zwarte migrante uit de deelstaat Bahia, die in haar bescheiden huisje in Rio leefde van het verkopen van maaltijden. Tevens was ze mãe de santo (priesteres) binnen de Afro-Braziliaanse religie candomblé. In het huis van tante Ciata in Klein Afrika in het havengebied van Rio werden regelmatig ‘sambakringen’ gehouden: avonden waarop muzikanten bij elkaar kwamen en improviseerden, een jamsessie op zijn Braziliaans in feite. Veel van die muzikanten werkten als dokwerker in de haven. Het was een van de eerste betaalde banen die voormalige slaven en hun nazaten konden bemachtigen. De dokwerkers hadden twee vakbonden die fundamenteel zijn geweest voor de opkomst van de samba, aldus sambakenner en -zanger Rubem Confete (83), die zich vanaf zijn jeugd in de geschiedenis van zijn zwarte voorvaderen en in de betekenis van de zwarte cultuur voor het nu heeft verdiept. “Ik zelf ben ook opgepakt in mijn jonge jaren omdat de politie dacht dat ik maar wat rond liep te lummelen. Je moest ontzettend op je hoede zijn.”

Barbaars

“Er was niks opgeschreven, dus ik moest het allemaal hebben van gesprekken, en ik was niet geschoold. Ik heb mezelf opgeleid”, verklaart hij simpel. Confete is al enige jaren blind en straalt – waarschijnlijk door zijn beperking en zijn leeftijd – een vredige berusting uit. Hij wordt rondgereden door de stad door een vaste taxichauffeur en drinkt aan het eind van de middag graag een glas wijn in een van de mooiste botequins (een mengeling van winkel en bar) van de stad: Armazem do Senado aan de rand van de bekende uitgaanswijk Lapa.

In de beginperiode stond de samba nog in een kwaad daglicht of werd als primitief beschouwd, met name vanwege percussie-instrumenten als de tamboerijn, die zich geen plek in het arsenaal van ‘beschaafde’ muziekinstrumenten had veroverd. Hij werd gemaakt door zwarten, die werden geassocieerd met leegloperij en misdaad. Bekend is in de sambacultuur nog steeds het stereotype van de malandro: zwart, messentrekker, zonder werk, maar heel goed in dansen en muziek maken. Net als het woord negro (neger) is malandro een geuzennaam geworden: de malandro staat niet langer voor een criminele leegloper, maar is wél nog steeds goed in dansen. Hij wordt in veel samba’s geëerd.

Wat de zwarte sambamuzikanten in Rio hielp om door te breken bij het grote publiek was dat in het buitenland in andere genres hetzelfde gebeurde, zoals in de jazz. Een van de grote ikonen was de zwarte Amerikaanse danseres Josephine Baker, die in Europa, en met name Frankrijk, furore maakte.

Sambascholen

Samba wordt door velen buiten Brazilië in verband gebracht met Carnaval, maar dat komt later, in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Het begint allemaal in deze ‘sambakringen’ bij de mensen thuis. Ze bestaan nog steeds, maar spelen zich nu meestal af in een van de vele cafeetjes die Rio rijk is of gewoon op straat. Er bestaat zelfs een belangenvereniging, het Carioca Netwerk van Sambakringen’. Carioca wil zeggen (inwoner) van Rio.

Candomblé inspireert samba. Hier wordt de godin Iemanjá geëerd. Beeld: Ierê Ferreira

Eind jaren twintig van de vorige eeuw ontstaan de eerste sambascholen, die aansluiting zoeken bij al bestaande groepen die Carnavalstochten houden. De sambascholen komen allemaal uit de favelas die overwegend door zwarte Brazilianen worden bewoond. Voor hen is de aansluiting bij de traditionele Carnavalsgroepen, die een veel blanker karakter hebben, een middel om geaccepteerd te worden. Dat lukt na een wat moeizaam begin ook, zo goed zelfs dat de sambascholen al snel ‘witter’ worden.

Maar in het begin was het omgekeerd. De zwarte samba overvleugelde met haar muziek en spontane dansen de brave choreografietjes van de aanvankelijke Carnavalsgroepen. De baianas, zoals tante Ciata, zwarte vrouwen, doorgaans al wat ouder van leeftijd en daarom met een zeker gezag over de rest, nemen met hun gezang en wijde rokken een belangrijke plaats in binnen de nieuw gevormde sambascholen. De geesten uit de religie candomblé bepaalden de kleuren van de vlag – blauw en wit van de school Portela is Ogum, heer en meester van de technologie en de moed – en de kostuums en drukten hun stempel op de liedteksten.

Afrikaanse thema’s

Maar de samba had geen vrij spel. Er waren periodes dat van de scholen werd verwacht dat ze patriottische thema’s in hun optocht en hun liedjes verwerkten. Dat gebeurde vooral tijdens de dictatuur van Getúlio Vargas in de jaren dertig, veertig en tijdens de laatste dictatuur van 1964 tot 1985. Maar al vanaf het eind van de jaren zeventig namen de scholen meer vrijheid en heroverden Afrikaanse thema’s en de geesten van candomblé de optocht.

In het begin haalden de scholen nauwelijks de krant en als ze die haalden, verbaasden de journalisten zich over de prachtige muziek die de scholen maakten met hun “barbaarse instrumenten”. Gaandeweg maakten steeds meer mensen uit het ‘asfalt’, deel uit van de sambascholen. Asfalt is de benaming die mensen uit de favelas geven aan het rijkere deel van Rio, waar mensen vanzelfsprekend op de waterleiding en het elektriciteitsnet zijn aangesloten en een veel hoger salaris hebben dan de bewoners van de favela.

Ontzettend veel geld

Rubem Confete loopt al jaren mee in het wereldje, hij is actief lid geweest van een aantal scholen en heeft een radioprogramma waarin hij over samba praat en muziek laat horen. “Tegenwoordig wordt er in de sambascholen ontzettend veel geld verdiend. De top (volgens Confete volledig blank) is vaak stinkend rijk, maar ik vind dat de sambista niet genoeg in ere wordt gehouden en ik zou trots zijn als de favelas er wijzer van werden. Daar komt het grootste deel van de muzikanten en de dansers vandaan en de mensen die de school draaiend houden, degenen die eten koken, schoonmaken, de wagens optuigen, de kostuums naaien.”

Beeld: Ierê Ferreira

Confete: “In het begin was iedereen hartstikke arm. Als Carnaval over was, zaten mensen in de schulden om hun kostuum terug te betalen. Cartola (een van de meest bekende componisten, die nog steeds veel wordt vertolkt, WU) is zijn hele leven arm gebleven. Nu wordt er veel geld ingestopt. 200.000 real (ruim 60.000 euro, WU) om een lied te schrijven.”

De samba bereikte een breder – en dus ook rijker – publiek doordat bijvoorbeeld de zwarte dienstmeisjes in de rijke huizen liedjes zongen en erover vertelden, aldus Confete. “We hebben ons daar niet op voorbereid. De maatschappij nam bezit van de scholen en we hebben ruimte verloren”, zegt hij verwijzend naar de blanken die het in de scholen voor het zeggen hebben.

Op en top democratisch

“Vroeger vond ik het erg als er slecht over de samba werd gesproken en moet je kijken hoe dat is veranderd. Nu betaal je voor de duurste plaatsen 5000 real (een dikke 1600 euro, WU). Dus de zwarte gaat niet meer naar de samba-optochten. Het minimum van 50 real is al te veel voor de meeste mensen.”

De samba is voortgekomen uit de trieste geschiedenis van de slaven en heeft Brazilië vrolijkheid gebracht, rondt Confete trots af. Maar is het dan niet droef dat de zwarte sambistas ook hier, op hun eigen terrein, ruimte hebben moeten inleveren? Confete worstelt zichtbaar met de vraag. Ondanks alles is hij van mening dat het belangrijker is dat de samba iedereen die mee wil doen met open armen ontvangt. “Het is op en top democratisch en het is de hele wereld overgegaan. Iedereen kent het. Het is een beest dat op een ontembare manier is gegroeid. Onze voorouders wisten wat ze deden!”

Dit is deel 3 van de serie Black Power in Rio. Deel 1 gaat over de geschiedenis van de slavernij in Brazilië  en deel 2 over de emancipatie van zwarten in de hedendaagse Braziliaanse maatschappij. 

De serie kwam tot stand met crowdfunding via Voordekunst en aanvullende steun uit het Matchingfonds van De Coöperatie.

    Wies Ubags (1962) werkt vanuit Brazilië voor oa het ANP. Ze is ook te horen op de Nederlandse en Belgische radio (vooral BNN, WNL en VRT).  Ze schrijft over ambitie in Latijns Amerika, in het klein en in het groot. Economische onderwerpen krijgen veel aandacht.