Journalist en televisiemaker Sander de Kramer heeft deze week de prestigieuze Four Freedoms Award ontvangen voor zijn innovatieve manier van hulp en bijstand en zijn toegewijde inzet voor de minder bedeelden in binnen- en buitenland. “Ik kan niet tegen onrecht, dat heb ik van mijn moeder.”

STEUN RO

De Four Freedoms Awards worden jaarlijks uitgereikt als teken dat we moeten blijven vechten voor essentiële menselijke vrijheden. Ze worden gepresenteerd aan mensen of organisaties die hebben gestreefd naar de vier vrijheden die door Franklin D. Roosevelt zijn uitgeroepen in zijn historische toespraak voor het Amerikaanse congres op 6 januari 1941.

Die vier vrijheden zijn:
1. De vrijheid van spreken en meningsuiting voor iedereen;
2. De vrijheid van elk persoon om god te aanbidden voor iedereen;
3. De vrijwaring van gebrek: alle mensen hebben het recht gezond en in vrede kunnen leven;
4. De vrijwaring van vrees: wereldwijde afname van wapens zodat oorlog onmogelijk wordt.

Sander de Kramer, presentator van het Rijnmond-programma Sanders Gerse Gasten en Rijnmond Helpt krijgt de prijs voor zijn vernieuwende manier van hulpverlening aan minderbedeelden in binnen- en buitenland.

Zelf zegt hij dat mensen helpen zijn roeping is.  Dat heeft hij van zijn moeder, maar het is ook de aard van het beestje. Want hij kan niet tegen onrecht. Hij richtte de straatkrant voor dak- en thuislozen op en tegenwoordig is hij regelmatig in Sierra Leone te vinden, waar hij met de Sunday Foundation talloze kansarme kinderen  – en de gemeenschap waarin zij leven –  vooruit helpt met allerlei projecten. Sander is terecht, iemand die zich met woord én daad inzet voor een betere wereld.

Een kort gesprek.

Jouw gevoel voor rechtvaardigheid komt naar eigen zeggen van je moeder. Kun je dat uitleggen?

‘Mijn moeder is een rasidealist. Ze gaf zwemles aan gehandicapten, stuurde levensmiddelen naar Polen en demonstreerde voor native americans die van hun land gezet werden. Haar inzet heeft mij altijd geïnspireerd. Mijn vader is een echt zakenman. Ik ben een mix van beide, ik zet mijn handelsgeest in voor het goede doel.’

Op jouw reizen kom je veel onrecht tegen. Hoe ga je daarmee om?

‘Ik heb iets te veel gezien. Voor het programma ‘Reisadvies negatief’ was ik in Rwanda in een kerk met duizenden afgeslachte mensen met doorkliefde schedels. Er zitten veel kleine trauma’s in mijn hoofd, weggestopt in laadjes. Af en toe gaat er een laadje open, dan heb ik er last van. Zo ging ik eens naar een huis kijken om te kopen. Er stond daar een doodshoofd in de kast, geen idee waarom. Het bracht zoveel nare herinneringen naar boven. Ik ben meteen weggegaan en had geen enkele interesse meer in dat huis.’

 Zie je dat grote gevoel voor rechtvaardigheid ook terug bij je kinderen?

‘Mijn zoon is nog te klein. En Sanne heeft op het moment andere dingen aan haar hoofd, 40.000 likes krijgen op instagram bijvoorbeeld. Sinds ze mee heeft gedaan met Holland Next Top Model, zit haar carrière in de lift. Wist je dat ze gevraagd werd voor dat programma tijdens een haringparty? Ze ging mee omdat ik het vroeg. Leuk he, hoe dingen kunnen lopen…’

Je bent geboren in Krimpen aan den IJssel. Ben je ook een beetje Rotterdammer? 

‘Absoluut.  Rotterdam is mijn stad, ik zou nergens anders willen wonen. Mijn grootmoeder woonde in Kralingen, ik zat op het Libanon Lyceum en voetbalde bij Excelsior. Als tiener was mijn actieradius Kralingen-Crooswijk.  Ik ben groot geworden met Nighttown en de MTC parties van Ted langenbach.’

Wat wilde je toen worden ‘later als je groot was’?

‘Journalist. Als kind maakte ik al kaartenbakken met bekende Nederlanders die ik wilde interviewen. Eén ervan was Johan Cruijf en die heb ik ook mogen interviewen voor de Wandeling. Het was zo’n leuk gesprek dat Johan me aansluitend mee uit eten nam en we vrienden werden. Laatst mochten we schoenen van Johan veilen voor Sierra Leone: 30.000 euro! Daar bouwen we nu een school van voor gehandicapte en weesmeisjes. Dat is toch geweldig.’

Maar wat ging je nou studeren?

‘Oh ja. Ik wilde eigenlijk Afrikaanse Taal en Cultuurwetenschappen studeren. Mijn vader vond het niks, mijn moeder vond dat ik mijn hart moest volgen. Het werd uiteindelijk Nederlands en Rechten. Totaal foute keuze. Ik vond er geen h*l aan, veel te stoffig.  Ik heb de studies niet afgemaakt, en ben via een omweg in de journalistiek terecht gekomen. Helemaal op mijn plek.’

Als ik jou zo hoor, denk ik ‘zondagskind’. Hoor je dat vaker?

‘Al mijn hele leven. Ik heb ook veel geluk. Maar ik geloof ook in de wet van positiviteit. Als je iets écht wilt en je stapt er optimistisch in, dan lukt het ook. Als je positief over dingen denkt, komt het jouw kant op. Ik geloof ook in de kracht van jezelf zijn. Als je jezelf bent, kom je een heel eind.’

Heb je ook ervaring met tegenslagen?

‘Jazeker. Ik ben een periode heel ziek geweest. Een of ander tropisch virus. Ik had geen energie, evenwichtsproblemen en tinnitus, een piep in mijn oor. Van iemand die de hele wereld over ging, veranderde ik in een geknakt vogeltje. Op een gegeven moment was ik zo ziek, dat ik overwoog naar Afrika te gaan om daar te sterven. Het goede is, dat mijn zoon Krijn uit die periode is voortgekomen. Want Wendy wilde graag dat er iets van ons zou doorleven als ik er niet meer was. Ze stopte met de pil en werd zwanger… Mooi he!’

Hoe ben je uiteindelijk weer beter geworden?

‘Alles bij elkaar ben ik anderhalf jaar echt ziek geweest. Het keerpunt was een Belgische therapeut die – kort samengevat – zei dat ik me niet zo moest aanstellen. Dat was een eyeopener. Ik ging anders naar mijn lot kijken. Inderdaad, mijn symptomen waren vervelend, maar er zijn ergere dingen. Ik leerde de piep in mijn oor accepteren en kreeg bij beetje mijn energie weer terug. Ik slik nog wat pillen voor een aantal symptomen, maar in grote lijn ben ik weer helemaal het mannetje. In Sierra Leone hebben ook 10.000 mensen voor mij gebeden. Dat heeft ook vast geholpen!’

Je bent heel veel op en neer gegaan naar Sierra Leone. Was dat niet onrustig voor je gezinsleven?

‘Ik stel mijn idealen boven mijn privé leven. En Wendy doet veel. Zij zorgt dat de boel op rolletjes loopt en neemt waar mogelijk de wind uit mijn zijlen. Ik moet dit nu eenmaal doen, vanuit een oerwoede over het onrecht in de wereld. Toen ik elf jaar geleden kindslaven zag werken in de mijnen in Sierra Leone, heb ik een belofte gedaan aan mezelf: al wordt het mijn dood, die kinderen moeten uit die mijnen.’

En dat is gelukt! Geweldig. Maar heb je geen vijanden gemaakt in het proces?

‘De tussenhandelaren in de mijnbouw, de bazen van die kindslaven, zijn niet blij met me. Er is ook een keer een geblindeerde auto het terrein opgereden, dat was een spannend moment. Gelukkig heb ik altijd een bewaker bij me met een AK-47. Ik voel me veilig. Ook staan de Chiefs uit de regio- vergelijkbaar met onze burgemeesters en wethouders –  achter ons en dat scheelt. Toen ik begon in Sierra Leone heb ik ze allemaal om me heen verzameld en gevraagd of zij me wilden helpen om de kinderen uit de mijnen te krijgen. Ook werken we uitsluitend met lokale mensen; zij bouwen de scholen, geven de lessen, naaien kleding enzovoort. Het merendeel van de mensen is blij met ons!’

In 2010 ben je zelfs tot Chief gekroond…

‘Ja, een hele eer. Ik had al de bijnaam ‘Ouwe Dibbes’ en dat werd ‘Chief Ouwe Dibbes’. Ik heb ook een prachtige lemen hut gekregen, mijn huis in Afrika: een stukje paradijs op aarde. Misschien ga ik daar wel oud worden. De tegenprestatie is dat ik – Rotterdammer op de steppe- hen zal helpen met alles wat ik kan.’

Kun je iets meer vertellen over de projecten in Sierra Leone?

‘Samen met Hugo Borst heb ik de Sunday Foundation opgericht. Sunday, omdat ze daar geen Sander kunnen zeggen. We bouwen scholen, kindhuizen, zetten landbouwprojecten op, verzorgen mikro kredieten, te veel om op te noemen! Heel belangrijk is dat we niet alleen ‘de happy few’ helpen, maar de hele community een zetje geven. Ik denk dat we ondertussen zo’n 200.000 mensen geholpen hebben.’

In 2013 won je ook al een prijs: de Majoor Bosshardt prijs, een onderscheiding die staat voor kwaliteiten als onbaatzuchtigheid, liefde en betrokkenheid bij de medemens. Hoe was dat voor jou?

‘Heel, heel bijzonder. Majoor Bosshardt is mijn grote voorbeeld. Hoe zij zich inzette voor de samenleving… Zij deed dat vanuit haar geloof in God. Ik doe het vanuit mijn geloof in rechtvaardigheid. Ik heb een hekel aan uitbuiting.’

Sanders telefoon gaat meerdere keren tijdens het gesprek.  Hij verontschuldigd zich en zegt dat hij deze écht even moet opnemen. ‘Hee Dik, hoe is het nou? Zeg, die betaling voor het feestmaal is nog niet binnen en Sierra Lenone weet jij daar iets van? ‘ Ze praten nog even door en concluderen uiteindelijk dat alles goed gaat komen. Dan belt iemand uit Sierra Leone. ‘Hi chief how are you waka waka! Liesten, liesten … The money is on the way, it must come in the account tomorrow. And about the dinner, the children from the mines should also be invited and all the caretakers. Yes, great. Bye!’

Ben je druk met de organisatie van projecten in Sierra Lenone?

‘Het gaat de hele dag door. Het is een lifestyle geworden. Er moet altijd van alles geregeld worden. Je kunt het zo gek niet bedenken. Ik ben een keer gegaan met een groep zakenmensen die helemaal back to basic gingen, slapen in een lemen hut, geen internet, wassen in de rivier… Dan moet allemaal geregeld worden. Ter plekke gaat dat op zijn Afrikaans:  vergaderen met alle chiefs in de kring – een groot deel van hen is vrouw- en dan zingen ze wat er gedaan moet worden. Heel bijzonder! Het is druk, maar ik zou het allemaal niet willen missen’

Sander de Kramer in het kort

Getrouwd met Wendy
Vader van Krijn (6) en Sanne (21)
Eet sinds zijn 8e vegetarisch (geen vlees, geen vis)
Laatste boek: Over vaders en zonen van Hugo Borst
Vakantie oord: Valencia, Spanje
Op de verlanglijst: Australië en de Noordpool
Lievelingsgetal: zeven (getal van de volheid)
Lievelingseten: cassavebladeren met palmolie en rijst
Sander ging meer dan 100 keer naar Afrika, waarvan ongeveer de helft naar Sierra Leone
Sander is schrijver van:
Steppen met één been (2001)
SOS Rotterdam : bizarre woorden en daden uit de Maasstad (2004)
Van miljonair tot krantenjongen : bizarre levensverhalen van de straat (2009)
Botsauto door Rotterdam (2009)

Chief Ouwe Dibbes
Een boek van Jochem Davidse – verslaggever van Panorama: een mix van reisreportage en biografie over Sanders ervaringen en werk in Sierra Leone. 

Toen Sander in 2007 tijdens een reportage over Sierra Leone geconfronteerd werd met kindslaven in  diamantmijnen, doet hij zichzelf de belofte deze kinderen te redden. In de tien jaar die volgen maakt hij zijn debuut als internationaal geldsmokkelaar, is hij assistent bondscoach van het nationaal elftal van Sierra Leone en wordt hij gekroond tot Chief Ouwe Dibbes. Maar meer dan dat: hij haalt de kinderen uit de mijnen, en organiseert allerlei projecten om de hele regio vooruit te helpen.

Foto: Sander de Kramer

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
De artikelen van Anne verschenen eerder in tijdschriften en kranten waaronder Fabulous Mama, Viva, Margriet, Linda en NRC Next. Anne is cultureel antropoloog en eigenaar van Uitgeverij 11