De legendarische smokkelactie met de Helderse kotter de Lammie in 1973, wordt alom beschouwd als het startpunt van de georganiseerde (drugs)misdaad in ons land. Op basis van het originele dossier van de Lammie, en unieke gesprekken met een inmiddels overleden bemanningslid, tekende misdaadauteur Joost van der Wegen het verhaal van de Lammie op. Via Reporters Online leest u de komende weken exclusief de eerste 19 hoofdstukken van deze criminele avonturenroman.

STEUN RO

7.

‘Laat mij maar, vrouw!’

In één beweging pakte Dorus de hoorn van het apparaat en hield hem tegen zijn oor, zonder zijn naam te noemen. Aan de andere kant van de lijn klonk ook geen stem. Alleen geruis.

Het was al de derde keer deze week dat er zo’n typisch telefoontje binnenkwam. Grietje had de eerste aangenomen, en snel een einde aan de verbinding gemaakt. Daarna had hij zichzelf twee keer staan afvragen waarom er aan de andere kant van de lijn niks werd gezegd.

Hij had daarom besloten de telefoon zoveel mogelijk op te nemen de komende dagen. Want als hij iets niet wilde, was dat zijn vrouw ontdekte dat er nu op dagelijkse basis van die vreemde telefoontjes binnenkwamen. Na een week leek er een einde te zijn gekomen aan de anonieme belletjes. Maar nu was het weer raak. En weer bleef het stil op de lijn.

Dorus zei deze keer niets, maar bleef wel luisteren. Misschien zou hij op de achtergrond toch een geluid te horen krijgen dat hij zou herkennen. Van een kerkklok, of een voorbij rijdende trein. Maar het bleef dodelijk stil. Na dertig seconden gekraak gaf hij op, en drukte hij de verbinding weg.

‘Wie was dat, Dorus?’, riep Grietje naar beneden.

‘Verkeerd verbonden, vrouw’, riep hij terug.

‘Verkeerd gedraaid, zul je bedoelen’, riep Grietje.

Het was de grap die haar vader ook maakte in zo’n geval. Zoals zijn schoonvader wel vaker flauwe grappen maakte. Om Grietjes aandacht niet verder op het telefoontje te richten, hield hij er deze keer zijn mond maar over.

‘Ja, dat valt nog niet mee, dat draaien.’

Het was Dorus opgevallen dat de anonieme telefoontjes binnen waren gekomen, kort na zijn bezoek aan Amsterdam. Hij was daar met de twee opdrachtgevers tot een akkoord gekomen over de smokkelreis die hij met de Lammie ging maken.

Ze hadden gegeten in het Indonesische restaurant, naast het huis van de organisator. Het was tien keer beter geweest dan wat de Chinees in Den Helder in de aanbieding had. Hij had moeite gehad om de neiging te onderdrukken aan het einde van de avond alle bordjes leeg te scheppen. De eigenaren van het restaurant had hun tafel veel aandacht geschonken. Het leek erop dat ‘ome Frits’ een regelmatig terugkerende klant was, die gekoesterd werd.

Aan de rijsttafel hadden ze de details voor de reis doorgenomen. Dorus zou met de Lammie helemaal naar het Midden-Oosten varen, om voor de kust van Libanon het anker uit te gooien en te wachten tot de smokkelwaar via een kleinere boot aan boord zou worden gebracht. Het zou gaan om zo’n 2000 kilo verpakte hasj, in plastic zakken. Hij zou ze inladen in het visruim, om daarna via de Middellandse zee weer terug te varen.

Het zou de makkelijkste vangst worden die hij tot nu toe had gedaan. Hij zou er alleen zo’n drie weken voor onderweg zijn. Als er tenminste niets misging tijdens de reis. En als de overdracht goed zou verlopen. Maar net nu hij zich had voorgenomen om alle bezwaren tegen de reis aan de kant te zetten, kreeg hij deze telefoontjes. Was het toeval? Maar wie was dan de zwijgende beller aan de andere kant van de lijn? Dorus liet zijn hand langzaam zakken en legde met een nijdige beweging de hoorn weer op het toestel.

 

 

 

    Joost van der Wegen (1970) is (onderzoeks)-journalist op het gebied van criminaliteit, politie en justitie, inlichtingendiensten, slachtofferschap, en drugsbeleid. Hij publiceerde hierover onder meer in Metro, Panorama, Crimelink en Vrij Nederland. Voor Crimesite schreef hij het boek 'Onder spanning’, over politiewerk en PTSS. In 2018 werden zijn verzamelde misdaadreportages gebundeld in ‘Moordboek’ (Just Publishers).