Geheimen is de titel van de nieuwste roman van de Italiaanse schrijver Domenico Starnone (78). Maar eigenlijk is wat hem betreft niet het geheim waar het verhaal om draait. “Het gaat om de angst die we voelen voor de ander, omdat die altijd, onder welke omstandigheden dan ook, de ánder blijft.”

STEUN RO

Fijnzinnige romans

De fijnzinnige, beknopte romans van Domenico Starnone – de auteur van wie wordt vermoed dat hij schuilgaat achter het pseudoniem Elena Ferrante – zijn niet alleen op een subtiele manier geestig, maar verraden bovendien een groot inzicht in menselijk gedrag. In zijn nieuwe boek Geheimen heeft middelbare-schoolleraar Pietro enkele jaren een vurige relatie met een oud-leerlinge van hem, Teresa. Vlak nadat ze elkaar hun grootste geheim toevertrouwen, gaan ze uit elkaar, en enige tijd later trouwt Pietro met Nadia, met wie hij kinderen krijgt. Terwijl Pietro vanwege zijn publicaties steeds meer publieke bekendheid krijgt, raakt hij in de greep van de angst dat Teresa zijn geheim zal onthullen.

 

Geheimen heeft thematisch gezien gelijkenissen met uw vorige romans Strikken en Geintje. Vormen ze een drieluik?

‘Een trilogie kan ik het niet noemen, want ik heb ze niet volgens een vooropgezet plan geschreven. Maar inderdaad zijn er overeenkomsten in de thema’s, die opduiken in eigenlijk al mijn boeken, zoals familiecrises, generatieverschillen, relatieproblemen. Als mensen van elkaar houden, hebben ze de neiging elkaar te vertellen over aspecten van hun leven die ze gênant vinden en normaal gesproken geheim houden. Pietro geeft zich bloot aan Teresa en dat maakt hem kwetsbaar.

Die handeling van de ander in vertrouwen nemen speelt de centrale rol, het geheim op zich is niet zo belangrijk. We komen er ook niet achter wat ze elkaar hebben opgebiecht. Het gaat om de angst die we voelen voor de ander, omdat die altijd, onder welke omstandigheden dan ook, de ánder blijft; iemand die je nooit helemaal kunt controleren, simpelweg omdat hij iemand anders is dan jij. Dát is het thema van het boek.’

Het roept de vraag op of het niet beter is geheimen voor jezelf te houden in plaats van helemaal eerlijk te zijn.

‘Juist omdat Pietro die angst voor onthulling heeft, leidt hij een goudeerlijk leven en is hij altijd bijzonder oprecht. Zijn volstrekte eerlijkheid wordt dus ingegeven door angst voor de persoon van wie hij tegelijk zijn hele leven zal houden. Pietro wordt een geweldige, zeer gewaardeerde leraar omdat hij werkt vanuit liefde, affectie en genegenheid, maar intussen voel je aan alles dat hij ook gebukt gaat onder die strengheid en eerlijkheid, omdat hij voortdurend wordt gedreven door de angst dat zijn geheim uitkomt. Maar juist daardoor is hij ook een uitgebalanceerde persoon.’

Afhankelijkheid

De Nederlandse titel van uw boek is Geheimen. De Italiaanse titel Confidenza betekent ‘vertrouwelijkheid’ – een wezenlijk verschil. Wat vindt u daarvan?

‘Die keuze is ook in andere talen gemaakt, waarschijnlijk omdat het lastig is de betekenis van het Italiaanse woord “confidenza” goed te vangen. “Confidenza” heeft niet per se betrekking op een geheim; dat kán wel het onderwerp van die vertrouwelijkheid zijn, maar het gaat vooral om het iemand in vertrouwen nemen. De titel Geheimen mist de psychologische kant die Confidenza wel heeft. Bovendien belooft de titel de lezer iets wat hij helemaal niet krijgt, want die zal denken: hoe zit het nou met dat geheim? Zoals gezegd draait het boek niet om het geheim op zich, maar om de handeling van het blootgeven en daarmee afhankelijk worden van de ander. De machtsverschuiving tussen de twee hoofdpersonen.’

 

U schrijft uw leven lang al over complexe relaties en hoe mensen elkaar in de greep kunnen houden. Wat fascineert u daar nog steeds zo aan?

‘In mijn ogen is geen onderwerp fascinerender en onuitputtelijker dan dat. Onze hele wereld is gebaseerd op relaties en de wens elkaar nabij te komen. Tegelijkertijd is niets zo moeilijk als een relatie die zo de diepte in gaat dat je niets meer verbergt. Gevoelsrelaties, seksuele relaties, zijn een explosie van onze wens om de ander te zíjn, om bezit van de ander te nemen en de ander bezit van ons te laten nemen. Maar dat is een mission impossible, hoezeer we ook ons best doen – de ander blijft per definitie van ons gescheiden.’

Uw ouders hadden een moeizaam huwelijk met veel ruzie. Is dat ook een reden dat dit thema u blijft bezighouden?

‘Misschien deels, al zou ik niet zeggen dat mijn jeugd zo erg verschilde van die van andere kinderen in Napels – schreeuwen en ruzie is daar gewoon. Ik weet niet of ik een moeilijke jeugd heb gehád, maar ik heb mijn jeugd wel als moeilijk erváren. Mijn vader was een fascinerende, intelligente man. Mijn moeder was heel verliefd op hem, maar werd ook door hem verpletterd, al was ze niet onderdanig. Ze hadden een zeer gewelddadige relatie, met veel wederzijdse wreedheid. Mijn vader was bijvoorbeeld erg jaloers, maar mijn moeder deed niets om te voorkomen dat hij jaloers werd.

Ik was erg op mijn moeder en haar verdriet gericht, en daarom stond ik vijandig tegenover mijn vader, zijn uitbarstingen en kuren. Steeds vroeg ik me af hoe ik hem klein kon krijgen. Het meemaken van hun dagelijkse confrontaties, de ruzies, vormt de basis van mijn boeken. Misschien heeft daarover schrijven me wel geholpen om het te verwerken.’

IJdeltuit

Starnone valt even stil, en vervolgt dan: ‘Ik zal je vertellen wat voor mij een soort ontdekking van de literatuur is geweest. Mijn ouders hadden een hevige nachtelijke ruzie. Wij kinderen lagen in bed en hoorden hen schreeuwen in Napolitaans dialect. In die waterval van Napolitaans ontplofte er af en toe één Italiaans woord: vanesia, wat “ijdeltuit” betekent. Voor ons, en voor mijn moeder waarschijnlijk ook, was dat woord onbegrijpelijk; ik denk dat alleen mijn vader de betekenis ervan kende.

Voor mij is dát literatuur: een stortvloed van zinnen die we begrijpen en waar af en toe ineens een wonderlijk of onbegrijpelijk woord uit springt dat daardoor onvoorstelbaar verleidelijk en fascinerend wordt.’

 

Heeft het erover schrijven u nieuwe inzichten geboden?

‘Ja. Jarenlang heb ik gedacht dat mijn ouders elkaar verschrikkelijk haatten. Maar nu ik oud ben, geloof ik dat ze eigenlijk juist heel veel van elkaar hielden. Ze maakten het elkaar moeilijk, maar waren ook sterk aan elkaar verknocht – vermoedelijk was hun strijd zo hevig omdat de aantrekkingskracht ook zo sterk was.

Het is moeilijk om over hun relatie te oordelen, want mijn moeder is gestorven toen ze net veertig was. Wie weet hoe hun relatie zich zou hebben ontwikkeld als ze langer had geleefd.

Het boek dat ik heb gewijd aan hun relatie, Via Gemito, verandert die moeilijke, agressieve relatie op de laatste drie bladzijden in een liefdevolle band tussen twee verliefde mensen die elkaar het hof maken. Daarmee wilde ik duidelijk maken dat relaties nu eenmaal zo zijn: gecompliceerd en niet altijd evenwichtig en rationeel. Alleen in banale vertellingen zijn relaties altijd coherent. In het echte leven is het niet allemaal rozengeur en maneschijn.’

U bent inmiddels 78. Sommige oude schrijvers hebben het gevoel dat ze niet kunnen sterven zolang ze blijven schrijven. Herkent u dat gevoel?

‘Ja, daarin geef ik mijn collega’s gelijk. Het schrijven van een boek verlengt in zekere zin je leven. Want als je begint te schrijven, is het idee nog verborgen en wil je blijven leven tot dat idee is uitgewerkt en je op de laatste bladzijde bent aanbeland. Als je dan meteen weer een ander idee hebt, ontstaat er een keten: je moet doorgaan! Dat geeft me dagelijks kracht. Zolang ik nog zin heb om te schrijven, blijf ik in leven.’

Domenico Starnone, Geheimen. Vertaald door Manon Smits. Atlas Contact, 176 p., € 19,99

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -