Servië demonstreert tegen nieuwe president, voor democratie

In Servië demonstreert nu al langer dan een week de ene helft van de bevolking tegen de nieuwe president Aleksandar Vucic, die door de andere helft is gekozen. De eerste demonstraties ontstonden in Belgrado onmiddellijk na zijn overwinning, op zondag 2 april. Begonnen als een, door Belgradose studenten op Facebook aangestoken, lopend vuurtje wordt er nu in heel Servië massaal geprotesteerd tegen ijdeltuit en pathologische narcist Vucic en zijn partijvrienden.

In Servië demonstreert nu al langer dan een week de ene helft van de bevolking tegen de nieuwe president Aleksandar Vucic, die door de andere helft is gekozen. De eerste demonstraties ontstonden in Belgrado onmiddellijk na zijn overwinning, op zondag 2 april. Begonnen als een, door Belgradose studenten op Facebook aangestoken, lopend vuurtje wordt er nu in heel Servië massaal geprotesteerd tegen ijdeltuit en pathologische narcist Vucic en zijn partijvrienden. En het ziet er niet naar uit dat daar een snel eind aan zal komen, hoezeer het regime daar ook op hoopt. Veel politiemensen in burger ‘demonstreren’ mee maar tot ingrijpen is kennelijk nog niet besloten. Vucic wil zijn goede naam, die hij bij Angela Merkel en nog enkele Europese leiders denkt te hebben (nog) niet te grabbel gooien.

Demonstreren tegen een ‘democratisch gekozen’ president is niet netjes. Maar hoe netjes, hoe democatisch, was de verkiezing van Vucic?

Controle van enkele willekeurig gekozen zakken met stembiljetten afgelopen weekend, door medewerkers van één van zijn tegenstanders, de door hemzelf weggewerkte Ombudsman Sasa Jankovic, toonde aan dat er was gesjoemeld. Nog niet duidelijk is op welke schaal, maar volgens hardnekkige geruchten is ‘het aantal kiezers dat zijn stem heeft uitgebracht’ aanzienlijk hoger dan het totale aantal kiesgerechtigden. Dat zou dan dezelfde truc zijn die Slobodan Milosevic op 4 oktober 2000 uiteindelijk de kop kostte. De demonstranten eisen nu het aftreden van de centrale kiescommissie en een onpartijdig onderzoek naar mogelijk massale fraude. Deze commissie is belast met de controle op een correct verloop van de verkiezingen, tot en met het tellen van de stemmen.

Maandag 10 april, de zevende dag van de demonstraties, verschenen op sociale media met een telefoon gefilmde beelden van 2 onherkenbare  mannen die pakken met stembiletten, met de naam van Vucic al aangekruist, in een stembus stoppen https://youtu.be/SfE3bEekPdw. De Belgradose politie zegt deze beelden te zullen onderzoeken. De demonstranten gaan hier voorlopig heel voorzichtig mee om: het zou een Hoax kunnen zijn, door Vucic en de zijnen ingestoken, om te kunnen ‘bewijzen’ dat alle berichten over stembusfraude verzonnen zijn.

Het probleem is dat de Servische Progressieve Partij onder Vucic’ leiding, na een paar verkiezingsoverwinningen is geïnfiltreerd in alle poriën van de samenleving en nu de gang van zaken in het hele land naar haar hand kan zetten. Bovendien heeft Vucic de meeste massamedia onder controle en dat leidde tot een konsekwent gemanipuleerde berichtgeving over zijn tegenstanders tijdens de verkiezingsstrijd. De publieke omroep van Servië (de RTS) versloeg zijn campagne uitgebreid terwijl tegenstanders werden doodgezwegen of, met slecht controleerbare onzinberichten, zwartgeschilderd werden weggezet.

Veel Serviërs zijn nog steeds niet voldoende ontwikkeld om ‘alternatief nieuws’ te kunnen doorzien.

In de landelijke gebieden, met een traditioneel laagontwikkelde bevolking, wordt ook niet gedemonstreerd: vooral  daar woont de aanhang van Vucic. Het zijn de stadsmensen die deze narcist, voortgekomen uit de stal van de minstens even getroebleerde ‘ultranationalist for fun’ Vosjislav Seselj, zien als een wolf in schaapskleren die uit is op de absolute macht.

De demonstranten eisen het aftreden van de Servische Autoriteit voor de Electronische Media die zijn controletaak niet objectief heeft verricht en niet is opgetreden tegen de vele opzettelijke vervalsingen van de werkelijkheid op radio en televisie. Ook de leiding van de RTS, alsmede de complete nieuwsredactie van het TV-journaal, dienen te vertekken. Onafhankelijk organisaties van journalisten en anderen die in media aktief zijn, ondersteunen deze eisen.

De boulevardkrant ‘Informer’, Vucic’ spreekbuis, blink uit in giftige ‘alternatieve’ berichtgeving met paranoide verhalen.

Zo zouden de demonstraties zijn georganiseerd door de Amerikaanse Ambassade, de Hongaars-Amerikaanse multimillionair en filantroop George Soros, de oppositie dan wel door alle drie tegelijk. Opvallend is dat een andere boulevardkrant, Kurir, die zich nooit zo uitgesproken met politiek heeft bemoeid, zich vanaf het begin af aan fel tegen Vucic heeft gekeerd en elke dag opnieuw ruime aandacht schenkt aan de demonstraties.

De Servische Progressieve Partij  (SNS) ontstond in 2008 toen onder leiding van de nu aftredende president Tomislav Nikolic, een groot aantal parlementsleden zich afkeerden van Vojislav Seselj en zijn Servische Radicale Partij. Na enige aarzeling sloot Vucic zich bij hen aan. Het woord ‘progressief’ in de partijnaam is zonder betekenis: ook de SNS is een rechtse en radikaal-nationalistische club zonder een duidelijk politiek programma en is niet meer dan oude wijn in nieuwe zakken. De partij vertegenwoordigt de, over het algemeen laag opgeleide, traditioneel denkende plattelandsbevolking – met inbegrip van dat deel van die bevolking dat de afgelopen halve eeuw naar de steden is gemigreerd. Die aanhang herkent en waardeert de demagogie van Vucic en de zijnen.

Het is ook  ‘eigen schuld dikke bult’ als je voor de oppositie bent en dus je baan kwijt raakt.

De radicaal Seselj zelf, in 2014 om gezondheidsredenen‘tijdelijk’ vrijgelaten door het Joegoslavië Tribunaal dat hem vervolgt voor oorlogsmisdaden, vrolijkt intussen de Servische politiek als vanouds weer met veel rumoer op. Veel invloed heeft hij niet meer, bij de presidentsverkiezingen won hij een schamele 5% van de stemmen. De meeste van zijn kiezers zijn tijdens zijn afwezigheid overgestapt naar Vucic en de zijnen.

Als de SNS bij de parlementsverkiezingen van 2014 de absolute meerderheid in het parlement wint wordt Vucic, toen al uit op de absolute macht, premier. Hij valt op door zijn eigengereide en improviserende regeerstijl. Als kort na zijn aantreden het land wordt getroffen door overstromingen, meldt Vucic zich op plaatsen waar de nood acuut is en neemt ‘de leiding’ van de werkzaamheden op zich.

Hilarisch zijn de TV-beelden waarin de premier, in aanwezigheid van mensen voor wie rampenbestrijding hun vak is, binnen enkele ogenblikken volstrekt tegenstrijdige bevelen geeft.

De angst bij zijn ambtenaren zit dan al zo diep dat niemand hem durft tegen te spreken. Het gaat al jarenlang slecht met de Servische economie en wie als ‘deloyaal’ zijn baan kwijt raakt komt moeilijk weer aan de bak.

Hete hele eiereneten is dat Alerksandar Vucic, die binnen zijn partij al de absolute macht heeft, zijn macht wil optillen naar landelijk nivo. Het presidentschap is in Servië nu een vooral ceremoniële functie, maar Vucic wil het omvormen tot een presidentieel systeem zoals Orban in Hongarije al heeft en Erdogan in Turkije nastreeft. Het gevaar dat schuilt in zijn machtshonger wordt door de opnieuw massaal demonstrerende studenten scherp herkend, het is hun belangrijkste drijfveer. Evenals in maart 1991, in de winter van 1996-97 en opnieuw in oktober 1999 bij hun toen demonstrerende ouders, is de centrale leus opnieuw: ‘Weg met de dictator!’. De wolf onder Vucic’ schaapskleren is door hen herkend en ze geven dat luid en duidelijk door aan de Servische bevolking, die overigens in meerderheid (55%) voor Vucic stemde. Maar als de dynamiek van de demonstraties dezelfde blijft, dan zal net als 20 jaar geleden een steeds groter deel van die bevolking zich er uiteindelijk bij aansluiten.

Een deel van de door de demonstranten meegedragen leuzen geven aan dat de ontevredenheid niet alleen politiek gericht is. De teksten op een aantal spandoeken verwijzen naar problemen als ‘geen of slechte huisvesting’ en ‘geldgebrek door werkloosheid, lage lonen of pensioenen’. De eisen van de studenten zijn vooral gericht op een betere toekomst.

Zulke problemen zijn op de hele Balkan al jarenlang actueel. De ontwikkelingen in Servië worden in de buurlanden dan ook met meer dan gewone belangstelling gevolgd. Het zou niet de eerste keer zijn dat ontevredenheid, die zich uit in protesten en demonstraties, grensoverschrijdend blijkt te zijn. En het ziet er niet naar uit dat er in Servië een snel eind aan zal komen, hoezeer het regime daar ook op hoopt. Veel politiemensen in burger ‘demonstreren’ mee maar tot ingrijpen is kennelijk nog niet besloten. Vucic wil zijn goede naam, die hij bij Angela Merkel en nog enkele Europese leiders denkt te hebben, (nog) niet te grabbel gooien.

Mijn gekozen waardering € -

Rolf begon bij een krant, was daarna tv-programmamaker. Begeleidde in de jaren ’90 als redacteur-producer en tolk-vertaler talloze reportageploegen naar voormalig Joegoslavië en was 17 jaar Balkan-internetcorrespondent voor het ANP. Nu schrijft hij weer: over ex-Joegoslavië en wetenschapsnieuws. En heeft ook belangstelling voor de ruimtelijke ordening in Nederland.