Qibia, Egyptische krijgsgevangenen, Sabra en Shatila, en de invasie van Libanon: Sharon was onmiskenbaar een man met bloed aan zijn handen.

STEUN RO

Dit artikel is een vervolg op Sharon I – Nederland bekent kleur (gratis).

Wat betreft de wandaden van Sharon noemden de meeste Nederlandse media kort het bloedbad in Qibia in 1953, waarbij 69 Palestijnen werden gedood. Er was echter geen ruimte voor de Egyptische krijgsgevangenen die in 1956 onder Sharons leiding werden geliquideerd.

“Het waren er precies 49,” vertelde de Israëlische oud-brigadier Arye Biro de LA Times in 1995. “Wij bonden hun handen en leidden hen de steengroeve in. Zij waren verbijsterd en gebroken. Wat betreft de vraag wie er precies schoot en wie niet: waarom is dat van belang? Het belangrijkste is dat zij schoten.”

De meeste media verwezen wèl naar het feit dat de Israëlische Kahan Commissie de toenmalig minister van defensie Sharon “indirect verantwoordelijk” stelde voor het bloedbad in Sabra en Shatila in Beiroet in 1982. Het laatste is de verreweg zwartste bladzijde in het dagboek Sharon maar geenszins de enige.

Genocide

Onder leiding van Sharon viel het Israëlische leger in juni 1982 Libanon binnen en al snel was het hele zuiden van het land en west Beiroet onder militaire controle. Op 12 augustus werd een door de VN gesponsord staak-het-vuren getekend. De Palestijnse leider Yasser Arafat en zo'n 17.000 strijders vertrokken per boot naar Tunis op voorwaarde dat de Palestijnse burgerbevolking veilig was. Ondanks de aanwezigheid van een internationale troepenmacht, mocht dat niet zo zijn.

Op 16 spetember, liet het Israëlische leger een christelijke militie, de phalangisten, de door haar gecontroleerde vluchtelingenkampen Sabra en Shatila binnen. In twee dagen tijd werden zo'n 2,000 burgers op vaak gruwelijke wijze afgeslacht. Het bloedbad werd door de VN's McBride commissie tot "genocide" bestempeld.

Het is voor Polak in Trouw niet van belang. Zij biedt noch feiten, noch beschuldigingen, slechts Sharons verweer: hij zag de invasie van Libanon als een rechtvaardige oorlog. Punt. Hij weigerde verantwoordelijkheid te nemen voor het bloedbad in de Palestijnse kampen Sabra en Shatila. “Het waren christelijke phalangisten die daar moslims uitmoordden.'' Punt.

Lichtkogels

Maar daarmee is de kous wel erg gemakkelijk af. Ja, het waren Israëls christelijke bondgenoten die de daad verrichtten, maar de straatarme kampen waren hermetisch afgesloten door het Israëlische leger dat ’s nachts lightkogels af vuurde om de Libanese militie bij te schijnen. Bovendien was er, voorafgaand aan het bloedbad, intensief overleg met de militie leiders.

Israël stelt dat het niet wist en niet kon weten wat er zich in de kampen af speelde. Dat is onaannemelijk. Het was alom bekend dat phalangisten en Palestijnen elkaar haatten. Bovendien stelt het Kahan-rapport dat de eerste Israëlische soldaten al op vrijdagochtend melding maakten van grove misdaden, waaronder marteling en verkrachting. Toch duurde het tot zaterdagmiddag voordat de legerleiding, gesitueerd op het dak van de nabij gelegen ambassade van Kuweit, haar Libanese handlangers terug riep.

Een heel andere vraag is: wat is er gebeurd met de honderden Palestijnse mannen die na het bloedbad door het Israëlische leger in het stadion van Beiroet werden verhoord? Van hen is nooit meer iets vernomen …

Non bis in idem?

Nu suggereren de media graag dat Sharon zijn straf heeft gekregen voor het bloedbad Sabra en Shatila. Maar is dat zo? Sharon werd, door een “parlementaire commissie” onder leiding van een rechter “indirect verantwoordelijk” gesteld. Zijn straf? Hij was minister van defensie af, maar mocht aan blijven als minister zonder post om jaren later een grandiose comeback te maken als premier. Geen enkele Israëlische leidinggevende werd ooit vervolgd of veroordeeld.

Maar het gaat niet alleen om Sabra en Shatila. Dat was slechts het trieste dieptepunt van een invasie die, hoewel indertijd toegejuichd door tal van westerse media, allesbehalve te boek staat als een “rechtvaardige oorlog.” Israël claimde een einde te willen maken aan de Palestijnse aanvallen uit Libanon. In werkelijkheid gold er sinds de zomer van 1981 een staakt-het-vuren waar Arafat en de PLO zich bijzonder goed aan hielden.

De directe en ronduit absurde aanleiding voor de invasie was een aanslag op de Israëlische ambassadeur in London door de Palestijnse Abu Nidal groep. Sharon stelde onmiddelijk Arafat verantwoordelijk, hoewel Arafat en Abu Nidal gezworen vijanden waren. Een dag later bombardeerde Israël onder meer het Gaza Hospital in Shatila, waarbij zo’n 100 burgerdoden vielen.

Arafat schoot terug en een dag later was de invasie van Libanon een feit. Zonder ook maar een opgeheven vinger van de langs de grens gesitueerde VN-veiligheidstroepen stroomde het Israëlische leger massaal Libanon binnen. In minder dan drie maanden werden zo’n 20,000 Libanezen en Palestijnen gedood – de meerderheid burgers.

Door voorbij te gaan aan dergelijke details, schetsten de Nederlandse media na de dood van Sharon – in het beste geval – een portret van een militair die, ach, enkele misstapjes maakte. Dezelfde man, echter, staat in Libanon bekend staat als de "slager van Beiroet." De meeste Libanezen konden dan ook niet geloven dat een Nederlandse TV zender (RTL 4) de begrafenis van die man live uit zond.

 

    Peter Speetjens (1967) woont sinds 1996 in Beiroet. Hij was correspondent voor Trouw en De Standaard, en publiceerde verhalen in onder andere De Groene Amsterdammer, NRC en Vrij Nederland. In 2004Πco-regiseerde hij de film 2000 Terrorists. Peter schrijft vooral over Libanon, de regio en de manier waarop zij gestalte krijgt in de media.