Slachtoffers van jeugdzorg: het kan het OM geen kaars schelen

De overheid is er voor de burgers en niet andersom. Maar wat, als de invloed van het (kwalijk of zelfs misdadig) handelen van de overheid zo’n grote impact heeft dat mensenlevens levenslang worden verwoest?

Zodat levens zo kapot zijn,  dat dit niet meer is uit te drukken in geld. In veel landen die we als ‘dictatuur’ bestempelen is dat aan de orde van de dag. Recht is daar ver te zoeken. Maar opvallend genoeg in ons land ook. Vergelijkingen van ons land met dictaturen zijn dus in een aantal gevallen best op zijn plaats.

Justitie en OM

Al eerder schreef ik een artikel over hoe justitie en OM in ons land (kennelijk) een heel ander beleid voeren als het gaat om het onderzoeken en bestrijden van criminaliteit veroorzaakt onder hun eigen verantwoording vergeleken met willekeurige anderen die losstaan van het overheidsapparaat. Daarbij gaat het niet om de ernst van de feiten, maar of justitie of andere delen van de overheid zelf direct of indirect betrokken zijn bij criminele zaken.

Erger is, dat het geschieden van recht ineens ondergeschikt wordt aan beleid. Overheden gaan door alsof er niets is gebeurd, verantwoordelijken blijven onaantastbaar zitten op hun goedbetaalde plek.

Verjaring

Slachtoffers van affaires of beleid waarin de overheid een cruciale negatieve rol speelde kunnen dat niet. Hun leven staat stil. In verborgen verdriet, pijn, ellende, chaos, vaak met praktische en psychische problemen, veelal ook nog onbegrepen door het grote publiek.  Erger, de ernstige gevolgen worden kennelijk  vooral niet begrepen door de overheid.

“Zit je daar nog zo mee? Dat is toch al lang geleden… Strafrechtelijk onderzoeken? Alsnog getuigen horen? Haha, het is allemaal verjaard.”

Maar dan.  Ineens is er dan wel een geval van lang geleden waarvan de overheid  – hoe opvallend – de impact wél beseft. Ineens maakt het helemaal niet uit hoe lang geleden iets is gebeurd.

Derksen en  ‘het geval uit 1971’

‘Een uitglijder’, zo noemde Derksen het zelf. Een anekdote, verteld voor een miljoenenpubliek.  Een voorval uit 1971. Iets van eenenvijftig jaar geleden. Over wat hij ooit zo lang geleden zou hebben gedaan. Het gaf veel commotie, vooral bij het Openbaar Ministerie, dat er als een begerige wolf die zijn kans schoon zag, bovenop duikt.

“Het Openbaar Ministerie heeft besloten een opsporingsonderzoek in te stellen. Dit onderzoek is gericht op de waarheidsvinding van mogelijk strafbare gedragingen waarover in dat programma gesproken is. Daarbij roepen wij betrokkenen op, voor zover dat nog mogelijk is, hun verhaal te doen.”

Vergelijken van zaken van lang geleden

Onderzoek. Strafbare gedragingen. Waarheidsvinding. Ze willen alles weten. Wat een woordkeus, iets dat we in geval van geweld in de jeugdzorg nooit hebben mogen opmerken. Mogelijke slachtoffers van Derksen moeten zich vooral melden.

Wat? Waarom zou de anekdote uit 1971 die Derksen met een miljoenenpubliek deelde wél onderzocht moeten worden en de heimelijke systematische,  criminele wandaden van haatdragende pleegouders, misbruikende jeugdleiders m/v en sadistische nonnen niet?

Justitie kreeg nota bene de vele verhalen over misbruik en mishandeling soms compleet met getuigen en al opgediend tijdens het onderzoek van de Commissie Geweld in de Jeugdzorg. En dan ging het in heel veel gevallen wel over heel wat meer dan een kaars tussen je benen.

Is één kaars meer dan ‘gemiddeld  zevenenhalf jaar geweld?

Het ging namelijk  niet over een eenmalig voorval bij slechts één persoon, dat niet werd onderzocht.  Nee, het gaat over systematisch geweld, tegen weerloze vaak beschadigde kinderen in jeugdzorg,  dat gemiddeld zeven en half jaar duurde volgens het onderzoek van de Commissie De Winter.

Maar dat allemaal was niet genoeg om strafbare feiten ook maar te willen onderzoeken. Géén OM dat zich gretig wilde storten op onderzoek en mogelijke vervolging van al die pleegouders, jeugdleiders m/v of nonnen die kinderen gewoon op alle manieren volledig mochten afbreken, misbruiken  en ontmenselijken. Het OM bleek grootmeester in wegkijken en vooral zich hullen in stilzwijgen.   Dát was immers allemaal te lang geleden?

Willekeur?

Ik wilde het weten, waarom het OM zo ‘volledig willekeurig’ handelt. Nou ja, ik had natuurlijk best een vermoeden. Dat ze criminaliteit, waar ze zelf bij zijn betrokken (geweest) liever onbesproken laten. Toch wilde ik antwoord op vragen, die nog altijd bleven bestaan.

Hierover schreef ik aan een contactpersoon bij het Ministerie van  Justitie. Helaas, er volgde  geen enkele reactie.  Zelfs geen smoezige reactie zoals “ach wat jammer voor je,  maar we zijn  ineens allemaal heel erg plotseling zomaar om onbekende reden ziek geworden vandaag en kunnen daarom jou niet antwoorden.” Gewoon geen reactie, alsof je niet bestaat.

Brief

De brief van 29 april 2022, zoals verzonden aan mevrouw XXX van het Ministerie van Justitie deel ik in dit artikel, zodat zichtbaar is waarop geen antwoord volgde.

Geachte mevrouw XXXX,

 Graag ontvang ik een reactie op het volgende.

In het programma van Derksen wordt een mogelijk seksueel vergrijp uit 1971 gemeld. Daarop onderneemt het OM direct actie.

 “Vandaag maakte het OM bekend een onderzoek te starten naar het verhaal van Derksen. Daarnaast hebben verschillende sponsoren en mediabedrijven de samenwerking met Vandaag Inside en Derksen opgezegd.”

 Mijn zus is in de jaren ‘70 als kind verkracht door haar pleegvader (een politieman, de pleegouders werden geselecteerd op geweld) en verminkt ook. En nog veel meer criminele activiteiten. Ook mijn pleegouders begingen een veelvoud aan criminele zaken, die opzettelijk niet zijn onderzocht. Toen ik als dier werd gehouden en op de grond moest leven en uit de hondenbak eten enz. was het 1979.

Kan ik het OM verzoeken om alsnog een onderzoek te starten? Waarom heeft de overheid alle geweld, alle extreme haat, vernederingen, discriminatie en totale sociale uitsluiting tegen mij en mijn familie zo normaal gevonden dat geen recht hoefde te geschieden? Waarom waren wij geen mensen? Zijn wij geen slachtoffers waarvoor onderzoek nodig is?

Ik hoop dat u een antwoord op deze vraag wil geven ofschoon u een fatsoenlijk gesprek hierover steeds weigerde.

Dit is een volledig legitieme, menselijke vraag, omdat het voelt alsof de overheid een complete oorlog uitvoerde tegen mij en mijn broers en zussen en het niets ging om welzijn, opvoeding, menselijk meeleven, veiligheid  en toekomst. 

Deze feiten tegen onze familie zijn zo extreem (misdadig) (als voorbeeld noem ik de strijd van de pleegmoeder je originele gender om je om je psychisch en fysiek te verminken tot meisje)  dat de excuses van de overheid wel erg makkelijk zijn, in de hoop dat het verder vooral in de doofpot blijft.

Dit houdt mij levenslang bezig,  juist omdat ik zie dat anderen die niet onder jeugdzorg vielen en vallen wél werkelijk als mens met rechten worden gezien waarvoor wel recht nodig is. 

Dat constateer ik, zonder dat ik enig antwoord heb op al die vragen over het beleid van de overheid die mij levenslang bezighouden. 

Met vriendelijke groet, 

Jasper Heijting

Slachtoffer jeugdzorg

Contact met de overheid

Op zich is het een heel goede zaak als burgers kunnen spreken met de overheid. Er vonden twee goedlopende gesprekken plaats. Zonder op de inhoud in te gaan, want dat is niet netjes, kan ik zeggen dat het beter voelde dan verwacht. Er was vriendelijkheid, een oprechte interesse, iets dat ik van onze overheid nooit had verwacht. En ook bleek dat de mensen van justitie echt wel kennis hebben van diverse zaken rond geweld in de jeugdzorg. Zoals over lotgenotengroepen en een website voor hulpverlening.

Kern

Maar de kern  van het contact met de overheid ging om de vragen waar je als burger achteraf mee blijft zitten. Waarom  justitie een aangifte binnen de gestelde verjaringstermijn met zoveel getuigen en bewijzen zomaar afdeed als onzin. Vragen over mijn zaak, die van mijn familieleden en duizenden andere kinderen die in jeugdzorg moesten opgroeien.

Zoveel vragen achteraf

Vragen, zoveel vragen. Vragen die het OM en justitie wel begrijpen als de dader van buiten jeugdzorg en kinderbescherming komt. Dán is er voor  het slachtoffer alle begrip, dat het antwoord wil hebben op  zoveel vragen.

Waarom kinderen hun ouders, grootouders en familie nooit mochten kennen. Opzettelijk werden onthecht. Waarom mensen van jeugdzorg niet vervolgd werden. En natuurlijk: waarom zulk beleid werd uitgevoerd door een overheid die beter kon weten. Want dat gezeur over ‘ach het was de tijdsgeest’, ‘het was een andere tijd’,  dát noem ik pas onzin.  We zeggen immers ook niet dat misdaden van de Duitsers in ons land tussen 1940 en 1945 gezien moeten worden in het licht van de Tweede Wereldoorlog. En als ik met mijn fiets door het rode licht rijd, dán roept men mij ter verantwoording. Dán wel. Graag uitleg hoe dat kan.

EVRM

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens  trad op 3 september 1953 in werking en Nederland tekende dat verdrag. Onder meer is daarin het recht op gezinsleven opgenomen, het recht op vrijwaring van foltering, verminking en slavernij/ dwangarbeid, recht op vrijheid en veiligheid. Zaken die onder jeugdzorg aan de orde van de dag waren, waarvan de kinderbescherming, jeugdzorg -instellingen en de Nederlandse overheid al jaren van op de hoogte was.

Affaires

We zien datzelfde patroon omtrent het menselijk leed in Groningen vanwege het beleid rond de aardbevingen, we zien het terug in de uithuisgeplaatste kinderen vanwege de belastingdienst- affaire. Een falende overheid die geen benul heeft van de gevolgen van haar beleid.

Systematisch minacht de overheid de burger en heeft geen enkele aandacht voor de voortslepende ingrijpende v aak dagelijkse gevolgen van wat zij als overheid aanricht in levens van willekeurige burgers.

De overheid toont weliswaar eerst vaak nog begrip,  maar sluit vervolgens de zware luiken van hun onbereikbare ivoren toren, halen de digitale ophaalbrug op en zwijgen de burger dood.

De geminachte burger kan alleen maar staren naar de diepe kloof die listig eromheen is uitgegraven. Mijn brief zal vast in de prullenbak van het ministerie  zijn beland, mijn e-mailadres zal als spam gebrandmerkt zijn en achter mijn naam staat een klein, bijna onopvallend kruisje. Goed leesbaar voor de geïnstrueerde ambtenaar.

Uitzonderingen zijn onacceptabel

Maar toch. Gelukkig is Nederland geen Noord -Korea. Voor de meeste kinderen in dit land is het gewoon een fijn land om in op te groeien. En eveneens is Nederland voor grote groepen mensen een land vol kansen, gerechtigheid en veiligheid. Maar de vele uitzonderingen hierop zouden in een welvarende democratie niet mogen bestaan. Want onder de streep maakt het niet uit of een kind in jeugdzorg verscheurd, onderdrukt en onthecht werd van zijn/ haar  gezin en familie, of dat dit in Noord – Korea gebeurde. Veel kinderen met een jeugdzorg- verleden beginnen bovendien compleet gebroken aan hun volwassen leven.

Jeugdzorg wijst vooral op wat goed gaat. En ja, niet alles gaat verkeerd. Maar in een zo belangrijke sector als kinderbescherming is elk geval dat mis gaat er één teveel.  En zoiets begint met verantwoordelijkheid van de samenleving, maar vooral die van de overheid.

 Leven voor een toekomst

Geen kind bepaalt zelf waar zijn of haar wieg heeft gestaan. Of vraagt om een overheid of instelling die de belangen van kinderen volledig vertrapt en tegelijk zelfgenoegzaam wijst op hoe goed ze zijn op het gebied van mensenrechten. Geen burger wenst de kloof van de overheid te ervaren ondanks de beloofde nieuwe bestuurscultuur. Gelukkig is meer en meer nu zichtbaar wat er gebeurde en nog altijd gebeurt in ons land. Veel vreselijke verhalen zijn gemeld bij de Commissie De Winter, maar niet gekend in de samenleving.

Blijvend aandacht vragen

Ik besef dat ik nog geluk heb gehad. Veel mensen raakten na geweld in de jeugdzorg dakloos en verslaafd, pleegden zelfmoord, verbleven in psychiatrische inrichtingen of gevangenissen of TBS- klinieken. Zij bleven zich diep eenzaam  voelen in een leven en land waarin ze zich letterlijk niet thuis voelden.

En zij kregen niet, zoals ik, de mogelijkheid  om blijvend aandacht te vragen voor diep onrecht,  waarvan willekeurige mensen in ons land dagelijks de gevolgen moeten dragen.

Mijn gekozen waardering € -

Ik ben auteur van "Gepleegd", een uitgave van Tobi Vroegh te Amsterdam uit 2020, een jeugdervaringsverhaal waarin ik het systematisch geweld in de jeugdzorg beschreef dat ik meemaakte. Daarnaast schreef ik het boek "Hoe word ik Tim?" uitgave Pumbo, 2021, over de gevolgen van opgroeien in jeugdzorg.  Email: [email protected]