Genoeg van de doorwaakte nachten? Vergeet de dure adviezen en trek je eigen plan.

STEUN RO

‘Geen alcohol’, maande het meisje van de apotheek terwijl ze het potje pillen over de toonbank naar me toeschoof. Ik kon het niet geloven. ‘Helemaal niet?’, probeerde ik nog. ‘Nee!’, sprak ze streng, maar ik zag de aarzeling in haar ogen. Dat zouden we dus nog wel eens zien. Het waren maar gewone melatonine-tabletjes, weliswaar in een dubbele dosis, maar ik liet me de laatste pleziertjes in het leven niet zonder slag of stoot afnemen. En o ja, haastte ze zich te zeggen toen ik ze al in mijn tas had gestopt: ze worden niet vergoed en ze zijn nogal duur.

Tachtig cent per stuk, rekende ik snel uit toen ik weer op de fiets zat. Dat was een tegenvaller, juist omdat ik het hele offensief was begonnen om niet alleen verlost te worden van chronische rug-, schouder- en nekklachten, maar (misschien wel vooral) van torenhoge kosten.

Een fortuin had ik de afgelopen jaren uitgegeven aan fysiotherapeuten, krakers en masseurs, yogalessen en hulpmiddelen, bureauzadels, -krukken en -kussens. En dan heb ik alle gemiste sportlessen en niet-gewerkte zzp-uren nog niet meegerekend. Het laatste offensief was rampzalig geëindigd: Pilateslessen. De als pittig bekend staande oefeningen zouden mijn lichaam zo sterk maken dat ik weldra als een jonge godin het leven door zou dansen. ‘Na tien lessen moet je lichaam het echt merken’, had de juf voorspeld. Dat klopte, maar anders dan verwacht. Mijn lichaam was veranderd in een wrak. Mijn skelet voelde alsof het bij een tachtigjarige hoorde, ik bewoog als een houten klaas, kreeg spontaan blauwe plekken en werd steeds vaker overvallen door depressieve gedachten. Ik lag het liefst met een warme kruik plat in bed, verdoofd door twee paracetamol of zwaarder geschut.

Hier moest een einde aan komen.

Haat-liefde-verhouding

De clou kwam van een voor mij nieuwe fysiotherapeut, een voor deze beroepsgroep uitzonderlijk wijs exemplaar, dat moet ik erbij zeggen. Hij velde na een half uur doorvragen een even eenvoudige als paniek opwekkende diagnose: ernstig slaaptekort. Hij kneep in mijn kuiten (auuuuu!!!!!!!!) en pakte het vel van mijn bovenbenen (rood!) om aan te tonen dat het herstellend vermogen van bindweefsel, spieren en de rest tot ver beneden peil was gedaald. ‘Eerst maar weer eens goed slapen, anders is het water naar de zee dragen’, sprak hij opgewekt. Daar had hij een punt. Jammer genoeg zei hij er niet bij hoe dat moest, goed slapen.

Slapen. Ik heb er altijd een haat-liefde-verhouding mee gehad, maar de laatste jaren werden de nachten ongemerkt steeds korter. De spreekwoordelijke acht uur haal ik nooit meer, standaard is om een uur of elf inslapen en vier uur later ontwaken om de rest van de nacht wakend door te brengen. Een paar keer per maand sluit ik de ogen helemaal niet en kom de daaropvolgende dag eigenlijk nog best aardig door. Een beetje licht in mijn hoofd, maar heel onaangenaam is dat niet eens.

Ik was al een poos opgehouden met me op te winden over mijn slaapgedrag en lag dus de meeste tijd heel erg Zen wakker te zijn. Ik heb zelfs een paar geweldige ideeën te danken aan mijn wakende periodes, briljante vondsten die me uit een writers bloc voor mijn boek bevrijdden of het laatste duwtje bleken voor een succesvolle pitch. Doorslapers hebben geen idee hoe prettig stil en overzichtelijk zo’n nacht is, niemand die je lastigvalt, social media die zich koest houden, een pikdonker universum waarin jij je gedachten ongestoord en prikkelloos alle kanten op kunt laten gaan. Om gelouterd weer op te staan, ben ik geneigd daar achteraan te schrijven. Maar mijn lichaam denkt daar heel anders over.

‘Baanbrekende methode’

Het wordt tijd voor eens en altijd goed te gaan slapen. Nu had ik in de loop der jaren al wel wat geëxperimenteerd en gelezen, dus helemaal blanco ging ik de uitdaging niet aan. Zo kennen ontspanningsoefeningen voor mij geen geheimen meer. Ik kan inmiddels op honderd-en-een manieren ademen, door het linker- en door het rechter neusgat, mond open en mond dicht, via de buik en mijn tenen, eerst de rechterzij en dan de linkerzij, ben zelfs een kei in de adem inhouden. Ik weet ook hoe mijn hartslag omlaag te krijgen, de wereld om mij heen buiten te sluiten en te leven in het moment.

Ik denk eraan mijn dag niet bommetje vol te plannen en ’s avonds op tijd gas terug te nemen en geen familietelefoontjes na negenen te plegen.

Ik beoefen een yogavorm waarvan ik zo opgeknapt en verlicht thuis kom dat geen vezel in mijn lichaam ook maar de geringste behoefte heeft aan slaap.

Ik heb boeken gelezen van slaapgoeroes die allemaal beweren een ‘fundamenteel andere’ en ‘baanbrekende methode’ te weten die ‘zeer effectief’ is. En de eerste paar hoofdstukken alleen maar uitweiden hoe je later in het boek zult lezen hoe het moet en Mary, John en Evert laten vertellen hoe het hun geholpen heeft. Gek genoeg zit er nooit een voorbeeld bij waarin ik me herken. Aan de pillen dan maar?

Dat zou in mijn leven niet minder dan een aardverschuiving zijn.

Duivels dilemma

Een vriendin tipte dat ze al een poos ‘een snufje hormoon’ slikt sinds ze na de overgang slecht slaapt. ‘Helpt geweldig!’, verzekerde ze. Hormonen, krijg je daar geen kanker van? Ik maakte een afspraak met de huisarts, een praktische vrouw die niet vies is van een pilletje meer of minder, maar bij deze suggestie fronste ze toch haar wenkbrauwen. Ik moest eerst maar eens een dubbele dosis melatonine proberen, en kijken of het slaapexpertisecentrum iets voor me kon doen, en ze schreef ook nog de naam op van een antidepressivum, waardoor je als een blok slaapt maar waarvan je wel vijf kilo aankomt, wat me meteen voorkwam als een duivels dilemma. Wat is je meer waard: je slaap of je uiterlijk? Daar kwam ik zo snel niet uit.

Ik deed wat onderzoek en om kort te gaan: het expertisecentrum behandelt psychiatrisch patiënten en andere doelgroepen waartoe ik voorlopig niet behoor en van het antidepressivum kun je ook acute leukemie, maag-darmklachten en trillende benen krijgen en autorijden is verboden. Bleef over: de melatonine, waarover in de bijsluiter slechts bleek te staan: pas op met alcohol. Dat is dus niet: géén alcohol, concludeerde ik triomfantelijk. Ha!

Ik besloot mijn eigen plan te maken.

– Max twee glazen wijn per dag. Drie met de feestdagen (fraudegevoelig, dat geef ik toe)

– Twee in plaats van drie koffie in de ochtend (idem)

– Een keer per dag magnesium (ontspant, goed voor de spieren)

– Een uur voor het slapen gaan: melatonine (niet voor eeuwig: te duur!)

– I-phone uit om 22.00 uur (ook niet naast mijn bed leggen)

– Half uur wandelen per dag (ook fijn voor doorslapers)

– Toegestaan in noodgevallen: slaaptablet

– Sojayoghurt (vanwege het oestrogeen; verder niet aan te bevelen want lekker is anders)

En ja. Het hielp!

Vannacht.

Als het succes zich herhaalt, kunt u binnenkort een boek van mij verwachten. Dat wordt natuurlijk een bestseller.

Image by Nick Magwood from Pixabay