Eerwraak is nog steeds een silent killer. Probeer potentiƫle daders een uitweg te bieden die hun eer zoveel mogelijk intact laat, stelt expert Celal Altuntas in zijn nieuwe boek.

STEUN RO

Sinds de 18-jarige Zarife in 2003 op vakantie in Turkije werd doodgeschoten door haar vader, omdat ze de eer van de familie 'bezoedeld' had, is er een hoop gebeurd. De politie heeft expertise over eerwraak in huis gehaald, maatschappelijk werkers zijn getraind en er is veel onderzoek verricht. Maar nog steeds worden er in Nederland jaarlijks vijftien tot twintig mensen vermoord om de familie-eer te redden, en dat is een conservatieve schatting.

Hoewel ook mannen het slachtoffer kunnen worden, treft het ongelukkige lot meestal de vrouw. Mannen die hun (ex-)echtgenote vermoorden, vaders hun dochter, broers hun jonge zusje.

Wie wil weten hoe dat voor de gemiddelde Westerling onbegrijpelijke fenomeen werkt in de praktijk, moet Het is je zusje! lezen van Celal Altuntas. De sociaal werker, een Turkse Koerd, stond ooit zelf op de nominatie om iemand te doden in een familieconflict, maar werd daarvoor behoed door zijn vader die in ruil voor die daad een (te) grote som compensatie vroeg.

In een hoek

In Nederland is hij uitgegroeid tot een expert in eerwraak, die probeert om oplossingen te vinden voor cliënten die klem zitten in hun cultuur en daardoor risico lopen om slachtoffer of dader te worden. Want ook de daders voelen zich vaak in een hoek gemanoeuvreerd, door de gemeenschap met wie ze eenzelfde cultuur en opvatting van eer delen. Daarvan staan mooie en tegelijk pijnlijke voorbeelden van in het boek.

Zoals het verschrikkelijke verhaal van de Irakese jongen Hassan, die uitlegt waarom hij zich genoodzaakt voelde om zijn 13-jarige (!) zusje om te brengen wegens roddels over haar onzedige gedrag. Nog elke dag heeft hij spijt, zegt hij achteraf. Hassan is niet zijn werkelijke naam, en uit oogpunt van privacy hebben meer personen een andere naam gekregen. Maar ik heb Celal eens samen met een cliënt van hem geïnterviewd en de manier waarop hij destijds optrad, geeft me geen enkele reden om te twijfelen aan het waarheidsgehalte.

Ontwapenend

Hij is een ontwapenende man, die zijn uiterste best doet om slachtoffers van eerwraak te voorkomen en de bijbehorende cultuur te bestrijden. Op een creatieve manier. Maar bovenal uitgaande van de erkenning dat iets als eer voor zijn cliënten wel degelijk bestaat, en dat het alleen de kunst is om die eer op een andere manier te vertalen dan, zoals helaas al te vaak gebeurt, in geweld. Het mag dan wel waar zijn dat in juridische zin man en vrouw gelijk zijn in Nederland, maar die boodschap geeft op zichzelf te weinig houvast.

Dus wanneer een man van Turkse afkomst toegeeft dat hij zijn Nederlandse ex, naar wie hij woedend op zoek is, wel eens een 'tikje' gaf, maar stelt dat sommige vrouwen er ook om vragen, reageert Altuntas zo: 'Het is bekend dat sommige vrouwen heel erg kunnen zeuren, maar met slaan krijg je ze niet tot rust, want dan gaan ze juist nog meer zeuren. Weet je wat het is? Als je niet met elkaar kunt praten, ga je ruzie maken en slaan. Of het nou bij de Turken of de Koerden is, wij hebben geen praatcultuur. Wij kennen een cultuur van gelijk slaan of ander geweld gebruiken, en dat is ons probleem.'

Als de cliënt toegeeft dat ze geen praatcultuur hebben, vervolgt Altuntas: 'Bovendien is slaan voor zwakkere mensen, want je weet al dat je fysiek sterker bent dan zij. En waarom moet je eigenlijk slaan? Ik vind het het beste om op zo’n moment even weg te gaan om te kalmeren.'

Frustraties

De kracht van dit antwoord zit hem in de erkenning van de frustraties van de man, die zich tekort voelde gedaan door zijn ex, gekoppeld aan het aanreiken van een alternatief scenario. Dat werkt waarschijnlijk beter dan een strikt juridische benadering – slaan mag niet, punt – al hoop je natuurlijk dat zo'n norm ooit geïnternaliseerd wordt. Zo staan er meer concrete handreikingen in het boek, over hoe je de tamelijk diverse problematiek van eerwraak het beste kan benaderen.

Celal Altuntas geeft bovendien uitgebreid uitleg over de achtergrond van het begrip 'eer' in collectivistische culturen. Tot slot doet hij een poging een geloofwaardig scenario te schetsen waarin school en omgeving van Hassan en diens zusje het drama hadden kunnen afwenden. De wetenschap dat de klok nooit meer teruggedraaid kan worden, laat zich juist dan extra bitter voelen.

De imam vroeg of hij zijn broek wilde laten zakken, om hem goed te 'onderzoeken'

Tussen alle ellende staan overigens ook komische passages. Zoals de homoseksuele jongeman die worstelt met zijn geaardheid en vertelt hoe een imam, bij wie hij aanklopte voor advies, als eerste vroeg om zijn broek te laten zakken – zodat hij hem eens goed kon 'onderzoeken'…

Celal en de jongen lachen er samen hartelijk om. En als lezer krijg je intussen steeds meer waardering voor die oud-hollandse cultuur van koffiedrinken en praten, die we met een ander woord ook wel maatschappelijk werk noemen.

Journalist en columnist. Schrijft over alwat voor zijn pen komt, van Haagse politiek tot terrorisme. Beukt er graag op los met de filosofenhamer. Classicus en volgeling van Dionysus, liefhebber van spot en ironie, slaat nooit een cappuccino af.