Een kopje koffie met een levende legende: oer-Ajacied Barry Hulshoff!

STEUN RO

Halverwege het interview met Barry Hulshoff realiseer ik me opeens hoe het kon dat het Ajax van de vroege jaren zeventig de voetbalwereld veroverde en zolang bleef dicteren. Ajax had Cruijff. Uiteraard. Het supertalent. Maar Ajax had ook Barry Hulshoff, een man die na al die jaren niks aan bescheidenheid heeft ingeboet.

Tegenover me zit één van de meest vervaarlijke verdedigers uit zijn tijd, maar het is ook de vriendelijkste man ter wereld. Iemand die nooit graag in de belangstelling heeft gestaan, want veel te verlegen, maar als voetballer één brok onverzettelijkheid, met die angstaanjagende baard van hem. Zonder Hulshoff, en Neeskens en  al die anderen die zich zo goed konden wegcijferen hadden Cruijff en Keizer nooit kunnen excelleren.

Johnny Heitinga

Ik realiseer me ook, dat veel jongeren zich nu afvragen: wie is dat ook alweer, Barry Hulshoff? Barry Hulshoff was een halve eeuw (…) geleden de Johnny Heitinga van zijn tijd. De ‘Appie’ Nouri, zou ik ook kunnen zeggen, of de Donny van de Beek, een jongen van de club en de stad Amsterdam, afkomstig van Zeeburgia. De ‘fluwelen’ revolutie van Rinus Michels begon halverwege de jaren zestig met het laten doorstromen van drie spelers uit de eigen opleiding: Cruijff, Suurbier én Hulshoff. Wat dat betreft herhaalt de geschiedenis zich slechts.

Meneer Neeskens

We drinken koffie met Barry in Abcoude. Want tegenwoordig woont hij, door de liefde gedreven, weer in de buurt, na een jarenlang verblijf in België. Het is, in gesprek met Hulshoff, meteen een hoop ‘ge-je’ en ‘ge-jij’, maar het blijft de hele tijd ‘meneer Hulshoff’, daarvoor is het respect eenvoudigweg te groot. Het is meneer Jansen (Wim), meneer Neeskens, meneer Van Hanegem en meneer Hulshoff. Mannen  die aan de wieg stonden van het moderne voetbal. Mannen ook, die anderen lieten excelleren. Hoe vaak Barry ook zegt: zeg maar Barry, hij kan het vergeten.

Enorme baard

Wie Barry Hulshoff zegt, zegt ook een woeste baard. Heeft hij die nog steeds? Nee, natuurlijk niet, de man is inmiddels bijna zeventig jaar, dus zwart is grijs en de baard ietwat gecultiveerd, maar de overblijfselen zitten er nog steeds. En voor een heer van zijn leeftijd draagt hij zijn haar nog altijd relatief lang.

Hulshoff werd zeven (!) jaar kampioen van Nederland met Ajax, speelde tegen de beste aanvallers ter wereld en won drie keer de Europa Cup voor landskampioenen, de huidige Champions League.

Hulshoff zegt dat ex-spelers doorgaans erg kritisch naar de wedstrijden van hun oude club kijken, helemaal bij Ajax. “Daarbij wordt ons dan weer verweten dat we afkomstig zijn uit een andere tijd, toen alles nog een stuk langzamer ging. Dat zal best wel, maar sommige basisprincipes gelden nog steeds.”

Papieren voetballers

De huidige generatie is ‘te schools’, zegt Hulshoff. Te vrijblijvend ook. Precies veertien jaar geleden gaf hij voor het eerst een waarschuwing af. We moeten oppassen, zei Hulshoff destijds, dat we geen papieren voetballers creëren, jongens die geschoold zijn in een klaslokaal in plaats van op het veld.

Hulshoff: “Daarom zal er ook altijd een echte voetbalman aan het hoofd van de opleiding bij een club als Ajax moeten staan. Geen theoretische man. Die zijn goed op een ander gebied. De uitgesproken voetbalsfeer, de voetbalmentaliteit ook, die moet worden teruggebracht.”

Door wie? Dat weet Hulshoff ook niet. “Ze komen toch altijd met een naam waarvan je denkt: o ja, die is er ook nog. Het moet iemand zijn die iets ‘in’ Ajax wil stoppen. Niet iemand die er alleen maar iets ‘uit’ wil halen.”

Ode

Als ik hem aan het einde van het vraaggesprek vraag of hij het interview van tevoren wil lezen, ter inzage, kijkt Hulshoff me meewarig aan. Daar heeft deze generatie voetballers nog nooit van gehoord. Hij is er toch zelf bij geweest? Hij weet toch wat hij heeft gezegd? Nou dan.

Een ode aan alle voetballers, die hun kwaliteiten een leven lang in dienst hebben gesteld van een ander.

@MJvdHeuvel

Sportcolumnist