Opnieuw is er commotie ontstaan over een aanstaande veiling van Hitleriana en andere nazitroep in Duitslands. De oproer ontstond na een open brief van rabbijn Menachem Margolin, voorzitter van de European Jewish Association aan de veilingmeester, waarin hij deze oproept de veiling te stoppen, omdat aan de voorwerpen een dusdanig bloeddoordrenkt verleden hangt, dat de handel erin moreel verwerpelijk is.

STEUN RO

Het gaat om de zoveelste naziveiling van veilinghuis Hermann Historica in München. Dit bedrijf, dat aanvankelijk onder de naam Graf Klenau opereerde, lanceert al ruim vijftig jaar een stroom aan Hitleriana en andere nazitroep, waarvan een aanzienlijk deel eerst na 1945 vervaardigd is. 

Ditmaal staan op de rol een aan Hitler toegeschreven hoge hoed (à € 12.500), Eva Brauns vermeende strohoed en massa’s jurken en geurstoffen, Rudolf Hess’ gevangenisspulletjes uit Spandau, een schier eindeloze rij nazibestek en -slabbetjes en allerhande materiaal van Hermann Goering. Het enige dat lijkt te ontbreken is het veelgezochte zaadloosdoosje van Joseph Goebbels.

Hoe het ook zij: vooral de hoge hoed trekt veel media-aandacht. Zo’n beetje alle media op alle continenten berichten erover. Wat vreemd is, want op de foto die het veilinghuis van dit hoofddeksel verspreidt is een puntgaaf exemplaar te zien, dat in 1945 buitgemaakt zou zijn door een Amerikaans militair.

Nu heeft op 30 april 1945 inderdaad een verkenner van het Amerikaanse leger een hoge hoed uit Hitlers appartement geplunderd. Het gaat om de Joodse Richard Marowitz (ca. 1926-2014). In een voor het US Holocaust Memorial Museum gemaakt video-interview uit 1995 [vanaf 9’45”], vertelt hij wat hij in Hitlers slapkamer aantrof:

“Ik zag iets donkers op de bovenste plank van een kast staan. Ik nam een stoel, klom erop, greep dit… ding. [hij toont een plat voorwerp]. Dit zag er oorspronkelijk anders uit. Ik trok het uit de kast, bekeek de binnenkant en ik zag de letters ‘A.H.’ erin staan. Nu werd ik echt kwaad. Ik was juist in Dachau geweest… Ik wierp het op de grond en sprong erop. Dit is het resultaat.”


De hoge hoed op de veiling, 2019; Richard Marowitz en de echte hoge hoed, 1995.

De hoge hoed die Marowitz toont is duidelijk verschillend van de hoge hoed die het veilinghuis toont.


De binnenkanten van de hoge hoeden. Links die van Marowitz,  getoond in interview uit 2002; recht het exemplaar op de veiling, 2019.

Nu is het gekke dat het veilinghuis beweert dat hun hoge hoed weliswaar uit hetzelfde huis stamt, maar buitgemaakt zou zijn door een andere Amerikaan, ene L. Frankenfield, die bevelvoerend inlichtingenofficier zou zijn geweest in het district Groot Salzburg, in Oostenrijk.

De naam van deze officier duikt echter alleen op bij louche veilinghuizen die eerder zogenaamde authentiek Hitler- en Braunondergoed verhandelden. Kortom: aan dit materiaal, gewassen of niet, zit een luchtje.


Moreel verwerpelijke handel

Terug naar rabbijn Margolin. Hij schrijft in zijn open brief dat, gezien het toenemend antisemitisme in Europa en met name in Duitsland, hij vreest dat de nazispullen gekocht zullen worden door hen die het naziregime verheerlijken en willen goedpraten. Hij stelt ook dat de handel in deze troep niet illegaal is. Daarin heeft de rabbijn maar ten dele gelijk, want het is wel degelijk illegaal om voorwerpen als ‘authentiek van die-of-die’ te verkopen, terwijl ze dat aantoonbaar niet zijn. Zoiets heet: oplichting.

Echt, maar illegaal

Tot mijn verbazing vond ik de veilingcatalogus een paar brieven en een schetsje van Hitler aan die wél authentiek zijn. Hitler produceerde dit materiaal in 1906-1908 voor zijn jeugdvriend August Kubizek (1888-1956). Na Kubizeks overlijden gaven diens nabestaanden het in bruikleen aan het Oberösterreichisches Landesarchiv in Linz. Een van hen haalde het onlangs op en poogt deze vroege Hitleritems nu in München te verkopen. Een illegale actie, want voor de export van manuscripten van vijftig jaar of ouder is een exportvergunning nodig, zo berichte me de Bundesdenkmalschutz – de Oostenrijkse overheidsorganisatie belast met de zekerstelling van het nationaal erfgoed. Zo’n vergunning is niet aangevraagd.

Inmiddels is het Beierse Landeskriminalamt verwittigd van deze voorgenomen illegale verkoop. Het is nog niet duidelijk of het gaat ingrijpen, of dat dit omstreden materiaal door een zieke geest zal worden gekocht.

Het respons van het veilinghuis op de open brief

Bedrijfsleider Bernhard Pacher van Hermann Historica verklaarde aan de Duitse pers dat hij sinds rabbijn Margolins protest overspoeld wordt met hate mails. Hij beweert dat het grootste deel van zijn klanten bestaat uit musea, staatsinstellingen en privé-verzamelaars, die kritisch zouden omgaan met het naziverleden. Hij distantieert zich van bieders die de voorwerpen uit ideologisch oogpunt willen kopen. “Het is aan ons om te verhinderen om te verhinderen dat de verkeerde mensen het bemachtigen. Dat deze of gene met een foute achtergrond er door glipt, is helaas niet te voorkomen.”

Dit zijn nogal holle frasen: het veilinghuis werd in de jaren zestig gesticht door een veroordeeld crimineel; oud-nazi’s en andere oplichters werden in de jaren zeventig tot in de jaren negentig ingehuurd als ‘experts; oud-nazi’s behoorden tot de vaste klanten en kopers. Het enige dat in de laatste dertig jaar veranderd is dat de oude nazi’s plaats hebben gemaakt voor andersoortige oplichters.

De kopers evenwel zijn niet per sé rechts-extremisten. Eigen onderzoek leert dat over de vaste klanten van dit soort veilinghuizen weinig samenhangends gezegd kan worden, behalve dat het mensen zijn met een overdaad aan geld en een gebrek aan gezond verstand.

Zie voor meer over het nazivervalsingencircuit anno 2019: www.droog-mag.nl/hitler/2019

droog@epibreren.com'
    Onderzoeksjournalist, dichter en samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Werkt aan een boek over het Hitler-de-kunstenaar en het nazivervalsingencircuit.