Job Gosschalk is gevallen. Na Kevin Spacey, na Harvey Weinstein. Bij Spacey had ik het eerst nog niet willen geloven. Zo’n vriendelijk gezicht heeft die man – heel anders dan die boevenkop van Weinstein. Maar als de verhalen blijven komen, kun je niet langer ongelovig blijven.

STEUN RO

Dat lijkt me niet anders bij Job Gosschalk. Als íedereen wist over wie de anonieme bronnen in Revu het hadden, is er méér aan de hand dan een enkel verhaal in mistig grijs gebied. Omdat hij nattigheid voelde, kwam de casting director zelf met uitleg. Gosschalk beseft, zo schrijft hij, dat er sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag: ‘Ik ben in een aantal gevallen – besef ik nu – over grenzen gegaan.’

Masturberen

Ik dacht: grensoverschrijdend gedrag, is dat alles? Grensoverschrijdend gedrag is een tik op de billen. Een seksueel getinte opmerking op een plek waar dat niet kan. Daar kun je je rot over voelen, je voor schamen en sorry voor zeggen. Maar de beschuldigingen tegen Gosschalk gaan over jonge acteurs tijdens ‘acteerlessen’ vragen om te gaan masturberen. Dat is geen grensoverschrijdend gedrag. Dat is walgelijk. Waar de grens allang uit het zicht is, is een simpel sorry niet meer genoeg.

Gosschalk zegt ook dat hij ‘nu pas’ beseft dat hij te ver is gegaan. Nu pas. Dus niet toen hij, zoals een van de acteurs stelt, zijn hand in diens broek probeerde te stoppen? Niet toen hij de ene na de andere acteur zag schrikken, zag worstelen, soms zelf zag wegvluchten als gevolg van zijn acties? ‘Als ik mensen een pijnlijke herinnering heb bezorgd, dan spijt me dat heel erg’, zegt Gosschalk verder.

Vrijpleiten

Niet alleen devalueert hij hiermee de impact van zijn acties, hij pleit zichzelf ook vrij door de schuld te leggen bij het slachtoffer zelf. Die heeft tenslotte een ‘pijnlijke herinnering’ gecreëerd over iets wat natuurlijk nooit zo was bedoeld. Toch?

Het is slachtoffergedrag. Van mensen die niet onder ogen willen of kunnen zien wat ze hebben aangericht. Die éigenlijk zeggen: ‘zo heb ik het toch nooit bedoeld’. En daarmee niet erkennen dat ze werkelijk iets fout hebben gedaan.

Coming out

Het is een reflex waaraan meer gevallen sterren lijden. Ook Kevin Spacey deed aan slachtoffergedrag. In zijn verklaring ging hij in op het verhaal van een 14-jarige jongen die hem beschuldigt van aanranding. Maar dat was niet alles: hij liet ons en passant weten dat hij homoseksueel is. Of nee, dat hij ‘er nu voor kiest’ om als homo door het leven te gaan.

Jarenlang had hij zijn privéleven extreem beschermd. Nooit iets over zijn lippen gekregen waar het ging over zijn seksuele geaardheid. Nu wel en in één adem met pedofilie nog wel. Foutje! Homo zijn is niet hetzelfde als pedofilie. Pedofielen die homo zijn, die bestaan wel.

Profileren

De gay-community vecht al jaren tegen die onjuiste aanname. Maar Spacey was op zoek naar iets wat hem kwetsbaar zou maken. Wat hem misschien nog sympathie zou opleveren ook. Waarom anders nú? Wie anders dan hijzelf dacht hij daarmee blij te maken? De lhtb-community of in eenzaamheid en tegen vooroordelen worstelende homo’s zeer zeker niet.

Een coming out als troef. Nu de acteur werd gezien als dader, profileerde hij zich als slachtoffer. Net als Weinstein even daarvoor had gedaan, toen hij zei dat hij seks-verslaafd was en ‘hulp nodig had’. Zoals Clarkisha Kent zo treffend scheef: “There are so many (…) who are abused because of their identity and lack of societal power. Spacey and Weinstein don’t represent these people; they represent the people who harm these people. And that distinction is everything.”

Sonja Alferink is politicoloog en journalist.