Ritueel slachten is een onbeschaafde en ongeoorloofde vorm van dierenkwelling zonder enige redelijke verontschuldiging. Maar een onheilige kongsie van gelovigen zet zich na bijna een decennium van vruchteloze discussie nog altijd schrap, met een ondeugdelijk beroep op de godsdienstvrijheid.

STEUN RO

“Nu gaan we wat mij betreft terug naar de middeleeuwen”, brieste SGP-woordvoerder Elmert Dijkgraaf op woensdag 13 april 2011 in de Tweede Kamer, “dat wij in Den Haag gaan bepalen wat de inhoud van ’n geloof is. Dat bepalen mensen zelf!” Het waren ware en heldere woorden in een debat waarin het verder deerlijk aan helderheid en waarachtigheid schort. Dat debat gaat over het schrappen van de ontheffing wegens religieuze – lees joodse en islamitische – bezwaren van de wettelijke verplichting dieren voorafgaand aan de slacht te verdoven – bedwelmen, zoals het in vaktaal heet. Vooral de orthodox Joodse gemeenschap verzet zich daar fel tegen en hun verzet is ogenblikkelijk overgenomen door het CDA, de Christenunie en de SGP.

Dat toch wel curieuze en opportunistische verbond tussen groepen die elkaar traditioneel stevig verketteren heeft de discussie compleet vergiftigd. Over de dieren, bijvoorbeeld over het om arbo-redenen tot hun grote paniek in een reusachtige stalen trommel op de rug keren van ritueel aan de beurt zijnde koeien, gaat het allang niet meer. Over de diepe gevoelens van orthodoxe joden en dito moslims ook nauwelijks, die zullen de christenheid, die niets met ritueel slachten heeft, immers worst zijn. Het gaat maar om een ding: het zo ver mogelijk oprekken van het begrip godsdienstvrijheid.

Volendamse tienermeisjes

Het is een trend die al langer zichtbaar is. Zodra verplichtingen die een geloof met zich meebrengt botsen met de eisen die de wet stelt of met de publieke moraal, moet alles wijken voor de religie. We zagen het bij ambtenaren van de burgerlijke stand die weigeren homo’s te trouwen, streng christelijke scholen die homoseksuele of anderszins onwelgevallige sollicitanten weigeren en bij Volendamse tienermeisjes die hun recht om met een hoofddoek op in de klas te zitten tot bij de hoogste rechter bevechten. En nu dus ook in het geval van ritueel slachten. Telkens probeert men met een beroep op de godsdienstvrijheid voor de eigen groep bijzondere vrijheden te regelen.

Maar het creëren van uitzonderingsposities is niet waar het grondrecht van godsdienstvrijheid voor dient. Die is er juist om achterstelling, uitsluiting en vervolging van mensen om geloofsredenen uit te bannen, vooral door de staat, maar in tweede instantie ook door anderen, bijvoorbeeld andersgelovigen. Artikel 9 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) geeft ieder “recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst; dit recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid (…) zowel in het openbaar als privé zijn godsdienst te belijden of overtuiging tot uitdrukking te brengen in erediensten, in onderricht, in praktische toepassing ervan en in het onderhouden van geboden en voorschriften.” Maar die rechten zijn wel onderhevig aan wettelijke beperkingen die “noodzakelijk zijn in het belang van de openbare veiligheid, voor de bescherming van de openbare orde, gezondheid of goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.” Kort samengevat gaat bij conflicten tussen de algemene democratische rechtsorde en eisen van een  geloof de rechtsorde dus voor. Die belichaamt in een democratie immers qualitate qua al datgene wat we met ons allen “noodzakelijk” achten.

Pestwetgeving

Als er dus een door brede consensus gedragen wettelijk vereiste bestaat dat vee voor de slacht verdoofd moet worden, is er geen grond om gelovigen daarvan uit te zonderen. De tegenwerping dat onder rechten van anderen geen rechten van dieren verstaan mogen worden, snijdt geen hout. Dieren zijn geen partij in de rechtsorde. Het gaat om de morele verantwoordelijkheid tegenover dieren die andere mensen voelen, en wie durft beweren dat hun diepe, door aantoonbare feiten geschraagde overtuiging minderwaardig is aan religieuze symboliek? Dat er wel meer mis is in de veehouderij, is een onwaardige jijbak, geen excuus om het extra kwaad dat door onverdoofd slachten gedaan wordt, te bagatelliseren of te laten voortduren.

Dit artikel lees je gratis. Als het bevalt kun je onderaan een kleine bijdrage doen, zodat ik dit soort artikelen kan blijven schrijven

Nu lijkt het misschien of de godsdienstvrijheid zo bezien slechts een wassen neus is, je kunt immers de wet erop inrichten dat het belijden van een geloof praktisch onmogelijk wordt gemaakt. Toch is dat niet zo, want de wet geldt voor iedereen. Gelovigen zijn gelijkberechtigd met alle anderen, zodat eventuele pestwetgeving al gauw als een boomerang terugkomt.

Gelofte van kuisheid

Wel kunnen er voor gelovigen problemen ontstaan. Dat is onvermijdelijk, want geloof is een keuze – ook dat staat uitdrukkelijk in artikel 9, waar bijna als eerste het recht gegeven wordt om van geloof of overtuiging te veranderen. En keuzes hebben nu eenmaal consequenties. Wie ambtenaar wordt, dient de wet uit te voeren, ook als die wet je persoonlijk niet aanstaat. Wie een gelofte van kuisheid aflegt, moet altijd weerstand bieden aan vleselijke lusten. En wie koosjer of halal wil leven moet zich ongeacht de omstandigheden verre houden van onrein vlees. Hij of zij moet dat probleem zelf het hoofd bieden en niet op anderen afwentelen. Wie dat niet aanvaardt, degradeert godsdienstvrijheid tot godsdienstvrijblijvendheid.

In een maatschappij waar vrijwel iedereen hetzelfde geloof aanhangt, is dat allemaal geen probleem, behalve voor de rafelrand van in zo’n samenleving bijna altijd respectloos behandelde minderheden. Maar zo zit Nederland gelukkig niet meer in elkaar. De moeilijkheid zit hem in het gelijk van Dijkgraaf: gelovigen maken zelf uit wat hun geloof inhoudt, net als ongelovigen zelf bepalen wat ze waardevol en van principieel belang achten. Wie zal dan uitmaken welke gevoelens dieper zijn, wiens principes meer waard dan die van anderen? “Wij!”, roepen nu alle strenge gelovigen, “want onze god heeft het zelf gezegd”. De enige fatsoenlijke koers die een wetgever onder die omstandigheden kan varen, is vasthouden aan de gelijkberechtiging van allen, zonder privileges voor welk geloof dan ook, en spoorslag het wetsvoorstel van de Partij voor de dieren aannemen.

Lees ook: Niemand begrijpt de godsdienstvrijheid

(Een eerdere versie van dit nog immer actuele artikel verscheen op 7 mei 2011 (!) in de Volkskrant.)

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Klik hieronder als je me maandelijks wilt steunen met een vast bedrag

Mijn gekozen waardering € -
Steun Rik Smits maandelijks

Dit artikel lees je gratis. Vind je het mijn inzet de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten blijken door een maandelijkse bijdrage. Zo help je me artikelen te blijven schrijven.

Door je eerste betaling ga je akkoord met een maandelijkse afschrijving voor het gekozen bedrag tot het moment dat je de betaling stop zet.

Mijn gekozen donatie € -
Taalkundige, schrijver, vertaler en wetenschapsjournalist @rik_smits_ @RikSmitsAuthor