‘Kom je binnen?’ Ik loop achter de buurvrouw aan naar buiten. Kwart voor acht, de schemering zet in. Zes uitgelaten kinderen rennen over het tegenover gelegen schoolplein. ‘Oké!’ antwoordt mijn buurjongen en huppelt achter zijn moeder aan naar huis. Ik kijk ze na met een mix van verbazing jaloezie en bewondering.

STEUN RO

Oké is niet een antwoord dat vaak klinkt uit de monden van mijn kinderen. ‘Nee’ ‘straks’ ‘nu niet’ of ‘nou, nu al?!’ is een veel vaker voorkomende reactie, gevolgd door een woedebui na een herhaling van het verzoek.

‘Otis kom je ook?’ roep ik naar mijn langsrennende zoon. Geen reactie. ‘Otis! Het is tijd!’ Hij kijkt even om. ‘Nog niet!’ Ik hoor mezelf zuchten. ‘We hadden een afspraak gemaakt, kwart voor acht naar binnen.’ Hij blijft staan. ‘Nee! Ik wil nog even blijven!’ Ik sta in dubio. Ga ik een scène maken, hem meesleuren, sancties opleggen? ‘Over vijf minuten ben ik terug en dan ga je mee,’ roep ik dreigend en ga weer naar binnen. Een half uur later staat hij onder de afgesproken douche en maak ik beneden ruzie met man. De discussie over mijn meegaande, invoelende en zijn meer rechtlijnige ‘je moet duidelijke grenzen stellen’ opvoedstijl laait tegenwoordig dagelijks op. Het is waar dat mijn oudste het gaatje zoekt, als hij een millimeter ruimte voelt, duikt hij er vol in om er een meter van te maken. ‘Niet geven dus die ruimte,’ zegt man. ‘Nee, met jouw autoritaire opvoedstijl bereiken we veel!’ reageer ik gepikeerd en vertrek naar boven.

‘Nog heel even!’ roept zoon als ik de douche uit wil zetten. Ik hoor mezelf opnieuw zuchten en draai onder luid protest de kranen dicht. Er wordt geschreeuwd, een kwartier kletsnat clownesk rondgesprongen, en na een klodder tandpasta op de spiegel, schiet ik uit mijn slof. Wat nou verbinding, wat nou begrip, wat nou kijken naar het gedrag achter het gedrag? Sinds de school weer is begonnen, gedraagt mijn achtjarige zich als een volbloed puber en ik voel me totaal machteloos. De constante draaikolk van emoties, het op eieren lopen om woedebuien te voorkomen, het gevoel geen enkele grip op hem te hebben. Soms heb ik om half negen ’s ochtends al zoveel uitbarstingen achter de rug dat ik uitgeput ben voor mijn werkdag is begonnen. ‘Andere ouders hebben geen idee hoe het is, zo’n heftig kind,’ schreef een kennis met een even temperamentvolle dochter mij laatst. Haar opmerking luchtte op. Het ligt niet aan mij.

Rustgevende avondthee

‘Gaat het?’ Mijn man brengt een kopje met rustgevende avondthee als ik in de tuin sta af te koelen. Ik veeg snel mijn tranen weg. ‘Het gaat niet om autoriteit. Het gaat om blijven staan. Ook als het gaat waaien, ook als het pijn doet, ook als de wind een storm wordt,’ zegt hij zacht. ‘Hmm,’ brom ik en geef de thee terug. ‘Ik ga nog even naar boven.’

In de stille duisternis hebben mijn zoons weerstand, woede en baldadigheid plaatsgemaakt voor wat hij probeerde te overschreeuwen. ‘Ik heb zo’n buikpijn mama. ‘Mijn hart doet ook pijn. Er is iets ergs. Ik weet niet wat, maar het is iets heel ergs.’

‘Ga maar slapen’, fluister ik, nog steeds een beetje boos.

‘Ik ga denk ik ergens anders wonen. Weet jij misschien nog een huis dat leegstaat?’

‘Niet direct.’

‘Willen jij en papa graag dat ik in een ander huis ga wonen?’

‘Natuurlijk niet! Jij hoort hier, bij ons!’

Ik ga naast hem liggen. Zijn hoofd tegen mijn borst, zijn armen zo stevig om me heen geklemd dat ik bijna geen lucht meer krijg. Ik voel zijn borst schokken en wil zeggen dat het goed komt, dat we zoveel van hem houden. Maar ik zwijg. En houd hem vast.

Miloe van Beek is twaalf jaar freelance journaliste en zes jaar moeder. Ze heeft nog nooit een roze wolk gezien, ze past niet in het perfecte plaatje en is chronisch chaotisch. Schrijft rauwe, eerlijke, licht ironische stukken over alle aspecten van het moederschap. Daarnaast schrijft ze verhalen die van ondernemers mensen maken.