Voor niet-moslims is het nauwelijks te bevatten: de meedogenloze vervolging van ahmadiyya door moslims die dezelfde Allah aanbidden. Maar toch gebeurt het op grote schaal in Pakistan. Een ahmadi-moslim mag zelfs geen korantekst citeren als ‘God is groot’ en ‘Mohammed is zijn profeet’.

STEUN RO

De ontmoeting in Lahore vindt plaats in een particulier huis achter hoge muren. Pas na het sluiten van het hek stap je de auto uit, opdat de buren niets in de gaten krijgen. Ze kunnen doorvertellen dat die ahmadiyya-buurvrouw buitenlanders op bezoek heeft. Andere deelnemers aan het gesprek, zoals advocaten, zakenmensen, journalisten en slachtoffers van de vervolging naderen wandelend onopgemerkt het huis.

We zijn op een fact-finding missie, het verzamelen van feiten en getuigenissen van ahmadiyya, een kleine moslimgeloofsgemeenschap die door soennieten, de grootste stroming binnen de islam, als ketters wordt gebrandmerkt. Ahmadi-moslims geloven namelijk niet dat Mohammed (570-632) de laatste profeet is, maar Mirza Ghulam Ahmad (1835-1908). In de ogen van de meerderheid van soennitische moslims is dat een regelrechte doodzonde en legitimeert het een heuse mensenjacht.

Gestikt

Op 27 juli dit jaar belegerde een woedende menigte, onder leiding van een radicale mullah, de familie van Bhutta Tabassum in de stad Gujranwala in de provincie Punjab. De reden is simpel. Op Facebook had iemand een foto van de Ka'aba, de zwarte steen en het heilige der heiligen voor de moslims in de stad Mekka, gezet met daarboven vrouwen die daar op plasten. Een neef van de familie had daaronder als commentaar gezet dat zoiets niet kon. Niks aan het hand, denk je. Maar de schrijver behoort tot de minderheid ahmadiyya en is daarom niet gemachtigd commentaar te geven over moslimzaken, menen soenni-fanaten. Ze beginnen een hetze tegen de familie die uitmondt in een aanval op het woonhuis.

Bewaking bij ahmadiyya-moskee in Lahore

Wanneer de ramen zijn ingegooid, vluchten de elf bewoners een kamer binnen, achterna gezeten door jongeren die het interieur kort en klein slaan. Vervolgens steken ze met petroleum het huis in brand, nadat ze de kamer met de bewoners hebben gebarricadeerd. Bellen met de politie voor hulp biedt geen enkel resultaat, ze is niet van plan op te treden tegen de massa.

Een toegesnelde neef uit een stad 50 kilometer verderop weet het brandende huis binnen te dringen en de deur te openen. Maar voor de oma en twee kinderen, van zeven jaar en zeven maanden, komt alle hulp te laat. Ze zijn inmiddels gestikt in de rook. 'We hebben de daders aangewezen maar er is niemand aangehouden,' stelt de vader. Op zijn telefoon toont hij de foto's van zijn omgekomen kinderen en moeder.

Ahmadiyya-vader toont foto van twee omgekomen kinderen

Kaffers en spionnen

De gastheer van deze en vele andere bijeenkomsten, Shahid, spreekt van een 'geïnstitutionaliseerde vervolging en discriminatie' omdat ook de regering er deel van uit maakt. 'Militanten vallen mij aan en de regering maar ook de rechtbank doet er niets tegen.' En de vervolging neemt toe. Zijn hand trekt een schuine streep in lucht. 'De dreigers ondertekenen met hun naam en telefoonnummer. Zo onaantastbaar wanen ze zich. We zijn kaffers en worden als spionnen van Israël en de Verenigde Staten gezien.'

Tussen 1984 en 2014 zijn 243 ahmadi-moslims door geweld gedood. Sommigen zelfs in een politiecel.

Law and order-problem

In tal van gesprekken volgt een stortvloed aan voorbeelden. Religieuze feesten als het offer- en suikerfeest mogen de ahmadi's niet openlijk vieren. Ze mogen zich dan ook niet feestelijk kleden. Dat zou een 'law and order-problem' kunnen veroorzaken. Iemand vertelt dat hij werd gearresteerd omdat hij een schaap in huis had voor het offerfeest. Veel studenten verhalen over pesterijen door docenten en medeleerlingen, uitsluitend vanwege hun geloofsovertuiging. Een student: 'Klagen bij de leiding heeft geen zin want dan zeggen ze: als je nog een keer komt zeuren laten we je verwijderen.' Vaders moeten hun kinderen op weg van en naar school beschermen tegen stenen gooiende klasgenoten.

Blasfemie-wetten

Sinds 1974 zijn maatregelen tegen de ahmadiyya-gemeenschap van kracht, maar in 1984 is de discriminatie formeel geregeld in een aantal wetten tegen godslastering. Die schrijven voor dat iedere ahmadi die zich voordoet als moslim minimaal tot drie jaar cel kan worden veroordeeld. Op het beledigen van de profeet staat zelfs de doodstraf.

Een vergelijking met de rassenwetten van Neurenberg van 1935 uit nazi-Duitsland, die het leven van de joden moesten verzieken, dringt zich op. Sinds 1984 moet iedereen die een nieuw Pakistaans paspoort aanvraagt een formulier tekenen waarop naast de persoonlijke gegevens ook staat dat de aanvrager de ahmadiyya en hun leider vervloekt. Net boven de plek waar je je handtekening zet. In dezelfde paspoorten staat alleen bij ahmadi-moslims hun religie expliciet vermeld, zodat ze altijd herkenbaar zijn.

Een ander voorbeeld van dit Pakistaanse apartheidssysteem is het bestaan van twee kieslijsten. Een voor moslims en andere religies. En éen voor de ongeveer 200.000 kiesgerechtigde ahmadi-moslims. Het is niet alleen de discriminatie die tegen de borst stuit. 'Op de kieslijsten staan bij alle namen ook de adressen,' zegt een bezorgde man. 'Kwaadwillenden weten zo waar ik woon.'

In de bazars van de grote steden hangen bordjes waarop in Urdu staat: 'Iedereen die vriend is met de ahmadiyya is een verrader van het geloof'. Of: 'Handel drijven met de ahmadiyya is haram.' Haram staat voor 'onrein' of 'verboden'.

Dreigbrieven

Ideologie en business gaan vaak samen bij de vervolging. Gezinnen worden weggetreiterd zodat goedkoop hun bezittingen kunnen worden overgenomen. Een politieagent die op risico van ontslag praat in een groep van ahmadi-moslims zegt over aanklachten. 'Vaak komen mullahs, een enkeling zelfs iedere dag, op het politiebureau met een klacht. De reden er achter is veelal afpersing. Mullahs struinen door boeken en artikelen op zoek naar blasfemie. Ze bellen de auteur en dreigen met een aanklacht als er niet wordt betaald. 'Wie vervolgens tegen zo'n mullah een klacht indient wegens valse aangifte wacht represailles, dus kunnen ze onbeperkt hun gang gaan.'

Na 1984 zijn zo'n vierduizend blasfemiezaken behandeld door de Pakistaanse rechtbank. De grootste groep is nog altijd de moslims zelf, veelal zwakbegaafden die vloeken, daarna komen de ahmadi-moslims en dan de christenen.

Zakenman Haiderruddin Tipu uit Karachi zag zijn bedrijf in plastic met 44 filialen verloren gaan door tegenwerking van de autoriteiten maar ook door een consumentenboycot en regelrechte afpersing. Volgend jaar heeft hij nog één winkel over. Drie van zijn familieleden, een zwager, vader van een schoonzus en een oom, zijn inmiddels gedood. Zelf is hij ook bang voor een aanslag. 'Ik draag gewone kleren want als iemand zo maar binnenkomt moet hij niet aan mijn uiterlijk kunnen zien dat ik de baas ben.' Met regelmaat ontvangt hij dreigbrieven: 'Betaal dit bedrag anders is je zoon in vier uur dood.'

Waarom hij wordt gehaat kan hij nauwelijks bevatten. 'Ik was officier in het Pakistaanse leger. Mijn broer ook. Hij sneuvelde. Mijn moeder had negen zonen en zei toen: 'Als ik ze allemaal moet offeren voor Pakistan dan ben ik de gelukkigste vrouw.' De beste generaals in de onafhankelijkheidsoorlog van 1947 tegen India waren ahmadi-moslims. Zo staan wij voor dit land.'

Inmiddels leeft hij het bestaan van een voortvluchtige. Wanneer hij naar buiten gaat, stuurt hij eerst een verkenner op de brommer er op uit om te kijken of er niks verdachts is. 'Als ik iemand met een lange baard zie, ben ik bang. Voor mezelf en voor mijn kinderen.'

Moordpartijen

De terreur kent moorddadige pieken. Zoals op vrijdag 28 mei 2010 als in Lahore de Baitul Noor-moskee wordt aangevallen. Precies om half twee wanneer de gebedsruimte vol zit, arriveren twee terroristen met een motor die direct beginnen met schieten. De enige gewapende bewaker weet de oudste aanvaller te verwonden maar het met geweren en handgranaten uitgeruste tweetal dringt toch het gebouw binnen en schiet in totaal 28 mensen dood. Uiteindelijk worden ze door moedige ongewapende omstanders overmeesterd.

Sporen van kogelinslagen in de Naseer ul Haq Khan-moskee in Lahore waarbij 68 mensen omkwamen.

Op deze vrijdagmiddag vindt ook een aanval plaats op de Darul Zikr-moskee, zo'n vijftien kilometer verderop, waar 2.200 mensen een veilig heenkomen moeten zoeken als twee mannen aan de voorzijde over de muur springen en beginnen te schieten. Waarna via de achterzijde een groep van zo'n vijftien tot twintig gewapende mannen binnendringt. 'Het idee was iedereen te omsingelen en te vermoorden', zegt een moskee-verantwoordelijke die de kogelgaten in de pilaren aanwijst. Het plan lukt deels. 68 mannen komen om en zo'n 200 raken gewond. Twee uur later arriveert de politie waarna twee aanvallers zichzelf opblazen en de rest van de groep via de achterzijde verdwijnt.

De regering van Pakistan heeft tot nu toe geen officieel onderzoek gelast naar de daders, die gezocht worden onder aan Al-Qaida gelieerde militanten.

Rabwah

Veel angstige ahmadi-moslims zoeken hun toevlucht in de stad Rabwah. Het is een soort 'safe heaven' met zo'n 65.000 inwoners, verdeeld over 25 vierkante kilometer, waarvan zo'n 95 procent ahmadi-moslims. Het ligt in een kurkdroog gebied ergens halverwege de hoofdstad Islamabad en Lahore. Hier zijn de straten proper en de stad is uitgerust met het modernste hartziekenhuis van Pakistan. De associatie met dat andere beloofde land, Israël, dringt zich dan ook op. 'Maar wij hebben voor het land betaald,' zegt een inwoner uitdrukkelijk.

Hoewel dik in de meerderheid werkt geen ahmadi voor de gemeentebestuur, dat strak in handen is van de regering. Sinds 2000 heet Rabwah overigens officieel Chenab Nagar, als pesterij naar de stichters. De grote moskee, die volgens inwoners zo'n 15.000 gasten kan ontvangen, is al zeven jaar gesloten uit angst voor een grote aanslag. De bidders worden op vrijdag verdeeld over zeventien kleinere moskeeën, die mogen op straffe van vernieling geen minaret hebben of oproepen tot gebed.

Sluiers

Waar de ahmadi-moslims zelf staan, liberaal of fundamentalistisch, wordt niet altijd duidelijk in gesprekken. De gemeenschap is erg gesloten. Zo is het moeilijk voor vrouwen buiten de gemeenschap te trouwen. Bij een ontmoeting wordt aan een vrouw geen hand gegeven, tenzij ze daar zelf prijs op stelt, en dat gebeurt zelden. De meesten lopen gesluierd. Maar volgens advocaat Majeeb U Rehman is de ahmadiyya een 'liberaal soort islam'. Hij is overigens wel tegen homoseksualiteit. Dat noemt hij 'een misdaad.' Maar volgens een jonge gelovige die aan zijn accent te horen lange tijd in Engeland heeft gewoond, is het niet zo 'dat we homo's van de minaret af gooien'. De gemeenschap verwerpt iedere vorm van terrorisme.

Een van de bekendste advocaten van Pakistan, Asma Jahangir, schat de de positie van de ahmadiyyah van alle minderheden in Pakistan het slechtst in. 'Ze zijn erg geïsoleerd. Christenen krijgen steun vanuit het westen en hindoes hebben altijd India nog.' Als eerste stap naar verbetering wil ze het extremisme bestrijden. 'Momenteel de blasfemie-wetten veranderen zal de militanten, die erg verdeeld zijn, juist verenigen. Maar de regering van Pakistan kan wel proactief handelen door zich uit te spreken tegen het beramen van aanslagen. De politie zegt vaak: 'We kunnen niks doen omdat de wet zo is'. Ook gaan daders te vaak vrijuit, nu wordt nog geen vijf procent vervolgd.

Rookgordijn

In de hoofdstad Islamabad, wederom in een woonhuis, zodat de aanwezigheid van de missie niet opvalt, vertelt een journalist dat Pakistan voor de buitenwereld een rookgordijn optrekt. De Engelstalige pers, veelal gelezen door diplomaten, bereikt maar drie procent van het totale oplage. 'Dat maakt het mogelijk om je naar de buitenwereld als tolerant te profileren. De rest is vooral in Urdu en vaak haatdragend. Lokale tv-zenders vieren de 7e september, de dag dat in 1984 de wetten op de blasfemie werden getekend 'als een zegen voor de islam' in hun talkshows.'

De enige hoop voor de minderheden is het buitenland, blijkt uit de gesprekken. De Europese Unie kan veel invloed uitoefenen. Pakistan ontvangt de meeste EU-ontwikkelings- en humanitaire hulp, jaarlijks zo'n 600 miljoen euro. De Europese Unie is verweg de grootste exportpartner voor Pakistaanse goederen, 22,6 procent in 2012, volgens cijfers van de EU. De journalist: 'Pakistan is een beggar-nation', afhankelijk van derde landen die iets kunnen laten veranderen aan onze positie.'

Riaz Fatyana, voorzitter van de mensenrechtencommissie van het parlement en daarmee een officiële functionaris, noemt de positie van de minderheden 'niet prettig'. Ook al zijn er tien zetels voor minderheden in parlement gereserveerd. 'De grondwet, artikel 25, zegt dat er geen discriminatie op basis van religie mag zijn, maar de werkelijkheid is anders.' Hij denkt dat het nog drie decennia duurt voordat het extremisme is verbannen. 'Die lieden zijn gehersenspoeld.'

Fatyana meent overigens dat het terrorisme dat het land nu in de ban heeft, ontstond door de oorlog in Afghanistan. De Verenigde Staten steunden mudjahedeen-strijders in hun strijd tegen de Russen (1979-1989). 'Voor de oorlog hadden we misschien 100.000 studenten, (lees: taliban) op de koranscholen, de madrassas. Na de oorlog waren dat er anderhalf miljoen.' Nu zijn het ettelijke miljoenen die dag in dag uit de haat krijgen ingewreven. Extremisme maakt misschien vijf of tien procent uit van de bevolking maar de extremisten zijn georganiseerd en bereid tot zelfmoord, stelt hij. 'Pas als Al-Qaida en de taliban zijn verdreven, veranderen de zaken.'

    Arnold Karskens is Neerlands meest onafhankelijke en ervaren oorlogsverslaggever. Muckraker. Nachtmerrie voor nazi’s en andere oorlogsmisdadigers. Auteur van tienŒ boeken. Onderzoeksjournalist die nooit ‘nee!’ als antwoord accepteert. Lastig, dwars & gehaat door zijn vijanden, maar Last Man Standing voor mensenrechten en vrijheid van meningsuiting.