De graphic novel zou lezers lui maken en ontlezing in de hand werken. Toch heeft de striproman na bijna 40 jaar een literaire status.

STEUN RO

 

Klassieker of niet, hele volksstammen lieten Max Havelaar tot nu toe ongelezen. Het vuistdikke boek over de Nederlandse koloniale politiek in Nederlands-Indië is immers niet het meest toegankelijke werk ooit geschreven. En wie bekommert zich anno 2020 nog om misstanden op koffieplantages in het verleden –en dat ook nog eens duizenden kilometers verderop?
Bijna niemand, al kan daar zomaar verandering in komen. Een nieuw verschenen graphic novel kan Multatuli’s meesterwerk een nieuwe impuls geven –en een hele reeks veranderingen in gedrag en houding in gang zetten.

Nieuw is het concept van de graphic novel zeker niet. Al in 1972 zette de eerste roman in stripvorm voet op Europese bodem. Sindsdien gebeurde er veel, al moest de striproman vechten om zijn plekje. Graphic novels zouden immers niet het literaire gehalte van een traditionele roman hebben, een veredeld stripverhaal voor volwassenen zijn of de leesluiheid bevorderen. Toch groeiden ze uit tot een genre op zich, dat uitstijgt boven een gemiddeld stripverhaal. De verhaallijnen van de stripromans zijn dan ook te complex om even tussendoor te lezen.
Een van de beste voorbeelden daarvan is ‘Sabrina’. De graphic novel van Nick Drnaso wordt gekenmerkt door nogal simplistische illustraties, met rechte lijnen en grote vlakken zonder kleurschakeringen. Een groot deel van de illustraties is bovendien tekstloos, terwijl de teksten niet direct een toppunt van literaire fictie vormen. Toch blijken de tekstloze illustraties bijzonder dienstbaar aan het verhaal, dat veel hoogstaander is dan een lezer bij de eerste aanblik zou vermoeden. Niet voor niets werd ‘Sabrina’ dan ook genomineerd voor de meest gerenommeerde literatuurprijzen.
Complexiteit en herkenbare thema’s blijken sowieso een beproefd recept in het genre van de striproman. In haar dikke graphic novel ‘Irmina’ behandelt auteur Barbara Yelin ingewikkelde levensvragen, waarbij er geen is ruimte voor oppervlakkigheid. Dát is dan ook een van de grote verschillen tussen een stripverhaal en een striproman: als stripverhalen fastfood zijn, is de graphic novel een stevige maaltijd –zonder lauwe hap of uitgekauwde onderwerpen.

Voorbeeldpagina uit de graphic novel ‘Max Havelaar’

Verstripte klassiekers

Voor zo’n verhaal zijn wel heel wat pagina’s nodig. Daarom zijn stripromans vaak een stuk dikker dan een gemiddeld stripboek –zeker als ze ook nog eens zijn gebaseerd op bestaande literatuur. ‘Max Havelaar’ en het op Dickens’ kerstverhaal gebaseerde ‘Scrooge’ (van de bekende literair striptekenaar Dick Matena) zijn al snel 2 tot 3 keer zo dik als een stripverhaal. Dat heeft gevolgen: graphic novels zijn regelmatig duurder dan een gemiddelde roman –en dus uitdrukkelijk bedoeld voor de selectie groep lezers die er de waarde van inzien. Onderzoek onder 15.000 lezers in Frankrijk toonde aan dat meer dan de helft van het lezerspubliek van graphic novels uit vrouwen van rond de 40 bestaat. Dergelijke cijfers zijn er voor Nederland niet. Noch het CPNB, dat verkoopcijfers voor de Nederlandse boekenmarkt bijhoudt, noch onderzoeksbureau GfK beschikt over exacte cijfers. Kenners laten echter weten dat de Nederlandse markt de ontwikkelingen in Frankrijk volgt –al is het met enige vertraging.
Zo zien gespecialiseerde uitgevers, zoals Scratch en Soul Comics, hoe het lezerspubliek verandert van overwegend grijze mannen naar jongere vrouwen. Daarin spelen ze zelf een rol: de stripromans die ze uitbrengen, krijgen vaak goede recensies; dat levert de graphic novel een positiever imago en groter bereik op.
Klassieke verhalen in stripvorm, zoals de nieuwe ‘Max Havelaar’, bevorderen de acceptatie nog eens extra. De zogenaamde ‘graphic novel adaptations’ leunen sterk op literaire klassiekers, maar spreken door de stripvorm een heel eigen publiek aan. Getekende varianten op wereldberoemde klassiekers zoals Harper Lees ‘To Kill A Mockingbird’ en George Orwells ‘1984’ en ‘Animal Farm’ scoren hoog onder lezers die niet snel het origineel zouden pakken. Uitgevers liften daarbij mee op de wereldfaam van de oorspronkelijke titels: daardoor hoeven de stripvarianten hun literaire gehalte niet meer te bewijzen. Toch hebben de striptekeningen ook nadeel. Zo laten ze weinig ruimte voor de verbeelding van de lezer en leunen ze sterk op de interpretatie van de illustrator. Doordat in het verstripte dagboek van Anne Frank 10 pagina’s uit het oorspronkelijke dagboek in 1 strippagina werden samengevat, bevat de graphic novel uiteindelijk slechts een selectie op van hoogte- en dieptepunten uit het origineel.
Het verbeelden van evergreens vereist dus dichterlijke vrijheden van de illustrator. Toch droeg juist die creatieve vrijheid bij aan de waardering voor de graphic novel. Een goed verstript verhaal zet de lezer aan het denken en nodigt hen uit om verder te kijken dan hun neus lang is. Daardoor is de graphic novel geen voer voor luie lezers, maar kunnen ze écht iets in gang zetten –net als Multatuli’s originele werk destijds.

N.a.v. ‘Max Havelaar’
Auteur: Jos van Waterschoot, met illustraties van Eric Heuvel
Uitgever: Uitgeverij L
ISBN: 9789088866500
Druk: 1, november 2020
Aantal pagina’s: 120

Waardeer dit artikel!

Dit artikel las je gratis. Vond je het de moeite waard? Dan kun je jouw waardering laten zien door een kleine bijdrage te doen.

Zie hier voor meer informatie!

Mijn gekozen waardering € -
Pieter Beens is freelancejournalist en -fotograaf voor binnenlandse en buitenlandse media. Hij is gefascineerd door cultuur, technologie en luchtvaart. Een ogenschijnlijk onlogische combinatie, maar met een gemene deler: de consument. Die kiest, koopt, inspireert en staat aan het begin en einde van de waardeketen -en is bepalend in tijden van crisis en daarbuiten.