Studieschuld kan straks in Nederland Amerikaanse vormen aannemen. De student Ken Ilgunas loste zijn studieschuld op door kluizenaar te worden. Waar? In zijn eigen bestelbus. Hij markeert hiermee een nieuwe autonome leefstijl onder jongeren.

STEUN RO

In januari 2009 parkeert Ken Ilgunas een rode Ford E-150 Econoline uit 1994 op een parkeerplaats bij de Duke University (New York), zorgt dat voorbijgangers niet naar binnen kunnen kijken en installeert zich voor een verblijf van meerdere jaren in dit bestelbusje. Het is een clandestiene handeling en hij mag dus hopen dat niemand van zijn medestudenten er ooit lucht van zal krijgen dat hij in een van woont. Van dwelling (busjesbewoning) was destijds onder de hippies reuze populair, maar sindsdien is de wind anders gaan waaien. Ken Ilgunas, op dat moment 29 jaar oud, doet het dan ook niet uit liefde voor de vrije jongens en meisjes van weleer, maar uit bittere noodzaak. Hij heeft besloten nooit meer schulden te maken. En de dure studie aan Duke University staat hem niet toe ook nog eens een kamer te huren.

Ilgunas’ naam is inmiddels de hele wereld over gegaan; in Walden on Wheels (2013) geeft hij zijn relaas van een leven in de schuldsanering en hoe we kunnen ontsnappen aan de consumptiemachine die het leven is geworden. Van dwelling is in de VS een begrip. Het land kent duizenden van deze zielen die in hun automobiel wonen. Er bestaan zelfs handboeken die de aspirant busjebewoner de kneepjes van het vak bijbrengen. Vandwellers zijn tegenwoordig vaak bejaarden die de hypotheek van hun woning niet meer kunnen betalen of anderszins armlastigen.

Het verhaal van Ken Ilgunas is even simpel als beklemmend. Ken kwam in 2005 als een undergraduate van de universiteit van Buffalo met een studieschuld van $32.000. Hij ontdekte al snel dat hij die schuld alleen maar in de hand kon houden met zwaar onderbetaalde baantjes, van het zelfde soort als hij in zijn scholieren- en studententijd ook had gedaan. Winkelwagentjes wegrijden en wc’s schoonmaken, dat soort. Ondanks zijn studie zat er voor hem meer niet in. Jarenlang had hij gestudeerd om na afloop nog precies hetzelfde rotwerk te moeten blijven doen als waarmee zijn werkzaam leven begonnen was.

Ken besluit om zich nog niet meer schulden op de hals te halen en zich van die $32.000 te bevrijden. Dat lijkt een bijna onmogelijke taak. Hij ziet hoe bij zijn vriend Josh de studieschuld alleen al door de rente astronomisch oploopt. De zachtaardige, maatschappijkritische Josh is ten slotte genoodzaakt een baantje aan te nemen dat er uit bestaat andere jongeren een universiteit binnen te praten waar ze nog meer schulden moeten maken dan hij al heeft. Ach, als je eenmaal bent afgestudeerd zal het de beste investering blijken te zijn die je ooit in jezelf hebt gedaan. Dat soort dingen moet Josh zeggen. En hij weet dat hij liegt. Maar wat moet je als je zelf bijna $80.000 schuld hebt? Wie zijn ziel eenmaal aan de bank heeft verkocht, krijgt haar nooit meer terug.

Ilgunas ziet het allemaal gebeuren. Hij leest Walden van Henry Thoreau en wordt gegrepen door het ideaal van een bestaan zonder schulden en consumptiedwang, dicht bij de natuur, vrij. Hij neemt enkele baantjes aan in Alaska – gidswerk en het opruimen van toeristische pleisterplaatsen –  en brengt eenzame maanden door in de poolwildernis. Het contact met die wildernis heeft een zuiverende werking op hem.

Na een duisternis van ijzig koude wintermaanden, doorgebracht in een benauwde barak, diep weggedoken in zijn slaapzak, is hij getuige van de arctische dageraad. Dat verschijnsel grijpt hem zo aan dat terwijl hij naar de hemel staat te turen hij voortaan weet:  ‘Vergaap je letterlijk aan de baarmoeder van de schepping en het zal voortaan onmogelijk voor je zijn je leven te wijden aan het gedachteloos vergaren van goederen.’ Of: ‘Geld, prestige , bezit, een huis met tweeënhalve badkamer – dat zijn werkelijk niet de lichten in het universum die ons pad beschijnen.’ Waarmee Ken ontdekt dat het dwangmatig geluk van de creditcard niet opkan tegen de pracht van het eerste ochtendgloren na de lange poolnacht.

Het dwangmatig geluk van de creditcard niet opkan tegen de pracht van het eerste ochtendgloren

Aan het eind van deze periode is Ilgunas schuldenvrij. Hij besluit zijn masterstitel te halen, maar wil nooit meer geld lenen. Dan volgt de episode van de busjesbewoning. Een bizar en eenzaam avontuur, want de jonge, levenslustige Ken is gedwongen een monnikenleven te leiden. Contact met meisjes is uit den boze. Als bekend zou worden dat hij een busje op het parkeerterrein van de campus bewoont is hij immers de klos. Wanneer hij zijn studie besluit met een essay over zijn vandwelling is de cirkel rond. Het stuk verschijnt in een gerenommeerd en hip tijdschrift:  er volgt een boekcontract. Voor de kritische jeugd is Ilgunas een held.

Het heldendom van Ken past naadloos in deze tijd. Het kapitalisme dat na de val van de muur in triomf de wereld over trok is, heeft de samenleving in een catch22 situatie gebracht. De werkeloosheid kan alleen opgelost worden als er meer geproduceerd wordt. Er is jaarlijks alleen al 1,5 procent groei nodig om de werkgelegenheid op peil te houden. In een crisis moeten daarom, om anderen aan een baan te helpen, steeds minder mensen steeds meer produceren en aangezien zij degenen zijn die het geld verdienen ook consumeren om weer banen voor anderen te scheppen. Maar bedrijven proberen ondertussen zo concurrend mogelijk te werken en blijven zoeken naar mogelijkheden zich van personeel te ontdoen. Ken Ilgunas lost dit catch22 dilemma op door er niet meer aan mee te doen. Daar gaat Walden on Wheels over.

Hoe het Ilguna nu gaat, weet ik niet. Hij zal toch zo langzamerhand wel een ziektekostenverzekering hebben genomen, hoop ik. Daarvoor heb je in de VS een redelijk betalende baan nodig. Dat neemt niet weg dat zijn ongebonden levenswijze een exponent is geworden van de huidige postfinanciële levenskunst. Het leven na 2008, toen de val van de Lehman Brothers bank plotseling onthulde op welke innerlijke tegenstellingen het systeem van hypothecaire consumptie was gebaseerd, ziet er anders uit. Bezit is duur, Thoreau zei het al; hij zag hoe de boeren in en rond Concord, zijn woonplaats, zich een breuk werkten om hun leningen af te betalen. De huidige trend om bezit te delen, om vaker te huren en oude spullen een tweede of derde leven te gunnen zou de oude kluizenaar een glimlach van voldoening hebben ontlokt.

    Dr. Jan-Hendrik Bakker, journalist en filosoof. Specialist in media, literatuur en de moderne stedelijke cultuur waaronder architectuur en ruimtelijke ordening. Was in het verleden verslaggever bij het AD, criticus voor de GPD-bladen en won de Jan Hanlo Essay Prijs Klein 2007. Auteur van de boekenŒ 'GrondŒ' enŒ 'Welkom in Megapolis'.